Artikelindex

We gingen een barretje binnen.
‘Hallo Marie, wat fijn om je weer eens te zien.’
Marie keek naar mij en ik zag de twinkeling in haar ogen.
‘Hier was ik bijna kind aan huis. Charly is een goede vriend van me. Dit is zijn zoon Jim. Niet echt Franse namen. Ze komen eigenlijk uit Canada. Charly was naar Parijs gekomen om te dansen net als ik en is later deze bar begonnen en….’
Voordat ze was uitgesproken kwam een kleine tengere man uit de keuken.
‘Marie… je bent het echt… ik hoorde je stem. Ik denk dat kan niet waar zijn, maar je bent het echt…’
Dit moest Charly zijn. Hij kuste Marie en hij was zichtbaar ondersteboven. Hij kon zijn ogen niet geloven.
‘Hoe lang heb ik je niet gezien?’
‘Een jaar of vijf…?’probeerde Marie.
‘Veel langer, goh wat zie je er goed uit…en dat is?’
Ik werd voorgesteld aan Charly en aan zijn zoon.
‘Vrienden van Marie zijn mijn vrienden. Zeg het eens, wat kan ik voor jullie inschenken?’
We zochten een plekje bij het raam.
Charly bracht een karaf wijn en drie glazen. Hij vroeg of ik het niet erg vond dat hij even bij ons kwam zitten. Hij was zo verheugd om Marie weer eens te zien. Ik zei dat ik geen enkel bezwaar had. We proostten en Marie vertelde over haar huidige bestaan als conciërge.
‘Dat is toch veel te saai voor je, ma cherie. Je bent geboren om te leven, niet om te worden weggestopt in een of andere achterstandswijk. Als conciërge nog wel. Marie toch, je bent een dochter van Parijs…’
‘Een mens moet ergens van leven Charly. Het is niet anders. We hebben onze tijd gehad.’
‘Marie, Marie…’
Charly gaf zijn zoon opdracht om iets te eten voor ons klaar te maken. Hij stond er op dat we nog even bleven. Charly en Marie haalden herinneringen op.
‘Joe,’ zei hij, ‘je zit hier naast de knapste en de mooiste danseres van de hele Place Pigalle. Als Marie danste dan zag je alle heren kwijlen. Ze liet de mannen dromen.’
‘Charly, je overdrijft…’ zei Marie en ik zag dat ze bloosde.
‘Nee hoor, met mijn hand op mijn hart, ik zweer het Joe,’ en hij legde met veel dramatiek zijn hand op zijn hart.
‘En jij dan, je was de meest begeerde danser. Mijn collega’s werden jaloers als je mij te veel aandacht gaf.’
‘Ik had met je moeten trouwen…’
‘Annette was toch ook een goede vrouw voor je…’
‘Jawel, natuurlijk Marie. Dat was ze zeker.’
‘Nou dan Charly, wat zeur je nou.’
‘Nou ja…ik bedoel bij wijze van spreken. Natuurlijk is Annette altijd goed voor me geweest. Jammer dat ze zo vroeg gestorven is.’
Het werd even stil en hij keek strak voor zich uit.
‘Maar’ ging hij verder, ‘als ik mijn leven weer over mocht doen dan zou ik zeker mijn best voor je doen. Dat weet je toch wel.’
‘Ja hoor…dat weet ik, maar al te goed zelfs.’
‘Ik heb het Annette wel verteld Marie, ze was er niet boos over, maar…’
Charly keek me aan.
‘Ja Joe, soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan…’ en hij staarde naar zijn glas.
Het was bijna half vier toen we weer buiten stonden. Drie karafjes wijn en vier tosti’s later.
‘Zo komen we de dag wel door,’ zei Marie. ‘Nou heb je nog niks van Parijs gezien.’
‘Je hoort mij niet klagen.’
‘Wil je nog naar de Eifeltoren of een rondvaart maken?’
‘Dat is wel heel erg toeristisch. Dat trekt me nu niet zo geloof ik.’
‘Zeg het maar Joe…?’
‘Voor het Louvre is het te laat. Zullen we naar de Notre Dame lopen en daarna iets zoeken om wat te drinken en te eten. Hoe laat wil je terug?’
‘Maakt me niet zo veel uit…om eerlijk te zijn. Je weet hoe ik over tijd denk.’
‘Ik pas me aan.’
‘Dus ik mag het zeggen?’ zei ze opgewekt.
‘Als je wilt…’
‘Nou dan stel ik voor om eerst naar de Notre Dame te gaan en daarna naar Pigalle. Daar zijn wel een paar leuke eettentjes en als je zin hebt kunnen we nog even naar Isabelle Rouge. Dat is een beetje, hoe moet ik het zeggen, een beetje van oh la la. Geen bordeel of zo hoor. Maar er gebeurt soms wel eens wat. Je snapt wel wat ik bedoel. Isabelle was vroeger een van mijn beste vriendinnen. Ze heeft me wegwijs gemaakt en me aan een baan geholpen als danseres. Maar we gaan alleen als jij het er mee eens bent …?’
‘Prima, ik laat me verrassen.’
Nadat we de Notre Dame hadden bezocht en Marie een kaarsje voor mij, Veronique, Eva en zichzelf had ontstoken liepen we gearmd richting metro.
Het was druk. Toen we op la Place Pigalle aankwamen wees Marie naar een van de zijstraatjes.
‘Daar kun je heerlijk eten. Waar heb je zin in? Alles zit er. De Chinese keuken, de Thaise keuken, uiteraard de Franse keuken, de Marokkaanse, Indische… je noemt het maar op. Argentijns, Mexicaans…’
‘Zullen we het deze keer op de Mexicaanse keuken houden.’
‘Ik vind het best.’
Er was nog ruim plaats en we zaten bij het raam. Toen we na anderhalf uur weer buiten stonden, hadden we een voldaan gevoel.
‘Dat was prima…’ zuchtte Marie en wreef over haar buik.
‘Lekker en veel,’ vulde ik aan
‘Dat kun je wel zeggen, ik moet er straks nog wel inpassen,’ en ze wees naar de jurk in haar tas.
‘We lopen het er wel weer af …’ zei ik.
Na tien minuten kwamen we aan bij een bar waar met kunstige letters  “Isabelle Rouge ‘’ op de raam stond. Ik kon er niet naar binnen kijken. Marie sprak de portier aan die voor de deur stond. Het was een grote donkere vent en toen hij Marie lachend antwoord gaf, schitterden zijn witte tanden. Zijn donkere huidskleur maakte het contrast nog groter. Marie knikte en bedankte hem. Hij opende de deur en liet ons naar binnen. Het was er donker en het rode licht was net voldoende om de weg te kunnen vinden.
Aan het einde van de gang was een afscheiding van donkerrode velours gordijnen. Na de gordijnen kwamen we in een salonachtige zaal, vol pracht en praal en glamour en vooral de bijna aan decadentie grenzende inrichting maakte indruk op me.
Ligbedden, canapés…fruitschalen, opgemaakte tafels. Het deed me denken aan de films waarin Romeinse keizers zich te goed deden aan alle geneugten van het leven.
‘Zo, ’zei Marie, ‘dat verwacht je niet als je het gangetje binnenkomt, toch…?’
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordde  ik terwijl ik probeerde alle indrukken te verwerken.
Een paar minuten later kwam een statige dame naar ons toe. Ze droeg exclusieve dure kleding en haar rode haar deed me veronderstellen dat dit wel Isabelle Rouge moest zijn. Dat kon niet missen.
Marie en Isabelle begroetten elkaar aller hartelijkst. Marie stelde mij aan haar voor.
Ze bestudeerde me. Van top tot teen. Ze knikte en ze keek naar Marie en zei, ‘c’est bon ca…une delicatesse. Seulement pour manger…?’
Marie lachte en zei dat ik een goede vriend was en dat we geen andere relatie hadden. Ik hoorde dat Isabelle zei dat ze dat jammer vond, maar als dat ooit mocht veranderen, ze graag van Marie wilde vernemen hoe ik was. Deze entourage was helemaal nieuw voor me en ik voelde mezelf dan ook niet echt  ontspannen. We kregen een glas champagne aangeboden en Marie en Isabelle waren druk in gesprek. Ik zat erbij en dat was het dan ook wel. Isabelle vroeg of wilden blijven. Om half tien begon de show.
Ze vertelde dat ze drie nieuwe meisjes had. Ze was er heel tevreden over. Marie vroeg nog maar eens of ik echt wel zin had om te blijven. Het kwam eerlijk gezegd niet bij me op om weg te gaan.
Om half tien en inderdaad geen minuut later, doofden de lichten. Violetachtig licht kleurde het podium. De rest van de omgeving werd roze. De zaal werd gevuld met aanzwellende muziek. Het was live muziek. De eerste twee dames verzorgen een striptease-act. Maar met zoveel elegantie en charme dat het kunst was en geen ordinaire uitkleedpartij. Ik vond het prachtig en boeiend. Er bleef voldoende ruimte over voor mijn eigen fantasie en dat maakte het spannend. De derde dame speelde een spel of beter een soort stoeipartij met een denkbeeldige zwarte panter. Althans dat was in alle simpelheid mijn interpretatie van haar bewegingen met het zwarte bontvel met panterkop. Het was heel sensibel en erotisch zonder dat het vulgair werd. Marie vroeg aan mij of ik me toch wel amuseerde. Ik knikte bevestigend. Isabelle had nog een fles champagne laten brengen. Ik vroeg me wel af hoe we thuis zouden komen. Tegen het einde van de show kwam Isabelle naar ons toe en wilde van me weten wat ik ervan vond. Ik zei dat ik me super vermaakt had. Ze glimlachte en pakte mijn hand. Ik voelde de warmte en zag haar ranke vingers. Isabelle zei dat God de vrouw had geschapen om mannen te laten fantaseren en te laten dromen. Ik knikte en stelde vast dat het bij mij wel erg lang had geduurd, voordat die dromen me wat plezier gaven. Marie had me ooit eens gezegd dat tijd voor haar van geen enkel belang was en ook nu leek het er op dat we in de kleine uurtjes terecht zouden komen. Zeker toen er twee meiden van naar mijn inschatting van rond de vijf en twintig bij ons aan tafel aanschoven. Marie kon er maar niet over uit.
‘Zijn jullie die kleine meisjes… Ik kan het niet geloven. Wat zijn jullie mooi geworden.’
Marie stelde beide meiden aan me voor.
‘Marie José en Lulu, beiden zijn dochters van Isabelle. Ik heb ze minstens vijftien jaar niet meer gezien. Ze zijn door Isabelle op kostschool gestuurd…’ vertelde ze terwijl ze de hand van Lulu vasthield. Marie José zei dat ze aan haar laatste studiejaar bezig was. Ze studeerde economie. Lulu vertelde dat ze vorig jaar de kunstacademie had afgemaakt en nu nog een jaar schilderkunst deed. Daarna wilde ze naar Amerika. Naar New York.
‘Het zijn beiden zo’n lieve meiden,’ zei Marie.
Ze vertelden dat ze Marie altijd als hun tante hadden beschouwd. Tegen twee uur kwam Isabelle bij ons zitten. En weer was er champagne. Ze was trots op haar kinderen. Ik begreep uit de verhalen dat ook hier de vader een toevallige passant was geweest. Tot twee keer toe. Lulu en Marie José waren halfzusters. Isabelle had door hard werken haar kinderen een kans op een andere toekomst gegeven, maar had daar direct aan toegevoegd dat ze ook trots was dat ze haar bedrijf en ze gebaarde om zich heen, eigenhandig  had opgebouwd.
‘Echt helemaal alleen, zonder de hulp van iemand,’ voegde Marie toe.
Ik zei dat ik dat knap vond en Isabelle glimlachte naar me.
Ze legde haar hand op mijn bovenbeen en zei, ‘weet je Joe, soms verlang ik wel eens naar een gewoon leven, gewoon een huis, tuin en keukenbestaan. Een leven met een man die thuis komt van zijn werk. Maar al gauw realiseer ik me dat ik te veel van dit leven houd. Ik zou een verschrikkelijke partner zijn. Een gekooide leeuwin. Dus eigenlijk is het wel goed zo…’
‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, niet lullig bedoeld of zo, maar ik denk dat jullie je zover hebben ontwikkeld dat jullie jezelf prima kunnen redden. Daar hebben jullie ons mannen niet bij nodig. Of vergis ik me…?’
De twee dochters van Isabelle hadden het niet gevolgd en waren druk in gesprek met een van de jongens van de band. Isabelle reageerde wel.
‘Voor een deel wel Joe, ook ik zou ook wel eens bemind willen worden uit liefde en niet alleen uit hartstocht en lust. Maar je hebt wel gelijk dat ik me zonder man prima kan redden…en jij Marie?’
Marie twijfelde. Ze keek naar mij.
‘Ik hoop nog wel eens dat er iemand voorbij komt die iets voor mij wil betekenen…maar ja, weet je Isabelle, jij staat er zo heel anders in. Je hebt je zaak, je afleiding. Ik moet tevreden zijn met wat ik heb….en dat ben ik ook. Ik heb vandaag een hele mooie dag, daar kan ik weer weken op teren…en ik ben gauw tevreden.’
Ze keek naar Isabelle en toen naar mij.
‘Kijk Isabelle,’ en ze liet haar nieuwe jurk zien, ‘vroeger kocht ik zoiets elke week en het deed me niets, vandaag was ik er oprecht blij mee. Dat geeft toch ook wel een fijn gevoel.’
Isabelle keek naar de jurk.
‘Het zal je wel mooi staan, het is helemaal jouw kleur liefje.’
‘Dat zeker…zie je die broche? Die maakt het helemaal compleet…’
Isabelle vroeg of ik nog champagne lustte. Ik had genoeg op.
Marie José en Lu Lu hadden inmiddels afscheid genomen en waren weg gegaan. Het viel me op dat het ondanks dat het al aardig laat of beter vroeg was er nog steeds een behoorlijk aantal gasten aanwezig was. Ik vroeg voorzichtig hoe laat het meestal werd en ik had het antwoord eigenlijk al kunnen weten.
‘Als het morgen wordt en de vogels beginnen te fluiten… maar vooral omdat we dan een beetje moe zijn, dan is het moment aangebroken dat we even moeten gaan rusten. Als we pech hebben dan slapen we alleen en als we geluk hebben dan is er iemand die…’
Marie pakte Isabelle bij de arm.
‘Voor mij geldt dat niet meer Isabelle, ik heb die tijd achter me liggen…’
‘Sorry, Marie, ik dacht weer even aan vroeger.’
Tegen vijven stonden we op en namen we afscheid van Isabelle, die nog fris en monter rondstapte.
‘Nou Joe, leuk je ontmoet te hebben. Ik hoop je nog eens te zien. Marie hou je haaks liefje en je bent altijd welkom, dat weet je.’
Isabelle omhelsde Marie en kuste haar op beide wangen. Ze keerde zich naar mij en ook ik hoorde er blijkbaar helemaal bij.
Arm in arm liepen we door nachtelijk Parijs, op weg naar de Peugeot van Marie.
‘Kun je nog wel rijden…?’ vroeg ik voorzichtig.
Marie keek me aan en ik zag aan haar gezicht dat ze geen idee had waarom ik dat aan haar vroeg.

51