Artikelindex

‘Wat een leuke mensen zijn dat, ’ zei Eva toen we het erf afreden.
‘Dat zijn het zeker. Anna ken ik al vanaf mijn schooltijd.’
‘Ze vertelde mij daarover en ook dat jullie samen een beetje verkering hebben gehad…’
‘Het stelde niet veel voor. Oefenstage.’
‘Ja, zo noemde zij dat ook. Wat grappig.’
We reden naar huis en ik parkeerde mijn auto naast het busje van Eva.
‘Zullen we nog een klein wandelingetje maken Joe, even een frisse neus halen. Ik heb het even nodig.’
‘Goed hoor, morgenvroeg kunnen we blijven liggen.’
‘Ben je klaar op kantoor?’
‘Helemaal. Als er nog wat is dan zal Bob me wel weten te vinden. Heb je nog iets gehoord van Duval.’
‘Hij heeft me een smsje gestuurd, dat hij me morgen zal bellen. Hij heeft wel iets geregeld, waar we even kunnen wonen. Het adres zou hij me in ieder geval morgen doorgeven. Zie je het nog steeds zitten? Je geeft tenslotte alles voor me op.’
‘Ik houd in geval mijn appartement en mijn auto nog even aan. Niet omdat ik denk dat het, hoe moet ik het zeggen, dat het mis gaat, maar gewoon omdat het onverstandig is om dit allemaal hals over kop van de hand te doen. Als we Frankrijk niet meer zien zitten hebben we in ieder geval nog een alternatief.’
‘Je hebt helemaal gelijk. Ik zou dat ook zo doen.’
We liepen hand in hand door het verlaten dorp. Bij Hertog Jan brandde nog licht.
‘Zou er nog iemand zijn?’ en Eva keek naar binnen.
John was aan het opruimen maar had haar gezien. Hij zwaaide en wees naar de deur.
‘Komen jullie nog even gedag zeggen, dat is aardig.’
‘We zagen dat het licht nog brandde, zodoende…’
‘Willen jullie nog wat van me drinken? Het is tenslotte een soort van afscheid.’
Ik keek naar Eva.
‘Wat jij wilt…’ zei ze.
‘Doe mij dan maar een glas cognac, John.’
‘En mij een dubbele scotch,’ zei Eva en ze liep naar de piano.
‘Mag ik…?’ en ze keek vragend naar John.
‘Ga je gang, maar hou het een beetje klein, anders krijg ik misschien last.’
Ze ging achter de piano zitten en speelde “jeux interdits.”
John en ik nipten aan ons cognacglas.
Eva speelde ingetogen. Ze ging zo op in haar spel dat ze totaal geen oog meer had voor John en mij.
‘Jongens ik wil echt afsluiten. Maar als jullie willen, mogen jullie wel blijven. Ik gun het jullie van harte, dit is zo uniek. Hou het wel rustig en doe zoveel mogelijk het licht uit. Als je weggaat even het alarm er op.
Hier is de sleutel. Breng je hem morgen wel even terug? O ja, de code van het alarm is…wacht, ik schrijf het even voor je op.’
‘John, komt helemaal in orde en… bedankt.’
John liep naar Eva en legde zijn hand op haar schouder. Ze keek naar hem en stopte met spelen.
Ze stond op en zei; ‘John bedankt, als we weer terug zijn, dan kom ik zeker weer langs. Nogmaals bedankt.’
Nadat hij afscheid had genomen liep hij naar buiten. We waren nu samen, met zijn tweetjes.
Eva ging weer achter de piano zitten en ik doofde de lichten. Zoveel mogelijk. Er was net genoeg licht
om de schaduw van Eva te kunnen zien. Het kleine lampje boven de piano gaf haar gezicht iets van een betovering. Het was een schitterend ongekend uniek moment. Het ontroerde me en ik voelde tranen branden in mijn ogen. Mijn muze. Alleen voor mij. Ze speelde een klassiek werk, waarvan ik de naam niet kende. Ik wilde de magie niet verstoren en liet het dan ook na om het haar te vragen.
Ze keek niet naar mij. Ik nipte aan mijn glas. John had de fles op de toog laten staan. Voor het geval ik nog zin had. Wij beiden, niemand anders. Zij, één met haar piano en met haar muziek. Ik, op een kruk achter de toog. Het was alsof ik in een droom was beland. Ze speelde onverstoorbaar door. Ik zag dat het inmiddels twee uur was. Ik vond het van geen enkel belang. Dit was een moment dat ik nooit meer zou vergeten, ik wist het zeker. Een moment dat nooit meer te evenaren was. Urenlang ging ze door. Het leek haar geen moeite te kosten, de ene melodie nog mooier dan de andere volgden elkaar op. Ingetogen, maar in volle harmonie vulden de klanken Hertog Jan.
Het was vier uur toen ze me aankeek. Ik zag in haar ogen de mystiek van de avond en om haar mond een flauwe glimlach.
‘Mijn credo, Joe, mijn laatste song en dan gaan we slapen, ’ zei ze bijna onhoorbaar.
Haar pianospel ontroerde me. Door deze laatste melodie liet ik mijn tranen de vrije loop. Ik ging naar haar toe en ik zag dat ze huilde. Haar lichaam schokte en ze stopte met spelen. Ik sloeg mijn arm om haar heen en ze drukte haar hoofd tegen me aan. Ik vroeg me af waarom ze haar hart zo pijnigde, maar durfde het haar niet te vragen. Ze dronk een slokje uit haar glas en vroeg me met een trillende stem; ‘Joe zullen we naar huis gaan…alsjeblieft?’
Ik knikte. De magie van deze avond maakte me sprakeloos. Elk woord zou verkeerd zijn. Ze deed de klep van de piano dicht en doofde het leeslampje. Ik hielp haar naar de deur, maakte alle lichten uit en zette het alarm aan en sloot af.
Het was vier uur en we liepen zwijgend naast elkaar. Hand in hand. Er was niemand anders dan wij. Geen enkel geluid. Geen blaffende hond, geen auto, helemaal niets. Het was doodstil.
Toen we mijn appartement binnenkwamen vroeg ze of het goed was dat ze nog een douche nam.
‘Natuurlijk, als je dat graag wilt…’ antwoordde ik.
Ze knikte en ze liep zonder iets te zeggen naar de badkamer. Ik hoorde het lopen van het water. Ik kreeg plotseling het gevoel over me dat ze onbereikbaar voor mij was. Ik kreeg het koud en ik huiverde. Ik hoorde het monotone geluid van het neerkletterende water en ik maakte me zorgen. Ik besloot toch maar eens te gaan kijken en mijn hart sloeg over. In de hoek van de douche zat ze ineengedoken. Het water spatte op haar neer. Haar hoofd hing naar beneden. Haar natte haren hingen in slierten langs haar hoofd en plakten op haar schouders. Ik deed de kraan uit en ging op mijn hurken bij haar zitten.
‘Eva lieverd, ben je ziek? Kan ik iets voor je doen?’
Ze huilde.
‘Kom, straks vat je nog een kou…’en ik hielp haar met opstaan.
Het leek wel of het leven uit haar was weggevloeid.
De spontane, gevatte vrouw van achtentwintig, die zo van de kleine dingen kon genieten. Waar was ze? Ik nam een badhanddoek en droogde haar zorgvuldig af. Ze gehoorzaamde als een klein meisje, dat stil moet staan van haar moeder. Ze had een mooi lichaam, maar ik schrok toen ik op haar rechterborst ook een groot litteken zag, dat net boven haar navel ophield. Het was zeker zo groot als het litteken op haar schouder. Het verwarde me. Alles was verder zo mooi aan haar. Ze wachtte geduldig tot ik haar helemaal had drooggewreven. Ze had geen woord gesproken.
‘Zal ik je naar bed brengen of lukt het wel alleen?’
Ze knikte dat het wel zou gaan.
Ze gleed in bed en ik legde het dekbed zorgvuldig over haar heen.
‘Kom jij ook?’ zei ze bijna onhoorbaar.
‘Ja, liefje, ik kom ook.’
Ik ruimde de handdoek op en maakte het licht in de douche uit. Ik kleedde me uit en ging naast haar liggen. Ze kroop naar me toe en ze kuste me.
‘Joe…ooit zal ik je het waarom vertellen…ooit.’
Ze legde haar hoofd op mijn schouder en ik zag na een minuut of tien dat ze in slaap was gevallen.
Ik bleef wakker en vroeg me af hoe ik haar zou kunnen helpen. Wat was haar geheim? Wat was de reden van haar pijn? Zocht ze een uitweg in de blues? Waarom speelde ze dan andere muziek zo mooi? Met zoveel gevoel. Het deed me terugdenken aan Hamburg. De stemmingswisselingen. De Eva van vóór de pauze en de Eva van na de pauze. Twee totaal verschillende werelden. Had ze haar muziek nodig om te kunnen overleven? Was dat haar manier om haar emoties te verwerken? Was het de mooie harmonieuze melodie, die vertelde over haar liefde en haar genegenheid? En waren het de zware aangezette stukken die haar angst en boosheid naar buiten brachten? Was het de pijn en al haar droefenis, die ze in haar blues legde? Ik keek naar haar. Haar zwarte haren lagen wild over mijn schouder en borst. Ik durfde me niet om te draaien. Ik was bang dat ik haar wakker zou maken.
Ik dacht aan de grote littekens die over haar rug en over haar borst liepen. Haar mooie lichaam werd er door ontsierd, maar ze deden geen afbreuk aan haar totale uitstraling. Tenminste ik vond dat het niet zo was. Ik kon me wel voorstellen dat ze het zelf moeilijk vond. Het leken me oude littekens.
Ze kreunde en ze kroop dichter tegen me aan.
‘Slaap je nog niet lieverd,’ zei ze zachtjes.
‘Nee, gaat het weer met je…?’
‘Je zult ook wel denken, wat is dat nou voor een type. Je verdient beter, dan iemand zoals ik Joe.’
‘Liefje…ik probeer je te vinden, maar je moet me wel een kans geven…’
‘Het is bijna onmogelijk me te vinden. Stop er nou mee, voordat het te laat is…voordat het jou ook kapot maakt. Beloof je dat?’
‘Ik laat je niet gaan Eva, ik…’
Ze keek me aan en ze zag mijn tranen.
‘Zie je nou wel, laat me alsjeblieft los…laat me gaan Joe…Het is echt beter zo.’
‘Eva, het is te laat…ik kan je niet meer los laten. Jij bent een deel van mij geworden…Waarom kom ik je nu pas tegen?’
Ze zweeg.
‘Al ga ik er aan kapot, al breekt het me, ik laat je niet gaan. Alleen als jij me zegt dat het over is. Durf je dat? Kun je dat zeggen? Kun je me overtuigen…?’
Het was stil en het bleef stil.
‘Ik zou het wel kunnen zeggen, maar je zou me niet geloven.’
‘Als je me kunt overtuigen dat je het meent, dan laat ik je echt los.’
‘Je weet dat ik dat niet kan Joe.’
‘Ja lieverd, ik weet dat je dat niet kunt.’
Ze huilde en probeerde wat te zeggen.
‘Joe…liefste Joe…kun je tegen me zeggen dat… Alsjeblieft… dat je om me geeft. Dat …dat…je ooit van mij zult kunnen houden.’
‘Meisje, mijn hart staat open voor jou. Ik wil alles voor je doen, alles voor je zijn. Geef me een kans…meer vraag ik niet. Laat me toe in jouw leven, zodat ik je kan begrijpen en je kan troosten, je kan helpen, je kan liefhebben zolang jij dat graag wilt.’
‘Wil je alsjeblieft geduld met me hebben. Ik zal proberen je te vinden in de doolhof van al mijn emoties, mijn angsten en pijnen. Wil je dat voor me doen…?’
‘Eva, ik wil alles voor je doen.’
Ze zocht mijn arm.
‘Hou me vast lief, hou me vast…wil je?’
Tegen de morgen vielen we in slaap.

21