Artikelindex

 

 

 

Nooit meer Eva’s Blues

 

 

Jos Heijmans ©2019

'Nooit meer Eva's Blues' is oorspronkelijk in 2013 uitgebracht.  

 

1

 


Nooit meer Eva’s Blues

 

Ik ben op weg naar Hamburg. Er is al weer een kwart jaar voorbij sinds mijn laatste bezoek. Ik Joe Grey, handelsreiziger in stekkertjes en kabeltjes, ben weer op weg om een paar relaties te bezoeken. Dezelfde relaties als toen. Op weg om mijn opvolger aan hen voor te stellen. Na mijn laatste verblijf in Hamburg is niets meer hetzelfde. Alles waarvan ik dacht dat het zekerheden waren die mijn leven in koers hielden, heb ik laten varen. Eén voor één aan de kant gezet. Misschien is het zelfs wel beter om te zeggen dat ik uiteindelijk mezelf heb gevonden. Ik ben in ieder geval een ander mens geworden. Ik zie op mijn navigatiesysteem dat ik nog een kleine driehonderd kilometer te gaan heb voordat ik bij hotel Horschbach ben. Ik heb ook nu weer een kamer voor twee nachten. Net zoals de laatste keer. Ik denk weer terug aan dat bezoek en mijn eerste ontmoeting met Eva. De gebeurtenissen van de voorbije maanden trekken aan mij voorbij.


‘Guten Tag, herr Grey, willkommen.’
De man achter de balie vroeg me of ik het formulier in wilde vullen.
Naam, paspoortnummer, creditkaartnummer. Hij verontschuldigde zich voor het ongemak, want hij wist natuurlijk wel dat het allemaal wel goed zat. Hij vroeg of ik nog speciale wensen had.
‘Nein, danke Stefan.’
Hij gaf me de sleutel met kamernummer negentien. Hotel Horschbach had twee sterren. Waar ze die vandaan hadden gehaald, was voor mij een raadsel. Het kon er net mee door. Het was er in ieder geval niet duur en dat was voor mij doorslaggevend. Het mocht van mijn baas niet al te veel kosten.
De kamers waren klein en sober ingericht. Een bed, weliswaar tweepersoons, een klein tafeltje en een douche waar je net in kon staan. Daar moest ik het mee doen. In dezelfde ruimte was een hoekje met een toilet ingericht. Met een beetje behendigheid kon je daar ook nog gebruik van maken. Dus de sterren waren ruim vergeven. Meestal verbleef ik er twee tot maximaal drie nachten. Het grote voordeel van hotel Horschbach was, dat het tegen het uitgaanscentrum van Hamburg lag. Met wat goede wil stond je binnen tien minuten midden tussen de restaurants, bars en dancings en even verder op was de Reeperbahn.
Ik had de volgende morgen twee afspraken en zoals gewoonlijk was ik van plan om pas de dag daarna terug te rijden. Mijn baas Bob had zich wel eens afgevraagd of dat niet anders kon, ook al gezien de kosten en blijkbaar in zijn ogen mijn lange afwezigheid. Mijn vaste antwoord was; ‘nee, dat kan niet anders…’
Hij liep dan in de meeste gevallen mopperend en mompelend terug naar zijn kantoor.
Ik werkte voor een bedrijf dat audio- en videokabels importeerde. Samen met de eigenaar Bob Herms hadden we een redelijke afzetmarkt opgebouwd. Ik deed de verkoop, hij de inkoop, distributie en de administratie. Verder was er nog een tijdelijke kracht, een meisje van een jaar of twintig, dat met de administratie hielp. Geen wereldbedrijf, maar verder wel oké. Ik vond mezelf het prototype van een verkoper die in het begin van de jaren zestig ook wel als handelsreiziger werd betiteld. Geen vlotte jongen met een vlotte babbel en een dikke leasebak, maar een grijze muis in een veel te grote slordige regenjas. Tevens eigenaar van een auto waar ik me eigenlijk niet mee kon vertonen. Maar het was wel mijn auto.
 ‘Ik zie de benzinebonnetjes wel verschijnen, maar wel even opschrijven waar je bent geweest. Voor de administratie, ’ zei Bob dan.
Soms raakte ik er wel eens een kwijt. Na een kwartiertje van felle discussie was hij dan wel genegen om het volgens hem voor de allerlaatste keer door de vingers te zien.
‘Volgende keer krijg je geen geld Joe Grey, als je dat maar weet.’
‘Dan ga ik wel op de fiets. Nou goed, ’ was mijn vaste antwoord en dat betekende dan tevens het eind van de discussie.
We konden het goed met elkaar vinden, hoewel het voor een buitenstaander soms wel even wennen was. De gesprekken tussen Bob en mij waren niet altijd van een hoogstaand niveau. We konden elkaar soms wel eens stevig de huid vol schelden. Zeker als het om het halen van het gelijk ging.
Bob was in kabeltjes begonnen op het moment dat de elektronica een grote toevlucht nam. Zo had hij een vaste markt kunnen opbouwen en hoewel het geen goudmijn was, konden we er met zijn allen redelijk van leven.
Nadat ik de man achter de balie had gegroet ging ik naar mijn kamer. Negentien. Ik had die kamer wel vaker gehad. Er zat in ieder geval nog een raam in, zodat er nog wat daglicht naar binnen kwam. Ik zette mijn reistas op het bed en haalde mijn mobiele telefoon uit de binnenzak van mijn jas. Geen berichten en geen gesprekken. Ik had hem meestal uitstaan of in het slechtste geval was de batterij leeg. Ik had wel altijd de oplader in mijn auto liggen en dat was al heel wat. Ik zag dat het inmiddels half zes was.
‘Mezelf even opfrissen en dan een hapje eten …’
Als ik bij het hotel links het zijstraatje inging, dan zat er halverwege dat steegje een prima Argentijns steakhouse. Voor weinig geld werd er een prima maaltijd geserveerd, ruim voldoende. Meestal meer dan ik op kon. Het smaakte me ook dit keer weer prima. Ik had sinds mijn vertrek uit Nederland niets meer gegeten. Ik had onderweg nog wel getankt, maar alleen een flesje fris meegenomen. Verder niets. Achteraf dom. Ik ben een onregelmatige eter. Soms realiseer ik me pas laat dat ik nog iets moet eten. Bob zei altijd dat ik er zo ook uitzag. Als iemand die slecht voor zichzelf zorgt.
Toen ik terugliep naar het hotel werd ik aangesproken door een meisje van rond de achttien.
‘Haben Sie keine Lust…?’ zei ze, nadat ik kenbaar had gemaakt dat ik geen prijs op haar diensten stelde.
‘Nein, nicht Heute…’
‘Morgen dann?’ hield ze vol.
‘Morgen auch nicht,’ en ik liep door.
‘Goh, het is ook wel heel erg lang geleden, dat ik met een meisje ben meegegaan,’ schoot het door mijn gedachten. Ik ging de deur van het hotel binnen en liep naar de bar.
‘Guten Abend. Ich mochte gerne ein Bier bitte.’  De man achter de bar tapte een biertje. Een halve liter. Er was niemand in de bar. Het was dan ook geen plek om de hele avond gezellig in rond te hangen. Maar goed, je kunt ook niet alles hebben.
Ik besloot nog maar een biertje te doen, toen een meisje de bar binnen kwam.
‘Hallo Hermann, bitte ein Tonic.’
Ze was een mooie meid van rond de vijf en twintig. Lange zwarte krullen en een mooi lichaam. De strakke jeans en het strakke naveltruitje accentueerden de ranke vormen van haar lijf. Ze keek me aan en ik keek in haar donkere ogen. Ze knikte en ging aan de andere kant van de bar zitten. Ik kon mijn blik maar moeilijk van haar af houden en was bang dat ze er wat van zou gaan zeggen. Ik draaide me iets van haar af en keek naar mijn glas, dat intussen weer vol voor me stond. Ondanks dat ik wel wat gewend was, voelde ik me niet op mijn gemak. Voordat ik het wist had ik mijn glas alweer leeg en ik realiseerde me dat gezien het tijdstip, het was nog tamelijk vroeg, het tempo naar beneden moest, wilde ik de volgende morgen niet met een spijker in mijn kop wakker worden.
‘Hermann, bitte noch ein Bier, und fuer die Dame wenn Sie dass wuenscht auch etwas zu trinken.’
Ik zag dat hij aan haar vroeg wat ze wilde drinken en hij knikte naar mij. Ze keek mij aan en ik voelde dat ik bloosde. Ze stond op en kwam naar me toe en stak haar hand uit.
‘Eva Winters…’
‘Joe Grey…’
‘Kom je uit Nederland? Niet echt een Nederlandse naam. Dan was het waarschijnlijk Jan Grijs geweest… Sorry, een beetje flauw van me.’
Haar stem was ietwat hees, maar klonk wel heel sensueel. Ik voelde me totaal niet op mijn gemak.
‘Wat brengt meneer Joe Grey naar Hamburg?’ ging ze verder.
‘Zaken, ik ben verkoper.’
Ik had mijn tong wel af kunnen bijten. Want wat is er triester dan een handelsreiziger aan de bar van een derdeklasse hotel. Op zoek naar gezelschap. Van huis, helemaal alleen, bijna eenzaam, niet begrepen door zijn klanten en geen krediet van zijn baas. Kan het nog erger. Ja, als hij ook nog een vrouw thuis heeft, die hem net gebeld heeft dat hun kind ziek is en hem eigenlijk verwijt dat hij er weer eens niet is. Dat probleem had ik niet, ik had geen vrouw noch een kind.
‘Zo…en wat verkoopt meneer Joe Grey?’
Ik moest slikken en probeerde op natuurlijke toon antwoord te geven.
‘Kabeltjes…snoertjes voor audio- en videoapparaten. In alle soorten en maten en kwaliteiten.’
‘En dat is wel opwindend…?’
Haar vraag sloeg bij me in als een bom. Ik zocht naar een antwoord. Wat kon ik verzinnen om hier nog iets van te maken.
‘Nee, niet echt, maar een mens moet wat in het leven… toch?’
Het was in mijn ogen weer een zwak antwoord en ik voelde me een beetje ongemakkelijk. Ik probeerde er nog wat van te maken.
‘Het is maar net wat je zoekt, wat je zelf leuk vindt.’
Ze keek mij aan en antwoordde, ‘zeker en wie ben ik… om te zeggen dat je geen leuke baan hebt.’
‘En wat doet Eva Winters voor de kost, als ik zo vrij mag zijn?’
Ze likte langs haar lippen en zuchtte diep.
‘Eva Winters trekt door Europa met een gitaar en een koffertje met wat kleding er in. Ik speel, tenminste als ik de mogelijkheid daarvoor krijg of heb, in bars en kroegen. Een éénmansband. Met alleen een gitaar en als er een beschikbaar is, een piano. En mijn stem uiteraard.’
‘Folk?’
‘Blues, tenminste meestal.’
‘Oh…’zei ik, ‘ik vind dat altijd wel mooi om naar te luisteren, maar het moet wel op het goede moment.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, het is niet echt muziek voor feesten en partijen…toch?’
‘Nee’ lachte ze, ‘dat zou ook niet mijn ding zijn…om te spelen op feesten en partijen bedoel ik.’
‘Die indruk heb ik ook niet.’
Ik werd wat rustiger in mijn kop en Eva wenkte naar Hermann, de man achter de bar.
‘Hermann, noch einer bitte. Das selbe. Danke.’
Ze richtte zich weer tot mij.
‘Nou staan we weer gelijk. Maar vertel eens. Ben je getrouwd en heb je kindjes? Laat eens wat over jezelf los. Of vind je dat niet prettig…? Dan moet je dat gewoon zeggen hoor.’
‘Er valt niet zoveel te zeggen, geloof ik nu ik er over na denk. Ik doe mijn hele leven alleen maar saaie dingen. Zal misschien wel met mijn naam te maken hebben. Grijs zei je toch?’
‘Sorry, zo bedoelde ik het echt niet.’
‘Nou je hebt wel een punt. Ik ben bijna twee en vijftig. Niet getrouwd, geen kinderen voor zover ik weet, en dat is ook een flauw grapje…ik weet het. Ik reis wat door Duitsland, België en Nederland en probeer wat van die kabeltjes te verkopen, al twintig jaar lang.’
‘En daarvoor…?’
‘Daarvoor was ik verkoper van diervoeding… en daarvoor heb ik tien jaar gevaren. Van mijn achttiende tot mijn achtentwintigste. Toen was dat klaar.’
‘In elke haven een ander liefje?’
‘Wat heet, natuurlijk ging ik wel eens met een meisje weg. Maar ik was nogal verlegen, bescheiden. Dus wat anderen deden en vooral durfden, daar kwam ik niet bij in de buurt. Dus toch Grey.’
‘Toch niet gay, neem ik aan…’
Ik moest lachen toen ik haar vragende blik zag.
‘Nee niet gay, maar ook geen dekhengst.’
‘Nou dat is dan ook wel weer het andere uiterste.’
‘En jij Eva…?’
Ze nam een slokje van haar tonic.
‘Ja, en ik… Ik ben vanaf mijn zestiende onderweg en probeer aan de kost te komen met het maken van muziek. Eerst in een band en sinds een paar jaar reis ik alleen. Nou ja, met mijn gitaar dan.
Ik ben achtentwintig en ik ben al in geen tien jaar meer thuis geweest. Er is geen enkel contact. Dus hoe het er daar voor staat weet ik niet en ik mis het ook niet. Ik ben helemaal op me zelf aangewezen. Dus geen vriend, geen vriendin…noppes. Alleen mijn muziek. Dat is mijn leven. Mijn blues.’
‘Speel je alleen maar bluesnummers of doe je nog wat anders…?’
Ze keek me aan.
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik bedoel kun je er van leven?’
‘Mijn eisen liggen niet hoog en met het geld dat ik er voor krijg kan ik mezelf in leven houden. Kan ik benzine van kopen voor mijn Volkswagenbusje en ja…meer is er eigenlijk niet. Ik heb geen huis, geen hypotheek, geen pensioenverzekeringen en al dat gedoe. Alles wat ik bezit heb ik bij mij. Meer is er niet. Ik voel me er prettig bij. Ik pak de dag zoals hij komt. Het enige wat me boeit is of ik ergens kan spelen. Een avond zonder optreden is een avond niet geleefd. Zo voelt dat voor mij. Maar jij zult dat wel stom vinden of niet…?’
‘Ik moet zeggen dat ik het wel heel dapper van je vind. Het is nou laten maar zeggen, niet alledaags.’
‘Ik ben ook niet alledaags…’ en terwijl ze dat zei staarde ze voor zich uit.
‘Ben je niet eenzaam om zo op deze manier in het leven te staan? Tenminste ik zou het niet kunnen.’
Ze keek me recht in mijn ogen.
‘Hoeveel echte vrienden heb jij, Joe?’
Ik dacht na. Alleen Bob. Maar ja, hij was ook mijn werkgever.
‘Je hebt me te pakken, als ik het zo mag zeggen. Ik kan er niet één opnoemen…’
‘En jij vroeg of ik eenzaam was…? Nou, ik ben tamelijk eenzaam. Maar het is mijn eigen keuze. Soms denk ik er ook wel eens over na, over hoe het anders had kunnen zijn. Maar ik heb nu wel de vrijheid om te gaan en staan waar ik wil. Ik kan doen wat ik wil. Niemand die aan mijn kop zeurt, die wat van me moet. Ik hoef niet te zeggen dat ik hoofdpijn heb als ik eens geen zin heb in seks of zo. Of geen zin heb om uit te gaan. Ik maak het allemaal lekker zelf uit. Het is echt mijn leven. Helemaal van mij alleen. Snap je.’
Het was stil.
‘Ben je nu teleurgesteld? Had je andere gedachten toen je mij een drankje aanbood?’
‘Nee, dat is het niet. Ik was echt nergens op uit. Alleen het is zo, hoe moet ik het zeggen, zo verwarrend… om iemand die er zo mooi uit ziet, die nog zo jong is… te horen zeggen dat ze in principe niemand nodig heeft, het allemaal zelf wel uitzoekt.’
‘Er zijn er wel meer geweest die alleen maar voor hun muziek hebben geleefd. Maar ook schilders en schrijvers. Ik wil niet zeggen dat ik me met die grote mannen en vrouwen wil vergelijken, maar het gaat er maar om wat je belangrijk vindt, waar je jezelf in kwijt kunt.’
Ze keek op haar horloge.
‘Ik heb vanavond nog een optreden, als je zin hebt…?’
‘Lijkt me wel wat. Ik wil Eva wel eens op een andere manier leren kennen.’
‘Eve…dat is de naam waar ik onder optreedt. Mijn kunstje doe. Overigens om nog even heel duidelijk te zijn. Niks meer en niks minder dan alleen naar het optreden. Maar dat zul je wel gesnapt hebben.’
‘Niks meer en niks minder…afgesproken.’
‘Fijn’ zei ze, ‘dan ga ik me nu even opfrissen. Tot zo.’
‘Ja, tot zo…’
Ik dronk mijn glas leeg en tekende het bonnetje dat Hermann voor me had klaar gelegd.
‘Bis Morgen.’
‘Guten Nacht und bis Morgen.’

2


 


Na tien minuten kwam Eva naar beneden. Haar gitaar hing op haar rug. De fel paarse hoes was op zijn zachtst gezegd opvallend.
‘Mijn maatje en mijn minnaar, ’ zei ze lachend en wees op haar gitaar.
‘We lachen en huilen, we hebben samen plezier en we hebben samen verdriet. Zo simpel is dat. Mijn busje staat op de parking. Daar zitten nog wat spulletjes in en mijn versterker en een paar boxen. We moeten hem helaas wel meenemen hoewel we hier vlakbij moeten zijn. Ben je bekend in Hamburg…?’
Ze ratelde maar door.
‘Ik heb hier ieder jaar wel een stuk of tien optredens. Ze weten ongeveer wel wanneer ik er weer ben en als ik dan langs kom om af te spreken, dan is dat vaak geen probleem. Soms is er een andere eigenaar of uitbater, maar al gauw is bekend dat ze me rustig kunnen boeken voor een optreden.
‘Heb je altijd succes…?’
‘Ik speel met mijn hart en ziel. Meer kan ik niet doen. Als mensen niet van mijn muziek houden, dan is dat maar zo. Als ze mij maar niet uitfluiten of bekogelen met van alles en nog wat. Soms heb je wel dronken mensen, die wat lastig worden en schreeuwen om een of andere smartlap of een liedje uit de hitlijst, maar over het algemeen valt het wel mee. De kroegen die me boeken houden hier dan ook wel rekening mee. Je moet me niet inhuren voor een groep matrozen of voor een vrijgezellenfeestje. Of voor een uitstapje of  personeelsfeestje van een bedrijf of dergelijke soort dingen.’
We liepen naar het Volkswagenbusje. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk van plan was geweest om vroeg te gaan slapen. Althans dat ik me voorgenomen had om de volgende morgen fit te zijn.
‘Hoe laat denk je dat het gaat worden Eva…?’
‘Dat ligt er aan. Ik moet om half elf op en zeg maar anderhalf uur later zal ik het wel gehad hebben. Maar je weet het maar nooit. Als er geen chemie is houd ik het al snel voor gezien. Maar een uurtje duurt het in ieder geval. Dus in beste geval half twaalf en dan nog even opruimen. In het slechtste geval om een uur of een. Als ik maar even vanuit jou redeneer. Als je het niet zit zitten, dan moet je het niet doen, Joe. Ik word er echt niet boos om.’
Ze zei het op een licht geïrriteerde manier. Zonder op te kijken maakte ze de deur van het busje open en legde voorzichtig haar gitaar achterin. Toen ik naar binnen keek zag ik dat er van alles in het busje lag. Ook een matras.
‘Soms moet je ergens slapen Joe. Het pad van een popmuzikant gaan niet altijd over rozen.’
‘Ik begrijp het, maar het verwonderd me steeds meer dat je jezelf staande houdt. Het moet niet altijd even gemakkelijk zijn, als ik het allemaal zo zie.’
‘Kwestie van de dingen op waarde schatten en doorzettingsvermogen. Moet je ook eens proberen.
Het zal je verbazen hoe ver je ermee komt. Tenminste als ik naar me zelf kijk. Maar voor ieder mens zal dat wel anders zijn.’
Ze maakte de zijdeur van het busje dicht.
‘Het portier is open, je kunt gaan zitten als je wilt. Tenminste als je durft. Het is maar een heel klein stukje. Dan zijn we er.’
Ze stapte in en startte de motor.
‘Hij is al een dikke vijftien jaar, maar hij doet het nog best. Af en toe wat olie en meer vraagt hij niet.
Ik heb hem overgenomen van mijn vorige band, toen we uit elkaar gingen. Al mijn spaarcenten zitten hierin. Nou ja, veel was dat niet, want sparen wil niet zo erg lukken. Enfin, ik ben er gelukkig mee en dat telt.’
Ze stuurde de bus behendig het parkeerterrein af en zonder veel problemen kwamen we aan bij de bar waar Eva die avond moest optreden.
“Jack’s Rockcafé ”stond er op het raam. Ik kon er niet naar binnen kijken. De ramen waren geblindeerd.
‘Blijf maar even bij mijn spullen wil je, dan ga ik even kijken hoe we het beste kunnen lossen. Tot zo.’
Daar stond ik dan, midden in Hamburg, op een totaal verkeerde plek, met een Volkswagenbus, die ook nog fout geparkeerd stond. Na tien minuten kwam Eva naar buiten.
‘We moeten achterom…’
Ze stapte weer in en startte de bus en wrong zich tussen het verkeer. Een passerende auto claxonneerde.
‘Fuck off. ’ reageerde ze geïrriteerd.
We reden een poort binnen en helemaal achterin bleek de ingang te zijn.
‘Zo,’ zei ze op een bijna hilarische manier, ‘de artiesteningang is vandaag weer eens tussen ratten en muizen en ander ongedierte. Je voelt jezelf er direct helemaal thuis.’
‘Ben je nooit bang?’
‘Jij wel dan…?’
‘Nee, dat niet maar ik kan me gezelliger stekjes voorstellen dan hier in deze gribus.’
‘Meisjes laten ze meestal wel in leven, maar oudere jongens zoals jij…’ en ze maakte een pruillip en maakte met haar hand een snijdende beweging langs haar keel.
‘Hou nou toch op, ’ reageerde ik en keek nog maar eens om me heen.
Ik hielp haar met de geluidsinstallatie en ze pakte zelf haar gitaar en een microfoonstandaard.
‘Is het dit…?’
‘Helemaal, we moeten het ermee doen. De rest hebben ze hier wel. In ieder geval een piano.
Vorig jaar was hij zo vals als een uitgehongerde krokodil, maar ze hebben me toen beloofd hem te laten stemmen. Dus ik ben benieuwd.’
In een hoek was een soort van podium ingericht. Nou ja, podium was een groot woord. Er was inderdaad een piano en er stonden twee enorme geluidsboxen. Eva pakte een kruk bij de bar en zette die naast de piano.
Ze stelde de microfoonstandaard op hoogte en vroeg of er nog een standaard was voor bij de piano. Er lag wel een microfoon.
‘Moment bitte,’ zei de man achter de bar en riep naar zijn collega die stoelen en tafels aan het ordenen was.
’Karl haben Wir noch etwas fuer die Micro am Klavier ?’
‘Jawohl. Wird es gleich bringen.’
‘Allemaal heel professioneel, maar wat wil je als je een blueszangeres uitnodigt. Zo gaat het niet altijd maar meestal wel. En dan heb ik nog het geluk dat ik een vrouw ben. Voor kerels doen ze helemaal niks.’
Ze stemde haar gitaar en vroeg een flesje water. Toen liep ze naar de piano en speelde een stuk dat ik als werk van Bach meende te herkennen. De titel kon ik me niet herinneren.
‘Dit kan ik ook, maar dat vinden ze hier vast niks. Heb ik allemaal van mijn lieve mama en papa moeten leren. Dat vonden ze leuk en goed voor me. Nou ik vond het indertijd helemaal niks. Toen ik twaalf was had ik stiekem Angie van de Stones ingestudeerd. Mijn vader en moeder hadden een kamerconcert voor me bedacht. Met twintig genodigden die naar het aapje kwamen kijken en vooral luisteren naar wat het aapje allemaal was aangeleerd. Je had die smoelen moeten zien toen ik na een paar stukken van Schubert ineens met de Stones aan kwam zetten. Ze hebben mijn moeder een uur aan het infuus moeten leggen. Kilo’s vlugzout, niks hielp. Ze was spontaan ongesteld geworden. Het was niet de bedoeling dat de investering die ze hadden gedaan werd aangewend om van die duivelse liedjes te kunnen spelen.’
Bijna achteloos ging ze over naar een blues.
‘Hier moet ik het van hebben. Hier stort ik mijn hart in uit. Maar dat zul je nog wel horen. Ik heb er vanavond in ieder geval zin in. Kom dan gaan we een drankje scoren. Ik heb nog een half uurtje voordat ik op moet.’
De man achter de bar vroeg aan ons wat we wilden drinken. Hij sprak bijna perfect Nederlands.
‘Doe mij maar een biertje en jij…?’en ik keek naar Eva.
‘Prima doe mij ook maar een biertje en een bakje met nootjes.’
Ze liet haar handen zien. Haar nagels en vingers waren getekend.
‘Niet echt vrouwelijk vind je wel… maar dat kan nou eenmaal niet anders. Ik probeer het nog een beetje bij te houden, maar ik heb een hekel aan te lange nagels. Dat speelt niet lekker.’
Ondertussen waren er wat mensen de bar binnengekomen. Het was een bont gezelschap.
Twee mannen in het pak met stropdas en een paar rockers. De mannen in het pak voelden zich duidelijk niet op hun gemak en keken wat onwennig rond.
‘Zijn ook zakenmensen. Waarschijnlijk de verkeerde kroeg binnengelopen. Maar het kan ook zo maar zijn dat er zo meteen een paar meiden binnen wandelen en dan gaan die stropdassen echt wel uit.’
Het viel me op dat in rap tempo het aantal mensen toe nam.
‘Zo, het wordt mijn tijd. Amuseer je zelf maar even en als ze vragen waar ze me kunnen boeken, dan zeg je maar dat je mijn manager bent en dan schrijf hun telefoonnummer maar ergens op. Wacht, hier heb je een paar kaartjes en een aantal foto’s. Nou wens me maar sterkte en succes. Tot zo.’
‘Ja veel succes en…’
Ze was al weg. De man achter de bar pakte een microfoon en kondigde haar aan
‘Liebe Leuten, Heuteabend haben Wir fuer Sie, Eve, the amazing Blueswoman from Holland…!’
Er klonk een matig applaus. Eva klom op het podium en nam de microfoon en begroette iedereen met,   ‘hallo Hamburg, hallo liebe Leuten, jetzt geht es los.’
Ze zette de eerste maten in. De gitaar leek in haar handen te veranderen in een grommend ontembaar beest. Een golf van geluid rolde de zaal in echter zonder dat het over de top ging. Na een snerpende solo liep het over in haar eerste nummer. Een mooie bluesballade die ik nooit eerder had gehoord. Haar stem bezorgde me kippenvel. Eva veranderde. Ze werd iemand anders. Een getergde ziel. Het geroezemoes in de zaal werd minder. Ze trok alle aandacht naar zich toe. Na een paar songs legde ze haar gitaar neer en liep naar de piano. Ik zag zweetvlekken op haar T-shirt.
Zonder aankondiging zette ze “Help me” in. Ze ging diep. Ik kende het nummer in een uitvoering van een minuut of vijf. Eva maakte er een lange versie van. Met zoveel emotie er in dat iedereen in de bar ademloos naar haar stond te luisteren. Ik schatte het nummer rond de tien minuten, maar het kon ook zo maar een kwartier zijn geweest. Ik zag haar haren nat worden van het zweet. Haar zwarte krullen hingen in slierten langs haar schouders. Haar gezicht was verwrongen en de mascarastrepen tekende dit nog eens extra. Ze ging heel diep. Toen het slotakkoord had geklonken was er een groot applaus. Ze nam een handdoek en veegde door haar gezicht en droogde haar haren zo goed als het ging.
‘Danke…’ zei ze met schorre stem. ‘Der nachste Song ist einer meiner Favorieten.’
Ze stond op en nam een slok uit het glas dat op de piano stond.
‘Somebody will know someday…’
Ze zette de eerste akkoorden in en ik herkende de Cuby & Blizzards song. Ik vond het gedurfd om dit nummer solo te doen en was dan ook heel benieuwd naar deze uitvoering.
Waar “Help me” ophield ging het in dit nummer verder.
Ik zag Eva worstelen met emotie en het leek wel of ze haar hele ziel en zaligheid inzette.
‘Dit ga je echt geen jaren volhouden, meisje,’ dacht ik toen ik haar zag lijden.
Ze had de volle aandacht van alle aanwezigen en ik zag dat de man achter de bar zich zorgen begon te maken over de drankomzet. Hij keek naar mij en met een iet wat zuur gezicht stak hij zijn duim op. Eva sloot af met een wat sneller nummer dat ik kende in een uitvoering van Chicken Shack. “The way it is.’’
‘Liebe Freunden eine kleine Pause. Bis gleich…’ Ze stond op en liep onder een luid applaus naar me toe.
‘Zo Joe,  ik krijg het niet voor niks, dat zie je wel. Heb je even wat te drinken voor me. Doe maar een biertje.’
De man achter de bar kwam naar Eva toe en fluisterde iets in haar oor. Ze knikte dat het oké was en hij liep met een tevreden gezicht terug naar zijn plek achter de bar. Ze pakte haar haren en maakte een staart.
‘Wil je deze even omhoog houden, dan doe ik er even een bandje in.’
Ik hield haar nat bezwete haren in een staart omhoog en ze bond ze vast met een haarlint.
Ik zag dat ze een litteken op haar schouder had. Het liep door naar haar schouderblad.
Haar T-shirt was doorweekt en de contouren van haar borsten waren duidelijk zichtbaar.
‘Ik ga even wat droogs aandoen, anders worden ze hier straks helemaal gek. Tot zo.’
Ze nam een slok van het grote glas bier en ging naar de toiletten. 
Toen ze terug kwam ging ze naar de man achter de bar. Hij knikte en ze liep naar mij toe.
‘Je treft het niet Joe, we gaan er nog een uurtje bij doen. Sorry…’ Ze keek me aan met een blik dat ze er ook niks aan kon doen, maar het wel erg voor me vond.
‘Geeft niks Eva, ik vind je helemaal te gek. Dus voor mij mag je nog wel even doorgaan. Succes.’
‘Dank je. Tot straks’ en ze klom weer op het podium.
De man achter de bar nam de microfoon.
‘Liebe Gaste. Eve hat Sich wieder erhohlt , also jetzt geht ’s weiter. Viel Vergnugen.’
Er klonk waardering vanuit de zaal.
‘Liebe Leuten, ab jetzt gibt es mehr Zeit um etwas zu Trinken und mit einander zu reden…’
Ze ging weer achter de piano zitten en speelde een aantal rustige jazzy nummers en de aandacht van de mensen in de bar voor Eva nam af. Er werd meer gepraat en vooral meer gedronken. De man achter de bar stak zijn duim naar me op. Hij glimlachte.
Ik zag de twee mannen van de stropdassen. Inmiddels waren ze in het gezelschap van twee jonge meiden. Eva had het al gezegd. De stropdassen waren uit en de onwennigheid had plaatsgemaakt voor bravoure en vooral luidruchtigheid. Het leken me Engelsen te zijn. Ik ving in ieder geval flarden van hun uitbundigheid in het Engels op. Het konden ook zo maar Amerikanen zijn. Ik zag Eva. Ze had zich verloren in haar pianospel en had nauwelijks nog oog voor wat er om haar heen gebeurde. Haar spel ging op in het geluid van de omgeving, maar blijkbaar vond ze dat niet erg. Het leek of ze zich had afgesloten. Af en toe nam ze een slokje water en de man achter de bar had ook weer een groot glas bier  bij haar neergezet. Het verschil tussen de Eva van vóór de pauze met de Eva van na de pauze was enorm. Voor de pauze had ik me afgevraagd hoelang ze hiermee door kon gaan. Na de pauze speelde ze rustig en ingetogen. Het leek wel of ze in een andere wereld was. Na een uur was er totaal geen aandacht meer voor haar pianospel. Ze kondigde haar laatste nummer aan, maar er werd niet of nauwelijks gereageerd door de mensen in het rockcafé. De orkaan van het eerste uur was gaan liggen en overgegaan in een zachte zomerbries. Ik probeerde te begrijpen wat ik had gezien. Ze liep naar de microfoon, ging op de kruk zitten en nam haar gitaar die in de standaard naast haar stond.
‘Liebe Leuten. Eve wunscht Ihnen ein guten Nacht und meine Dank fuer ihre Beifall. Also jetzt meine Letzte Song. Mein eigenes Lied. Eva’s Blues.’
Er klonk een flauw applaus, maar met haar eerste akkoorden had ze de zaal weer helemaal in haar greep.
Na nog een flauwe opmerking van één van de mannen van de stropdassen was het al heel snel muisstil. Er zat zoveel pijn en eenzaamheid in het nummer. Ik zag een meisje dat bij me in de buurt stond een traan wegpinken. De man achter de bar keek naar mij en stak weer zijn duim omhoog. De song duurde een kleine acht minuten. Ze stond op, maakte een buiging en ik zag het gezicht van voor de pauze. Eva kreeg een luid applaus. Ze maakte nog een buiging en liep het podium af. Ze ging direct richting de toiletten. Ik maakte me zorgen want ze bleef lang weg. Tenminste voor mijn gevoel. Na een groot kwartier zag ik dat ze stond te praten in de gang bij de toiletten. De man die met haar in gesprek was had ik nog niet eerder in de bar gezien. Even later kwam ze naar me toe.
‘En…viel het mee?’ zei ze monter en er was niks meer dat wees op de uitgewoonde Eva die een kwartiertje geleden van het podium was afgestapt.
‘Ik moet zeggen, je hebt me verbaasd en me helemaal overtuigd.’
‘Dat is lief van je. Het ging ook prima vanavond. Ik zat goed in mijn vel. Ik was geïnspireerd en kon heel diep. Het zijn ook heerlijke nummers. Vond je mijn laatste song ook goed? Mijn eigen liedje. Speel ik altijd als laatste. Zodat ze me niet vergeten.’
‘Nou ik vergeet het in ieder geval nooit meer. Een mooie song, maar het klonk wel een beetje alsof het echt je laatste song was.’
‘Dat moet ook. Zo is het bedoeld. Alles in dit liedje is alles wat ik voel. De tekst zegt waarom ik soms verdrietig ben en dat ik verlang naar nieuwe kansen, een nieuw leven. Niet dat ik dood wil of zo hoor, maar gewoon een leven dat ik kan begrijpen. Met dit leven wil het soms niet helemaal lukken. Maar kom, genoeg nou, we pakken nog een biertje en ik moet nog even vangen. En dan gaan we slapen, maar wel ieder in zijn eigen bedje lieve Joe. Tot zo.’
Het was ondertussen bijna half twee.
‘Met een beetje geluk lig ik om twee uur in mijn bed, ’stelde ik vast.
Het was allemaal even anders gelopen, maar ik had het niet willen missen. Het was een bijzondere avond geweest.
Nadat we alle spullen in de bus hadden geladen reden we terug naar het hotel. Eva parkeerde hem strak langs een muur.
‘Moet je wel even aan mijn kant eruit. Sorry, ik had je natuurlijk ook eerst even uit kunnen laten stappen…’
‘Is niet erg, zo lenig ben ik nog wel, tenminste dat denk ik wel.’
‘Niet dat het veel helpt, maar door zo te parkeren heb ik voor mezelf het gevoel dat ik minder risico loop dat mijn hele handel gegapt wordt, snap je…’
‘Ik snap het,’ en ik probeerde over de bestuurdersstoel uit het busje te klimmen. Het leek in mijn ogen een tamelijk onbeholpen actie.
Ze pakte haar gitaar die ze tussen ons in had gezet en deed de riem van de hoes over haar schouder. We liepen in het stikkedonker over de parkeerplaats naar de ingang van het hotel.
‘Ik heb de loper van de deur. Ze weten dat ik soms heel erg laat ben.’
Eva zocht in de zakken van haar jeans.
‘Waar zit dat ding nou…?’
Ze haalde haar linker zak leeg en ik zag dat er naast een zakdoek ook nog een strip met pillen te voor schijn kwam.
‘Voor de hoofdpijn, ’ zei ze
Ik zei niets. Ze keek me aan.
‘Geloof je zeker niet?’
‘Als jij het maar gelooft. Ik heb er tenslotte niks mee te maken…’
Ondertussen had ze de sleutel gevonden.
We gingen naar binnen en feilloos vond ze de schakelaar van het licht.
‘Sstt… anders krijgen we gedonder.’
Eva had kamer nummer elf. Op dezelfde etage was ook mijn kamer.
‘Nou welterusten en misschien wel tot morgen. Anders nog een goede reis,’ zei ze fluisterend.
‘Morgenavond ben ik ook nog hier.’
‘Nou misschien dan tot morgenavond…’
Ze draaide zich om en liep weg.
Toen ik mijn kamer binnen ging zag ik op mijn horloge dat het inmiddels kwart over twee was.
Ik had geen zin meer in een douche hoewel ik me zweterig en vies voelde. Morgen was er weer een dag.

3


Ik had mijn mobiel op wekstand gezet. Half acht. Ik had het gevoel of ik nauwelijks had geslapen.
Het had ook even geduurd voordat ik in slaap was gevallen. Ik beleefde de avond opnieuw en toen ik terugdacht aan Eva’s laatste song ging er een huivering door me heen. Ik wist niet wat ik moest denken. Ze boeide me, maar tevens was er iets dat me verontrustte. De strip met de pillen, het gesprek met de onbekende man. Ik dacht aan Janis Joplin en Jim Morrison. Waar legt ze voor zichzelf de grens. Haar optreden had alles in zich om er op den duur aan kapot te gaan. Het was bijna bovenmenselijk. 
Ik stond op en nam een douche. Ik schaafde mijn elleboog langs de muur en zag dat uit de schaafwond wat bloed sijpelde. Ik had geen pleisters bij me. Met een stukje toiletpapier probeerde ik te voorkomen dat het bloed mijn overhemd zou besmeuren. Het werd tijd om te gaan.
Ik had om negen uur afgesproken en ik moest nog wel door het drukke ochtendverkeer zien te komen. Mijn afspraak was op een van de industrieterreinen, maar gelukkig niet in het havengebied.
Ik ging naar beneden en zag dat ik geen tijd meer had om te ontbijten. Er was niemand achter de balie en ik ging naar buiten en liep naar mijn auto. Even verder op stond de VW-bus van Eva.

Mijn afspraak ging voorspoedig. Het was mijn vierde poging om tot zaken te komen met Heinzmann Electro. Deze firma had bijna honderdvijftig speciaalzaken in Duitsland. Het was dit jaar een van mijn doelstellingen om te proberen hier binnen te komen. De inkoper was een formele man en het was moeilijk om een goed contact met hem te krijgen. Maar nu leek alles anders te zijn. Hij was opgewekt en open. Hij luisterde geduldig naar wat ik hem aan te bieden had.
‘Also Herr Grey, dann mussen Wir uns dass Mahl ansehen …’
Hij stond op en vroeg aan zijn secretaresse om nog een kopje koffie te brengen. In alle voorgaande bezoeken was het nooit tot koffie gekomen. Het leek er op dat ditmaal mijn kansen anders lagen. Hij keek op zijn horloge. Hij had mijn aanbieding bestudeerd en stak zijn hand uit.
‘Ich einformiere meine Einkaufer damitt Sie die erste Bestellung erwarten koennen. Lass uns sagen innerhalb zwei Wochen.’
Ik bedankte hem en toen ik buiten was belde ik Bob Herms. Ik vertelde hem dat we eindelijk Heinzmann tot onze klanten mochten rekenen. We waren er in ieder geval binnen. Hij had het hele assortiment  hoogwaardige audio- en videokabels opgenomen. Het dure segment. Bob was blij met mijn telefoontje.
‘Geniet er maar even van… Maar niet op mijn kosten,’ voegde hij er haastig aan toe.
‘Krent van een vent ben je, maar goed, ik laat je nog wel weten wanneer ik weer in Nederland ben… En voor het geval dat je denkt dat je zonder me kunt. Heinzmann wil alleen mij als contact.’
‘Het zal wel, nou de groeten en tot morgen …’ en hij verbrak de verbinding.
Bob was een prima vent maar soms een echte hork. Niet dat ik me daar iets van aantrok. Ik reed terug naar het hotel. Het was pas half elf en bij mijn volgende afspraak kon ik niet eerder dan om twee uur terecht. Ik besloot om mijn auto bij het hotel te parkeren. Ik had intussen een leeg gevoel dat zeker kwam omdat ik nog niet had ontbeten. Zonder reden liep ik het hotel binnen en vroeg of er nog iemand had gebeld. Een totaal onzinnige vraag.
‘Hat Frau Winters sich auch schon gemeldet…?’
De man achter de balie keek naar mij en zei dat hij haar nog niet had gezien. Maar dat was meestal zo. Ze bleef nogal lang op haar kamer, zeker als ze de avond tevoren een optreden had gehad. Hij zou haar zeggen dat ik naar haar gevraagd had. Ik zei hem dat het zo wel goed was. Voor zover hij wist was ze ook vanavond nog te gast bij hotel Horschbach. Ik groette de man en liep door de voordeur naar buiten.
Het was een redelijke dag. Het was droog, maar frisjes. Het hing er om of het buiten op het terras uit te houden was. Ik zocht dan ook maar een restaurantje met een verwarmd terras. Het was nog rustig. Plaats genoeg.
Toen ik goed en wel zat kwam een meisje vragen wat ze voor me kon doen. Op allervriendelijkste toon vertelde ze me wat het restaurant mij te bieden had. Ik liet het bij twee broodjes kaas en een kannetje met koffie. Wat ik ook probeerde, ik kreeg Eva niet uit mijn gedachten. Toen het meisje de broodjes had gebracht en ik meteen had afgerekend ging mijn mobiel.
‘Grey, Joe Grey…’ zei ik.
Het was mijn afspraak, die ik in de middag had gepland. Of het ook de volgende dag kon. Ik zei dat het goed was.
Toen ik mijn broodjes op had en ik de koffiekan leegschonk, realiseerde ik me dat ik de hele dag verder niks meer om handen had. Ik vroeg me af of Eva al wakker zou zijn. Plotseling dacht ik aan de kaartjes en de foto’s die ze me gisteren voor haar optreden had gegeven. Ze zaten nog in de zak van mijn colbert. Ik haalde ze er uit keek naar de foto van Eva. Ze had iets mystieks, met haar flauwe glimlach en haar mooie amandelvormige ogen. Ze leunde op haar gitaar in een quasi onverschillige houding. Haar blik had iets onoverwinnelijks, een zekere vastberadenheid. Haar handtekening was kort en zakelijk. Op het kaartje stond haar mobiele nummer. Ik vroeg me af of het verstandig was maar des al niet te min toetste ik haar nummer in.
‘Met Eva …’ klonk het slaperig.
‘Hallo, Eva met Joe… Joe Grey, ik maak je toch niet wakker hoop ik?’
‘Joe wie…?’
‘Joe Grey… je weet wel van gisterenavond.’
‘Oh Joe, sorry hoor. Ik was inderdaad nog niet wakker…’
‘Geeft niks, maar ik bel je eigenlijk om te vragen of je zin hebt om vanmiddag  samen iets te doen. Een hapje eten of zo. Mijn afspraak heeft afgebeld, dus ik heb vanmiddag niks om handen…’
‘En dan bel je mij maar even, meneer verveelt zich zeker …?’ zei ze op een plagende toon.
‘Nee, daar gaat het niet om, ik dacht misschien dat het wel leuk zou zijn om…’
Ze onderbrak me
‘Ik plaag je maar. Geef me een half uur. Waar zit je?’
Ik keek naar het bord dat voor, bij het terras van het restaurant stond.
‘Restaurant Wilhelms, met een h…’
‘Is dat het ding tegenover die modezaak, uh … Fashion Welt…of zoiets?’
Ik keek naar de overkant en zag inderdaad de kledingwinkel.
‘Ja, helemaal goed… nou tot zo dan.’
‘Tot zo.’
Het meisje van het restaurant kwam vragen of ze nog niets voor me kon doen. Ik bestelde nog maar een kannetje koffie.

4


Eva had woord gehouden. Ik zag haar aankomen. Ze droeg een kort leren jackje en strakke jeans. De wind speelde met haar lange haren. Haar knalrode leren laarsjes staken af bij de rest.
‘Hoi Joe, leuk dat je aan mij gedacht…’
Ik wilde bijna zeggen dat ik haar niet uit mijn gedachten kon krijgen maar gelukkig hield ik me in.
‘Ja,  ik ben vanmiddag vrij en het leek me wel aardig om samen iets te doen.’
Ze schoof een stoel opzij en ging naast me zitten.
‘Dat is het mooiste wat er is. Mensen kijken. Soms benijd ik de apen in de dierentuin. Ik vraag me altijd af wat die denken, wat die vinden. Van al dat voorbij schuifelende volk. Misschien als ik nog ooit eens terugkom op deze wereld en ik mag kiezen wat ik wil worden, dan wordt het aap in de dierentuin.’
Ik keek haar aan. Ze lachte.
‘En jij. Wat wil jij worden als ze jou vragen om het maar weer eens opnieuw te proberen?’
‘Geen idee…’
‘Ik denk een wild paard. Zo’n mustang. Lekker wild. Onstuimig. Een hele kudde trouwe merries om zich heen…vol verlangen om gekozen te worden…’
‘Hoe kom je daar nou bij…’
‘Nou gewoon, ik denk dat je dat in je hebt.’
‘Dat kan wel zijn, maar ik heb het er nog nooit uit zien komen…’
Ze nam mijn hand en draaide hem om.
‘Die liefdeslijn is inderdaad een doodlopende weg.’
‘Heb jij daar verstand van?’ vroeg ik en ze keek me aan.
‘Ik heb overal verstand van en als ik dat niet heb doe ik gewoon alsof ik er wel verstand van heb.’
‘Dus ik moet met je opletten…alert zijn ?’
‘Wat jij wilt. Het is jouw keuze.’
Ondertussen was het meisje met de koffie gekomen en vroeg aan Eva of ze ook wat wilde drinken of eten.
‘Auch eine Kaffee bitte…’
We spraken over de vorige avond en over het optreden. Ik vertelde haar nogmaals, dat ik het geweldig had gevonden en ik me afvroeg hoe ze het allemaal vol kon houden.
‘Kijk Joe, ik heb niet veel te kiezen. Dit is mijn leven, ik wil of misschien zelfs kan ik niets anders.
Ik heb geen behoefte aan een man of aan een vrouw. Mijn grootste bevrediging vind ik in mijn muziek. Het aanraken van de snaren van mijn gitaar en de klankkast tegen mijn lichaam geven me een geweldige kick. Het geluid en de trilling van de speakers doen me belanden in een zekere vorm van extase. Eindeloos en elke vezel in mijn lijf doet mee. Mijn pianospel is het in zekere zin het naspel, iedere keer maar weer.
Het is voor mij als het sigaretje na een partij stevige seks. Snap je?’
Ik knikte.
‘Weet je Joe, toen ik achttien was en met de band op reis, toen gebeurde er wel eens wat. Ik deed nooit mee. Totdat we een nieuwe gitarist kregen. Hij was wat ouder dan de rest van de bandleden. Hij zei tenminste altijd dat hij achtentwintig was. Hij had al een jaar of wat getoerd en was door de wol geverfd. Toen we een keer in Keulen hadden opgetreden, waren we allemaal kapot. Hij had pillen bij zich. Hij zei dat het geen kwaad kon. Het is helemaal uit de hand gelopen. Een grote orgie, alles stuk en hij, die gitarist,  die had zich kapot gedronken. De combinatie drank en pillen was hem fataal geworden. Ik had daarvoor nog nooit seks met iemand gehad en deze eerste keer was tevens mijn laatste keer. Ik kan me echt niet herinneren wie ik allemaal over me heen heb gehad op die avond en hoe vaak, maar blijkbaar genoeg om er tien jaar op te kunnen teren. Ik ben er klaar mee. Ik heb nu mijn eigen feestje. Ik heb er niemand anders bij nodig. Misschien ga ik wel wat te ver, maar ik kan niet anders, ik kan het niet tegenhouden.’
Ze nam een pauze en dronk van haar koffie.
‘Het is de drang, de passie, het verlangen en het genot wat me losmaakt van deze wereld, wat me draagt. Ik verleg steeds mijn grenzen. Het is als bij de sportman, bij wie het snot en het schuim uit neus en mond komt, maar wel weer een persoonlijk record heeft behaald. Weer een overwinning op zichzelf. Altijd maar weer een nieuwe grens opzoeken. Kijken hoe ver je kunt gaan. Maar je gaat er ook langzaam aan kapot. De sportman stopt omdat zijn lichaam het niet meer trekt. Misschien met wat hulp van een paar pillen dat hij het nog even uit kan stellen, maar ergens gaat het een keer ophouden. Hij weet dat. Ik weet het niet. Ik weet dat er ook een moment komt waarop mijn lichaam het niet meer trekt, maar het zit zo in me… Ik weet dat dan ook alles ophoudt te bestaan. Ik denk ook niet dat ik dat geestelijk aan zou kunnen.’
Ze pakte haar tas en legde een pakje sigaretten op tafel.
‘Weet je Joe, soms ben ik bang voor de toekomst. Dat ze me dan niet meer moeten. Dat ze vinden dat ik te oud ben. Dat ze liever een jonge meid hebben dan een uitgedragen lijf met een rokerige stem. Ik droom daar wel eens van en het jaagt me op. Hoeveel tijd heb ik nog?’
‘Wat zoek je Eva…?’
‘Geen idee. Misschien liefde…begrip. Ik kan het niet pakken, het is te ver weg.’
‘Gebruik je…?’
Ze keek me aan.
‘Je doelt op die strip met die pilletjes zeker…?’
‘Uh… ja.’
‘Ze geven me inderdaad iets van een boost. Dus het is niet alleen voor mijn hoofdpijn  zullen we maar zeggen. Je moet me daarin geloven. Soms heb ik ze echt nodig… als ik me slecht voel.’
Ze nam een sigaret uit het pakje dat voor haar lag. Ze stond op en ze haalde de strip met de pilletjes uit haar broekzak.
‘Kijk dit zijn ze. Niks aparts. Gewoon een soort paardenmiddel. Ze zijn wel niet helemaal legaal, omdat je ze eigenlijk alleen op doktersvoorschrift kunt krijgen, dus alleen maar via de normale manier, zal ik maar zeggen. Ik heb deze via ex- vriend van mijn moeder. Maar ik gebruik ze nauwelijks, alleen als het echt niet meer anders kan…’
Ze deed de strip weer in haar broekzak en ze opende haar tas en zocht een aansteker.
‘Ik weet eigenlijk niet waarom ik dit allemaal tegen je vertel. Vind je het vervelend?’
‘Nee hoor, ik vind het wel boeiend, wat je me allemaal vertelt. Maar ook wel ingewikkeld. Ik probeer
voor me zelf een beeld te vormen. Mezelf in jouw situatie te verplaatsen. Dat valt niet mee, hoewel ik je wel kan volgen.’
‘Weet je, soms denk ik dat ik het leven vast heb, maar even zo snel ben ik het weer kwijt. Daarom blijf ik maar doorgaan zoals het nu gaat. Ik heb geen keuze.’
‘Weet je het zeker, of ontzeg je jezelf die kans op een keuze.’
‘Jij mag het zeggen, ik weet het niet…’
Ze blies de rook van haar sigaret de lucht in en volgde de krinkelende pluimpjes.
‘Net was het nog een sigaret, nou is ie grotendeels verdwenen. Snap je. Dat is het wat het met me is. Mijn grote angst en onzekerheid. Vandaag ben ik nog Eva of Eve, morgen kan ik een zwerfster zijn, creperend in de goot. Aan de zelfkant van de maatschappij, zoals het zo mooi in de boeken staat. Ik loop op het koord en ik wankel. Maar ik val net niet, nog niet.’
Ze ademde in en keek voor zich uit. Ze keek me aan. Ze doofde haar sigaret en pakte mijn hand.
‘Maar gaan we nou eindelijk iets gezelligs doen of …’
‘Zeg het maar. Wat wil je.’
‘Wil je met me winkelen…? Ik kan me niet meer herinneren hoe dat was, hoe dat voelde.’
‘Als ik je daar een plezier mee kan doen…Ik vind het prima.’
Ik betaalde de koffie en we stonden op.
Ze pakte haar tas en ze nam mijn arm.
‘Kom Joe, gezellig met ons tweetjes. Ik heb vanavond niks, dus…’
‘Met andere woorden?’
‘We hebben de hele dag en avond voor ons.’
Stevig gearmd liepen we door de winkelgalerijen in Hamburg-Centrum. Ze bleef stil staan voor een boetiek.
‘Hier heb ik een paar jaar geleden een paar mooie truitjes gekocht voor weinig. Mag ik even naar binnen?’
‘Je doet maar.’
Het was weer een andere Eva die ik nu zag. Druk in de weer met passen en zoeken. Vol enthousiasme liet ze me zien wat ze had uitgezocht.
‘Vind je dit iets…staat het me?’
Ik voelde me net een vader die met zijn dochter op pad was.
Na een half uur had ze haar keuze gemaakt. Een felrood truitje en mooie donkerblauwe jeans.
‘Zal ik voor je afrekenen? Ik heb vandaag een geweldige meevaller. Een nieuwe klant, een grote vis.’
‘Nee joh, gek…’
‘Laat me nou maar…’
Ik pinde het bedrag en ik zag dat ze nog stond te kijken bij een jasje dat ze al twee keer had aangepast en ook weer weg had gehangen. Een echt Eva-jasje. Een kort leren jasje met een mooie pasvorm. Ik had geen idee hoe duur het was, maar ik schatte in dat het niet goedkoop was. Ik keek de juffrouw achter de toonbank aan en knikte naar het jasje.
Ze snapte wat ik bedoelde en liep naar het rek. Ik zag de teleurstelling in de ogen van Eva. Ze dacht dat het werd verkocht aan iemand anders. Ze liep naar een rek met broeken. De juffrouw aan de kassa scande de barcode en ik moest even slikken. Zeshonderd dertig euro. Maar goed, ik wist dat ik Eva hier een groot plezier mee zou doen.
‘Hé lieverd, draag je wel je eigen spullen…?’
Ik gaf haar de tas met kleding en we liepen de winkel uit.
‘Dank je Joe, vond je mijn jeans mooi…?’
‘Zeker. En dat truitje ook. Maar wat ik ook mooi vond was dat leren jasje. Echt een jasje voor jou.’
‘Ja, het was super, maar de prijs ook…! Weet je wat er op het prijskaartje stond?’
‘Zeshonderd dertig euro…’ zei ik droog.
‘Uh…hoe weet jij dat nou?’
‘Omdat ik dat af moest rekenen.’
Ze keek me vragend aan en keek toen in de tas met de kleding. Ze keek weer vol ongeloof naar mij en ik zag de blijdschap in haar ogen. Een blije Eva. Ik had er goed aan gedaan.
‘Joe, je bent echt knetter…maar wel knetter lief. Waarom doe je dit…ach kom hier,’ en ze gaf me een zoen op mijn wang.
‘Wat is ie mooi en hij zat zo perfect. Goh, ik ben blij dat ik vanmorgen ja heb gezegd.’
Ze was opgewonden als een klein meisje, dat net een mooie pop heeft gekregen.
‘Zullen we eerst eens wat gaan drinken. Ik lust wel een biertje en jij?’ vroeg ik.
Eva kon maar niet geloven dat ze het jasje van mij had gekregen.
‘Je verdient het Eva, het is je gegund.’
We gingen een café binnen en zochten een tafeltje.
‘Zwei Bier, bitte.’
‘Mag ik die voor je betalen, je hebt mij vandaag al zoveel verwend,’  vroeg ze terwijl ze nog maar eens naar haar jasje keek.
‘Dat mag je, maar de rest is voor mij. Akkoord?’
‘Oké. Goh Joe, je hebt me echt heel blij gemaakt. Het is lang geleden dat me zoiets is overkomen. Super.’
‘Geniet er maar van, daar doe je mij ook een groot plezier mee.’
‘Zullen we vanavond naar de film gaan. Dat lijkt me zo gezellig.’
Ik keek haar aan en zag de twinkeling in haar ogen. Ze leefde helemaal op.
‘Dat is voor mij minimaal twintig jaar geleden, maar je denkt wel dat ik dat nog trek?’
‘Een lekkere romantische film, zo eentje om bij te gaan zitten janken…wil je dat nog voor me doen Joe?’
Ik lachte naar haar en zag het bijna kinderlijke vragende gezicht van Eva. Ze hield haar wijsvinger op haar onderlip en keek me beteuterd aan.
‘Oké, maar ik heb geen zakdoeken bij me. Dus je staat er alleen voor.’
‘Je bent geweldig.’
‘Zullen we van te voren eerst maar wat gaan eten?’
‘Goed idee. Bij de bioscoop zit een leuk restaurantje.’

5


Nadat we gegeten hadden liepen we naar de bioscoop. Er draaiden drie films. Een vechtfilm, een fantasiefilm en een film die ging over een soort Romeo en Julia verhaal. Ik had geen flauw idee wat ik kon verwachten. Ik keek nooit films, niet op teevee, niet in de bioscoop. De laatste keer die ik me kon herinneren was dat ik met een neefje naar een Disneyfilm was geweest. Ik was de titel vergeten.
Ik kocht de kaartjes en zag de mevrouw achter de kassa naar me kijken. Ze had wel door dat Eva niet mijn dochter was. Ik nam de kaartjes en voelde me enigszins opgelaten.
‘Zaal vier,’ zei Eva en ze ging me voor. Er zat nog niemand en ik vroeg me af of we wel goed waren.
De film zou over een kwartier beginnen. Uiteindelijk kwamen er nog twee jonge stelletjes de filmzaal binnen. We waren en bleven met ons zessen. Omdat er ruimte genoeg was, gingen we helemaal bovenin zitten. Op de achterste rij. Van de andere stelletjes zat er een in het midden en het andere was aan de linker zijkant neergestreken. Na eerst nog eens een kwartier reclame begon de hoofdfilm. Alles was onbekend voor me. Ook de namen van de acteurs zeiden me niets. Gelukkig was het niet nagesynchroniseerd, zodat de stemmen ook bij de gezichten hoorden.
Ik keek opzij en zag dat Eva genoot. Ze had haar benen opgetrokken. Naar mate de film vorderde werd het steeds meer een love-story. De twee verliefden leken niet voor elkaar bestemd en hoe ze ook hun best deden, het kwam niet goed. Ik keek opzij en zag de tranen over Eva’s wangen rollen. Ze merkte dat ik keek.
‘Sorry, ik kan het niet helpen. Het is ook zo zielig,’ zei ze fluisterend.
Ik glimlachte en het liefst had ik mijn arm om haar heen geslagen.
Het was een film zonder pauze. Aan het eind ging Romeo, om hem zo maar even te noemen, dood.
Ik had het verhaal zo goed mogelijk gevolgd maar was niet echt een liefhebber. Althans, ik kon me er niet echt in vinden.
Het grote licht ging aan en ik zag haar betraande ogen
‘Echt een mooi liefdesverhaal. Onbereikbare liefde…ik moest er wel van janken, jij ook?’
‘Nee, dat niet, maar het was wel heel heftig…’probeerde ik mezelf er uit te redden.
Ze pakte haar tas met de aankopen.
‘Gaan we nu terug naar het hotel…?’
‘Als je wilt.’
‘Ik ben best een beetje moe en gisteren was het ook al zo laat…’
‘Geen probleem, heb je het leuk gehad…?’
‘Leuk gehad…? Joe het was een super dag.’
‘Nou ik vond het ook een heel fijne dag. Dank je voor je gezelschap.’
‘Jij bedankt.’
We liepen gearmd terug naar het hotel.
‘Ik ga slapen, vind je dat erg…?’
‘Nee hoor, ik neem nog een biertje en dan ga ik ook naar bed.’
Ze liep mee tot aan de bar.
‘Joe, je hebt me zo blij gemaakt, zó bedankt voor alles.’
Ze keek me aan en haar ogen liepen vol. Ze draaide zich om en ze liep weg. Richting de trap. Na een biertje ging ik ook naar mijn kamer.
Ondanks dat ik moe was, lukte het me weer niet om in slaap te komen. Ik kreeg Eva maar niet uit mijn gedachten. Ik voelde me in zekere zin verantwoordelijk voor haar. Al wist ik niet waarom.
Ik probeerde mijn gevoelens te benoemen, maar het lukte me niet. Ze was in mijn leven gekomen, zomaar en ze had zich vastgezet, genesteld. Het voelde zo vertrouwd. Het maakte me angstig. Ik probeerde aan andere dingen te denken. Aan mijn nieuwe klant. Aan Bob, maar niets hielp. Eva bleef mijn gedachten bepalen.

6


 


Omdat mijn afspraak pas in de middag was hoefde ik niet zo heel vroeg op. Ik had me op mijn gemak gedoucht en had in het kleine eetzaaltje ontbeten. Een paar broodjes en een paar sterke koppen koffie. Daar kon ik het wel weer even mee doen.
Ik vroeg me af of Eva nog lag te slapen. Ik was van plan na mijn afspraak door te rijden naar huis, hoewel ik daar eigenlijk helemaal geen zin in had. Ik wist niet goed hoe het nu verder moest. Ratio en Emotio voerden oorlogje in mijn gedachten. De stand was nog steeds onbeslist. Het kon nog van alles worden. Ik ging naar de zitkamer van het hotel. Behalve enkele Duitse kranten lag er niet veel om te lezen. Een paar folders en een brochure met daarop de tekst “ Reisen in Thailand”, dat was het.
Ik probeerde Bob te bellen, maar hij was in gesprek. Ik vroeg aan het meisje dat ’s morgens het ontbijt verzorgde om nog een kop koffie. Ze zei dat het in orde kwam. Ik kreeg geen rust in mijn kop. Ik kon toch moeilijk bij Eva blijven en waarom…ik moest vandaag beslissen. Of blijven of weggaan. En als ik zou blijven, hoe moest het dan verder? Als een soort overjarige hippie mee de kroegen in. Haar gitaar dragen en helpen opbouwen en afbreken. Ze kon er amper zelf van leven. En dan hotel in en hotel uit. Ik had nog wel wat achter de hand, maar ik was ook niet echt het spaarzame type geweest. Ik had nog een appartement, zo goed als hypotheekvrij. En een oude auto, die nodig vervangen moest worden. En wat moest Eva met een kerel van twee en vijftig. Het was vragen om problemen. Ik moest maar verstandig zijn en na mijn afspraak van die middag naar huis gaan. Dat was de enige juiste beslissing. Basta. Uit. Ratio stond op punten voor. De knock-out was een kwestie van tijd. Ik zag dat het bijna twaalf uur was. Ik hoopte dat Eva ook wakker zou zijn en naar beneden zou komen. Dan kon ik in ieder geval op een nette manier afscheid van haar nemen. Ik vroeg aan de man achter de balie of hij voor me na kon vragen of Eva nog op haar kamer was. Hij vertelde me dat ze al vroeg was vertrokken. Ze had uitgecheckt en had een briefje voor mij achter gelaten.
‘Wat ben ik toch ook een kloothommel,’ dacht ik bij me zelf. Ik opende de brief. Het mooie krachtige handschrift viel me direct op.

“Lieve Joe
Ik moest helaas vanmorgen vroeg weg. Je sliep nog en daarom schrijf ik je maar even dit briefje. De man, waarvan jij volgens mij dacht dat het een dealer was ( de man bij de toiletten bij het rockcafé) heeft me gisterenavond nog gebeld. Ik heb om elf uur een optreden bij een of andere jongerenmanifestatie.
Een tussendoortje. Een mooie snabbel. Nog bedankt voor de geweldige dag. Liefs Eva.”

Wat zei ik ook al weer, de knock-out was een kwestie van tijd. Nou het liep nu wel even anders. Ik kon zo niet weggaan.
Ik reserveerde een kamer. Er was er nog maar één vrij. Ik bestelde nog een kop koffie en probeerde Bob te bereiken. Zijn toestel was nog steeds in gesprek.
Het was verwarrend en ik zocht mezelf in deze chaos. Ik las het briefje nog maar eens door. Ik kon haar toch moeilijk zo achter laten.
‘Het is morgen zaterdag. Dus wat maakt het uit …’probeerde ik mezelf te overtuigen
Ik besloot om in ieder geval te blijven, dat was zeker. Ik stuurde haar een smsje; “ Hoi Eva. Tot vanavond dan. Joe.”
Ik stond op het punt om naar mijn afspraak te gaan toen ik een sms-bericht kreeg. Het was van Eva.
“Hoi Joe, fijn dat je er vanavond nog bent. Ik ben vergeten dat ik nog ergens moet slapen. Was eigenlijk van plan om naar Dortmund te gaan, maar mijn boeking daar gaat niet door. Wil je bij Horschbach nog een kamer voor me regelen. Alvast bedankt Eva.”
Ik realiseerde me dat ze eigenlijk niet van plan was geweest om terug te komen naar het hotel en dat ik dus voor niets een kamer had geboekt. Ze zou dus zomaar zonder afscheid te nemen zijn weg gegaan. Ik voelde me zo ontzettend stom.
Ik vroeg aan de man achter de balie of er nog iets te organiseren viel. Het antwoord was negatief. Alles zat vol. Dan moest ze maar mijn kamer nemen en zou ik alsnog doorgaan naar huis. Wat tenslotte ook mijn oorspronkelijke plan was. Maar meteen begon ik weer te twijfelen.

 

7



Het tweede bezoek was ook succesvol. Al met al was het de moeite waard geweest om naar Hamburg te gaan.
‘Bob zal wel in zijn nopjes zijn, ’dacht ik. We hadden de laatste jaren veelvuldig geprobeerd om in Duitsland voet aan de grond te krijgen. Zonder al te veel succes. Nu was het binnen twee dagen wel gelukt en met goede vooruitzichten. Eén klant voor het dure segment en één voor het goedkopere segment. Met een landelijke dekking. Kortom een groot persoonlijk succes. Ik belde Bob en vertelde hem over de behaalde resultaten.
‘Joe kerel, als ik jou niet had… maar kom je nu wel eens naar huis?’
‘Ik weet het nog niet zeker, maar het kan zijn dat ik vannacht nog in Hamburg blijf. Op mijn eigen kosten…’ voegde ik er snel aan toe.
‘Wat ben je aan het doen…’
‘Hoezo…?’’
‘Nou Joe Grey ik hoor aan je dat er iets is. Heb je een scharrel…?’
‘Hou toch op Bob, je weet wel beter…’
‘Dus je hebt iets op het oog… Nou dan blijf je nog lekker een dagje. Weet je wat, ome Bob is vandaag in een goede bui. Je mag de hotelkosten van vannacht ook nog declareren, maar dan is het echt over en uit. En Joe… rustig aan kerel. Je bent geen achttien meer.’
‘Bob bedankt, je bent te goed…’en ik verbrak de verbinding.
‘Hij moest eens weten,’ dacht ik.
Ik startte mijn auto en reed terug naar het hotel. Op de parkeerplaats van het hotel zag ik het busje van Eva nog niet staan. Ze was dus blijkbaar nog niet terug.
 Ik vroeg aan de man achter de balie of er nog berichten voor me waren. Hij antwoordde dat er niets voor me lag.

Het was tegen half acht toen Eva terugkeerde in het hotel.
‘Hoi Joe. Fijn dat je er nog bent. Ik had zo gehoopt dat ik je nog zou zien.’
‘Ik heb een kamer voor je gereserveerd. Het was de laatste, het zit helemaal vol.’
‘En jij dan, je hebt toch zeker nog je eigen kamer?’
‘Nee, er viel helaas niets meer te regelen. Dus ik zie wel…’
‘Nou dan slaap je toch bij mij. Maar geen hanky panky. Gewoon slapen en verder niks. Afgesproken?’
‘Als jij het niet erg vindt, dan zou dat wel een oplossing zijn…’
‘Ik zal het wel even regelen,’ en ze liep naar de balie.
Ze was druk in gesprek met de man achter de balie en die knikte dat hij het allemaal begreep. Hij keek naar mij en ik voelde me betrapt als een jochie dat met zijn handen in de snoeptrommel heeft gezeten. Ik vroeg me alleen af waarom.
‘Wil jij nog wat eten Eva?’
‘Ja, dat is goed, ik trakteer. Ik had vandaag ook eens een mooie meevaller. Voor twee uurtjes muziek vierhonderd eurootjes. Mooi meegenomen. Dus ik kan weer even door. Met gisteren erbij kan ik wel weer een week of twee vooruit.’
‘Nou dan laat ik me eens verwennen. Kom we gaan.’
‘Maar niet te duur. Gewoon een goedkoop tentje, maar wel met een goede hap.’
‘Nou schiet nou maar op want ik sterf van de honger,’ sputterde ik.
’Ik moet nog even naar mijn kamer, sorry onze kamer… Even mijn spullen wegbrengen.’
Het duurde bijna twintig minuten voordat ze weer naar beneden kwam.
Ze had haar nieuwe jeans aan en het nieuwe truitje. Daarover heen droeg ze het leren jackje, dat ze van mij had gekregen.
‘Mag wel… toch? En ze keek me vragend aan.
‘Het zit als gegoten. Je ziet er mooi uit.’
‘Allemaal van jou gekregen.’
Ik voelde me net een suikeroom met een veel te jonge meid.
‘Nou nogmaals, het is je gegund en ik vind het fijn dat het je zo blij maakt.’
Ze nam mijn arm en we liepen stevig gearmd het hotel uit. Ik voelde de blik van de man achter de balie. Ik keek nog even om, maar zag hem niet. ‘Het lijkt wel of ik er paranoïde van word,’ dacht ik.

8


 


We hadden goed gegeten, voor weinig geld. Eva vertelde over haar optreden en over de man bij de toiletten. Hij had een artiestenbureau en hij hielp haar soms aan wat snabbels. Van oorsprong was hij een Fransman. Geboren en getogen in Parijs. Hij had ook een bureau in Hamburg. Toevallig was hij daar deze week. Ze kende hem al een paar jaar. Henry heette hij. Henry Duval.
Hij was een bluesliefhebber pur sang en hij was een echte fan van Eva geworden. Ze sprak met zoveel bewondering over hem dat ik me zelf betrapte op een lichte vorm van jaloezie.
‘Is hij nou weer terug naar Frankrijk?’
‘Ja, maar hij zou me nog bellen. Misschien dat hij volgende maand wel wat kon regelen in Parijs. Hij doet ook grote concerten. Dus misschien krijg ik nog wel eens een echte kans.’
‘Dat zou geweldig voor je zijn. Heb je ook nog iets voor de komende dagen gepland staan?’
‘Ik zou eigenlijk morgenavond in Dortmund een optreden hebben, maar die hebben afgebeld. Er was onvoldoende belangstelling. Ik ga morgenvroeg wel even een paar mensen benaderen. Er is hier vast nog wel een bar of kroeg die wat livemuziek wil in het weekend. En anders maar niet. Ga je nu morgen terug naar Nederland.?’
‘Dat is wel mijn plan.’
‘Oké…’
Er viel een stilte. Ze keek om zich heen. Toen wenkte ze de ober en vroeg de rekening. Ze betaalde en we stonden op. Ze keek op haar horloge en zag dat het bijna half elf was.
‘Wil je nog even ergens wat drinken of zullen we maar naar het hotel gaan?’ vroeg ze op een manier dat haar keuze eigenlijk al vast stond.

De kamer, nummer vijftien, leek nog kleiner dan kamer negentien. De indeling was gelijk maar het bed was smaller. Ik schatte het op eenzestig in plaats van de gebruikelijke eentachtig breed. Er stond maar één stoel en een klein tafeltje tegen de achterwand. De douche en de toiletruimte waren hetzelfde als in kamer negentien.
‘We liggen wel heel erg dicht bij elkaar. Ik weet niet of je dat wel ziet zitten, maar anders ga ik nog wel een ander hotel zoeken?’ zei ik.
‘Dat zal toch wel niet zo’n ramp zijn… ik bedoel dat we dicht bij elkaar liggen.’
'Als jij het niet erg vindt…’ hoorde ik mezelf zeggen.
‘Ik ben nou ook weer niet zó preuts…’ zei ze giechelend.
Ik kleedde me uit en met alleen een short aan kroop ik in bed.
Eva had haar gezicht gewassen en maakte aanstalten om zich ook uit te kleden.
‘Kijk je wel even de andere kant op, anders voel ik me net een of andere stripteasejuffrouw.’
Ik wilde een opmerking maken maar besloot dat maar niet te doen
Ze had een T-shirt aan en ik voelde haar been tegen mijn been.
‘Sorry, ’ zei ik.
‘Dat zal vannacht nog wel vaker gebeuren, denk je ook niet? Snurk je?’
‘Geen idee, ik heb er de laatste twee en vijftig jaar geen klachten over gehad… En jij?’
‘De laatste acht en twintig jaar geen klachten.’
‘Dat is mooi, zal ik dan maar proberen de lamp uit te maken?’
‘Veel succes.’
Om het licht uit te doen moest ik weer uit bed, want de schakelaar zat bij de deur.
Het was aardig donker en ik probeerde mijn weg terug te vinden naar het bed. Het kon nooit ver zijn.
Maar ver genoeg om op een verschrikkelijke manier mijn kleine teen te stoten aan een van de poten van het bed.
‘Auww…godver…sorry…’
‘Lukt het allemaal wel…?’
Ik stapte weer in bed en voelde Eva vlak naast me.
‘Sorry.’
‘Als je nou de hele nacht sorry blijft zeggen, dan geloof ik dat ik straks een keer boven op je duik.’
‘Sorry…’
‘Joe Grey, je daagt me uit…en dat zou je niet doen, toch…?’
‘Ik zou nog wat kunnen zeggen, maar laat ik dat maar niet doen…’
Ze draaide zich op haar zij en nam daarmee een groot gedeelte van het dekbed met zich mee.
‘Welterusten en tot morgen,’ zei ze geeuwend.
‘Mag ik alstublieft een heel klein stukje van het dekbed terug. Ik krijg het een beetje koud.’
‘Kruip dan maar wat dichter bij me maar wel overal afblijven… ’antwoordde ze half slaperig.
‘Dank je voor je begrip.’

9


Het was niet tegengevallen. Ondanks de krapte hadden we beiden redelijk goed geslapen. Af en toe hadden we bij het wisselen van de zij geprobeerd een deel van het dekbed te bemachtigen. We waren wel steeds dichter tegen elkaar aan gaan liggen en toen ik tegen de morgen wakker werd voelde ik haar arm om me heen. Eva was nog in een diepe slaap.
Ik keek op mijn horloge en zag dat het zeven uur was. Het was vandaag zaterdag en misschien was het toch wel het beste om naar huis te rijden. Dit leek een uitzichtloze situatie.
Ik duwde de arm van Eva voorzichtig weg en stapte uit bed. Ik pakte een handdoek en ging naar de douche. Ook deze douche gaf net als in de andere kamer geen enkele privacy. Ik deed mijn short uit en voelde me opgelaten. Eva lag gelukkig met haar rug naar mij toe en ik hoopte dat ze niet wakker zou worden. Toen ik klaar was en de douche uit wilde stappen realiseerde ik me dat mijn schone short nog in mijn reistas zat.
‘Je ziet er nog best goed uit voor je leeftijd…’ hoorde ik haar zeggen.
‘Heb je me liggen begluren, mevrouwtje Eva…?’
‘Nee, maar ik draaide me om en ik dacht dat ik droomde. Een naakte man op drie meter afstand. Maar het was geen droom maar de harde realiteit.’
‘Nu je toch wakker bent, wil je me even mijn reistas aangeven…?’
‘Schaam je jezelf voor me…?’
‘Nee, hoezo?’
‘Nou, ik vind het niet zo’n probleem als je er zelf geen probleem mee hebt?’
‘Hoe bedoel je…’
‘Nou dat je even omdat het niet anders kan, bloot door de kamer marcheert.’
Ik begreep dat het maar beter was om me er aan over te geven. Ik stapte onder de douche vandaan en voelde mijn gezicht kleuren. Met alle behendigheid die ik in me had probeerde ik zo snel mogelijk naar mijn reistas te komen. Eva giechelde.
‘Je bent best nog wel snel…’
‘Ja,’ zei ik en probeerde zo vlug mogelijk mijn schone short aan te doen.
‘Dan ga ik ook maar douchen, al weet ik niet waarom we zo vroeg op staan…?’
‘Nou ik wil bijtijds naar huis. Het is nog best een eindje rijden en ik moet vanmiddag nog een paar boodschappen doen…maar jij hoeft toch niet op te staan…’
Het voelde als een goedkope smoes.
‘Zal ik met je meegaan…?’
Het sloeg in als een bom. Ik wist mijzelf geen houding te geven noch een antwoord te verzinnen.
‘Als je het niet wilt is het ook goed, dan blijf ik gewoon in Duitsland. Dan kijk ik wel.’
‘Nee, dat is het niet.’
‘Nou denk er maar eens over na. Ik ga douchen.’
Ze deed het dekbed terug en stond op.
‘Als je nog een momentje geduld hebt dan ga ik alvast naar beneden. Dan wacht ik wel in de zitkamer.’
‘Wat je wilt, je zegt het maar.’
Ik kleedde me aan en Eva stond te wachten tot ik weg ging.
‘Nou tot zo, dan heb je in ieder geval wat meer privacy.’
‘Zoveel geheimen heb ik niet, maar in ieder geval bedankt voor je bereidwillige medewerking.’
‘Graag gedaan’ en ik liep de kamer uit en deed de deur achter me dicht.
Ik was blijkbaar de enige die zich al beneden had gemeld. Er was verder geen mens te vinden.
De zitkamer was nog donker. Ik maakte het licht aan en zocht een krant. Er lagen alleen kranten van de vorige dag.
Ik dacht na over wat Eva mij had gevraagd. Of ze met me mee zou gaan. Ik probeerde mezelf een voorstelling te maken over de gevolgen. Ik had een mooi appartement, echter volledig ingericht en alleen maar bedoeld voor een vrijgezellenbestaan. Er was maar één slaapkamer in het appartement. Ik had nog een klein kamertje waar ik mijn rommelhok van had gemaakt en ik de wasmachine en de droger had geparkeerd. Het was onmogelijk hier een slaapplaats van te maken. De eigenlijke slaapkamer was groot genoeg om er een eenpersoons bed bij te zetten, maar dat was in mijn ogen ook niet echt een briljant idee. Mijn eigen bed, twee meter breed en tweeveertig lang was groot genoeg voor twee. Maar het was maar de vraag hoe lang dat goed kon blijven gaan. Er was in ieder geval meer privacy dan hier op de hotelkamer. Mijn gedachten werden heen en weer geslingerd tussen de voor’s en tegen’s. Ik kende Eva een paar dagen. Pasten we wel bij elkaar. Zouden we het ook zo eens blijven als we dag en nacht bij elkaar zouden zijn. Bovendien wilde ze absoluut geen relatie. Het was lastig. Liep ik niet te hard van stapel?
Ze kwam de zitkamer binnen.
‘En heb je er al over na gedacht…?’
‘Ik heb maar één slaapkamer met maar één bed. Meer kan ik je niet bieden…?’ probeerde ik.
‘Nou ik vond het wel lekker vannacht, uh in ieder geval niet erg. En jij…?’
Ik moest toegeven dat ik op zich prima had geslapen. En dat ik het eigenlijk wel fijn vond dat ze haar arm om me heen had geslagen. Maar het was wel allemaal vrijblijvend geweest.
‘Nee prima, geen probleem…’
‘Nou dan ga ik toch lekker met je mee. We moeten wel met twee auto’s. Ben ik ook weer eens in Nederland.’
Voordat ik iets kon zeggen was ze naar de eetzaal gelopen. Daar was inmiddels een juffrouw bezig met het klaarzetten van de broodjes en vleeswaren en wat kaas.
‘Nou ja,’ dacht ik, ‘we zien wel waar dit schip gaat stranden.’

Na het ontbijt haalden we onze spullen op en checkten uit.
‘Hoe spreken we af? Ieder in zijn eigen tempo…?’
‘Dat is goed, ik zal je mijn adres geven. Denk je wel dat het gaat lukken…?’
‘Het is altijd nog goed met me gekomen dus dan zal dat deze keer ook wel. Ik ben benieuwd hoe Joe Grey woont en leeft. Spannend.’
‘Als dat maar niet tegenvalt. Stel je er alsjeblieft niet te veel van voor, wil je?’
‘Hoe lang hebben we nodig… Ik bedoel, hoe lang denk je dat ik er over zal doen?’
‘Moeilijk te zeggen. Het is zaterdag, dus vrij rustig. Het is ongeveer vijfhonderd kilometer, dus binnen de zes uurtjes moet het gemakkelijk kunnen en hoef je jouw busje niet te overvragen en heb je zelfs nog tijd om onderweg even wat te eten en te rusten. Hier heb je mijn adres. Als je het dorp binnenkomt gewoon de hoofdweg volgen tot aan het centrum en net voor het voetgangersgebied linksaf. Meteen daarna rechts en dan zijn het de appartementen boven een winkelgalerij. Er zijn twee woonlagen. Ik woon op de tweede. Maar je vindt het vast wel. Anders heb je mijn mobiele nummer altijd nog.’
‘Het komt prima voor elkaar. Zal ik vanavond voor je koken? Daar heb ik echt zin in.’
‘Dat lijkt me leuk, maar zorg wel dat je op tijd bent, want ik heb niet veel meer in huis. Dus we moeten nog wel even boodschappen doen. De supermarkt zit beneden, dus dat is niet het probleem.’
‘Oké. Nou dan gaan we maar vlug. Tot straks.’ Ze draaide zich om en pakte haar gitaar en ik zag dat ze ook nog een klein reiskoffertje had.
Ik liep naar mijn auto en vroeg me af in welk avontuur ik me had gestort. Was het mijn eigen onzekerheid of was het mijn gezonde verstand wat me zo onrustig maakte. Of beiden.
Er was nog weinig verkeer en ik was binnen de kortste keren Hamburg uit en zat op de autobaan.
Op de radio hoorde ik “ I put a spell on you’’ van Nina Simone.
Na een paar uur rijden besloot ik te tanken en een kop koffie te gaan drinken. Ik stuurde een smsje naar Eva.

10


Even na twee uur reed ik de straat in van mijn appartement. Ik had niets meer van Eva gehoord. Toen ik in mijn appartement was en mijn reistas en mijn koffertje in de kleine kamer had gezet, keek ik nog even zorgvuldig om me heen of alles opgeruimd was.
Vanuit mijn woonkamer had ik uitzicht op het winkelende publiek. Het was rustig. Ik begon me zorgen te maken toen ik zag dat het inmiddels ruim half vier was. Ik had niet hard gereden en normaal gesproken had ze er toch kunnen zijn. Ook had Eva niet gereageerd op mijn sms-bericht.
‘Zou ze zich bedacht hebben…?’ mompelde ik.
Het was tegen half vijf toen ik het VW-busje de parkeerplaats op zag rijden. Ik was behoorlijk ongerust geweest. Ze belde aan en ik zei door de intercom dat ik naar beneden kwam om haar met haar spullen te helpen. Toen ze boven was en mijn appartement binnenstapte, ging haar mobiel.
‘Die moet maar even wachten. Eerst even kijken hoe je woont.’
Ik liet haar de woonkamer, eetkamer en de keuken zien. Daarna was de badkamer aan de beurt.
Ten slotte mijn slaapkamer.
‘Welke kant lig jij?’
‘Meestal aan de raamkant. Is dat goed?’
‘Het is jouw huis en ik ben de gast. Ik pas me aan. Dus prima. Mag ik wel mijn kleding zolang in jouw kast stallen. Anders wordt het een beetje een zooitje, denk jij ook niet…?’
‘Dat mag, doe maar net alsof je thuis bent is wat vreemd om te zeggen, maar je weet wat ik bedoel.’
‘Ja, een thuis heb ik niet, dus daar heb jij een punt.’
‘Ik ben blij dat je er bent …verder zien we het wel. Toch?’
‘Zo is het, ik ben ook blij dat ik er ben en dat ik hier mag blijven.’
‘Nou eerst boodschappen doen, anders wordt het wel een heel mager weekend.’
Ik pakte een boodschappentas uit het kleine kamertje en we wandelden naar de supermarkt.
Het winkelwagentje vulde zich snel. Ik had de indruk dat ze in tijden al niet meer in een supermarkt was geweest. Ze genoot er zichtbaar van.
‘Ik denk dat ik je vanavond eens ga verrassen met een heerlijke…uh… Wat lust je eigenlijk graag?’
‘Jij bent de kok, of beter de kokkin.’
‘Lust je iets niet, of ben je zo opgevoed dat ik je alles kan voorzetten?’
‘Alles, zolang het maar geen inktvis is, want dat krijg ik echt niet weg.’
‘Dat treft, ik moet dat ook niet… Is net of je rubber zit te eten… Ik…’
Zonder haar zin af te maken ging ze naar de koelvitrine en wees me op de aanbieding van de diverse desserts.
‘Mag ik dit…?’
‘Jij mag dat.’
Toen we bij de kassa waren, was het winkelwagentje aardig gevuld.
‘Doe er maar een paar tassen bij mevrouw Jansen, want aan eentje hebben we niet genoeg, denk ik.’
‘Dat denk ik ook niet meneer Grey. Is dat uw nichtje…?’
‘Nee, hoor mevrouw Jansen, Eva is een logeetje.’
Mevrouw Jansen woonde ook in de appartementen boven de winkelgalerij. Ze was altijd heel vriendelijk tegen mij en maakte altijd wel een kort praatje. Ze werkte parttime bij de supermarkt. Haar man was enkele jaren geleden overleden en werken gaf haar in ieder geval een beetje afleiding. Daarnaast was ze vrijwilligster in het verzorgingstehuis waar ook de moeder van Bob Herms woonde. De wereld is soms heel erg klein.
‘Oh,’ zei ze, ‘dat is gezellig. Alleen is ook maar alleen …?’
‘Zeg dat wel. We proberen er maar iets van te maken.’
Met drie volle tassen gingen we richting appartement.
‘Wil je eerst wat drinken,’ vroeg ik
‘Heb je een biertje koud staan, dat zou wel lekker zijn ’
‘Ik zal even voor je kijken, maar ik denk het wel. Een Palmpje?’
‘Prima. Nou even wat drinken en dan ga ik maar eens naar de keuken. Wil je me nog even uitleggen wat waar voor is. Het is inductie, zo te zien.’
Toen ik haar wegwijs had gemaakt liep ik naar de zitkamer. Ik had beneden de post en de kranten van de laatste dagen meegenomen. Behalve een bekeuring was het verder niet veel bijzonders. In de krant stond een stuk over een moeder die haar kind had verloren door zelfdoding. Het trok mijn aandacht, al wist ik niet waarom. Haar zoon was twee en dertig. Hij was toen hij achttien was aan drugs verslaafd geraakt omdat hij ongelukkig was. Hij vond zichzelf lelijk en mislukt. De drugs hielpen hem de dag door te komen. Sinds twee jaar was hij schoon. Hij was wel in zichzelf gekeerd maar de begeleiding had tegen zijn moeder gezegd dat hij langzaam maar zeker uit het diepe dal klom. Hij had zelfs een vriendin. Een paar weken geleden was deze vriendin bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Hij wilde en kon niet meer. De moeder vertelde dat ze het kon begrijpen. Haar grote twijfel en frustratie was dat ze hem op geen enkele manier kon afhouden van zijn plannen en de hulpverleners haar voor haar gevoel in de steek hadden gelaten. Ze wist dat dit niet eerlijk was, maar voor haar was het belangrijk dat ze zichzelf niet helemaal alleen verantwoordelijk hoefde te voelen.
‘Je hebt een fijne keuken…’ klonk het.
‘Dan verwacht ik ook een topgerecht,’ riep ik terug.
‘We doen ons best.’
‘Wie is we…? Wat weet jij wat ik niet weet?’
‘Ik ben acht maanden zwanger, maar ik heb het je nog niet kunnen vertellen,’ riep Eva lachend terug
‘Dan heb je het goed verborgen gehouden. Wel knap als je de laatste tien jaar niemand meer in je bed hebt gehad.’
‘Hoezo tien jaar? Vannacht nog…’
‘Hou nou toch op.’
‘We kunnen zo aan tafel. Waar staan de borden…?’
‘Wacht maar, ik zal de tafel wel dekken. Lust je een glas wijn erbij. Rood of wit?’
‘Rood, als het u schikt meneer Grey.’
‘Jazeker, komt voor de bakker mejuffrouw Winters.’

11


Ze had haar best gedaan. Een heerlijke boeuff stroganoff. Met haricots verts en rijst.
‘Eva, het ziet er prima uit. Als het net zo smaakt als het ruikt…’
‘De enige manier om dat vast te stellen is om het te proeven.’
‘Proost. Welkom en op je succes.’
‘Dank je, daar sluit ik me bij aan. Bedankt Joe dat ik met je mee mocht.’
Ze had een heerlijk dessert uitgezocht en ik moest eerlijk toegeven dat het lang geleden was dat ik thuis zo lekker had gegeten.
‘Valt niet tegen van deze oude bluesmiep…’ zei ze plagend
‘Bluesmiep, ja…oud nee.’
Toen alles was opgeruimd en ik de vaatwasser aan had gezet, zag ik dat ze zich al op de bank had genesteld.
‘Dit is de eerste keer sinds een jaar of tien dat ik op een bank zit, die niet in een hotel staat.’
‘Hoe heb je dat allemaal kunnen betalen Eva. Het is toch niet goedkoop.’
‘Nou, Horschbach is Hilton voor mij. De hotels die ik aandoe hebben geen enkele ster. Voor pakweg een kleine dertig eurootjes per nacht kan ik meestal wel ergens terecht. Maar dan moet je maar niet al te kritisch zijn. Als er al een eigen douche is mag je blij zijn als er ook nog water uit de kraan komt…
Dan heb je voor rond de tweehonderd euro’s een volle week onderdak, maar nog niks te eten. Als ik tweemaal per week kan optreden dan kan ik het net rond krijgen.’
‘Dus ik kan je een rekening sturen?’
‘Je mag al bij me in bed, dat is uniek en nog niet vertoond. Tenminste niet in de laatste tien jaar.’
‘Het is wel mijn bed…’
‘Oké, ik geef het op.’
Ze stond op en liep naar het raam. Ze keek uit over de parkeerplaats en zag dat het tamelijk verlaten was.
‘Is hier nog wat te beleven of is het hier na zes uur met zijn allen voor de teevee en de gordijnen dicht.’
‘Wat denk je? Het is geen Hamburg, Parijs of Amsterdam.’
Ze zei niets en draaide zich om. Ik zag aan haar gezicht dat ze zich verveelde.
‘Wil je nog iets doen? Ik bedoel, zullen we nog iets gaan drinken. Er zit hier even verderop een gezellig
barretje. Zeg het maar.’
‘Als jij zin hebt…’
‘Anders stel ik het niet voor.’
We pakten onze jassen en gingen naar beneden. We liepen gearmd richting Bar Hertog Jan.
Het was half elf en redelijk vol. In de hoek van Hertog Jan stond een piano. Ik zag Eva opleven toen ze die zag staan.
‘Zouden ze dat goed vinden?’
‘Ik zal het wel vragen, maar doe dan een beetje achtergrondmuziek, want veel zijn ze hier niet gewend.’
Ik ging naar John, de eigenaar van de bar en vertelde hem over Eva.
‘Dat is goed, maar er is in tijden niet meer op gespeeld, dus hij kan een beetje vals zijn.’
‘Eva, het is goed,’ riep ik naar haar. Ze was al achter de piano gaan zitten.
‘Morgen zal het hele dorp het over haar hebben,’ bedacht ik, ‘…en over mij.’
Ik haalde mijn schouders op toen ze me vroeg of ik het wel goed vond dat ze ging spelen.
De bezoekers van Hertog Jan werden aangenaam verrast. En ik ook. Ze speelde van alles wat. Pop, folk, jazz en soms een beetje licht klassieke muziek.
‘Is dat een nichtje van je Joe?’ vroeg John.
‘Nee, het is een kennis. Een heel goede kennis. Ze logeert een paar dagen bij me en gaat dan weer door. Ze was toevallig in de buurt. Ze is best goed…toch?’
‘Dat is ze zeker. Als ze zin heeft mag ze zolang ze bij jou is, wel een partijtje komen spelen. Het verhoogt de stemming.’
‘Ze is eigenlijk een blueszangeres. Ze speelt meestal in bars en kroegen in de grote steden. Hamburg, Dortmund. En ze is nu zelfs bezig met iets in Parijs.’
Ik betrapte mezelf er op dat ik een partij interessant stond te doen, wat nergens op gebaseerd was.
Wel was ik trots op haar. Ze kreeg het voor elkaar dat iedereen geboeid zat te luisteren. Ze genoot.
Een blonde knul van rond de vijf en twintig bracht haar een glas pils. Hij sprak haar aan en hij kreeg haar aan het lachen. Ze proostten samen. Ik stond alleen in een hoekje van de bar en werd boos op mezelf, want ik was een beetje jaloers.

12

 


Tegen half twee riep John dat het tijd werd voor het laatste rondje. Daarna was het de hoogste tijd om te gaan sluiten. Eva zette meteen een nummer van de Moody Blues in. Een ouwetje. “Go Now.”
Er klonk applaus en de stemming was opperbest. John moest nog maar eens zien hoe hij zijn gasten op tijd naar buiten kreeg.
Na Go Now, volgde Nights in White Satin en Eva keek naar mij en knipoogde. De blonde jongen ging weer met een glas pils naar haar toe en zette het op het tafeltje, dat bij de piano stond. Hij vroeg haar iets maar ik zag dat ze met haar hoofd “nee’’ schudde.
Het was tegen twee uur toen John er een eind aanmaakte.
‘Iedereen nog een glaasje van de zaak en mag ik nu een applaus voor onze pianiste.’
Er werd enthousiast geklapt en op de vingers gefloten. De blonde jongen was al weg.
‘Dat was nou eens echt leuk…’ zei ze voldaan.
‘Je had een dankbaar publiek. Dat was nog eens een verrassing voor de bezoekers van Hertog Jan.’
‘Zullen we zo meteen ook maar eens naar huis gaan. We waren vanmorgen aan de vroege kant.’
‘Dat is goed, ik zal even afrekenen.’
Ik vroeg aan John wat hij van me kreeg.
‘Het is wel goed zo, met dank aan je vriendin. Ik heb een prima omzet. Als ze nog eens in de buurt is laat het dan wel even weten, dan kan ik het mijn klanten vertellen, als je begrijpt wat ik bedoel.’
‘Nou in ieder geval bedankt.’
‘Jullie bedankt.’
Eva en ik liepen stevig gearmd naar huis. Er was niemand op straat. Het regende.

‘Zullen we maar gaan slapen?’
‘Is goed, dan ga ik maar vast. Dan kan ik me nog even opfrissen. Mag ik nog even douchen?’
‘Natuurlijk…geen probleem. Roep je wel even als je klaar bent.’
Ik wachtte tot ze uit de douche was.
Toen ik de slaapkamer binnen ging leek het wel of ik in een vreemde kamer was in plaats van in mijn eigen kamer. Eva lag al in bed. Aan de kant die was afgesproken.
‘Dit is wel even beter, dan gisteren.’
‘Dan ben ik wel verder weg, ik bedoel dan liggen we wel wat verder van elkaar af.’
‘Vind je dat heel erg? ’
Ik voelde me blozen. Ik, twee en vijftig en nu als een schooljongen van vijftien bezig.
‘Nou ik vond het wel wat hebben. Maar goed we hebben een afspraak.’
‘Wie weet Joe, wie weet…?’
‘Ik respecteer je en daarom…’
‘Sstt… lieverd, niet doen. Dat maakt het alleen maar onnodig ingewikkeld. Kom maar gauw in bed. En waar en hoe je gaat liggen is jouw zaak. Het is ten slotte jouw bed.’
‘Is dat een vrijbrief…?’ en ik deed het licht uit.
‘Nee, dat is het niet…maar kom, ik wil je even bedanken voor alles.’
Ze kwam overeind en gaf me een zachte kus op mijn lippen en ze draaide zich om.
Ik bleef op mijn rug liggen en staarde in het donker naar het plafond. Ratio en Emotio waren in een hevige strijd verwikkeld.
Er was niets dat er op wees dat ze tot een compromis zouden komen.

13


Toen ik zondagmorgen wakker werd was Eva al uit bed. Ik zag op mijn bedwekker dat het ondertussen al half tien was. Ik voelde me gelukkig en ongelukkig. Tegelijkertijd.
Gelukkig omdat ik Eva had ontmoet. En ongelukkig omdat het onmogelijk relatie leek. Een relatie zonder toekomst. Ik stond op en zag dat Eva het ontbijt klaar had gemaakt.
‘Ik wilde je net wakker maken.’
‘Had je me wakker gekust of gewoon een ram in mijn zij gegeven?’
‘Gekust.’
‘Shit, was ik maar blijven liggen.’
‘Jammer, maar beurt voorbij.’
‘Onherroepelijk…?’
‘Moet je terug naar bed gaan en kijken wat er dan gebeurt.’
Ik liep naar de slaapkamer en kroop weer in bed. Na vijf minuten was er nog geen Eva te bekennen. Ik wilde weer opstaan toen de deur van de slaapkamer openging. Ze had een dienblad bij zich met daarop de broodjes, sinaasappelsap, eitjes en kuipjes jam, kaas, boter en vleeswaren.
‘Vindt meneer Grey het goed dat mejuffrouw Winters samen met hem het ontbijt gebruikt. Of heeft meneer Grey een hekel aan ontbijt in bed?’
‘Meneer Grey vindt het idee van mejuffrouw Winters om samen met hem het ontbijt te gebruiken in de master-bedroom een geniale gedachte. Hij heet haar van harte welkom en wenst haar een smakelijke maaltijd. Correctie ontbijt.’
Ze zette het dienblad in het midden van het bed en ik hield het stevig vast. Alles bleef staan.
Ze deed de ochtendjas uit, die ze blijkbaar in de kast had gevonden en ik zag dat ze alleen een slipje en een T-shirt droeg.
‘Smakelijke voortzetting.’
‘Dat kun je wel zeggen…’merkte ik droog op.
‘Uh,’ zei ze en keek me vragend aan. Toen snapte ze het en schudde haar hoofd en zei, ‘nee helaas, alleen ontbijt. Het is niet uw lucky day meneer Grey.’
‘Ik vind dat het nogal meevalt. Je hoort mij niet klagen. Ik krijg ontbijt op bed en ik ben in het gezelschap van een mooie jonge vrouw die zelfs het bed met me deelt. Wat kan een mens zich nog meer wensen.’
Ze keek me glimlachend aan.
‘Daar moet je het dan ook maar even mee doen.’
Toen we klaar waren met het ontbijt, wat overigens prima was en ik het dienblad naar de keuken had gebracht, vroeg ik wat ze wilde doen.
‘Zullen we nog even lekker lui doen en nog even in bed blijven. Bovendien is het waardeloos weer. Een druilerige dag.’
‘Jij bent geniaal…’
Toen ik weer naast haar lag, vroeg ze of ze bij me mocht komen liggen.
Ik zei dat het goed was en ze kroop dichter tegen me aan.
‘Wat vind je nou van ons, zo samen…?’
Ik vond het moeilijk en wachtte met mijn antwoord.
‘Weet jij ook niet wat je moet vinden,’ zei ze met zachte stem.
‘Het is niet simpel. Er woedt een oorlog in mijn kop. Enerzijds omdat ik vind dat het niet kan, anderzijds heb ik een warm gevoel voor je. Ik kan niet zeggen dat ik verliefd ben of zo, maar ik mag je heel erg graag. Ik kan je niet uit mijn kop krijgen. Dat brengt me in verwarring. Ik wil alleen maar aan nu denken niet aan morgen. Terwijl ik weet dat er een morgen komt en na morgen weer een nieuwe dag, die onze relatie, als ik het zo mag noemen, ongelofelijk ingewikkeld maakt.
‘Waarom ingewikkeld…?’
‘Wat denk je van het verschil in leeftijd…’
‘Daar heb ik nog niet bij stilgestaan.’
‘Waar dan wel bij Eva?’
‘Bij het grote verschil in hoe we in het leven staan. Jij bent behoudend, rustig en evenwichtig. Ik ben vol met wilde plannen, ongeremd en soms labiel. Een ongeleid projectiel en ook kwetsbaar. Een vechter en een doorzetter. Dan weer ben ik een vulkaan die op uitbarsten staat en op het andere moment ben ik een kabbelend beekje, in de zomerzon. En daarom weet ik niet wat ik moet vinden. Ik vind het ook allemaal heel erg verwarrend. Ik voel me relaxed in jouw gezelschap, maar ook ik ben niet verliefd. Ik zou het verschrikkelijk vinden als we elkaar niet meer zouden zien, maar weet dat er ook weer zomaar weer een morgen komt dan we niet meer samen zijn. Maar nu wil ik nog niet denken aan morgen en ik schuif het aan de kant. Ik ben blij dat ik naast je lig, maar het maakt me ook bang. Zoals het nu is, zoals het nu gaat, is het redelijk vrijblijvend en beheersbaar. Ik heb het onder controle. Dat denk ik in ieder geval. Ik probeer me soms een voorstelling te maken van hoe het ook anders zou kunnen zijn. Dat verkrampt me. Het maakt me zo angstig en ben dan bang dat dit dan alles kapot zal maken.’
Ze kroop dichter tegen me aan.
‘Ik geniet van elk moment. Het beste wat me de laatste jaren is overkomen. Je vroeg van de week of ik eenzaam ben. Als je naar “Eva Blues” luistert en me wat beter kent, hoor je waar ik me bevind. Als ik dit nummer niet meer speel ben ik of dood of heb ik mijn leven terug gevonden.’
Ik voelde haar tranen op mijn borst. Ik streelde door haar haren en probeerde haar te troosten.
‘Lieve Eva, ik hoorde wat ik hoorde en het deed zelfs mij pijn. Ik probeer je te begrijpen en het laatste wat ik wil, is je leven nog ingewikkelder maken, dan het al is. Als ik je kan helpen, dan zal ik dat doen.
Ik zal je troosten, je ondersteunen, naar je luisteren, je vasthouden… maar ik wil me niet opdringen en de regie overnemen. Dat gaat me niet lukken. Het is jouw leven. Jij moet jezelf er in terug kunnen vinden.’
Ze keek me aan en ik zag de angstige blik in haar ogen.
‘En als ik daar niet in slaag …? Er niet in slaag om mezelf terug te vinden in een leven wat me bevalt. Zal ik me dan altijd moeten pijnigen met het zingen van bluesnummers. Met mijn gevoel afdalen in de donkere kelders van angst, pijn en eenzaamheid. Een verloren ziel. Een roepende zijn, zonder dat er iemand is die me hoort.’
Ik luisterde en het baarde me zorgen dat ze zomaar van de vrolijke opgewekte Eva die voor het ontbijt had gezorgd, in de droevig gestemde Eva de Blueswoman, kon veranderen.
Het versterkte mijn gevoel voor haar en niet uit medelijden maar uit betrokkenheid, uit de warme belangstelling die ik voor haar had. Vanaf het eerste moment. Ze was een boeiende jonge vrouw.
‘Er zal altijd wel iemand zijn die naar je zal willen luisteren. Als je daarin blijft geloven lieverd, dan beloof ik je dat het eens goed zal komen. Daar kun je op vertrouwen.’
‘Joe, wil jij die iemand zijn, zolang ik dat nodig heb. Ik weet dat ik veel van je vraag zeker omdat ik je er niks voor teruggeef.’
‘Dat kun je zo niet zeggen Eva. Ik ben blij met je gezelschap en het geeft mijn leven in ieder geval weer een beetje kleur. Mister Grijs zei je toch…’
Ze glimlachte flauw.
‘Sorry. Nogmaals, dat had ik zo niet bedoeld.’
‘Maar dat is wel de waarheid. Een suf leven van stekkertjes en kabeltjes, klanten die van alles van me willen, een baas die ondanks dat het mijn goede vriend is, mij wel als het er op aan komt onder mijn kont trapt als hij me niet meer nodig heeft. Een praatje met mevrouw Jansen van de supermarkt is al een hoogtepunt. Toen ik gisteren met jou bij Hertog Jan was, voelde ik mij ongelofelijk trots. Trots op jou, maar ook trots op mezelf. Jij logeert ten slotte bij mij. Sterker je ligt bij me in bed. Ik zou het zo van de daken kunnen schreeuwen, lieve Eva. Kijk mensen, die Eva daar, die voortreffelijke en mooie pianiste, dat is mijn vriendin. Want dat wil je toch wel zijn?’
‘Ja, dat wil ik zeker wel zijn…’ zei ze bijna fluisterend
‘Weet je, het is allemaal zo, hoe moet ik het zeggen, zo opgelegd. Alles moet, maar alleen omdat anderen dat vinden. Soms weet ik niet meer wat ik zelf moet vinden en doe wat er van me verwacht wordt. Als je jong bent heb je dromen. Voordat je het weet zijn je dromen van je afgepakt en als je net als jij door blijft dromen dan kom je in de problemen. Mensen snappen, begrijpen je niet meer en zelf begrijp jij de mensen niet meer. Dat is het grote gevaar dat op de loer ligt. Het moment dat je jezelf niet meer begrijpt. Dat begrip voor jezelf weer terug te vinden, dat kost pijn en tranen. Het overwinnen van je angsten, het leren houden van de mensen en dan met name van jezelf is het grootste gevecht dat je moet voeren.
‘Is het jou gelukt…’
‘Waarom vraag je dat aan mij…?’
‘Omdat ik denk dat jij die route ook hebt gelopen…’
Ik streelde haar en ze keek naar me.
‘Het is toch zo Joe, ik voel het… Heel erg sterk…’
‘Ik had mijn dromen Eva. Ik heb ze verkwanseld voor wat ik nu heb, rust. Het zogenaamde evenwicht. Een huis, een auto, een vaste baan. Als je diep in mijn hart kijkt zou ik…’
Ik hield stil en gelukkig was Ratio op tijd om me tot de orde te roepen.
‘Wat zou je…?’ vroeg ze.
‘Laat maar. Het zou het zo ongelofelijk ingewikkeld maken.’
‘Wil je het echt niet aan mij vertellen…?’
‘Nee lieverd, dan kan ik niet doen, of beter dat mag ik niet doen.’
‘Is er een kans dat ik een plaats krijg in je dromen…?’
Ik voelde me ongemakkelijk. Ik durfde haar niet te belasten met mijn problemen. Mijn zoektocht naar mijn eigen leven.
Eva keek me aan.
‘Ik wil wel in je dromen voorkomen hoor, maar pas als ik er aan toe ben Joe, niet eerder. En als ik er niet aan toe kom, zal ik het ook nooit toestaan.’
‘Ik begrijp het en ik heb daar alle respect voor,’ antwoordde ik.
We bleven stil bij elkaar liggen. We kenden elkaar een paar dagen en ik had het gevoel dat we al een lange tijd samen waren. Samen gevechten hadden gevoerd, in onverbrekelijke verbondenheid en in onvoorwaardelijke kameraadschap. Met een diep geloof in elkaar. Het was bijna mystiek. Vanaf het eerste moment voelde ik me naar haar toe gedreven. Hoe ik ook geprobeerd had om het te ontvluchten, er was geen argument sterk genoeg geweest om dat door te zetten.
‘Joe, als ik weg zou gaan, zou je me dan komen zoeken. Mij achterna komen?’
‘Zou ik een schijn van kans hebben om je te vinden Eva?’
‘Als je echt zou willen, dan zou je me vinden, dat weet ik zeker. Dat kan ik je beloven.’
‘Weet je, ik zou niets liever willen…maar ik zit vast in mijn eigen gedachten. Mijn leven, dat misschien niet eens mijn leven is. In ieder geval niet eens het leven is wat ik zou willen leven. Maar wat is het alternatief?
Een blind verlangen naar iets wat er niet is, wat niet kan.’
 Het was over mijn lippen gekomen op een totaal fout moment.
‘Sorry Eva, dit wilde ik niet zo zeggen, ik wil graag dat je dit vergeet. Het is niet goed aangezet. De context is niet goed. Maar ik kan het nu niet beter zeggen, dus vergeet het.’
Ze ging er echter op door.
‘Verlang je naar mijn lichaam…? Wil je met me vrijen?’
‘Nee lieverd. Ik vind jou erg mooi en ik waan me alleen al bij die gedachte dat je met me zou willen vrijen, in de zevende hemel, maar het is van ondergeschikt belang. Daar gaat het niet om. Jij Eva, zoals je bent, denkt en doet. Je hebt je in mij genesteld, in mijn hart en mijn geest. Het verlangen waar ik het over heb is het verlangen om jou te kunnen begrijpen, iets voor jou te kunnen zijn.’
‘Je bedoelt houden van… zoals vrienden om elkaar geven…?’
‘Misschien is het dat wel, want ik mis de verliefdheid.’
‘Misschien sla je die fase over.’
‘Ik weet het niet.’
Ze richtte zich op en kuste me op mijn lippen
‘Het wordt een lange weg Joe. Misschien wel een zonder einde. Ik weet niet of je dat wel wilt. Dat weet jij alleen.’
Ze stond op en deed mijn ochtendjas aan.
‘Ik vertrek woensdag naar Parijs. Ik heb vanmorgen Henry Duval teruggebeld. Hij probeerde me gisteren te bereiken. Hij heeft in ieder geval drie weken werk voor me en als alles goed gaat sta ik over vier weken in het voorprogramma van een bekende band. In Parijs, in Olympia.’
Ik was verbijsterd. In paniek. Maar probeerde me zelf te vermannen.
‘Zo, dat is echt goed nieuws. Ik ben blij voor je. Het zou geweldig voor je zijn.’
Ze keek me strak aan.
‘Vind je dat echt …? Goed nieuws? Ook als dat betekent dat we elkaar dan niet meer zullen zien. Dat we onze eigen weg zullen gaan, ieder in zijn eigen eenzaamheid. Jij vindt dat goed nieuws…?’
‘Eva, toe…’
‘Joe, we hebben nog een kleine drie dagen om uit te maken waar we staan. Dat is niet veel. Mijn hart staat in brand, mijn kop doet zeer, staat op barsten, mijn lijf smeekt om een pilletje, een boost om verder te kunnen.’
‘Maar ik ben blij voor jou, omdat je succes hebt…’
‘Succes is als een medaille die mensen je omhangen. Als je hem verliest kun je je nergens meer op beroepen. Dan is al het bewijs weg en zullen de mensen je naam snel vergeten zijn en leef je verder in de anonimiteit. Dus dan zal het weer hetzelfde zijn als in de tijd dat niemand je kende.’
Ik probeerde te begrijpen wat ze zei.
‘Ik vroeg me af hoe het zal zijn in Parijs, hoe het zou gaan zonder jou. Je zegt dat ik mezelf in je hart heb genesteld. En in je brein, in je geest. Liefje, ik ben verward. Een paar dagen geleden zou ik op de Keulse Dom zijn geklommen om te roepen dat ik naar Parijs mag om daar een gooi te doen naar succes. Nu twijfel ik en word ik verscheurd door het idee dat de keuze die ik moet maken er een is die misschien wel bepalend is voor mijn kans om nog ooit gelukkig te worden…’
‘Heeft dat met mij te maken…?’
‘Het zou niet eerlijk zijn om de druk alleen bij jou neer te leggen. Het heeft met ons samen te maken.’
‘Zullen we ons aankleden en onze koppen leegmaken met een flinke boswandeling. Het regent dus we zullen wel alleen op de wereld zijn.’
Ze knikte en zonder een woord te zeggen deed ze haar jeans aan, draaide zich om en pakte een blouse uit de kast. Weer viel mij het grote litteken op dat ze boven op haar schouder had en ik zag dat het doorliep tot onder haar schouderblad. Ze deed de blouse aan en knoopte hem dicht.

14


Het was een klein stukje rijden tot aan de bossen. Er stonden geen auto’s op de parkeerplaats en we waren de enigen, zoals ik al had voorspeld.
We liepen urenlang hand in hand. Het begon al te schemeren. We hadden nauwelijks een woord gesproken. Mijn kop zat vol. Vol met verwarring. We waren drijfnat. Vol met modder. Eva’s haren hingen in lange zwarte slierten langs haar hoofd. Mijn kapsel leek wel op mijn hoofd geplakt. Althans zo voelde het.
‘Zullen we teruggaan?’ vroeg ze en ik zag tranen in haar ogen.
Ik knikte en zei niets.
We liepen terug naar de auto, klopten ons wat af en reden terug naar mijn appartement. Toen we weer in lift stonden keek ze me aan.
‘Lieve Joe, hoe moet het nou verder. Ik weet het niet…Jij wel?’
Ik knikte en zei dat ik het ook niet wist.
‘Ga eerst maar even een warme douche nemen Eva, anders word je nog ziek. Laat die natte kleren maar even hier, dan zal ik ze voor je wassen.’
Ze kleedde zich uit en met alleen een slip aan en een handdoek omgeslagen liep ze naar de douche.
Ik nam haar natte kleding en deed die in de wasmachine. Mijn eigen kleding was ook behoorlijk nat. Het was dan ook beter geweest om mezelf ook even om te kleden. Maar ik deed het niet. Ik hoorde de douche en Eva zong zachtjes “Eva Blues”.
Ik keek door het raam naar de donkere hemel en zag de regenspatten op de ruiten. Een en al treurigheid. Ik moest beslissen. Het kwam er nu op aan. Of door blijven gaan met mijn eigen leven, zoals het nu ging of kiezen om met haar mee te gaan. Zo simpel, maar ook zo moeilijk was het. Maar wat was mijn toekomst? Als een soort roadie haar spullen uitladen en weer inladen? Mijn eigen baan en mijn huidige leven opgeven voor een ongewis avontuur? Niets meer en minder. Een beslissing die was gebaseerd op een onhaalbare droom? Een droom, die me zwaar zou kunnen schaden. Zeker als ik wakker zou worden en zou blijken, dat het niets meer was geweest dan een onhaalbare fantasie. Een zeepbel die uit elkaar zou spatten en alleen een kringetje achter zou laten. Een spetter, niet eens een druppel. Een zeepbel die ik zelf in een waas had opgeblazen in mijn zoektocht naar liefde en geluk. Het zweet brak me uit. Mijn mond was droog. Eva zong als een Lorelei en trok me naar haar rots. Ik zou mezelf te pletter varen. Ik zou verdrinken en niemand zou nog ooit iets van me vernemen. Op de parkeerplaats zag ik de lichten van de auto van mevrouw Jansen. Ze kwam thuis. Ik hoorde dat Eva klaar was met douchen en ze kwam in mijn ochtendjas de kamer binnen.
‘Jij moet ook even een douche nemen Joe, anders ben jij morgen ziek.’
‘Ja, zo meteen…Eva.’
Ze kwam naar me toe. Ze ging met haar vingers door mijn haar.
‘Wat er ook gebeurt, ik zal je niet vergeten Joe. Je bent het beste wat ik de laatste tien jaar ben tegen gekomen. Misschien wel sinds mijn geboorte. Maar ik moet verder, ik hoop dat je dat begrijpt. Ik word gedreven, misschien dat ik nog ooit de rust vind.’
‘Ik snap het Eva. Mijn kop doet zeer maar ik geef niet op. Ik wil zeker zijn. Misschien wel voor het eerst in mijn leven.’
‘Ga maar lekker douchen dan maak ik wat te eten. We moeten ten slotte ook nog iets eten.’
Ik liep met alleen mijn short aan naar de douche. Mijn natte kleding had ik in de kleine kamer bij de wasmachine achtergelaten. Toen ik klaar was en me opgefrist voelde na de heerlijke warme douche riep Eva dat we aan tafel konden. Ze had een pasta gemaakt met tomatensaus en diverse groenten.
‘Het is maar even een snelle hap, maar het is in ieder geval wel voedzaam’ zei ze.
We zaten stilzwijgend aan tafel en af en toe keken we naar elkaar. Het leek wel of we met onze afscheidsmaaltijd bezig waren. Het laatste avondmaal. Zonder woorden maar met zoveel voelbare emotie. In plaats van dessert namen we een kop koffie.
‘Zullen we maar gaan slapen. Ik ben moe en ik heb ook nergens zin meer in,’ zei ze nadat we de tafel hadden afgeruimd.
‘Dat is goed, ik heb het ook wel gehad, geloof ik.’
‘Mag ik zo meteen nog even bij je liggen. Ik vond dat vanmorgen heel erg fijn. Het deed me goed’
‘Al is het de hele nacht.’
Ik bleef nog even in de zitkamer en plugde de oplader in mijn telefoon. Ik deed het licht uit en ging naar de slaapkamer. Eva lag al in bed. Ik kleedde me uit en stapte in bed. Ze kwam bij me liggen en ze legde haar hoofd op mijn borst.
‘Joe…’
‘Ja Eva…’
‘Zul je me nooit vergeten, zodat ik altijd zeker ben dat er iemand op de wereld is, die aan me denkt.’
‘Dat beloof ik je, zolang ik leef zul je in mijn hart zijn… Eva, als ik meega naar Parijs, denk je dan dat we samen een kans zullen hebben of is het een sprong in het duister?’
Ik schrok van mijn eigen opmerking.
‘Zou je dat voor me willen doen…met me meegaan naar Parijs?’
‘Ik zou het kunnen overwegen. Ik kan me in ieder geval niet zo goed vinden in de gedachte jou te moeten laten gaan.’
Ze kroop dichter tegen me aan.
‘Je moet het zelf weten Joe. Ik kan niet zeggen of we een kans hebben, maar wel dat we dan samen zijn en dan samen zullen blijven…zolang…zolang…’
‘Zolang …?’
‘Zolang we samen willen…Kun je jezelf daarin vinden?’
‘Zolang we samen willen, dat lijkt me een goed plan.’
Ze kuste me en zei met zachte stem, ‘dank je wel, dat je dit voor me wilt doen, zo onvoorwaardelijk.’
En ze legde haar hoofd weer op mijn borst. We vielen snel in een diepe slaap.

15



Ik schrok wakker en zag dat het de hoogste tijd was om naar de zaak te gaan.
‘Blijf maar lekker in bed, Eva. Tot vanavond. Ik bel je nog wel.’
Ik waste en scheerde me en kleedde me in hoog tempo aan. Ik pakte mijn aktetas en gaf haar nog een kus en ging naar kantoor.
Bob was er al.
‘Hallo, meneer Grey. Wat dacht je, ik zal maar weer eens een keertje naar kantoor komen? ’zei hij gekscherend.
‘Nu even niet Bob, heb je even tijd?’
Ik vertelde Bob over mijn plannen en hij luisterde zonder me te onderbreken.
Toen ik was uitgesproken keek hij me met een ernstig gezicht aan.
‘Zo Joe, dat is niet niks. Goh, man ik ben er stil van. Ik ga je niet vragen of je er wel goed over nagedacht hebt. Ik ga je ook niet zeggen dat het wel weer overgaat. En ik ga je niet zeggen dat je stom bent. Dat het een griepje is. Ik ken je al zo lang en ik voel wat het voor je betekent. Weet je, als je die twee Duitse accounts voor me in de lucht wilt houden, dan geef ik je alle ruimte om je hart te volgen en ik zal je er ook nog wat salaris voor betalen, zodat je niet alles hoeft op te geven. Mocht je nog ooit terug willen komen, dan kun je altijd bij me aankloppen. Ik hoop wel dat je ook aan mij blijft denken en ook een beetje mijn zaken blijft behartigen…’
Bob stond op en stak zijn hand uit.
‘Bob, Eva vroeg me een paar dagen geleden hoeveel goede vrienden ik had. Ik heb toen aarzelend je naam genoemd. Ik heb je tekort gedaan. Sorry, hiervoor. Geweldig bedankt. Ik zal dit nooit vergeten en ik beloof je dat ik mijn best voor je zal blijven doen.’
‘Ga nou maar je zaken regelen en als je in Parijs bent moet je wel af en toe iets van je laten horen. Afgesproken? Zorg er in ieder geval voor dat je te bereiken bent. Dus ook je mobiel op tijd opladen. Loop straks even binnen, dan kunnen we nog even de dingen doornemen.’
Ik liep het kantoor van Bob uit en ging naar mijn eigen bureau. Er was verder niemand op kantoor.
‘Bob, waar is onze assistente?’ riep ik.
‘Ziek…’ hoorde ik vanuit het andere kantoor.
‘Oh…’zei ik en belde vervolgens Eva.
‘Hoi Eva …we gaan samen naar Parijs,’ vertelde ik enthousiast.
Het was stil aan de andere kant van de lijn.
‘Eva, lieverd ben je er nog…?’
Ik hoorde haar snikken en er klonk een voorzichtig ‘ja.’
‘Het is goed meisje… gaat alles goed met je?’
‘Ja hoor, het maakt me zo blij, ik kan het bijna niet geloven…’
‘Het is echt waar, ik heb het net met Bob besproken en we hebben een regeling dat er toch nog wat centen binnen blijven komen. Ik doe nog wat van zijn klanten erbij. En misschien zijn er in Parijs ook wel mensen die op onze stekkertjes en kabeltjes zitten te wachten.’
‘Ja, misschien wel…’
‘Ben je niet blij?’
‘Jawel hoor, maar ik kan het nog niet vatten. Voor de eerste keer gaat er iets in mijn leven goed, zonder dat ik daar iets voor in moet leveren…’
‘Nou lieverd, dat is toch prima. Maar nu moet ik ophangen, want ik moet nog even aan het werk. De dingen regelen. Tot vanavond.’
‘Hoe laat ben je er?’
‘Reken maar rond half zeven.’
Ik had een prima dag. Bob was bereidwilliger dan ooit tevoren. Hij dacht mee en zorgde ervoor dat ik me niet schuldig voelde. Alles kwam goed en hij zou zichzelf wel iets meer met de verkoopkant bemoeien. Als ik maar bereikbaar bleef en hem van dienst wilde zijn als hij vragen had.
‘Bob, ik vind het reuze van je. Ik zal mijn uiterste best doen. En ik zei al tegen Eva, misschien dat er in Parijs ook nog wel potentie zit. Voor onze stekkers en kabels.’
‘Zorg nou eerst maar even dat je die Eva van je ondersteunt. De rest komt wel. Ben je verliefd Joe, of mag ik dat niet vragen…’
‘Bob, ik weet het niet. Het is geen kwestie van verliefd zijn. Het is net of we elkaar al jaren kennen en nu eindelijk proberen er iets van te maken. Niet zozeer van onze relatie, maar meer van onze levens en blijkbaar komen die op de een of andere vreemde manier bij elkaar.’
‘Ingewikkeld,’ zei Bob, die zijn schouders ophaalde. ‘Een mensenleven is soms vreemd geprogrammeerd. Ik weet niet wie daar zorg voor draagt, want ik geloof niet zo erg in de Schepper, maar blijkbaar is er toch iets of iemand die dit soort scenario’s bedenkt.’
‘Ik weet het ook niet. Ik laat het maar gebeuren. Dat is op het moment mijn beste gedachte.’
‘Dat lijkt me ook,’ zei Bob, ‘en nou ga ik naar huis. Mag ik het wel tegen Anna vertellen?’
‘Ja natuurlijk, je weet dat ik geen geheimen voor jullie heb.’

16


Ik reed naar huis en parkeerde mijn auto en ging naar boven. Eva had de tafel gedekt. Heel romantisch, met kaarslicht en een muziekje op de achtergrond.
‘Wil mijn Joe een glas van zijn eigen heerlijke rode wijn…?’
‘Dat lijkt me een goed plan en neemt mijn Eva zelf ook een glaasje?’
‘Dat lijkt me nog beter plan. Verder heeft jouw lieve Eva een maaltijd bereid die naar ik hoop, u wel zal gevallen. Ik heb vanmiddag boodschappen gedaan bij de supermarkt en mevrouw Jansen op de hoogte gebracht van het goede nieuws. Ook hier was vlugzout misschien op zijn plaats geweest, echter met vereende krachten hebben we de opengevallen mond van mevrouw Jansen weer in een acceptabele positie kunnen brengen. Zonder de gespierde jongen van de emballageafdeling waren we kansloos geweest.’
‘Eva toe, ze is altijd best aardig voor me.’
Ze kwam naar me toe en gaf me een stevige kus.
‘Die had je nog te goed.’
Even haatte ik de afspraak die we hadden gemaakt. Ik had haar willen optillen en naar mijn slaapkamer willen brengen. Het zou dan een hete nacht zijn geworden. Maar afspraak is afspraak.

Ze had heerlijk gekookt. We hadden uren aan tafel gezeten en gepraat over Parijs. Wat we nog moesten regelen en hoe we alles zouden doen. Ze vertelde dat ze een adres had gekregen van Duval, waar we waarschijnlijk wel de eerste weken konden blijven. Het was wel niet zo veel bijzonders had hij haar verteld maar om te starten was het oké. Het was even buiten het centrum. Ze klonk opgelucht en blij. Toen we hadden opgeruimd en onze glazen wijn hadden leeggedronken ging ze naar haar gitaar.
‘We gaan samen naar Parijs maatje, maar je zult je best moeten doen, Joe is je grootste concurrent.
‘Moet ik het opnemen tegen een gitaar?’
‘Tegen mijn maatje die me al tien jaar hoop geeft op een beter leven. Dus niet zomaar een gitaar toch…?’
‘Je hebt gelijk Eva, niet zomaar een gitaar.’
Ze zette haar gitaar terug in de hoek en keek nog even naar buiten.
‘Tijd om naar bed te gaan…’ zei ze en liep de kamer uit.

Ze lag al in bed, toen ik de slaapkamer binnenkwam.
‘Mag ik weer even gebruik van je maken…om me aan je te warmen?’
‘Dat kost je wel een kus. Niks voor niks.’
Ze gaf me een klein kusje op mijn wang.
‘Nou eventjes dan…’
‘Hoezo, eventjes?’
Nou een klein kusje is eventjes en een dikke goede kus is de hele nacht.’
Ze gaf me een stevige kus en kroop tegen me aan.

17


Eva was nog in een diepe slaap toen ik voor een van de laatste keren naar kantoor ging.
Het voelde toch wel vreemd. Ik kon nog niet helemaal bevatten dat het echt over was. Ik parkeerde mijn auto naast de auto van Bob, pakte mijn aktetas en zuchtte. Ik voelde emotie toen ik de deur van het kantoor binnen ging.
Bob riep me toen hij me zag.
‘Goede morgen Joe, alles oké?’
 ‘Ja hoor. Ik ben best een beetje opgewonden. Als het goed is horen we vandaag wanneer we in Parijs
worden verwacht en waar we terechtkomen. Dus best wel spannend.’
‘Anna vroeg of jullie, jij en Eva nog zin hadden in een soort afscheidsetentje?’
‘Leuk idee, wanneer wilde ze dat doen?’
‘Vandaag… Vanavond.’
‘Oei, dan moet ik wel even Eva bellen. Maar die slaapt nog. Wanneer wil Anna weten of het doorgaat?’
‘Als het kan uiterlijk vóór de middag. Ze moet nog het een en ander regelen. Maar dat snap je wel.’
Ik keek op mijn horloge. Negen uur. Ik besloot Eva toch maar te bellen.
‘Hoi Eva, met mij. Maak ik je wakker? Bob en Anna, Anna is Bob’s vrouw, willen ons graag uitnodigen voor een soort afscheidsetentje.’
Ze vond het een leuk idee en vroeg wanneer Anna het etentje gepland had.
‘Vanavond.’
‘Oké, is het goed dat ik mijn jeans en mijn rode truitje aandoe? Of moet ik eh…iets chiquers aan?’
‘Bob en Anna houden niet van poespas dus jeans is prima. Ik laat je nog wel weten hoe laat ik bij je ben. Tot straks.’
Ik vertelde Bob dat ik Eva had gebeld.
‘Vanavond is prima. Hoe laat worden we verwacht?’
‘Ik zal even met Anna bellen dan spreken we het meteen af.’
Anna had enthousiast gereageerd en kon niet wachten om Eva te ontmoeten. We werden om half acht verwacht.
Bob en ik waren de hele dag druk geweest met het overdragen van de lopende zaken. Het was half vijf toen hij me vroeg om samen met hem iets te gaan drinken. Bij Hertog Jan.
We gingen met zijn auto en ondertussen belde ik Eva.
‘Heb je vandaag nog wat gedaan Eva?’
‘Ik heb schandalig lang uitgeslapen, daarna uitgebreid een bad genomen, heb teevee liggen kijken op de bank en ben zo meteen van plan om me aan te gaan kleden. Dus een niet al te productieve dag. Maar wel even lekker. En jij…?’
‘Ik heb mijn werk overgedragen en ga nu nog even met Bob een biertje drinken bij Hertog Jan, je weet wel die bar waar we zaterdag zijn geweest.’
‘Doe ze maar de groeten. Jammer dat het er niet meer van komt. Dat ik daar niet meer kan spelen. Misschien komt dat nog ooit.’
‘Wie weet. Ik zal John de groeten doen. Tot straks. O ja, ik ben rond zeven uur thuis. We worden om half acht verwacht. Dag lieverd.’
Ik deed mijn mobiel in mijn zak en Bob keek naar me en glimlachte.
‘Ze is wel een leuke meid, geloof ik…tenminste als ik jou zo hoor.’
‘Dat is ze zeker Bob.’
‘Een neefje van mij was zaterdag ook in de Hertog. Hij was helemaal onder de indruk. Ze kan blijkbaar een hele bar in no-time stil krijgen.’
‘Ze is een blueszangeres, althans zo presenteert ze zichzelf. Maar ze kan zó veel meer. Van klassiek tot pop, jazz, blues. Ze heeft het allemaal in zich.’
‘En wat ga jij doen, naast de klusjes voor mij?’
‘Ik weet het nog niet. Ik moet eerst maar eens zien wat er voor mij te beleven is.’
We waren ondertussen bij Hertog Jan gearriveerd.

‘Hallo John, heb je een biertje voor ons,’ vroeg Bob op een joviale manier. ‘ En neem er zelf ook een.’
We gingen aan de bar zitten.
‘Joe gaat ons een tijdje verlaten. Hij gaat naar Parijs. Joe, op jou en natuurlijk op Eva. Op jullie samen.’
‘Zo,’ zei John plagend, ‘ga je er met je logeetje vandoor…?’
‘Had ie verteld dat het zijn logeetje was…?’
Bob keek me aan.
‘Kom nou toch Joe, wordt toch eens volwassen. Het is hier wel een dorp, maar we leven niet meer in de middeleeuwen. Het is niet verboden om een relatie te hebben met iemand ondanks dat ze veel jonger is.’
Ik keek naar Bob en ik zag zijn ogen twinkelen.
‘Het is goed met jullie. Ik wil niet als een oude viezerik worden bestempeld.’
‘Ben je dat dan niet?’ vroeg Bob en keek naar John.
‘Niet leuk Bob, probeer maar even een andere grap. Deze was niks.’
‘Sorry, mijn excuses. Het was niet zo bedoeld.’
‘Oké, ander onderwerp graag.’
We spraken nog over ditjes en datjes en na het derde glas bier vond ik het welletjes.
‘Kom we gaan naar de zaak. Dan pak ik mijn spullen en ga ik Eva ophalen.’
Ik zag dat het bijna half zeven was.

Eva was klaar om te gaan. Ze zag er mooi uit. Ze had zich licht opgemaakt en haar kleding flatteerde haar.
Ik vond dat ik haar een compliment moest maken.
‘Hoi meisje wat zie je er stralend uit. Geweldig.’
‘Dank je, wil jij je ook nog omkleden…?’
‘Ja, ik doe even een ander shirt aan en ook een andere broek. Maar ik ga me eerst even opfrissen. Tot zo.’
Ik liep naar de badkamer en ik vroeg me af wat Anna van Eva zou vinden. Of het tussen die twee zou klikken. Ik kende Anna al heel lang. Ze was een meisje van het dorp. We hadden samen op de basisschool gezeten en op de middelbare school hadden we zelfs samen iets gehad.
‘Een oefenstage,’ had ze dat genoemd, toen we het over de goede oude tijd hadden. Bob wist er van. Hij plaagde Anna altijd door haar te zeggen dat ze mij verknoeid had voor de vrouwen. Hoe vaak had ik het al moeten horen.
‘Wat je met hem hebt gedaan weet ik niet, maar hij is voor het leven bang voor vrouwen, of niet soms Joe?’
Ik antwoordde meestal met standaard, ‘als jij het zegt.’
Ik was gewend aan de soms flauwe opmerkingen van Bob en het stoorde me niet meer. Bovendien vond niemand zijn opmerkingen grappig, dus veel succes had hij er niet mee.
Ik had nog steeds een goede band met Anna. Ze was een beetje een zus van me geworden. Ze had altijd belangstelling voor me en vroeg regelmatig of ik langs kwam. Samen met Bob konden we uren wandelen. Wandelen door de natuur was haar grote hobby.
‘Zo ik ben klaar. Zullen we maar gaan? Het is nog een kwartiertje rijden.’
‘Goed hoor. Even mijn jack en mijn tas pakken.’

18


Bob en Anna woonden even buiten het dorp. Het was het ouderlijk huis van Anna. Haar vader en moeder hadden een boerenbedrijf gehad. De oude boerderij was door Anna en Bob opgeknapt en het was nu een fraaie woonboerderij. Bob had van ijzersmeedwerk de letters “de Anna Hoeve” op de gevel aan laten aanbrengen.
We reden het erf op. Ik kende de weg en ging Eva voor.
‘Hallo, leuk dat jullie er zijn.’ Anna kwam ons tegemoet.
‘Nou, jij moet Eva zijn. Leuk om met je kennis te maken.’
‘Dank je wel,’ antwoordde Eva terwijl ze Anna een hand gaf.
‘Kom maar gauw, want ik geloof dat het weer begint te regenen.’
Bob was in de zitkamer. In de goede kamer, zoals die vroeger door de ouders van Anna werd genoemd.
‘Kom binnen jongelui, zoek een plek.’
We dronken wat en Anna en Eva waren druk in gesprek.
‘Vrouwen…’ zei Bob, ‘ze hebben altijd wel wat te bepraten, al gaat het meestal over niks.’
‘Kun je niet weten, misschien hebben ze het wel over jou. Dat Anna ook wel eens iets wil wat jonger is dan jij.’
‘Ja, ja…’ zuchtte Bob.
Bob had een biljartkamer ingericht in het achterhuis.
‘Zullen we een balletje doen…?’
‘Kunnen we dat maken,’ en ik knikte naar beide dames, die nog steeds druk met elkaar zaten te praten.
‘Ze missen ons niet eens Joe, geloof me.’
Hij stond op.
‘Lieverd, vind je het goed als Joe en ik even een partijtje gaan biljarten?’
‘Doe maar, dan hebben we even geen last meer van jullie en kunnen wij vrij praten,’ lachte ze.
Eva knipoogde naar me.
We gingen naar de biljartkamer en ik was in vorm. Bob had geen schijn van kans. Hij werd dan altijd wat opstandig. Hij was een slechte verliezer. Reden voor mij om er nog eens extra tegen aan te gaan.
‘Zullen we maar naar de dames gaan, dit is ook zo ongezellig. Wij hier en hun daar’ stelde ik voor.
‘Nog één rondje. Wie er het eerst tien heeft. Bij een verschil van meer dan vijf is het over. Speelbal eerst over de rode. Goed…?’
‘Oké dan, maar daarna is het echt over en uit.’
Het ging even gelijk op. Op een gegeven moment stond Bob voor. Acht tegen vijf. Hij was aan stoot.
Hij miste. Ik maakte zes en zeven en miste acht. Bob miste negen. Het was mijn beurt. Ik maakte acht en negen. De ballen lagen ver uit elkaar. Eigenlijk was het een onmogelijke positie.
‘Dat ga je niet redden beste jongen. Deze is nog nooit gemaakt…’
‘Het moet eens de eerste keer zijn Bob.’
Hij pakte zijn keu en stond klaar om na mij de volgende stoot te maken.
Ik keek hem aan. Ik maakte mijn stoot en de speelbal raakte de rode bal. Tergend langzaam draaide hij richting de witte bal en het leek dat hij onvoldoende vaart had om de witte bal nog te raken. Bob volgde de speelbal. Nauwelijks hoorbaar maar wel zichtbaar raakte mijn speelbal de witte bal.
‘Je hebt het geluk aan je kont hangen Grey. Ik weet niet wat je gedaan hebt in Duitsland maar ik kan je niet meer volgen…Geniet er maar van.’
‘Dank je Herms, dat zal ik zeker doen. Bedankt voor de biljartles.’
‘Krijg wat… Kom we gaan naar onze liefjes.’
Hij deed het licht uit en we gingen terug naar de zitkamer.
Anna en Eva waren nergens te bekennen.
‘Wij gaan even biljarten en onze dames gaan er van door…’ bromde Bob.
‘In de keuken…’ hoorde ik Anna roepen. ‘We zijn in de keuken.’
‘Nou ik denk dat we daar maar beter weg kunnen blijven Joe, want dat is verboden terrein voor ons.’

19



Anna had haar best gedaan. Eva had haar nog even meegeholpen
‘Het voorafje heeft Eva gemaakt, ’zei Anna, ‘de soep is mijn brouwsel.’
‘Heerlijk,’ zeiden Bob en ik in koor.
‘Wat zijn ze het eens Eva, hoor je dat.’
‘Het is net een koortje.’
‘Een achtergrondkoortje dan toch zeker…’
‘Tjonge jonge,’ zei Bob, ‘ vrouwen aan de macht.’
Ik zweeg en keek naar Eva. Ik zag dat ze genoot. Ze was op haar gemak. Ze straalde en ik was blij dat ik haar aan Anna had kunnen voorstellen.
Anna had naast een mooi braadstuk een grote runderrollade gebakken.
‘De groenten en de aardappeltjes zijn uit eigen tuin. Ik ben altijd wel een beetje boerin gebleven.
Ik vind het nog steeds fijn om regelmatig voor onze eigen groenten te zorgen. Heb ik wat om handen. We hebben ook nog een paar beestjes, een paar schapen, een hond, drie poezen en een ezel.’
We keken alle drie tegelijkertijd naar Bob.
‘Nee, een echte, niet zo een…’zei Anna met een schaterlach.
Bob keek wat zuur.
‘Ha, ha wat een lol…’
‘Bob Herms, dan weet je ook eens wat flauwe grappen zijn…zeker als het ten koste gaat van iemand anders.’
‘Ja hoor Anna, wrijf het er maar in.’
‘Maar hij is wel heel erg lief Eva, dat moet je van me aannemen. Ik wil en kan hem niet missen. Zelfs niet voor al het geld en goud van de wereld.’
‘Nou…’ zei Eva en ze keek naar mij, ‘ik weet het zo net nog niet, maar er wel zal niemand zijn die me dat voorstel wil doen.’
Ik keek naar Eva en ik wendde me tot Bob.
‘Je geeft ze onderdak, je laat ze in je bed slapen en bij de eerste de beste gelegenheid gooien ze je in de uitverkoop.’
‘Nou dat is niet bepaald de uitverkoop. Al het geld en goud van de wereld…?’ sputterde Eva.
‘Voor de helft zou je het misschien ook nog wel doen,’ mopperde ik nog.
‘Nee hoor, voor de helft houd ik jou mooi voor mezelf.’
‘Nou als dat niet lief is…’ viel Anna bij.
‘Je wordt soft Anna Herms,’ reageerde Bob.
‘Tijd voor ijs. Of willen jullie wat anders.’
‘Voor mij een kopje koffie, als ik het voor het zeggen heb,’ zei ik.
‘Dat heb je niet, maar ik zal wel een kop koffie voor je halen,’ antwoordde Anna met een lach.
Anna stond op en begon de tafel op te ruimen. Eva hielp haar mee.
Toen ze samen in de keuken waren stootte Bob me aan.
‘Topwijffie Grey, mijn complimenten.’
‘Dank je Herms, ik hoor dat je er kijk op hebt.’
‘Als je dat maar weet.’
Hij moest en zou het laatste woord hebben. Ik was niet anders van hem gewend. Anna en Eva kwamen uit de keuken met een dienblad met drie grote coupes met ijs en een kopje koffie voor mij.
‘Ik had eigenlijk ook wel koffie gewild,’ zei Bob.
‘Bob Herms!’ Anna keek hem aan.
‘Wacht maar, ’zei Eva, ‘dan zal ik even koffie voor Bob halen?’
Ze keek Anna vragend aan.
‘Ja, als je dat wilt doen, dan graag.’
‘Zie je Joe, vrouwen snappen wat ik wil,’ zei Bob op een zelfingenomen manier.
‘Ja, ja,’ zuchtte Anna.
Eva zette het kopje koffie demonstratief bij Bob neer.
‘En nou weer een grote lieve jongen zijn hoor…!’
Anna kreeg de slappe lach toen ze naar het gezicht van Bob keek, die verbouwereerd naar zijn koffie keek.
Het was half twaalf en het was tijd om te gaan.
‘Nou Bob bedankt voor alles.’
‘Jij ook jongen, ik zal je missen. ‘
We omhelsden elkaar en keken elkaar in de ogen.
Ik zei, ‘we houden contact.’
Eva nam afscheid van Anna
‘Bedankt Anna. Leuk je ontmoet te hebben, ik vond het super.’
‘Jij ook bedankt, ook voor je hulp. Ik hoop dat het je goed gaat en wees een beetje aardig voor Joe. Hij is als een broertje voor me. Heel veel succes, meisje. Ik hoop je spoedig weer te zien.’
De beide vrouwen omhelsden en kusten elkaar alsof ze al jarenlang de beste vriendinnen waren.
Anna kwam naar me toe.
‘Ga voor je geluk lieve Joe. Ik gun het je zo. Eva is ook zo aardig. Echt een leuke meid. Zul je af en toe nog eens aan me denken en me nog eens opzoeken. Ik hoor dan wel van Bob hoe het met jullie gaat, maar ik zou het fijn vinden je weer gauw eens te zien.’
Ze omhelsde me en kuste me op mijn wang.
‘Dag lieve Anna, ik zal je niet vergeten, maar dat weet je wel.’
Eva had afscheid genomen van Bob en spontaan een dansje met hem gemaakt.
‘De volgende keer speel ik een wals voor je en dan zullen we samen dansen. Want ik heb van Anna gehoord dat dansen het liefste is wat je doet…toch?’
‘Anna..! Wat heb je dit arme kind nu weer op de mouw gespeld.’
Eva gaf Bob een kus op zijn wang.
‘Sstt…volgende keer zal ik het je leren,’ fluisterde ze Bob in zijn oor, maar zo dat Anna en ik het konden horen.
‘Wilde plannen, maar kom we gaan.’
‘Daar houd ik je aan Eva…’probeerde Bob nog.
‘Tot ziens en nogmaals bedankt.’
En we liepen naar de auto.

20


‘Wat een leuke mensen zijn dat, ’ zei Eva toen we het erf afreden.
‘Dat zijn het zeker. Anna ken ik al vanaf mijn schooltijd.’
‘Ze vertelde mij daarover en ook dat jullie samen een beetje verkering hebben gehad…’
‘Het stelde niet veel voor. Oefenstage.’
‘Ja, zo noemde zij dat ook. Wat grappig.’
We reden naar huis en ik parkeerde mijn auto naast het busje van Eva.
‘Zullen we nog een klein wandelingetje maken Joe, even een frisse neus halen. Ik heb het even nodig.’
‘Goed hoor, morgenvroeg kunnen we blijven liggen.’
‘Ben je klaar op kantoor?’
‘Helemaal. Als er nog wat is dan zal Bob me wel weten te vinden. Heb je nog iets gehoord van Duval.’
‘Hij heeft me een smsje gestuurd, dat hij me morgen zal bellen. Hij heeft wel iets geregeld, waar we even kunnen wonen. Het adres zou hij me in ieder geval morgen doorgeven. Zie je het nog steeds zitten? Je geeft tenslotte alles voor me op.’
‘Ik houd in geval mijn appartement en mijn auto nog even aan. Niet omdat ik denk dat het, hoe moet ik het zeggen, dat het mis gaat, maar gewoon omdat het onverstandig is om dit allemaal hals over kop van de hand te doen. Als we Frankrijk niet meer zien zitten hebben we in ieder geval nog een alternatief.’
‘Je hebt helemaal gelijk. Ik zou dat ook zo doen.’
We liepen hand in hand door het verlaten dorp. Bij Hertog Jan brandde nog licht.
‘Zou er nog iemand zijn?’ en Eva keek naar binnen.
John was aan het opruimen maar had haar gezien. Hij zwaaide en wees naar de deur.
‘Komen jullie nog even gedag zeggen, dat is aardig.’
‘We zagen dat het licht nog brandde, zodoende…’
‘Willen jullie nog wat van me drinken? Het is tenslotte een soort van afscheid.’
Ik keek naar Eva.
‘Wat jij wilt…’ zei ze.
‘Doe mij dan maar een glas cognac, John.’
‘En mij een dubbele scotch,’ zei Eva en ze liep naar de piano.
‘Mag ik…?’ en ze keek vragend naar John.
‘Ga je gang, maar hou het een beetje klein, anders krijg ik misschien last.’
Ze ging achter de piano zitten en speelde “jeux interdits.”
John en ik nipten aan ons cognacglas.
Eva speelde ingetogen. Ze ging zo op in haar spel dat ze totaal geen oog meer had voor John en mij.
‘Jongens ik wil echt afsluiten. Maar als jullie willen, mogen jullie wel blijven. Ik gun het jullie van harte, dit is zo uniek. Hou het wel rustig en doe zoveel mogelijk het licht uit. Als je weggaat even het alarm er op.
Hier is de sleutel. Breng je hem morgen wel even terug? O ja, de code van het alarm is…wacht, ik schrijf het even voor je op.’
‘John, komt helemaal in orde en… bedankt.’
John liep naar Eva en legde zijn hand op haar schouder. Ze keek naar hem en stopte met spelen.
Ze stond op en zei; ‘John bedankt, als we weer terug zijn, dan kom ik zeker weer langs. Nogmaals bedankt.’
Nadat hij afscheid had genomen liep hij naar buiten. We waren nu samen, met zijn tweetjes.
Eva ging weer achter de piano zitten en ik doofde de lichten. Zoveel mogelijk. Er was net genoeg licht
om de schaduw van Eva te kunnen zien. Het kleine lampje boven de piano gaf haar gezicht iets van een betovering. Het was een schitterend ongekend uniek moment. Het ontroerde me en ik voelde tranen branden in mijn ogen. Mijn muze. Alleen voor mij. Ze speelde een klassiek werk, waarvan ik de naam niet kende. Ik wilde de magie niet verstoren en liet het dan ook na om het haar te vragen.
Ze keek niet naar mij. Ik nipte aan mijn glas. John had de fles op de toog laten staan. Voor het geval ik nog zin had. Wij beiden, niemand anders. Zij, één met haar piano en met haar muziek. Ik, op een kruk achter de toog. Het was alsof ik in een droom was beland. Ze speelde onverstoorbaar door. Ik zag dat het inmiddels twee uur was. Ik vond het van geen enkel belang. Dit was een moment dat ik nooit meer zou vergeten, ik wist het zeker. Een moment dat nooit meer te evenaren was. Urenlang ging ze door. Het leek haar geen moeite te kosten, de ene melodie nog mooier dan de andere volgden elkaar op. Ingetogen, maar in volle harmonie vulden de klanken Hertog Jan.
Het was vier uur toen ze me aankeek. Ik zag in haar ogen de mystiek van de avond en om haar mond een flauwe glimlach.
‘Mijn credo, Joe, mijn laatste song en dan gaan we slapen, ’ zei ze bijna onhoorbaar.
Haar pianospel ontroerde me. Door deze laatste melodie liet ik mijn tranen de vrije loop. Ik ging naar haar toe en ik zag dat ze huilde. Haar lichaam schokte en ze stopte met spelen. Ik sloeg mijn arm om haar heen en ze drukte haar hoofd tegen me aan. Ik vroeg me af waarom ze haar hart zo pijnigde, maar durfde het haar niet te vragen. Ze dronk een slokje uit haar glas en vroeg me met een trillende stem; ‘Joe zullen we naar huis gaan…alsjeblieft?’
Ik knikte. De magie van deze avond maakte me sprakeloos. Elk woord zou verkeerd zijn. Ze deed de klep van de piano dicht en doofde het leeslampje. Ik hielp haar naar de deur, maakte alle lichten uit en zette het alarm aan en sloot af.
Het was vier uur en we liepen zwijgend naast elkaar. Hand in hand. Er was niemand anders dan wij. Geen enkel geluid. Geen blaffende hond, geen auto, helemaal niets. Het was doodstil.
Toen we mijn appartement binnenkwamen vroeg ze of het goed was dat ze nog een douche nam.
‘Natuurlijk, als je dat graag wilt…’ antwoordde ik.
Ze knikte en ze liep zonder iets te zeggen naar de badkamer. Ik hoorde het lopen van het water. Ik kreeg plotseling het gevoel over me dat ze onbereikbaar voor mij was. Ik kreeg het koud en ik huiverde. Ik hoorde het monotone geluid van het neerkletterende water en ik maakte me zorgen. Ik besloot toch maar eens te gaan kijken en mijn hart sloeg over. In de hoek van de douche zat ze ineengedoken. Het water spatte op haar neer. Haar hoofd hing naar beneden. Haar natte haren hingen in slierten langs haar hoofd en plakten op haar schouders. Ik deed de kraan uit en ging op mijn hurken bij haar zitten.
‘Eva lieverd, ben je ziek? Kan ik iets voor je doen?’
Ze huilde.
‘Kom, straks vat je nog een kou…’en ik hielp haar met opstaan.
Het leek wel of het leven uit haar was weggevloeid.
De spontane, gevatte vrouw van achtentwintig, die zo van de kleine dingen kon genieten. Waar was ze? Ik nam een badhanddoek en droogde haar zorgvuldig af. Ze gehoorzaamde als een klein meisje, dat stil moet staan van haar moeder. Ze had een mooi lichaam, maar ik schrok toen ik op haar rechterborst ook een groot litteken zag, dat net boven haar navel ophield. Het was zeker zo groot als het litteken op haar schouder. Het verwarde me. Alles was verder zo mooi aan haar. Ze wachtte geduldig tot ik haar helemaal had drooggewreven. Ze had geen woord gesproken.
‘Zal ik je naar bed brengen of lukt het wel alleen?’
Ze knikte dat het wel zou gaan.
Ze gleed in bed en ik legde het dekbed zorgvuldig over haar heen.
‘Kom jij ook?’ zei ze bijna onhoorbaar.
‘Ja, liefje, ik kom ook.’
Ik ruimde de handdoek op en maakte het licht in de douche uit. Ik kleedde me uit en ging naast haar liggen. Ze kroop naar me toe en ze kuste me.
‘Joe…ooit zal ik je het waarom vertellen…ooit.’
Ze legde haar hoofd op mijn schouder en ik zag na een minuut of tien dat ze in slaap was gevallen.
Ik bleef wakker en vroeg me af hoe ik haar zou kunnen helpen. Wat was haar geheim? Wat was de reden van haar pijn? Zocht ze een uitweg in de blues? Waarom speelde ze dan andere muziek zo mooi? Met zoveel gevoel. Het deed me terugdenken aan Hamburg. De stemmingswisselingen. De Eva van vóór de pauze en de Eva van na de pauze. Twee totaal verschillende werelden. Had ze haar muziek nodig om te kunnen overleven? Was dat haar manier om haar emoties te verwerken? Was het de mooie harmonieuze melodie, die vertelde over haar liefde en haar genegenheid? En waren het de zware aangezette stukken die haar angst en boosheid naar buiten brachten? Was het de pijn en al haar droefenis, die ze in haar blues legde? Ik keek naar haar. Haar zwarte haren lagen wild over mijn schouder en borst. Ik durfde me niet om te draaien. Ik was bang dat ik haar wakker zou maken.
Ik dacht aan de grote littekens die over haar rug en over haar borst liepen. Haar mooie lichaam werd er door ontsierd, maar ze deden geen afbreuk aan haar totale uitstraling. Tenminste ik vond dat het niet zo was. Ik kon me wel voorstellen dat ze het zelf moeilijk vond. Het leken me oude littekens.
Ze kreunde en ze kroop dichter tegen me aan.
‘Slaap je nog niet lieverd,’ zei ze zachtjes.
‘Nee, gaat het weer met je…?’
‘Je zult ook wel denken, wat is dat nou voor een type. Je verdient beter, dan iemand zoals ik Joe.’
‘Liefje…ik probeer je te vinden, maar je moet me wel een kans geven…’
‘Het is bijna onmogelijk me te vinden. Stop er nou mee, voordat het te laat is…voordat het jou ook kapot maakt. Beloof je dat?’
‘Ik laat je niet gaan Eva, ik…’
Ze keek me aan en ze zag mijn tranen.
‘Zie je nou wel, laat me alsjeblieft los…laat me gaan Joe…Het is echt beter zo.’
‘Eva, het is te laat…ik kan je niet meer los laten. Jij bent een deel van mij geworden…Waarom kom ik je nu pas tegen?’
Ze zweeg.
‘Al ga ik er aan kapot, al breekt het me, ik laat je niet gaan. Alleen als jij me zegt dat het over is. Durf je dat? Kun je dat zeggen? Kun je me overtuigen…?’
Het was stil en het bleef stil.
‘Ik zou het wel kunnen zeggen, maar je zou me niet geloven.’
‘Als je me kunt overtuigen dat je het meent, dan laat ik je echt los.’
‘Je weet dat ik dat niet kan Joe.’
‘Ja lieverd, ik weet dat je dat niet kunt.’
Ze huilde en probeerde wat te zeggen.
‘Joe…liefste Joe…kun je tegen me zeggen dat… Alsjeblieft… dat je om me geeft. Dat …dat…je ooit van mij zult kunnen houden.’
‘Meisje, mijn hart staat open voor jou. Ik wil alles voor je doen, alles voor je zijn. Geef me een kans…meer vraag ik niet. Laat me toe in jouw leven, zodat ik je kan begrijpen en je kan troosten, je kan helpen, je kan liefhebben zolang jij dat graag wilt.’
‘Wil je alsjeblieft geduld met me hebben. Ik zal proberen je te vinden in de doolhof van al mijn emoties, mijn angsten en pijnen. Wil je dat voor me doen…?’
‘Eva, ik wil alles voor je doen.’
Ze zocht mijn arm.
‘Hou me vast lief, hou me vast…wil je?’
Tegen de morgen vielen we in slaap.

21


Het was tien uur en het was de dag van ons vertrek. Op weg naar een nieuwe uitdaging.
Ze was opmerkelijk vrolijk, zeker na de moeilijke nacht die we achter de rug hadden.
‘Joe,’ zei ze met een lach, ‘ik geloof dat je deze trein weer voor even in de rails hebt gezet. Ik voel me goed, ik ben vrolijk en ik ben er klaar voor.’
Het schoot even door mijn gedachte dat ze in Hamburg ook van het ene op het andere moment in een totaal andere stemming was. Ze had me verteld over de pilletjes die ze daarvoor had.
Ik hoopte zo dat ze er geen had genomen en dat haar goede humeur echt van uit haarzelf kwam.
Ik liep naar de badkamer en zag de strip met de pilletjes op de wastafel liggen. Ik telde het aantal pillen. Veertien. Ik probeerde me te herinneren hoeveel er uit waren toen ik voor de eerste keer de strip had gezien. Op de parkeerplaats bij hotel Horschbach. Totaal waren er ooit achttien pillen geweest. Een vreemd aantal. Ik hoorde Eva achter me en deed of ik mijn tandenborstel zocht.
‘Joe, ik heb geen pil genomen, mocht je dat soms denken.’
Ik voelde me rood kleuren.
‘Als jij het zegt dan geloof ik je Eva.’
Ze draaide zich om en liep weg.
‘Klootzak dat je bent Joe Grey,’ dacht ik en ik was boos op mezelf.
Het bleef tussen ons hangen, wat ik ook probeerde. Haar humeur was omgeslagen en ze reageerde kortaf.
‘Sorry Eva…’
‘Je moet me vertrouwen Joe, anders gaat het niet werken. Dan kunnen we beter nu kappen.’
Het klonk hard.
‘Ik probeer je te begrijpen en blijkbaar maak ik daarin fouten. Help me dan alsjeblief.’
‘Joe, je moet geduld hebben, echt…het zal niet gemakkelijk zijn. Maar laat me los, als je het zo niet wilt.’
‘Liefje, waarom ben je nou zo hard.’
‘Omdat ik je wil beschermen. Ik wil voorkomen dat jij net als ik op de verkeerde weghelft terecht kom. De doodlopende straat inrijdt. Om maar eens wat te noemen.’
Ze was even stil.
‘Ik probeer te voorkomen dat ik van je ga houden, maar nog veel meer dat jij van mij gaat houden.’
‘Wat is daar mis mee, vertel het me.’
‘Alles is daar mis mee. Alles Joe. Fouter dan fout.’
‘En jij vindt dat het dan maar beter nu kan stoppen?’
‘Ik probeer het nog een keer, Joe laat me los.’
Ik was volslagen in paniek. Ik wist het niet meer.
‘Hoe lang mag ik daarover nadenken?’
‘Hoe lang heb je nodig Joe. Hoeveel tijd denk je nodig hebben?’
Mijn keel was droog en ik kon niets uitbrengen. Ik stond op het punt haar te verliezen, althans zo voelde het. Ze pakte haar gitaar en haar tas. Vervolgens deed ze haar jackje aan en kwam naar me toe.
‘Joe, bedankt voor alles. Ik zal je niet vergeten, nooit.’
Ze gaf me een kus op mijn wang en ze liep naar de badkamer en pakte de strip met de pillen en stopte die in de zak van haar jeans.
‘Daar kun je toch niks mee…’
Ik was versteend. Mijn hart ging tekeer. Ik wilde haar niet laten gaan. Mijn muze. Mijn Lorelei.
Ik vloog me te pletter. Als een mot tegen het licht. Wie was ik, wat was ik. Ik hoorde de deur dichtslaan. Ik wilde iets doen, maar wist niet wat. Mijn benen trilden. De aderen in mijn hoofd stonden op springen. Ratio en Emotio vochten een strijd uit op leven en dood. Het leek er op dat ze van plan waren elkaar voorgoed tot zwijgen te brengen. Een broedermoord. Er kon er maar een overleven. Mijn brein was een slagveld. Ik zag de Volkswagenbus de straat uitrijden. Ik voelde me zo slecht. Hoe kon ik haar laten gaan. Ik had hoogverraad gepleegd. Tegenover Eva, maar ook tegenover mezelf.
Ik pakte mijn telefoon en belde haar en hoorde haar zeggen, ‘Met Eva…’
‘Eva, liefje wil je vergeven, ik kan niet zonder je.’
Ze zweeg.
Na een tiental seconden zei ze dat ze stond te wachten. Ze zei dat ze er zeker van was geweest dat ik haar niet in de steek zou laten.
‘Maar je was toch weg?’
Ze vertelde dat ze in de zijstraat stond vlakbij het appartement. Ik pakte mijn koffer die in het kleine kamertje klaar stond en sloot de deur. Toen ik beneden kwam zag ik dat ze was terug gekomen. Ze had de bus voor de deur geparkeerd.
‘Joe, sorry. Ik moest helemaal zeker van je zijn. Je bent mijn laatste kans. Mijn laatste kans om nog iets van mijn leven te maken. Mijn geluk te vinden.’
Ze sloeg haar armen om me heen en onze lippen vonden elkaar. Daarna maakte ze zich los.
‘Maar je moet geduld met me hebben, dan komt alles goed…en dan zullen we samen heel gelukkig zijn.
Geloof je me?’
Ik knikte. Ik was kapot, maar ook wel heel erg blij. Ik wist niet wat ik voelde.
‘Kom op, stap in, Parijs kan niet langer zonder ons.’
Ze was weer opgewekt en was weer de Eva die ik zo graag wilde zien.

22


Ik was blij dat ze op me gewacht had. Maar ook voelde ik dat de oorlog die in me woedde nog niet was beslist. Ratio had dan wel een achterstand, maar Emotio had zeker nog niet gewonnen. Ik probeerde de stemmingswisselingen van Eva te plaatsen. Terug te brengen tot een perspectief dat ik kon begrijpen, kon uitleggen aan mezelf. Ik realiseerde me maar al te goed, dat ik nauwelijks een week geleden niet eens wist dat ze bestond. Ik wist eigenlijk helemaal niets van haar. Niet meer dan dat ze zich sinds haar achttiende in leven probeerde te houden met het maken van muziek. Ik vroeg me af wat de oorzaak was van de grote littekens die haar mooie lichaam zo ontsierden en of ze drugs gebruikte. Ze was zo onvoorspelbaar. Ik keek naar haar en ik zag dat ze zich volledig concentreerde op het verkeer. Het was druk rond Antwerpen. Ik zag de lijnen van haar gezicht. Ze was een mooie vrouw. Alles was goed aan haar. Ik probeerde me een voorstelling te maken van wat er gebeurd zou zijn als ik haar niet had gebeld. Zou ze zijn weggegaan? Of zou ze zijn terug gekomen? Ik sloot mijn ogen en probeerde mijn gedachten te ordenen. Wat was er met me aan de hand. Het was geen verliefdheid, maar waarom voelde ik me zo aangetrokken tot haar, terwijl in mijn achterhoofd alle waarschuwingslichtjes brandden.
‘Wat ben je stil Joe?’
Ze keek naar me en ze had een flauwe glimlach om haar mond.
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
‘Ik begrijp je wel hoor,’ ging ze verder, ‘maar je moet me vertrouwen. Het zal echt allemaal goed komen.’
‘Ik heb ook wel vertrouwen in je…dat is het niet. Maar het is allemaal zo heftig…zo verwarrend.
Vorige week reed ik naar Hamburg. Nu naar Parijs. In een kleine week tijd staat mijn hele leven op zijn kop. Ik heb mijn baan opgezegd, ben onderweg naar Parijs met een jonge vrouw, die ik amper ken en ik laat me alleen door mijn gevoel leiden. Door de gevoelens die ik voor jou heb Eva. Het maakt me onzeker en labiel. Ik weet niet wat verliefd zijn is. Ik weet ook niet eens of ik wel verliefd ben. Het hoort niet bij mij. Misschien dat mijn leeftijd me dat niet meer toestaat. Van de andere kant hoor ik soms dat oude mensen verliefd kunnen worden. Maar in mijn beleving is verliefdheid iets voor jonge mensen. Het straalt een zekere onbevangenheid uit. Een snuffelstage met kans op vast werk. Zonder voorwaarden. Zonder bedoelingen en verantwoordelijkheden. Zo beleef ik verliefdheid of beter zo denk ik dat ik verliefdheid zou willen…kunnen ervaren.’
Ze luisterde.
‘Maar jij lieve Eva, jij bent direct doorgedrongen tot in mijn hart, tot in mijn ziel. Je maakt me blij en je maakt me verdrietig. Alles wat je doet en zegt heeft direct invloed op me. Ik vraag me af of dit dan echte liefde is of dat het een verkapte verliefdheid is, die ik niet herken. Iets wat wel weer over gaat.’
‘Denk je dat het weer over zal gaan Joe ?’ 
‘Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik nu niet meer zonder je kan. Ik zou er aan kapot gaan. Mijn leven is waardeloos zonder jou. Zo voelt het.’
‘Er kan toch altijd iemand anders komen…toch?’
‘Zo voelt het niet lieve schat. Jij zit in elke vezel. Ik kan het ook niet verklaren.’
Ze zweeg. Het bleef minuten lang stil en ik staarde voor me uit. Ik hoorde het rustige geronk van de motor. Het maakte me weer iets rustiger.
‘Joe, nogmaals sorry van vanmorgen. Het moest even zo. Ik wilde je geen pijn doen, maar weet je, ik wilde alleen zeker zijn, zeker zijn van ons samen. Ik probeer echt mijn uiterste best te doen. Er is ook nog zoveel dat je niet weet. Maar lief, ik heb tijd nodig, echt.’
‘Het is goed…’
‘Er komt een dag dat ik je alles zal vertellen. Alles wat je maar wilt weten. Maar dat kan pas als het niet meer belangrijk voor me is. Dat het er allemaal niet meer toe doet. Dat ik er klaar mee ben en er alleen maar van jou wil zijn, van jou wil houden, me aan jou wil geven. Tot aan dat moment en ik weet niet wanneer dat zal zijn, moet je me vertrouwen, moet je onvoorwaardelijk in mij blijven geloven. Ik weet dat ik veel vraag. Heel veel. Misschien zelfs wel te veel en ik kan je geen garantie geven dat het de moeite waard zal zijn, maar ik beloof je wel dat ik echt mijn uiterste best zal doen om je gelukkig te maken. Maar de weg is lang en ik moet nog zoveel dingen doen, om zo ver te kunnen komen.’
Ik probeerde te volgen wat ze me wilde zeggen.
‘Wil je me wel een kans te geven om je te begrijpen. Wil je me niet buiten sluiten alsjeblieft.’
Ze keek me aan.
‘Ik zal het proberen, maar ach…’
Ze zuchtte diep, ‘het is allemaal zo ingewikkeld, zo ongelofelijk complex.’
We reden verder en er viel een lange stilte.
Het werd wat rustiger in mijn hoofd en naar gelang we dichter bij Frankrijk kwamen werd het ook nog zonniger. Dat had een goede invloed op ons beiden.
‘Zullen we even stoppen, ik moet nodig even plassen,’ zei ze.
Ze stuurde de Volkswagenbus de parkeerplaats op van een wegrestaurant. We stapten uit en Eva gooide een deken over haar gitaar.
‘Welterusten,’ zei ze en ze keek me aan.
‘Dan valt hij niet zo op. Niet dat het helpt, maar ja een mens moet wat nietwaar?’
Ze sloot de bus af en haalde haar vingers door haar haren. Ze strekte zich.
‘Zullen we meteen ook even iets eten,’ stelde ik voor, ‘heb je zin in een broodje, of iets anders.’
‘Heb ik het voor het uitkiezen…?’
‘Hoe bedoel je…?’
‘Nou een broodje of iets anders. Wat is iets anders…bedoel je wat ik denk dat je bedoelt?’
‘Eva Winters, je daagt me uit en je weet dat dit niet kan…bovendien bedoelde ik dat niet…’
‘Nou je hebt het anders wel snel door wat ik bedoelde, wat ik dacht dat jij bedoelde.’
Ze lachte.
‘Hou nou toch op…’ en ik probeerde haar vast te pakken.
Ze liep van me weg.
‘Pak me dan…’
‘Wacht maar, mijn wraak zal zoet zijn.’
‘Oh je maakt me bang, grote sterke Joe. Evaatje zal voortaan goed naar je luisteren. Afgesproken.’
Ze wachtte op me en we liepen hand in hand naar de ingang van het wegrestaurant.
Ze was weer helemaal de Eva die ik zo graag zag. De Eva waarvoor ik alles aan de kant had gezet, alle zekerheden in mijn leven.

23


‘Nou ga ik eerst even naar het toilet. Anders houd ik het niet droog. Tot zo.’
‘Wat wil je eten?’
‘Doe maar iets, altijd goed,’ en weg was ze.
Ik haalde ondertussen een paar broodjes, met een kop koffie en wat fruit.
Toen ze terugkwam zei ze, ‘nou wil ik eerst even een dikke kus…want anders kan ik niet eten.’
‘Smaakt het zo beter…’
‘Veel beter.’
‘Vind je het niet spannend, zo naar Parijs zonder een vast plan?’
‘Joe, ik heb het helemaal in mijn hoofd. Het zal gaan zoals ik wil dat het gaat. Dus nee, ik vind het niet spannend. Ik vind het wel spannend hoe het tussen ons zal gaan. Of jij je draai daar zult kunnen vinden.’
‘Ben je al vaker in Parijs geweest, ik bedoel heb je er al eerder gewerkt?’ vroeg ik.
‘Een paar jaar geleden en toen we nog met de band waren hebben we daar een week langs de kroegen en bars getoerd. Fransen houden van jazzachtige muziek en als je af en toe een goede chanson er tussen door gooit dan komt het helemaal goed. ’
‘Spreek je de taal…?’
‘Vloeiend, ook dankzij een deel van mijn opleiding thuis. Mijn oma kwam uit Frankrijk. Nadat ze met mijn opa was getrouwd, zijn ze naar Nederland vertrokken. Daarvoor hadden ze twee jaar in zonde geleefd in Parijs. Mijn leven lijkt wel een beetje op dat van mijn oma. Ik had een heel goed contact met haar. Ze was super muzikaal. Mijn opa heeft haar altijd gestimuleerd om verder te gaan in de muziek, maar ze wilde er alleen maar voor mijn opa zijn. Ze kon hele avonden voor hem op haar piano spelen. Opa las dan een boek of zat stil te luisteren, met zijn sigaartje en zijn glaasje cognac. Soms als ik mocht blijven logeren, ging ik bij opa op schoot zitten en dan luisterden we samen naar oma. Toen ze stierf heb ik dagenlang niks kunnen eten. Ze beschermde me, ze kwam voor me op. Toen oma was gestorven zag ik opa wegkwijnen van verdriet. Ze waren samen één. Ze konden niet zonder elkaar bestaan, zonder elkaar verder leven. Opa stierf een paar maanden later van puur verdriet.’
Ze was even stil.
‘Zouden wij ook zoiets kunnen hebben Joe, net als mijn opa en oma, samen één. Niet zonder elkaar verder kunnen.’
‘Ik weet het niet lief…ik weet niet wat de toekomst ons zal brengen.’
Ze ging verder zonder op mijn antwoord te reageren.
‘Ik was nog bij opa geweest, een paar dagen voordat hij stierf. Hij beloofde mij de piano van oma, als cadeau voor mijn verjaardag en hij vroeg me om nog één keer iets voor hem te spelen. Net zo mooi als mijn oma dat kon. Hij was in zijn stoel gaan zitten en had een sigaartje opgestoken en een glaasje cognac ingeschonken. Ik heb urenlang voor hem gespeeld. Hij had zonder een woord te zeggen naar me geluisterd…’
Ze stopte en ik zag haar tranen en ze pakte mijn hand. Ze hield hem stevig vast.
‘Toen…’ ging ze verder, ‘toen stond hij op en kwam naar me toe en legde zijn hand op mijn schouder.
Bedankt mijn kleine lieve Eva, je bent net als je oma een engel, die de wereld verrast met zoete klanken en een mens gelukkig maakt. Meisje van me, kies niet de weg van jouw oma, maar laat de mensen genieten en maak ze een beetje gelukkig. Ze hebben het zo nodig. Ook al moet je soms moeilijke keuzes maken. Oma was er voor mij, alleen maar voor mij. Je leeft verder in haar. Doe de dingen waar oma niet aan toegekomen is. Ik was net één dag dertien toen hij stierf. Hij was niet meer op mijn verjaardag geweest, maar had nog wel aan mijn vader gevraagd om de piano van oma naar ons huis te halen. Ik heb hem van mijn opa gekregen voor mijn verjaardag. Het is het mooiste wat ik ooit heb gekregen.’
‘Dank je Eva dat je me dit hebt willen vertellen.’
‘Je hebt er recht op om dit te weten. Het is nu ook van belang voor jouw leven. Ik zal doen wat mijn oma niet heeft gedaan uit liefde voor mijn opa. Ik zal het doen uit liefde voor mijn oma en opa. Tot aan het moment dat ik vind dat de tijd gekomen is om voor mijn eigen geluk te gaan.’
Ze keek mij aan en glimlachte.
Ik liet haar hand los en ze veegde met een tissue door haar ogen.
‘Zie ik er nog een beetje uit, anders moet ik nog even naar de dames.’
‘Je bent het mooiste meisje van het hele restaurant.’
‘Niet meer dan dat?’
‘Van alle meisjes van Nederland…?’
‘Is dat alles…?’
‘Van de hele wereld. Zo goed?’
‘Nou daar zal ik het dan maar mee moeten doen.’
Ze stond op.
‘Ik ga toch maar even kijken of het klopt. Tot zo.’
Toen ze terug kwam had ze haar haren op een staart gebonden. Ze had zich wat opgefrist en ze zag er stralend uit. Mijn Eva.

24


Toen we net in Frankrijk waren ging haar mobiel.
‘Met Eva.’
In vloeiend Frans ging ze verder. Ik begreep dat het Henry Duval was, die wilde weten hoe laat we in Parijs dachten te zijn. Eva vertelde hem dat zij hem wel zou bellen. Het gesprek was hartelijk en Eva lachte. Ik wist niet waar het over ging. Na een minuut of tien verbrak ze de verbinding.
‘Was Henry, maar dat had je neem ik aan al begrepen. Morgen heeft hij me geboekt in een bar bijna naast de Moulin Rouge. Een optreden van ongeveer twee uur. Alleen piano. Achthonderd euro, helft voor hem helft voor mij. Niet slecht voor een blueszangeresje toch?’
‘Je bent een ster Eva Winters…’
‘Sterren zijn zielen van dooie mensen. Hou op alsjeblief.’
‘Heb je niks met sterren?’
‘Jawel, ik vind ze hartstikke mooi, maar …laat maar zitten. Ik bazel maar wat.’

Het was tegen drie uur toen we de voorsteden van Parijs naderden.
‘Weet je waar je moet zijn?’ vroeg ik aan haar.
‘Zo ongeveer, maar ik zou Henry nog even bellen als we er bijna zouden zijn. We hebben afgesproken
dat we elkaar zouden zien bij een restaurant, vlakbij het vliegveld Charles de Gaulle. Vandaar uit rijden we samen.’
Ze pakte haar mobiel en belde Duval.
Ze legde hem moeiteloos de plek uit waar we ons bevonden. Of ze er dagelijks kwam. Het verwonderde mij.
‘Zo,’ zei ze, ‘hij zit nog ergens midden in Parijs, dus we kunnen het rustig aandoen.’
Ze nam de afslag naar het wegrestaurant waar ze met Duval had afgesproken.
‘Kom, ik trakteer.’
Ze sloot de bus zorgvuldig af.
‘Hij slaapt nog zo lekker,’ en ze wees op haar gitaar.
 ‘Ja,’ zei ik, ‘hij is vandaag wel lekker rustig.’
‘Nu nog wel, maar als ik hem wakker maak dan verandert hij in een brullende leeuw.’
‘Laat dan maar lekker liggen. Kom op fantast.’
‘Zonder fantasie is het leven een grote donkere put, niet de moeite waard.’
‘Ja, ja…ik lust nu eerst een groot glas bier.’
‘Ja hoor, meneer aan het bier en ik mag zeker wel een glaasje limonade.’
‘Aanmaak, of kennen ze dat hier niet…’
‘Geen idee, maar daar komen we zo achter.’
De juffrouw van de bediening deed haar uiterste best om te begrijpen wat Eva wilde bestellen.
Maar tenslotte gaf Eva het op.
‘Alors, tonic? Vous avez ca…?’
De juffrouw knikte bevestigend.
‘Nou ik heb mijn best gedaan. Ze hebben hier geen aanmaak,’ zei Eva droog.
Ik moest lachen toe ik haar ondeugende ogen zag.
‘Je bent me er eentje…’
‘Zeg dat wel,’ zei ze en keek op de menukaart.
‘Wil je nog wat eten?’
‘Jij…?’
‘Laten we dat maar doen. Het kan wel eens laat worden voordat we weer iets krijgen.’
We bestelden friet met een hamburger.
‘Kijk,’ zei ze, ‘dat hebben ze dan weer wel.’
Hoewel ik geen liefhebber ben, smaakte het me voortreffelijk.

25


We hadden bijna anderhalf uur op Henry Duval moeten wachten.
Ik had hem in Hamburg alleen van een afstand gezien en toen hij me de hand schudde en zich voorstelde moest ik toegeven dat het een mooie man was. Ik schatte hem rond de vijf en dertig. Hij had de charme van een Fransman en de uitstraling van een geslaagde zakenman.
Hij vertelde Eva over de boekingen en vol enthousiasme liet hij haar het ontwerp van de poster zien, die in de maak was voor het optreden in Olympia. Ze was de support-act van een opkomende band. The Zodiac. In Frankrijk was die blijkbaar al heel populair en ze stonden op het punt om wereldwijd door te breken. Het waren Engelsen. Ik had er nog nooit van gehoord. Hard rockers, maar geen metal. Dus volgens Duval was de combinatie van The Zodiac met Eva als support-act helemaal geschikt voor het publiek, dat in grote aantallen werd verwacht. Het was bijna uitverkocht. Nog ruim drie weken en dan was het zo ver. Hij was er trots op dat Eva in het voorprogramma stond. De laatste kaarten gingen er deze week uit. Hij had een contract bij zich. Eva pakte het aan en las het aandachtig door.
Ik hoorde haar zeggen dat ze maar een optreden van een half uur had. Ze wilde drie kwartier. Duval zei dat het niet anders kon. Ze schoof het contract weg. Drie kwartier en niet korter, daar hield ze aan vast. Hij pakte zijn mobiel en hij belde. Ik kon hem niet volgen. Eva keek naar mij.
‘Een half uur is wel heel erg kort. Dat is hallo zeggen en daag. Daar moet hij maar wat op verzinnen.’
Duval legde zijn mobiel neer en zei dat drie kwartier in orde was.
Eva nam het contract en vroeg aan Duval de tekst aan te passen. Hij pakte een ballpoint en voegde een voetnoot toe en zette er zijn paraaf bij.
Tevreden las Eva verder. Tenslotte vroeg ze de ballpoint en zette haar handtekening onder het contract. Duval stond op en gaf haar een hand.
Hij bestelde nog een drankje en toen de juffrouw van de bediening de bestelling naar onze tafel had gebracht proostte hij. ‘Santé.’
‘Santé,’ zeiden Eva en ik tegelijkertijd.
Eva en Henry Duval praatten nog wat na en ik probeerde het gesprek zo goed en zo kwaad mogelijk te volgen. In ieder geval begreep ik dat Eva de komende drie weken bijna elke avond was geboekt.
‘Seulement avec le piano…?’ vroeg ze aan Duval.
‘Oui, seulement le piano et votre voix.’
Duval stond op en stelde voor dat we hem zouden volgen. Hij zou voor ons uit rijden en ons zo de weg wijzen naar ons tijdelijk verblijf. Bijna moeiteloos volgde Eva de auto van Duval. Een BMW uit de achtserie.
‘Het gaat hem zeker goed? Daar is in ieder geval beter aan verdiend dan aan stekkertjes en kabeltjes,’ merkte ik op.
‘Het lijkt er wel op, maar je moet er wel tegen kunnen. Het is een vreemde wereld. Neem dat maar van me aan.’
Na een half uur draaide de BMW een zijstraat in. Het was een grijze grauwe straat met flats die nodig
aan een renovatie toe waren, als dat tenminste nog de moeite waard was. Na twee keer links en een keer rechts stopte hij voor een witte toegangspoort.
Ik kon niet lezen waren we waren. Het straatnaambordje was deels afgebroken en er stond alleen nog iets van “ Rue de Vi…”. 
Duval belde aan en de poort ging open. Hij wenkte dat we hem moesten volgen. Nadat we binnen waren ging de poort automatisch weer dicht. Althans zo leek het. We stapten uit en liepen naar een deur die toegang gaf tot een halletje. Achter het loket zat een vrouw van rond de vijftig. Hoewel ze wat slordig oogde, leek ze me een mooie vrouw geweest te zijn. Ze was vriendelijk en na een onderonsje met Duval legde ze twee sleutels op de rand van het loket. Ze legde hem uit waarvoor ze dienden. Een was voor de poort en de andere gaf toegang tot ons appartement. Duval legde aan Eva uit dat de sleutel van de poort in het kastje aan de rechterkant van de poort moest worden gestoken en even moest worden vastgehouden totdat de poort openging. Sluiten deed hij vanzelf.
‘Het is maar goed, dat Eva het allemaal begrijpt,’ dacht ik. Het viel me tegen dat ik het amper kon volgen.
Eva had de sleutel van het appartement. Duval nam afscheid en beloofde dat hij in de loop van de avond nog wel even zou bellen. Donderdagavond werd ze verwacht in Le Salon. Om tien uur.
Hij nam afscheid en we liepen door de deur die naar de trap ging. Nummer twee honderd vijf en dertig.
Het was op de derde verdieping. Ze stak de sleutel in het deurslot en we gingen naar binnen. Het rook er een beetje muf. Ik deed het licht aan en zo op het eerste gezicht leek het allemaal heel redelijk.
Er was een kleine keuken, een toilet, een kleine douche maar in ieder geval groter dan bij Horschbach en
een zitkamer en één slaapkamertje.
‘Lekker smal bedje. Maar je kunt hier in ieder geval op de bank slapen. Dat is dan wel weer een voordeel.’
‘Ja, je zegt het maar.’
‘We zullen zien, als je lief bent, mag je ook wel een keer bij mij in mijn bedje.’
‘Jouw bedje?’
‘Mijn bedje, jouw bankje. Dat lijkt me redelijk.’
Ik liep naar het raam. Het uitzicht beperkte zich tot een zelfde soort flat aan de overzijde.
‘Nou we moeten het er maar even mee doen, het is niet zoals jouw appartement. Maar we hebben in ieder geval onderdak. En betaalbaar.’
Ze haalde haar schouders op.
‘Kom we gaan zo meteen wel even boodschappen doen. Volgens die mevrouw aan de balie zit hier net om de hoek iets van een supermarkt. Ze zei wel dat we een beetje op moesten letten, want de buurt schijnt niet helemaal fijn te zijn.’

26


We liepen de straat in waar de supermarkt moest zijn. En inderdaad verscholen achter een grote
zeecontainer was er iets wat leek op een winkel. Er stond op een kartonnetje geschreven dat we moesten aanbellen en de man die openmaakte zag dat we nieuw waren. Hij legde uit dat om te voorkomen dat er ongewilde klanten zijn winkel inkwamen, hij de deur dicht hield. Hij kon op zijn beveiligingscamera zien wie er aan de deur stond. Hij vertelde ons dat hij niet voor iedereen openmaakte. Hij kende zijn pappenheimers. Het laatste jaar was hij niet meer overvallen. Het jaar daarvoor drie keer. De man zei dat het plezier er wel van af was en als we vragen hadden, het hem maar moesten laten weten. We pakten een boodschappenkarretje en Eva liep langs de schappen. Ik volgde.
We rekenden af en met een tot ziens namen we afscheid.
‘Ook gezellig om zo een winkel te hebben,’ zei Eva.
‘Ik zou het wel weten, maar ja het zal wel niet altijd zo zijn geweest, denk je ook niet?’
‘Ik weet het niet. Het is best een aardige man. Jammer.’
We liepen terug naar ons appartement. De mevrouw achter het loket groette ons vriendelijk en wij groetten haar vriendelijk terug.

Eva had een uitstekende maaltijd voor ons klaar gemaakt. Simpel maar zeer smakelijk.
‘Heb ik ook geleerd van mijn oma. Die kon van niets iets maken. Met wat fantasie, kruiden en wat
improvisatie was het altijd weer een verrassing wat er op tafel kwam. Bloemkool werd feestkool en zelfs spruitjes waren eigenlijk best lekker, tenminste als mijn oma ze klaar had gemaakt. Mijn moeder kon nog geen ei fatsoenlijk bakken. Had ze thuis nooit geleerd. De ouders van mijn moeder waren rijk, zeg maar stinkend rijk. Ze hadden personeel. Vandaar dat mijn moeder geen flauw idee had hoe ze een huishouden moest runnen. Mijn vader had beter niet met haar kunnen trouwen. Mijn vader was een lieve man, maar heeft volgens mij een totaal verkeerde vrouw uitgekozen. Ik wil niet meteen zeggen dat ik haar haatte, maar ik kan ook niet zeggen dat ik ook maar iets voor haar voelde. Ze straalde geen greintje genegenheid uit en eigenlijk was het een vreselijk mens. Ik denk dat mijn vader als hij nog leeft, nog wel eens aan me denkt. Ik trouwens ook aan hem. Mijn moeder zal hem wel verboden hebben om contact met me te zoeken. Hij is puur afhankelijk van haar. Lekker gezellig leven. Ik heb nog twee zusjes en een broertje. Mijn broertje is jonger en daar had ik tot een enkele jaren geleden nog wel een beetje contact mee. Mijn zussen vonden mij maar een raar mens. Ze lijken meer op mijn moeder. Ze houden meer van Gucci en Louis Vuitton en van winkelen in de P.C.Hooftstraat. Alles moet mooi en vooral duur zijn. Mij maakt het niet uit. Het zegt me niks. Ik ben meer zoals mijn vader, maar alleen een beetje meer strijdbaar. Mijn vader was directeur in een fabriek, waarvan de aandelen, althans voor het grootste deel, in handen waren van de ouders van mijn moeder. Ik noem ze bewust geen opa en oma. Ik krijg dat niet uit mijn strot. Ik had maar één opa en één oma. De ouders van mijn vader. Die waren altijd zo lief voor me. Die zouden me wel gezocht hebben, al hadden ze hun laatste cent er voor uit moeten geven. Al hadden ze er half Europa voor af moeten reizen. Maar ja, het is nou eenmaal zoals het is. En dus niet anders. En jouw ouders…?’
‘Mijn vader stierf toen ik veertien was. Hij had kanker. We hadden het niet breed. Mijn moeder heeft zich kapot gewerkt om ons allemaal, we waren met zijn zessen, vijf kinderen en mijn moeder, zo veel mogelijk te kunnen geven. Ik had twee broers en twee zussen. Mooi verdeeld. Ik ben de middelste.
Mijn zussen waren al vroeg het huis uit. Ze wonen alle twee in Nieuw Zeeland. Ze zijn beiden getrouwd met de zonen van een grote tuinder. Dus twee broers en twee zussen. Ze hebben met zijn vieren een kiwi- kwekerij of zoiets. Ik heb nauwelijks contact, of zeg maar geen. Mijn jongste broertje is verongelukt en mijn andere broer woont in Amsterdam. Hij is net als ik ongetrouwd. Hij maakt beelden en schildert.
Een vreemde in zichzelf gekeerde jongen. Als ik in Amsterdam ben ga ik nog wel eens bij hem langs.
Na vijf minuten is het klaar, zijn we uitgepraat.’
‘Leeft je moeder nog…?’
‘Nee, die was net vijf en vijftig toen ze een hersenbloeding kreeg. Ze heeft nog een paar maanden in een verpleegtehuis gewoond. Maar toen was het ook echt op.’
‘Sorry…’
‘Geeft niks, zo gaat het nou eenmaal. Dus bij ons was het ook niet echt een feest. Maar niets ten nadele van mijn moeder. Ze heeft haar best gedaan. Meer kon ze echt niet doen.’
Eva nam een slokje wijn.
‘Ja Joe, soms is het niet genoeg je uiterste best doen…het zijn andere factoren, zaken die je zelf niet in de hand hebt, die het zo moeilijk maken. Mag ik vragen hoe je broertje is verongelukt?’
‘Hij was met vrienden wezen stappen. Ze hadden gedronken. Hij ook. Hun auto is van de weg geraakt en tegen een boom geknald. Vier knullen van net achttien. Drie dood en nummer vier voor zijn leven lang gekluisterd aan bed. Een avondje stappen….’
Eva liet haar wijsvinger over de rand van haar glas gaan.
‘Waarom heb jij eigenlijk nooit met iemand een relatie gehad. Ik kan me dat niet voorstellen?’
‘Ik kan het niet zeggen Eva. Misschien ben ik de juiste vrouw wel niet tegengekomen. Ik ben kwetsbaar omdat ik gevoelig ben. Ik scherm mezelf daarom misschien wel te veel af.’
‘Ook voor mij…’
‘Niet voor jou, ik hoop tenminste dat jij dat ook vindt.’
Ze zweeg en nam weer een slokje wijn.
‘Ik vind je lief. Maar ik denk ook wel dat je kwetsbaar bent. Je hebt een zacht karakter en je bent totaal geen macho. Ik vind dat wel prettig. Als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het die kerels die zichzelf zo geweldig vinden. Ik heb er genoeg gezien, zeker de laatste jaren. Ik heb er een neus voor. Maar goed iedere gek heeft zijn gebrek, zullen we maar zeggen.’
Haar mobiel ging.
Ik begreep dat het Duval was. Hij wilde met haar afspreken. Ze zei dat het in orde was en legde haar mobiel weer op tafel en dronk het bodempje wijn op, dat nog in haar glas zat.
‘Henry haalt me morgenvroeg hier op. We hebben een paar afspraken. Ik kan nog niet zeggen hoe laat ik morgenavond klaar ben. En dan lijkt het er op dat ik voorlopig even geen tijd meer voor je heb. In ieder geval niet ’s avonds. Dat vind je toch wel goed?’
‘Ja hoor, daarvoor ben je naar Parijs gegaan. Niet om mij gezelschap te houden. Je hebt het me van te voren gezegd.’
Ze stond op en gaf me een kus op mijn voorhoofd.
‘Dank je voor je begrip. Na Parijs ben ik er voor jou. Dat beloof ik je.’
‘Ik zal geduldig zijn…’
‘Je zult wel moeten’ zei ze vrolijk en nam de borden en het bestek mee naar de keuken.
‘Breng jij de rest mee…?’
Er stonden nog twee schalen en de twee wijnglazen. Eva was al begonnen met de afwas.
‘Dat vond ik vroeger zo gezellig. Bij mijn oma en opa hadden ze geen afwasser. Dan mocht ik altijd meehelpen. Soms zat er overal schuim en was de keuken zeiknat. Vonden ze allemaal goed. Als we dan klaar waren kreeg ik limonade en een koekje. En mijn opa en oma dronken dan koffie. Daarna deden we een spelletje. Ganzenborden of zo. Mijn opa speelde altijd vals. Maar hij verloor dan ook altijd. Hij kon heel goed schaken. Hij heeft het mij ook geleerd. Kun jij schaken?’
‘Ja veel kan ik niet, maar dat wel…’
‘Als ik morgen tijd heb zal ik eens kijken of ik ergens een schaakbord kan kopen, of misschien wil jij dat wel doen. Heb je ook even iets om handen…goed?’
‘Ik zal onze conciërge wel vragen of hier iets in de buurt zit, een speelgoedwinkel of zoiets. Die zal dat vast wel weten.’
‘Leuk,’ zei Eva en ze zette de laatste schone borden in het keukenkastje
Het was tien uur en we besloten maar naar bed te gaan. Het was mooi geweest. Ze had uit mijn appartement een van mijn boeken meegenomen.
‘Ik ga nog even liggen lezen, oké?’
‘Je doet maar. Dan kijk ik nog even teevee.’
Er stond een kleine teevee en ik kon alleen Franse programma’s vinden. Ik probeerde het zo goed mogelijk te volgen. Er was een programma over de problemen in de achterstandswijken. In Marseille en in Parijs. Het ging gelukkig niet over onze buurt, de buurt waar het appartement stond en waar we de komende vier weken ons mee moesten behelpen. Het was ondertussen elf uur en ik besloot ook maar naar bed te gaan. Eva sliep al. Haar boek lag opengeslagen op haar buik. Ik realiseerde me dat ik haar voor het eerst zo zag. Ze was mooi. Haar lange krullende haren, haar mond, de vorm van haar kaken. Haar lichte bruine huidtint in combinatie met de bijna zwarte haren gaven haar iets exotisch. Ik nam het boek en legde het op het tafeltje. Ik deed de dekens over haar blote schouder.
‘Hoi Joe, ’zei ze slaperig, ‘kom je ook naar bed?’
‘Ja, in jouw bedje. Vind je dat goed?’
‘Ja, is goed, ’en ze sliep weer verder.
Ik deed het licht uit en door het smalle bed was het onvermijdelijk dat onze lichamen elkaar raakten. Ze draaide zich om en legde haar arm over me heen. Ze kreunde zacht. Ik kon niet in slaap komen. Hoewel het bed smal was, viel het niet tegen. Het lag nog redelijk comfortabel. Ik dacht aan Eva, aan onze toekomst. Het was allemaal nog zo pril, zo vers, maar zo ingrijpend. Zou ik haar echt gelukkig kunnen maken? Of zou ze na een tijdje genoeg van me krijgen. In mijn hoofd probeerden Ratio en Emotio na de harde strijd elkaar weer te vinden. Tenslotte viel ik in slaap en schrok wakker van het wekalarm wat ik ingesteld had op mijn mobiel. Eva sliep nog. Ik stond op en kookte twee eitjes. We hadden een oven in het appartement en al vlug geurde de lucht van versgebakken brood door de woonkamer. We hadden stokbrood meegebracht om af te bakken. Net toen ik naar de slaapkamer wilde gaan kwam Eva de keuken binnen.
‘Goede morgen, waar kan ik hier verse broodjes krijgen. Ik werd wakker en ik kreeg me toch een honger.’
‘Bij Joe’s Place.’
‘Nou, volgens mij ben ik dan goed. Even wat warmers aandoen, want dit is een beetje fris.’
Ze droeg alleen een T-shirt en een slipje.
‘Dat lijkt me een goed plan. Of wil je in bed ontbijten…?’
‘Nee hoor, doe hier maar, want ik denk dat het een beetje een zooitje wordt. Het bed veert nogal.’
‘Heb je wel goed geslapen?’
‘Als een marmot. Het is hier op de een of andere manier heel erg stil. Je hoort geen verkeer, geen auto’s en treinen en zo…’
‘Ja, heel apart…het is in ieder geval rustiger dan bij mij.’
‘Nou, tot zo.’
Binnen een paar tellen was ze terug. Ze droeg nog steeds mijn ochtendjas.

27


Henry Duval had zich gemeld. Hij stond beneden bij de poort. Eva deed haar jackje aan, het jackje dat ik voor haar had gekocht. Ze was er gek mee.
‘Nou tot vanavond…Ik weet niet hoe laat, maar ik bel of sms je nog wel even.’
Ze gaf me een kus en trok de deur achter zich dicht.
Nadat ik had opgeruimd, had gedoucht en aangekleed, vroeg ik mezelf af waar ik mezelf de hele dag in godsnaam mee moest vermaken. Het was tien uur en ik besloot nadat ik alle zenders op de teevee had gehad, om maar eens nader kennis te gaan maken met onze conciërge. Ik zou haar dan tevens vragen of ze een winkel wist, waar ik een schaakspel kon kopen. Ik ging naar beneden en ik zag dat ze er niet was. Er zat een belletje bij het loket. Ik twijfelde. Misschien was ze wel weg of met iets anders bezig en zo dringend was het ook weer niet. Tenslotte drukte ik toch maar op het belletje. Er gebeurde niets.
Ik wilde weggaan toen ik hoorde; ‘Bonjour monsieur, excusez moi…’
Ze kwam uit het niets, tenminste ik had geen idee waar ze vandaan kwam.
Ik stelde me voor en ze noemde haar naam
‘Marie Bonnet, ’ en ze voegde er aan toe dat ze het prettig zou vinden als ik haar met Marie wilde aanspreken.
‘Joe, alors vous m’áppelez Joe.. ?’ zei ik in mijn beste Frans. Of het helemaal juist was betwijfelde ik, maar ze begreep me in ieder geval.
Ik vroeg haar of ze wist waar ik een schaakspel kon kopen. Ze wenkte me en zei dat ik mee moest komen. Ze maakte de deur aan de zijkant van het loket open die met een schuif was afgesloten. Tot mijn verbazing zag ik dat achter het gangetje een bredere gang liep. Daarachter woonde ze blijkbaar. Er was in ieder geval een huiskamer. Ze zag mijn verbazing en ze liet me haar verblijf zien. Het had ongeveer dezelfde indeling als ons appartement. Ze had één kamer meer dan wij. Ze vroeg of ik koffie lustte of dat ik misschien liever thee wilde. Ik zei dat ik een kopje koffie wel lekker zou vinden. Ze ging naar de keuken en kwam terug met twee koppen en twee biscuits. Het kwam niet vaak voor dat ze koffie dronk met haar gasten, vertelde ze me. Meestal zag ze hen amper. Alleen als er wat bijzonders was. De verhuur ging via een bureau in Parijs. Daar kreeg ze alle informatie vandaan. Wie er kwam en wanneer ze weer gingen. Ze vertelde me dat ze dit werk al een jaar of zes deed. Daarvoor had ze in Parijs gewerkt. Ze had in haar jonge jaren bij de revue gedanst. In de Folies. Ze vroeg of ik wist wat dat was. Ik zei dat ik er van gehoord had maar er zelf nog nooit was geweest. Ze drong erop aan omdat ik nu toch in Parijs was, daar zeker eens naar toe te gaan. Haar dochter werkte in de Starlight Club. Ze was ook danseres. Marie stond op en maakte de la open van het dressoir. Ze pakte er een fotoalbum uit en kwam naast me zitten. Het leek wel of we elkaar al jaren kenden en ik voelde me thuis bij haar. Ze liet me de foto’s zien van haar dochter. Ze heette Veronique. Marie vertelde dat Veronique zevenentwintig was en het schoot door mijn gedachten dat ze dus bijna even oud was als Eva. Veronique was een mooie jonge vrouw. In ieder geval zo stond ze op de foto’s. Ze was een echte Française. Slank, klein en tenger. Maar ze had wel een pittige, charmante uitstraling. Ik probeerde zo goed mogelijk te volgen wat Marie me allemaal vertelde. Ze zei dat ze nooit was getrouwd. Veronique was een ongelukje. Maar ze was wel gewenst. Ze had geprobeerd haar zo goed mogelijk op te voeden. Veronique was opgegroeid tussen de coulissen. Marie vertelde over haar verleden en over de mannen in haar leven. Er was er niet één langer gebleven dan een maand. Allemaal passanten. De enige waarvan ze echt had gehouden was de vader van haar kind. Hij was al getrouwd en had tenslotte toch gekozen voor zijn gezin. Hij kwam uit Tours en was regelmatig met zakenvrienden in Parijs. Het was een fijne man. Ze stond op en pakte uit de lade een ander album. Ze vroeg of ze me niet verveelde met haar foto’s. Ik zei dat ik het interessant vond, en ik meende dat ook oprecht. Ze liet me foto’s van zichzelf zien. Van de tijden dat ze nog volop danste. Ze was een mooie vrouw. Ze vertelde dat ze zeventien was toen ze met dansen begon. Ze was toen ze net twintig was thuis weggegaan om haar geluk te zoeken. Ze wilde een ander leven dan haar ouders. In ieder geval een ander leven dan haar oudere zus, die was getrouwd en een een burgerlijk leven leidde. Ze vertelde dat ze geen contact meer met haar had. Wel met haar jongere zus, een nakomertje. Zij had wel geleefd. Ze vertelde me dat ze in augustus vier en vijftig werd. Ze was dus maar twee jaar ouder dan ik. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze eruit zou zien als ze zich zou opmaken en zich anders zou kleden. Haar gezicht was getekend, maar het had nog de duidelijke lijnen van de mooie vrouw op de foto. Haar haren, die ze in een knotje droeg, waren wel wat dunner maar het was de grijze kleur, die haar ouder deed lijken. Al bladerend door het album kreeg ik een indruk van haar. Er waren foto’s bij waarop ze te zien was met bekende gezichten. Ze noemde de namen. Ze vroeg of ik nog een kop koffie wilde. Ik zei dat het goed was. Ik kon mezelf steeds gemakkelijker uitdrukken in de Franse taal. In ieder geval liep het soepeler dan in het begin. Marie genoot terwijl we samen door het album bladerden. Het leek wel of ze alles opnieuw beleefde en ze vroeg me nog een keer of ze me niet verveelde. Ik stelde haar gerust. Ze wees naar een man op de foto. Het was de enige foto die ze van hem had. Een grote vent, in een mooi pak, samen het Marie op een of andere kermis. Hij was de vader van Veronique. Nogmaals vertelde ze me dat hij de enige was waarvan ze echt had gehouden en dat er nooit iemand anders meer was geweest. Ze staarde voor zich uit. Nou ja, wel af en toe eens een, maar niet iemand waarvan ze had gehouden. Ik zag dat ik inmiddels al twee uur bij haar binnen was geweest. Het had me geen minuut verveeld.
Ze vroeg me met welk doel we naar Parijs waren gekomen. Ik vertelde haar over Eva. Over haar optreden in Olympia. Over het tijdelijke werk in de bars rond de Moulin Rouge. Marie staarde voor zich uit. Ze fronste haar wenkbrauwen toen ik vertelde over het leeftijdsverschil tussen Eva en mij en dat we elkaar pas heel erg kort kenden. Ze pakte mijn hand en zei zachtjes dat liefde geen rekening houdt met leeftijd. De vader van Veronique was ook veel ouder dan zij. Ze was zesentwintig. Hij zesenveertig. Op de foto leek hij jonger. Ze zei het zo mooi.
‘L’amour pure est seulement pour çelui qui veut vivre sa vie absolue. Les temps n’est d’aucune importance. “Echte liefde is er alleen voor degene die zijn leven onvoorwaardelijk wil leven. Tijd is totaal niet belangrijk.”
Ze benadrukte dat het belangrijk was om te genieten van het moment en niet te denken in jaren, in getallen. Als ze kon dansen was ze gelukkig en vroeg zich nooit af hoe laat het was. Als ze moe werd was het tijd om te rusten. Het tijdstip was van geen enkele belang. Ze legde haar fotoalbums terug in de lade van het dressoir en liep naar een wandkast, achter in de kamer. Ze kwam terug met een doosje. Er zaten schaakstukken in. Een speelbord had ze niet meer. Ze zei dat ze ook kon schaken.
Ik vroeg of ze een papier had en een potlood of een pen. Of een viltstift.
Ze ging naar de keuken en kwam terug met een stuk wit karton. Ik knipte een vierkant en trok lijnen zodat er velden ontstonden en ik kleurde de velden in.
‘Magnifique,’ zei ze.
Ik vroeg of ze wilde spelen en ze knikte. Marie schaakte goed. Ik vroeg haar waar ze dit had geleerd.
‘Van een collega. Tussen onze optredens zat soms veel tijd. We speelden dan een partijtje schaak, zodat we ons niet verveelden. Hij was beter dan ik,’ vertelde ze.
‘Hij…?’
‘Silvain was een van de dansers. We hadden samen een goede relatie. Hij kwam uit Spanje, uit een dorpje bij Madrid. Niet echt een Spaanse naam. Maar hij had wel het temperament. Silvain kon boos worden als het allemaal even tegenzat. Hij was een perfectionist. Hij wilde altijd het beste zijn, het mooiste hebben. Hij had alleen mij. Verder vond iedereen hem om zo te zeggen niet leuk. Hij heeft me met zoveel geduld en toewijding schaken geleerd, dat ik, al zeg ik het zelf, een aardig partijtje kan spelen.’
‘Dat zie ik…’ zei ik toen ik in een uitzichtloze positie kwam.
‘Zullen we nog een partijtje of moet je weg…?’
‘Nee, maar …’
Marie keek me aan en ze zette haar schaakstukken weer op het speelveld.
Mijn mobiel ging.
Het was Eva en ze vertelde me dat ze niet kwam slapen. Ze had nog een optreden en dan werd het veel te laat om nog terug te gaan naar het appartement. Waarschijnlijk, als het allemaal goed zou gaan, bleef dat de hele week zo.
‘Heb je dan niks nodig, schone kleding of make-up spullen. En waar slaap je dan?’ vroeg ik haar.
Ze bleef bij Duval. Henry had een appartement in het centrum van Parijs. Hij had nog wel een kamer over. Een kleine kamer met een bed. En de spulletjes die ze nodig had, kocht ze wel ergens. Dat was niet het probleem. Ze zei zich een beetje schuldig te voelen om mij zo alleen te laten en hoopte dat ik niet boos op haar was.
‘Nee hoor,’ probeerde ik zó te zeggen dat ze de teleurstelling niet in mijn stem zou horen.
Ze vond het super van me en ze beloofde me in de loop van de avond nog te bellen.
‘Dag lieverd, veel succes,’ en ik legde mijn mobiel op tafel.
‘Toch geen probleem…?’ vroeg Marie
‘Nee hoor. Eva mijn vriendin blijft vannacht ergens anders slapen…’
‘Ze is een mooi meisje, mooie meisjes horen bij Parijs.’
Die opmerking van Marie stelde me niet echt op mijn gemak.
‘Oh,’ zei ze en ze verplaatste de toren zo, dat ik met de beste wil van de wereld niet zag wat mijn volgende zet moest worden.
‘Eet je nu vanavond alleen…?’ vroeg Marie.
‘Ja, ik moet alleen nog even wat verzinnen.’
‘Lust je salade met kip?’
Ze keek me aan en voegde er aan toe, ‘er is genoeg, ik zou het fijn vinden als je bij mij blijft eten.’
Ik vroeg me even af of het wel verstandig was om te blijven eten bij Marie. Maar ik wist dat ik haar zou teleurstellen wanneer ik zou zeggen dat ik niet zou blijven.
‘Nou, ik maak graag gebruik van je aanbod.’
‘Mooi, hoe laat wil je graag eten?’
‘Maakt me niet uit, ik pas me wel aan.’
Ondertussen zag ik dat ook de tweede partij voor mij verloren ging. Ze verontschuldigde zich, maar ik zei dat het niet erg was. Ze was gewoon beter.
‘Wil je wat drinken. Ik heb nog wel een flesje wijn. Rood?’
‘Graag, als jij ook een meedoet. Dat is wel net zo gezellig.’
Marie liep naar de keuken en kwam terug met twee glazen en een fles rode wijn.
‘Zal ik hem voor je open maken?’
Ze knikte en terwijl ik de fles ontkurkte zette Marie de glazen op de onderzetters, die ze uit de la had gepakt, die aan de onderzijde van het tafeltje zat.
‘Santé.’
‘Santé Marie, op onze kennismaking.’
Ze vroeg of ik rookte. Ik schudde van nee.
Marie stak een klein sigaartje op. Ze zei dat ze genoot van het sigaartje, van de wijn en van mijn gezelschap en vroeg of ik het vervelend vond om nog even met haar wat boodschappen te doen.
‘Geen probleem, dan kan ik zelf ook nog wat aanvullen.’
Nadat onze glazen leeg waren stond ze op en nam haar jas van de kapstok. Een zwarte jas, die in mijn ogen een dure uitstraling had. Ze zag dat ik keek.
‘Het is een ouwetje, maar ik kan er nog steeds geen afscheid van nemen. Ik heb hem ooit gekregen tijdens een privé dansfeest van iemand. Niet als betaling, maar gewoon omdat hij me leuk vond. Hij ontwierp en verkocht dit soort kleding aan de betere kledingzaken in Parijs en andere grote Franse steden. Hij heeft het later ook in Duitsland geprobeerd, zonder al te veel succes overigens. Phillipe was een beetje aparte vent, maar als hij je mocht, kon je alles van hem krijgen.’
Ik realiseerde me dat ik mijn jas nog in het appartement had liggen.
‘Ik ben zo terug Marie, een momentje alsjeblieft.’

28


Toen ik beneden kwam, was Marie al naar buiten gegaan. Ze had een bordje op de balie gezet waarop stond dat ze even afwezig was. We liepen naar dezelfde winkel, waar ik samen met Eva was geweest.
De man die de deur openmaakte groette ons beleefd en keek mij met enige verbazing aan. Ik zag aan hem dat hij zich afvroeg waar Eva was. Hij en Marie raakten druk in gesprek en ik kon het niet volgen. We deden onze boodschappen, rekenden af en liepen naar buiten.
Ik stelde Marie voor om ook haar tas te dragen. Ze zei dat ze dat zelf wel kon. Ze vertelde over de buurt. Het was een buurt geworden van kansarmen. Er werd veel gestolen en het was wanneer het donker werd, geen plek om rond te lopen en zeker niet alleen. Er was veel werkeloosheid en een broeinest voor illegale handel en criminaliteit. Maar voegde ze er aan toe; ‘je went overal aan.’
Terug in het appartement verontschuldigde Marie zich en ging naar de keuken. Ze vroeg aan mij om een muziekje op te zetten. Behalve cd’s had ze ook nog drie en dertig-toerenplaten.
‘Van Edith Piaff tot aan de Rolling Stones… Je hebt een brede belangstelling.’
‘Muziek is altijd mooi. Het zijn korte verhalen. Ik kan er tenminste van genieten. Net als van een mooi boek en ik lees veel, maar dat zal je niet verwonderen. Ik ben blij wanneer ik wat om handen heb.
‘Hoe ben je hier terechtgekomen…’ vroeg ik.
‘Joe, opeens komt er een moment, waarvan je zelf wel weet dat het ooit komt, maar niet wanneer. Het moment dat je te oud wordt voor datgene waar je mee bezig bent. Zeker als je danst. Men raakt op je uitgekeken. Dan is de tijd rijp om er mee te stoppen. Er een punt achter te zetten. En als je dan geleefd hebt zoals ik heb geleefd, dan moet je niet zeuren. Dan moet je blij zijn dat er nog een paar graantjes buiten de kooi vallen. Daar moet je het dan maar mee doen. Toen ze een conciërge vroegen voor dit appartement heb ik geschreven. Een redelijke baan en een baan met woonruimte. Ik kan er net van leven, maar dat is ook genoeg. Veronique helpt me als het even krap is. Ik ben tevreden, maar soms ook wel een beetje eenzaam. Van het bruisende leven van Place Pigalle naar de stilte van een appartementje in een achterstandsbuurt. Zo gaat het. Het is mijn leven, mijn keuze.’
Terwijl ze de kipfiletjes nog eens omdraaide en het vuur onder de pan wat lager zette, veegde ze de kruimels van het stokbrood, die op het aanrecht lagen behoedzaam bij elkaar.
‘Wil je dressing over je salade?’
‘Is goed, ik pas me wel aan.’
‘Je bent mijn gast, dus jij mag het zeggen. Wil je ook nog een flesje wijn ontkurken. Ik vind het echt heel fijn dat je er bent.’
‘Ik moet je dankbaar zijn Marie. Anders had ik mijn eigen potje moeten koken en had ik daar ook maar alleen gezeten.’
‘Nou, dat zal allemaal wel. We kunnen aan tafel.’
Ze had een sobere, maar goede maaltijd voor mij klaar gemaakt. We spraken niet veel.
Daar zat ik, met Marie Bonnet, een ex-revuester, nu de conciërge van een appartementencomplex, terwijl Eva ergens in Parijs de mensen vermaakte met haar pianospel. Ze bleef slapen bij Duval. Ik had helemaal niets met hem. En hij waarschijnlijk ook niet met mij. Ik vond hem een beetje arrogant, in ieder geval naar mij toe en overvriendelijk naar Eva. Ik wist dat ik niet objectief was en probeerde de gedachte dat Eva vannacht bij hem in zijn appartement zou overnachten van me af te zetten. Ik vroeg me af of het jaloezie was, of de teleurstelling om vanavond helemaal alleen te zijn in een kil en doods appartement in een van de buitenwijken van Parijs.
‘Waar denk je aan?’ vroeg Marie.
‘Aan Eva,’ antwoordde ik eerlijk.
‘Ik ken haar niet, nog niet, maar ze zal zich wel redden, Parijs is goed voor meiden, die voor zichzelf opkomen.’
Ik knikte, maar vroeg me af wat ze daarmee bedoelde. Ik liet het na om dat aan haar te vragen.
Ik zag dat het inmiddels half tien was.
‘Tijd is van geen enkel belang, ’ had ze gezegd.

29


Het was bijna twaalf uur toen ik ons appartement binnenging. Ik had Marie bedankt voor de gezelligheid en het eten. Ik realiseerde me dat ik ruim de klok rond bij haar was geweest.
Ze had me gezegd dat wanneer ik me alleen voelde, ik altijd welkom was en dat ze het ook reuze leuk had gevonden. Eva had niet meer gebeld. Ik vroeg me af of ze dat nog wel zou doen. Ik kon moeilijk zelf bellen. Misschien was ze nog wel aan het werk. Ik kleedde me uit en ging naar bed. Het duurde lang voordat ik in slaap viel.
Toen ik de volgende morgen wakker werd was het eerste dat in me opkwam, waarom Eva me niet meer gebeld had. Ze had het nog zo beloofd. Ik maakte me zorgen. Het was negen uur. Voor mijn gevoel te vroeg om haar al te bellen.
Ik was rusteloos en nadat ik een paar broodjes en een kopje oploskoffie voor mezelf had klaargemaakt pakte ik mijn mobiel. Ik legde hem weer weg. Ik nam me voor haar te bellen nadat ik klaar was met de broodjes. Na één broodje had ik genoeg. Ik pakte mijn mobiel. Ze had haar mobiel uitstaan en ik kreeg haar voicemail. Zonder iets in te spreken verbrak ik de verbinding. Ik liep naar het raam en stond op het punt om me te gaan douchen, toen mijn mobiel ging. Het was Eva.
‘Goh, ik ben blij je te horen, lieverd er is toch niks?’
Eva vertelde dat het niet meer gelukt was om te bellen. Maar ze had wel goed nieuws. Niet zo goed voor mij, maar wel voor ons beiden. Ze mocht veertien dagen lang ’s middags en ’s avonds optreden. Behalve zaterdagmiddag, dan was ze vrij.
‘Zeshonderd vijftig per dag, dus dat gaat even lekker…’ zei ze vol enthousiasme.
Ik moest me dwingen om haar opwinding te delen.
‘Goed van je,’ was alles wat ik verzinnen kon.
‘Ja,’ ging ze verder, ‘ik ben Henry ook zo dankbaar. Hij heeft het toch maar mooi voor me geregeld. En hij heeft me ook de sleutel van zijn appartement gegeven. Dus ook dat is prima geregeld. Hij doet echt alles voor me.’
‘Begrijp ik daaruit dat ik je dus nauwelijks zie…? Of vergis ik me?’
‘Eh, ja ik bedoel, nee, dat gaat niet anders. Ik ga echt niet om een uur of drie ’s nachts nog eens proberen om bij ons appartement te komen. Maar dat begrijp je toch wel, Joe… toch?’
Ik zweeg.
‘Joe…ben je er nog?’
‘Jawel hoor, maar ik moest even slikken. Ik hoop dat jij dat ook een beetje begrijpt?’
Eva antwoordde niet.
‘Eva, niet dat ik je het niet gun. In tegendeel, ik vind het super voor je. En ik wil ook niet klagen, maar hier valt ook niet veel voor me te beleven.’
‘Nou, misschien had je dan beter niet met me mee kunnen gaan…’ zei ze kortaf.
‘Lieverd, het is goed zo. Speel de sterren maar van de hemel. Maar je moet me wel beloven om me elke dag even te bellen. Ik kan geen volle veertien dagen zonder je…’
‘Dat beloof ik,’ en ze klonk hoorbaar opgelucht. ‘En ik beloof ook dat we zaterdag samen iets leuks gaan doen. Is dat goed…? Want ik kan jou ook echt niet missen hoor?’
‘Dat is goed Eva, dat is prima,’ stelde ik haar gerust.
‘Nou tot bellens dan maar…’
‘Ja, tot bellens Eva en mij niet vergeten.’
Ze verbrak de verbinding.
Ik dacht aan Henry Duval. De klojo, hij wel. Ik niet. Hoewel ik niet goed wist wat ik eigenlijk bedoelde.
Het was somber buiten. Het regende nog niet maar het leek er op dat het geen half uur meer zou duren.
‘Zelfs de lucht wordt er droevig van…’ zei ik en ik voelde medelijden met mezelf.
Ik had het boek gepakt wat Eva aan het lezen was. Ik kon me nauwelijks concentreren. Mijn gedachten dwaalden af naar onze eerste ontmoeting in Hamburg. De leuke dagen die we daar samen hadden gehad. Nu, nauwelijks een week later zat ik zonder baan, helemaal alleen op een sombere kamer, in een droefgeestige omgeving. Zonder Eva, voor wie ik het allemaal had gedaan.
Het gevecht tussen Ratio en Emotio was weer opgelaaid. Emotio kreeg er flink van langs en toen Ratio voorstelde om het allemaal maar te vergeten en op hangende pootjes terug te keren naar Bob Herms en mijn eigen appartement, sloeg Emotio hard terug. Hij verweet Ratio zelfzuchtigheid en veel erger, gevoelloos te zijn. Een eigenheimer eerste klas, een in zelfmedelijden verdrinkende slappeling. Een mislukkeling, die eigenlijk ook niet beter verdiende. Ratio liet zich wegdrukken en Emotio vermande zich en ik besloot naar Marie te gaan.

30


Ik drukte op de bel bij het loket. Marie was blij dat ze mij zag. Ze had een probleempje en als ik haar daar bij zou kunnen helpen, dan stond ze bij me in het krijt. Het was een simpel klusje. Bij een van de appartementen was een smeltzekering kapot. Marie was als de dood voor elektriciteit en voor alles wat daarmee te maken had. Zelfs het verwisselen van een kapotte lamp was al te veel gevraagd. Ze vertelde dat dit kwam omdat ze ooit iemand had zien verongelukken door kortsluiting. Bij een transformatorhuisje. De man was letterlijk verkoold. Ik deed geen moeite om uit te leggen dat dit wel even wat anders is. Ik verving de smeltzekering en had Marie blij gemaakt. Ze vroeg of ik nog wat ging doen en ik vertelde haar over Eva. Over het telefoongesprek en het plan van Eva om in het appartement van Duval te blijven.
Marie pakte mijn hand.
‘Je moet haar vertrouwen Joe, anders heb je geen leven…’
Ik keek in haar ogen. Marie had mooie ogen. Er zat een twinkeling in, die me nu pas opviel.
‘Ja,’ zei ik, ‘maar zo was het toch niet helemaal de bedoeling.’
‘Als je jezelf alleen voelt, ben je altijd welkom, dat weet je.’
‘Ik kan moeilijk de hele dag bij je op schoot gaan zitten, Marie.’
‘Maar we kunnen wel samen eten. Ik wil best voor je koken, zolang je vriendin er niet is.’
‘Dat is lief, heel lief van je. Maar dan delen we wel samen de kosten en is de wijn is voor mijn rekening.’
‘Dan hebben we een afspraak, goed…?’
‘Prima, we hebben een afspraak.’
Ze stak haar hand uit en ik antwoordde met een ferme handdruk.
‘We moeten nog wel boodschappen doen…zullen we dat vanmiddag samen even doen?’
‘Zeker, zeg maar hoe laat ik bij je moet zijn?’ en ik voelde me toch wel opgelucht.
‘Blijf nou eerst maar eens even een kopje koffie drinken, daarna zien we wel weer verder.’
Ik liep achter haar aan en we gingen haar appartement binnen. Ze had het geïmproviseerde schaakbord nog op de eettafel liggen. Het doosje met de schaakstukken stond er boven op.
Marie zette sterke koffie.
‘Daar houd ik van. Als het te sterk voor je is, dan moet je het wel even zeggen hoor,’ zei ze bezorgd.
‘Ik kan het hebben en ik vind het ook nog lekker…’
‘Ik ben helemaal koffiegek. Veronique zegt wel eens dat ik verslaafd ben aan cafeïne. Bestaat dat?’
‘Ik kan het je niet zeggen, maar het zal wel kunnen lijkt me. Je kunt tenslotte overal aan verslaafd raken, dus waarschijnlijk ook wel aan koffie denk ik?’
‘Dus aan jou heb ik dus ook niks?’
‘Ik ben bang van niet. Ik weet wel alles van stekkertjes en kabeltjes…’
‘Zoals ik dus al zei, aan jou heb ik dus niks.’
‘Bedankt Marie, bedankt voor deze oppepper.’
‘Enchanté.’

31


De dagen gingen redelijk snel voorbij, maar dat had ik voor een groot gedeelte aan Marie te danken. Ze zorgde goed voor me en ze probeerde zoveel mogelijk tijd voor me vrij te maken. Ze zei dat ze het niet alleen voor mij deed maar ook voor zichzelf. Het was al weer lang geleden dat ze ’s morgens met plezier wakker werd, had ze gezegd en ook dat ze nu weer een doel had. Die opmerking bezwaarde me wel een beetje.
Eva had zich aan de afspraak gehouden. We hadden op zaterdag afgesproken. We zouden elkaar treffen op Montmartre bij het Museum. Met de bus en de metro had ik ongeveer drie kwartier nodig. Dat had Eva voor me uitgezocht. Toen ik uit de metro kwam was het nog vijf minuten lopen. Ik had Eva sinds donderdag niet meer gezien, wat op zich niet zo lang was maar het leek wel een eeuwigheid. Ik raakte zelfs een beetje opgewonden toen ik haar zag staan. Ze droeg een zonnebril hoewel er maar een flauw waterig zonnetje scheen. Haar strakke jeans accentueerde de vormen van haar slanke benen en haar volle ronde heupen. Het witte coltruitje stak af tegen haar bruine huid. Haar lange haren krulden over haar schouders.
‘Hoi lieverd,’ zei ze en ze gaf me een kus. Niet op mijn lippen maar op mijn wang.
‘Sorry, maar ik hoop dat ik het vandaag een beetje goed kan maken. Ik heb voor vanavond afgezegd dus ik ga vanavond lekker met je mee. Is dat goed?’
Ik fleurde weer helemaal op.
‘Dat maakt weer veel goed…zo niet alles. Ik heb je wel gemist hoor.’
Hand in hand liepen we verder.
‘We gaan eerst wat drinken, goed?’
Ik knikte instemmend.
We vonden een terrasje en ondanks het matige weer, konden we toch buiten zitten.
‘Nou vertel eens Eva, hoe is het gegaan?’
‘Nou ja, het is natuurlijk geen concertzaal. Maar het is best te doen. Ik heb een mooi podium en ondanks dat het allemaal wat frivool is, om het zo maar eens te zeggen, krijg ik toch genoeg waardering. Vandaar dat ik ook de komende veertien dagen ben geboekt. Alleen even lastig voor jou…’
‘Nou ja, ik red me wel,’ en ik deed me groter voor dan dat ik was.
‘Fijn, dat stelt me gerust. Zo had ik het ook niet gepland.’
‘Staat het appartement vlakbij je werk?’
‘Van Henry, bedoel je…?’
‘Ja,’ zei ik met gespeelde belangstelling. Ik vond het eigenlijk maar niks dat Henry Duval zich zo in ons leven binnendrong.
‘Vijf minuten lopen. Prima te doen. Een mooi appartement. Smaakvol ingericht. Hij heeft een mooie woonkamer en zijn slaapkamer is echt helemaal geweldig, als je er van houdt. Een hemelbed van…
volgens mij vier bij drie. Je verdwaalt er in.’
Ik concludeerde hieruit dat ze in ieder geval in het bed van Duval had geslapen. Ik vroeg me af of het ook met Duval was. Deze gedachte had een slechte invloed op mijn humeur. Eva merkte het op.
‘Is er iets…?’
‘Nee, hoor. Maar je bent zo enthousiast over het bed van Duval.’
‘Hoe bedoel je…?’
Ik kon mijn tong wel afbijten. Wat was ik toch een ongelofelijke oetlul.
‘Nee, laat maar zitten. Ik ben aan het zeuren…kom, wil je nog wat drinken?’
‘Joe Grey, wil je soms suggereren dat ik het bed deel met Henry.’
Eva’s stem zat vol irritatie.
‘Sorry Eva, zo bedoel ik het niet.’
De ober vroeg of we nog wat wilden drinken. Zijn timing had niet beter gekund. Het haalde even de spanning uit de lucht.
‘Doe mij maar een glas rode wijn,’ zei Eva in vloeiend Frans.
Ik bestelde een biertje.
‘Maar goed Joe, om het even heel erg duidelijk te houden. Duval is homoseksueel. Honderd procent.
Dus als je denkt dat ik…’
Ik wilde haar hand pakken, maar ze trok hem terug.
‘Sorry, ik bedoelde het niet zo. Mijn excuus.’
Ik kon door haar zonnebril haar ogen niet zien, maar ik kon me wel voorstellen wat voor blik achter de donkere glazen schuil ging. Ze reageerde niet op mijn sorry en keek strak voor zich uit.
De ober bracht het glas rode wijn en voor mij het biertje. Ze speelde met het glas.
‘Vertrouw je me eigenlijk wel Joe?’
‘Voor honderd procent…’
‘Het is nou de tweede keer binnen een week, dat je me het gevoel geeft dat dit absoluut niet het geval is… Eerst met die pilletjes en nu met Duval. Als je me niet onvoorwaardelijk vertrouwt, dan is het beter dat je weggaat. Ik kan hier echt niet tegen.’
Ze had haar zonnebril af gezet en ik zag aan haar ogen dat ze het meende. Haar vingers speelden nog steeds met het glas. Ze pakte een pakje Marlboro uit haar tas en stak een sigaret op.
Ik voelde me schuldig en een eersteklas kloothommel.
‘Weet je Joe, ik probeer altijd het positieve in iemand te zien. Ik vind dat belangrijk. Maar ik ben misschien wel zo naïef om te denken dat iedereen dat ook probeert in mij te zien. Als ik merk dat dit niet zo is, dan stoot dat af. Dan ben ik er snel mee klaar. Wie het dan ook is, wat het dan ook kost.’
‘Ik snap het…’
‘Niet meer doen Joe, volgende keer kom je er echt niet zo mee weg. Dit doet me veel pijn.’
Ik probeerde weer haar hand te pakken en nu liet Eva het toe. Ik streelde hem zachtjes.
‘Ik ben af en toe zo stom, maar het is niet slecht bedoeld lieverd. Ik ben zo bang je te verliezen.’
‘Joe, je hoeft niet bang te zijn. Ze kunnen veel van me zeggen, maar ik houd me altijd aan de dingen die ik heb beloofd. Nou zand erover en een kus om dit snel te vergeten.’
Ze boog zich voorover en kuste me op mijn lippen. Het voelde goed.
Na een slecht begin van de dag, klaarde het op. Zowel het weer als de sfeer tussen Eva en mij.
We gingen met de metro naar het centrum van Parijs. Eva wilde dat ik nieuwe jeans kocht en een modern overhemd.
Het was tegen half acht toen we een leuk restaurantje hadden gevonden vlakbij Place Pigalle. Het was er behoorlijk druk. Nadat we besteld hadden kwam een oudere man naar ons toe. Hij zat schuin tegenover ons aan een tafeltje in het gezelschap van een chique dame. Hij excuseerde zich. Hij sprak Nederlands. Hij richtte zich tot Eva.
‘Wij,  mijn vrouw en ik hebben u gisteren gezien bij Chez André. Ik wilde u nog even mijn complimenten maken. Mijn vrouw en ook ik natuurlijk zouden het fijn vinden als u later op de avond nog iets met ons zou willen drinken. Uiteraard bieden wij u dat aan.’
Eva keek naar mij. Ik knikte dat ik het niet erg vond.
‘Nou we vinden dat wel goed. We moeten nog wel even iets eten, daarna maken we graag gebruik van uw uitnodiging,’ zei ze.
‘We wachten ook nog…dus we hebben een afspraak?’
‘We hebben een afspraak meneer…?’
‘Sorry, ik had me natuurlijk eerst moeten voorstellen, ik was ook zo opgewonden toen we u zagen, werkelijk heel erg fijn. Boering…Theo Boering.’
‘Eh… Eva Winters.’
‘Joe Grey…’
Boering schudde me de hand. Eva knikte naar de dame die vol belangstelling naar onze tafel keek en van een afstand probeerde te volgen of de missie van haar man succesvol was.
‘Connie Boering, mijn echtgenote. Maar goed, ik laat u nu even met rust. Nog een smakelijke voortzetting.’
Eva schoot in haar lach. ‘Waar ken ik het van?’
Alle kou was uit de lucht. Eva was prima gehumeurd.
Nadat we klaar waren gingen we naar de bar. Meneer en mevrouw Boering waren ons al eerder voor gegaan. Nadat we ons voor hadden gesteld aan mevrouw Boering, stelde Theo Boering voor om champagne te drinken. Conny Boering vond het een goed idee van haar man, maar stelde voor om dat dan in een van de gelegenheden te doen op de Place Pigalle. We sloten ons daarbij aan.
We vonden een tafeltje op het balkon bij “Antoine”.
Boering bestelde champagne en proostte op Eva. Op haar magistrale pianospel. Connie Boering sloot
zich daarbij aan.
Theo Boering en Connie Boering werkten in la Renaissance Sanitaire, een van de grote ziekenhuizen in Parijs. Theo was neuroloog en Connie Boering was kinderarts. Ze waren beiden in de herfst van hun carrière, hoewel ze nog geen plannen hadden om te stoppen. Theo werd zestig, Connie twee en zestig.
Ze hadden samen gestudeerd en waren sindsdien altijd bij elkaar gebleven. Toen Theo een kans kreeg in Parijs, had ze geen moment getwijfeld en had zij ook werk gezocht in Parijs. Eerst in een klein ziekenhuis, een paar jaar daarna kreeg ze een baan aangeboden in het ziekenhuis waar haar man werkte. Ze waren kinderloos gebleven. Ze hadden wel graag kinderen gewild. Connie vertelde dat haar keuze om kinderarts te worden, haar geweldig geholpen had in het acceptatieproces.
‘Je zou dat niet verwachten, als je elke dag met kinderen omgaat. Maar blijkbaar is het toch een vorm van compensatie. Ik ga elke dag weer met plezier naar mijn werk. Soms wel zeven dagen per week.’
Ze woonden in de duurdere wijk van Parijs. Vlakbij la Place de la Concorde.
‘We hoeven het voor niemand te bewaren,’ vertrouwde Theo Boering ons toe.
‘Als ik geen neuroloog was geworden, dan was ik naar het conservatorium gegaan. Ik vind de piano een wonder. Ik speel zelf een beetje, maar als ik jou bezig zie Eva, dan krijg ik kippenvel.’
Eva kleurde en reageerde.
‘Ondanks dat het toch een beetje op het populaire amusement is afgestemd…?’
‘Ik kijk daar wel doorheen. Ik zie je aanslag, het gevoel waarmee je de toetsen bespeelt. Werkelijk geniaal. Ik had nagevraagd wie je was. Ze wisten alleen dat je Eva heette. Ik was dan ook kinderlijk verheugd toen ik je vanavond zag.’
‘Opgewonden liefje, je was helemaal opgewonden,’ vulde Connie Boering aan.
De champagne was van een uitstekende kwaliteit.
Eva vertelde dat ze eigenlijk bluesnummers speelde en zong. Maar dat ze ook wel jazz en sfeermuziek speelde.’
‘En klassiek,’ vulde ik aan. ‘Ze is echt een fenomeen…’
Ze keek me aan en fronste haar wenkbrauwen.
‘Ik ben met de piano opgegroeid. Ik kon eerder piano spelen dan fietsen, om het zo maar eens te zeggen.’
Ze vertelde over haar oma, over de koffieconcerten bij haar thuis. Over haar band en haar solo-optredens. Ze was openhartig en Theo en Connie Boering luisterden vol aandacht.
‘Zo Eva, je hebt al heel wat achter de rug, als ik dat zo hoor. Knap hoor, dat je jezelf toch staande hebt weten te houden. Het lijkt me nou niet bepaald een gemakkelijke wereld.’
Eva zweeg en er viel een stilte.
‘En nu werk je in Parijs?’ hervatte Theo het gesprek.
‘Ja, de komende drie weken en daarna heb ik nog een optreden in Olympia. Als support-act. Ik doe het voorprogramma van een rockband.’
‘Als voorprogramma…?’ Hij zei het bijna of hij het niet kon en wilde geloven.
‘Ja, ik ben er in ieder geval hartstikke blij om.’
‘Ja natuurlijk, dat snap ik,’ ging Boering verder, ‘maar toch…ik denk dat men je hiermee te kort doet?’
‘In alle redelijkheid Theo, wie kent Eva Winters nou. Zou jij daar een kaartje voor kopen van minimaal veertig euro?’
Boering zweeg.
‘Ja, misschien heb je wel gelijk. Het is soms vreemd hoelang het duurt voordat mooie dingen op hun waarde worden geschat. Wij verzamelen kunst. Onze vrienden vinden ons soms helemaal gek. We hebben veel onbekend werk, door de kunstenaar aangeboden om te kunnen eten, de dagelijkse dingen te kunnen betalen. Wij zullen het wel niet meer meemaken, maar er zit werk tussen waarvan ik zeker weet, dat de volgende generaties het geniaal zullen vinden. Nu is het nog te vroeg of valt het niet op in de massa.’
‘Hou je ook van kunst,’ vroeg Connie Boering, terwijl ze me aankeek.
‘Ik hou van mooie dingen. Of het kunst is of niet, dat maakt me niet veel uit. Als ik er plezier aan beleef, vind ik dat het geslaagd is. Wat het dan ook is.’
‘Dat is zeker ook heel belangrijk, dat je er plezier aan beleeft,’ zei ze met ingetogen stem.
Eva nam nog een slokje champagne en was met Theo in een diep gesprek over klassieke muziek en de toegankelijkheid daarvan. Connie Boering wilde weten wat ik deed.
Ik voelde me opgelaten. Ik vertelde dat ik mijn baan had opgegeven en al vertellende voelde ik me steeds ongemakkelijker. Ik twee en vijftig, bijna een generatiegenoot van Connie en als een puber onderweg met een geniale pianiste van achtentwintig. Een ex-handelsreiziger in stekkertjes en kabeltjes. Connie liet me in mijn waarde en ik was haar hier dankbaar voor.
‘Het is nooit te laat om je leven bij te stellen,’ zei ze op een manier die me het gevoel gaf dat ze me
wel kon begrijpen.
‘Weet je,’ ging ze verder, ‘Theo en ik zijn zo onvoorwaardelijk aan elkaar verbonden, dat het soms wel eens saai lijkt. We hebben kennissen die ons verdenken dat we ons werk gebruiken om daarmee elkaar te kunnen ontlopen. Zelfs in de weekenden werken we vaak. Theo en ik hebben een half woord nodig om elkaar helemaal te kunnen begrijpen. Ik vind het heerlijk om bij hem te zijn, maar ik vind het ook heerlijk om te kunnen werken. Iets van en voor mezelf te hebben. Altijd al gehad. Ik denk niet dat dit ooit zal veranderen. De tijd die we samen hebben beleven we intens. Aan vakanties doen we niet.
We hebben ooit een huis in Zwitserland gekocht. En ook weer verkocht, zonder dat we er ooit gelogeerd hebben. Soms zien we elkaar een paar dagen niet, maar we halen het meteen weer in als er wel tijd voor elkaar is. Dan zijn we onafscheidelijk en Parijs leent zich dan ook bij uitstek om leuke dingen te doen. Zoals gisteren en vandaag. Morgen moeten we weer vol aan het werk. En als het ziekenhuis nu belt, dan staan we klaar. Het is ons leven. We kunnen niet anders.’
‘En jullie gaan door zolang…om het zo maar te zeggen, zolang jullie niet omvallen?’
‘Inderdaad, zolang we niet omvallen…zolang het verantwoord is tegenover de mensen die op ons rekenen.’
‘Jullie zijn bijzonder.’
‘Ieder mens is bijzonder toch…?’
‘Ik weet het niet, ik sta daar niet zo bij stil, geloof ik.’
Theo Boering  kreeg een oproep. Hij belde met het ziekenhuis en liep even weg van onze tafel. Even later keerde hij terug en ging weer zitten.
‘Niets dringends,’ zei hij tegen Connie, ‘het was mijn assistent die iets wilde weten.’
We dronken nog wat en de tijd vloog voorbij. Het was bijna half twee.
‘Eva, ik wil geen spelbreker zijn, maar ik denk dat we moeten gaan. Anders komen we niet meer thuis.’
Ze keek me aan en knikte.
Theo en Connie Boering vonden het jammer en Connie vroeg of ze nog iets voor ons kon doen.
Eva stond op en hield de hand van Connie vast.
‘Nee, dank je, Het was reuze gezellig…en ik beloof jullie dat als ik de komende weken even tijd heb en jullie niet moeten te werken, ik met alle plezier een privéconcertje wil geven. Onder één voorwaarde. alleen voor jullie twee. Geen kamerconcert met vrienden of kennissen of zo, want daar word ik gek van en…’
Ze stopte haar zin.
‘Dat is afgesproken, hier heb je mijn kaartje. Ik kijk er zo naar uit Eva.’ Theo straalde van oor tot oor.

32


We lieten Connie en Theo Boering achter nadat we uitgebreid afscheid hadden genomen.
‘Aardige mensen, ’zei Eva.
‘Zeker aardige mensen. Zullen we maar een taxi nemen?’
‘Lijkt me een goed idee.’
De taxichauffeur was wat gereserveerd toen we zeiden waar we naar toe wilden. Voor wat extra geld konden we hem zo ver krijgen om ons weg te brengen. We waren blij dat we binnen de poort van het appartement waren, hoewel er niemand op straat te bekennen was. Ook bij het loket van Marie was alles donker. We zochten onze weg naar ons appartement wat niet gemakkelijk was door de schamele verlichting.
‘Het is fijn dat je bij Henry Duval kunt blijven. Ik moet er even niet aan denken als je hier elke avond, elke nacht doorheen moet,’ zei ik en het was gemeend.
Ik maakte de deur open en ik was blij dat we heelhuids waren gearriveerd.
‘Wil je nog wat drinken?’
‘Nee, laten we maar gaan slapen.’
‘Hoe laat moet je morgen weg…?’
‘Om twee uur, ik moet om vier uur spelen.’
‘Oké. Ik zorg morgenvroeg wel voor het ontbijt. Dan kun je nog even blijven liggen.’
‘Dat zou heel fijn zijn.’
We kleedden ons uit en stapten in bed.
Eva gaf me een kusje op mijn wang en draaide zich om.
‘Welterusten,’ zei ik.
‘Welterusten.’
Ik draaide me op mijn zij en voelde haar rug tegen mijn rug. Ze had een paar dagen niet naast me geslapen. Ik draaide me weer op mijn rug en hoopte dat ik haar hiermee niet wakker zou maken.
‘Kun je niet slapen…?’ vroeg ze met zachte stem.
‘Niet echt, maar probeer jij nou maar te slapen.’
Het was stil en ik lag naar het plafond te staren. Hoewel het donker was, gaf de maan toch voldoende licht om de contouren van de kamer te zien. Ik dacht aan het verloop van de avond. Aan de Boerings. Aan mijn ongemakkelijke houding toen Connie Boering mij vragen stelde over mijn interesses. Twee en vijftig. Twijfelaar. Grijs, niemand die ooit interesse in me had gehad. Ik dacht aan Eva, die ik binnen een paar dagen tweemaal geschoffeerd had, zonder dat ik dat wilde. Het gevecht in mijn kop tussen Ratio en Emotio, die er nog steeds op uit waren om elkaar naar het leven te staan… Grey, zonder baan in een matig appartement met een veel te jonge vrouw. Een vrouw, een supertalent, die hem had beloofd haar muziek, wat toch haar leven was, voor hem op te geven.
Ik voelde het zweet van mijn gezicht lopen. Mijn hart ging tekeer. Ik werd angstig. Ik was bang dat ik een hartinfarct zou krijgen. Eva sliep en ik hoorde haar zachtjes kreunen. Ik wilde haar niet wakker maken. Ik had het gevoel dat ik in volle vaart op weg was naar de afgrond. Ik begon te twijfelen aan wat Eva me gezegd had. Had ze het wel zo bedoeld? Zou ze echt alles opgeven, alleen maar om mij gelukkig te maken?
Ratio ontwaakte en zei dat het wel heel erg naïef was om te denken dat ze dat voor iemand zoals ik zou doen. Ze was geniaal en wie dacht ik wel dat ik was dat mijn grijze bestaan hier tegen op kon. Want dat was alles wat ik haar te bieden had. Kom op nou, wordt eens wakker. Emotio was nergens te bekennen. Hij hield zich schuil. Tenminste dat dacht ik. Plotseling voelde ik tranen in mijn ogen. Emotio werd wakker en wees me erop dat ik tot dusverre door alleen maar naar Ratio te luisteren, ik de eenzaamheid in al zijn vormen had leren kennen.’
‘Daar heb je een punt,’ dacht ik.
Ratio moest zich hervinden, maar had daar schijnbaar moeite mee. Emotio drukte nu door.
‘Ga voor je kansen Grey, al is dit het laatste wat je doet. Je hebt de afgelopen week al meer geleefd dan de twee en vijftig jaren daarvoor. Dit is misschien wel je laatste kans om nog iets te maken van je grijze bestaan. Er wat kleur aan te geven. Je laatste kans om nog een beetje gelukkig te worden.’
Ratio was knock- out.
Ik nam me voor onvoorwaardelijk Emotio te volgen. Avontuur of niet. De dood of de gladiolen.
Doodgaan zonder te hebben geleefd, niet voor Joe Grey. Vanaf nu werd het allemaal anders.
‘Was je jaloers lieverd…?’ Eva was wakker.
‘Ik heb je toch niet wakker gemaakt?’
‘Nee hoor, ik ben wat onrustig…maar was je echt jaloers op Henry Duval?’
Ik moest eerlijk zijn. Nu kwam het er op aan. Geen gedraai meer.
‘Ja liefje, ik was bang dat ik je kwijt zou raken. Ik ben er zeker van dat hij je veel meer te bieden heeft. Dat maakt me onzeker…Ik ben bang dat ik echt niet meer zonder je kan.’
Ze draaide zich om en legde haar hoofd op mijn schouder. Ik voelde haar haren op mijn borst en tegen mijn wang.
‘Ik vind het eigenlijk wel lief van je. Er is nog nooit iemand geweest die jaloers om me was. Niemand, die me ooit heeft verteld dat hij bang was om me kwijt te raken.’
Ze kroop dichter tegen me aan.
‘Maar Joe, er is nog zoveel wat je moet weten. Als je dan nog van me houdt, als je dan nog jaloers wordt, dan…dan…’
Ze zuchtte.
‘Wil je niet weten waar ik die mooie herinneringen die over mijn borst en mijn rug lopen aan over heb gehouden?’
Ik wilde zeggen; ‘die littekens…’ maar blijkbaar begon ik het te leren.
‘Ik heb het gezien, maar het doet niks af aan mijn gevoel voor je. Als jij er over wilt vertellen dan zal ik luisteren. Als je dat niet wilt, zal ik je er niet om vragen.’
‘Dat is lief van je…’
’Bedankt Emotio, dat je me gered hebt,’ dacht ik.
Ze legde haar hand op mijn borst.
‘Ik was twaalf toen ik weer eens een kamerconcert moest geven. Ik wilde niet. Mijn moeder dwong me. Ik zou en moest…’
Ze hield in en ik liet het zo. Na een diepe zucht ging ze verder.
‘Het zijn allemaal belangrijke mensen, belangrijk voor je vader. Laat ons nou niet in de steek Eva, laat nou eens voor een keer zien, dat je iets kunt. Is dat teveel gevraagd zei ze tegen me ’ ging Eva verder.
‘Ik moest een wit jurkje aan. Ik voelde me net een communicantje. Mijn vader was bij mij op de kamer geweest. Hij had me gezegd dat als ik het niet wilde, hij niet boos op me zou zijn. Maar ook dat ik hem heel gelukkig zou maken als ik het concertje zou willen doen. Mijn moeder was binnengekomen en had hem voor van alles uitgemaakt. Ze maakten ruzie en ik stond erbij en keek er naar. Mijn moeder trok me aan mijn oor en zei dat ze nog niet klaar met mij was, als ik er niet voor zorgde dat de mensen verheugd zouden zijn. Als ik haar zou teleurstellen,  moest ik het huis uit. Naar kostschool.’
Eva rilde en ik voelde de huivering door haar lichaam gaan.
‘Gaat het wel liefje…?’
‘Jawel, ik ben zo blij dat ik het eindelijk kan vertellen. Je bent de eerste in mijn leven. En misschien ook wel de enige.’
Ze zuchtte nog eens diep en ging verder.
‘Ze liet me alleen en zei dat ik over twintig minuten beneden moest zijn. Ik keek naar buiten en ik zag
grote dikke auto’s op onze oprijlaan staan. Ik moest braken. Ik voelde me ziek, maar er was niemand die me helpen kon. Ik stond er alleen voor. Toen ik de deur van mijn kamer achter me dicht deed en de trap afliep naar de salon, waar ik moest optreden, voelde ik mijn benen weigeren. Maar ik moest door. Toen ik de salon binnen kwam stond mijn moeder op en vertelde aan iedereen over haar lieve dochter, haar oogappel, die zo lief was om de gasten een klein halfuurtje te laten genieten van haar sublieme pianospel. Er klonk applaus…Ik… ging achter mijn piano zitten en durfde niet op te kijken. Ik probeerde me te concentreren. Het ging niet gemakkelijk, maar er was niemand die er iets van merkte. Ik probeerde mezelf af te sluiten. Op een bepaald moment keek ik op en keek ik in de ogen van mijn moeder. Ik zag haar verwijtende blik. Ik raakte in paniek. Ik zag haat in haar ogen. Ik…ik zag mijn ongewenst zijn…’
Eva ademde en probeerde haar verhaal weer verder te vertellen. Ik voelde het trillen van haar lichaam. Ze werd onrustig en ik voelde haar zweet. Haar haren waren nat.
‘…ik probeerde te spelen, maar ik voelde geen toetsen, in mijn hoofd hoorde ik geluiden en toen ik opkeek zag ik geen gasten, maar alleen agressieve, vervormde gezichten…die mij boos aanstaarden.’
Het leek wel of ze het opnieuw beleefde.
‘Joe…het was zo vreselijk. Ik ben opgesprongen en dwars door de ruit van de schuifdeur gelopen. De scherpe punten van de kapotte ruit gingen dwars door mijn jurk en door mijn huid en boorden zich in mijn rug en mijn borst. Het vele bloed op mijn witte jurkje liet de mensen in een shock achter. Er was één man die me probeerde te helpen en riep dat iemand een dokter en een ambulance moest bellen. Ik hoor hem nog zeggen dat hij dacht dat ik dood zou bloeden. Mijn vader deed niks en bleef zitten. Daarna weet ik niks meer…’
Haar lichaam verstarde en ik voelde tranen. Ze trilde en haar lichaam schokte. En nog was het niet klaar.
‘Toen ik bijkwam in het ziekenhuis stond mijn moeder naast mijn bed. Ze was alleen. Ze zei dat ik gek was en dat ze me op zou laten nemen in een inrichting. Ze spuwde op me en draaide zich om en is weggelopen. Toen ik dit tegen mijn vader vertelde wilde hij me niet geloven. Hij zou het wel een aan mijn moeder vragen…of het echt gebeurd was. Die ontkende natuurlijk en stuurde een psychiater op me af. Een studievriendje met wie ze volgens mij ook nog mijn vader bedroog. Ik werd opgenomen en ik heb een half jaar in een inrichting gezeten. Ze zeiden dat ik overspannen was. Ik…toen ik weer een beetje hersteld was, ben ik bij mijn opa en oma gaan wonen. Mijn vader kon of eigenlijk wilde me niet zien. Hij kon er niet over uit dat hij niks had gedaan, dat hij mij dood zou hebben laten gaan zonder iets te doen. Mijn moeder deed alle moeite om me vooral in die inrichting te houden…en weer deed mijn vader niks. Alleen dankzij mijn opa en oma mocht ik weg uit dat vreselijke huis.’
‘Is dat de pijn die ik steeds bij je zie…?’
Ze zuchtte en ze huilde. Ik streelde haar arm, die over me heen lag.
‘Eva’s blues…?’
Ze keek me aan en knikte. Het was even stil.
‘Er is nog meer Joe, maar nu niet. Bedankt dat je naar me wilde luisteren…dat je me begrijpt.’
‘Lieve Eva, ik wou dat ik je had kunnen beschermen, maar ik kan het verleden niet terugdraaien. Ik kan er alleen vandaag, morgen en in de verdere toekomst voor je zijn.’
‘Dat voel ik ook wel zo lieverd, maar ik moet er eerst zelf klaar voor zijn, om iemand te kunnen vertrouwen, zonder enig voorbehoud. Als ik me openstel en ik word weer beschadigd, dan…nou dan is het hier klaar. Dan wil ik niet meer verder. Het is al zo zwaar.’
‘Dat kan ik begrijpen… Ik beloof je dat ik er altijd voor je zal zijn.’
‘Dus nu echt niet meer aan me twijfelen Joe, dat doet me zo’n pijn?’
‘Sorry lieverd, maar ik weet dat sorry veel te weinig is.’
Ik streelde haar en kuste haar op haar voorhoofd.
‘Joe, wil je een kopje thee voor me maken?’
‘Natuurlijk. Kan ik verder nog iets voor je doen?’
‘Nee hoor, ik heb het een beetje koud…dus kom daarna maar weer gauw in bed.’
Ik stond op en ik voelde me zo machteloos, maar ook wel heel erg blij dat ze haar verhaal tegen mij had verteld. Zo triest en zo alleen al die jaren. Ik rilde.
Ze hield van anijsthee. Ik had die meegenomen toen ik met Marie boodschappen had gedaan.
‘Lekker, heb je die speciaal voor me meegebracht?’
‘Ik wist dat je die lekker vond.’
‘Goh, dat je daar nog aan gedacht hebt.’
Ze knapte weer op en ze genoot van het glas warme anijsthee.
‘Denk je wel dat je het allemaal volhoudt. Je legt zoveel druk op jezelf?’
‘Jawel hoor, het zijn elke keer maar een paar uurtjes en ik heb voldoende rust tussendoor. Bovendien doe ik het met plezier. Ik zie wel een beetje op tegen Olympia. Zoveel mensen in een keer dat maakt me wel onrustig.’
‘Dat lukt je vast en zeker Eva, ik twijfel er geen moment aan dat je daar ook iedereen betovert met je muziek. Trouwens heb je jouw gitaar niet nodig?’
‘Goed dat je het zegt, ik zou hem bijna vergeten. Maandagavond heb ik een sessie met een paar andere muzikanten. Ze hebben me uitgenodigd. Ook bij Chez André. Leuke gasten, die van blues maar vooral van jazz houden. Ze zochten nog een zangeres…’
‘Ooh…?’
‘Niks voor mij, geen band meer. Ik ben en blijf solo.’
‘Alleen als het om muziek gaat, toch…?’
 ‘Ja, Joe Grey, maak je maar geen zorgen, alleen als het om muziek maken gaat.’
‘Gelukkig maar, ik schrok me dood…’
‘Zo zie je er anders niet uit… Joe Pierlala.’
Ze zette het lege theeglas op de grond en ze draaide haar rug naar me toe.
‘Nou ga ik toch even proberen te slapen. Morgen kunnen ze me bij elkaar vegen. Welterusten Joe en nog bedankt…’
Ze draaide zich naar mij toe en ik zag haar lach.
‘Ik denk je zult wel vragen om een kus of zo…maar nee hoor. Nou dan doe ik het maar uit me zelf. Wat ben ik eigenlijk toch lief… vind je ook niet?’
‘Dat vind ik zeker, maar hou je nou eindelijk die kwebbel eens dicht.’
‘Ja, meneer Grey, meisje Winters zal gehoorzaam zijn…te rusten.’
‘Welterusten, mijn lieve Eva…’
Ik gaf haar nog een kus en ze zuchtte.
‘Jouw lieve Eva.’
Toen werd het stil.

33


Ik was opgestaan en had het ontbijt klaar gemaakt. Ik hoorde dat Eva onder de douche stond. Toen ze klaar was kwam ze in mijn ochtendjas en met natte haren naar de huiskamer.
‘Ik wil even mijn haren föhnen anders krijg ik ze niet meer in model. Kan het nog even?’
‘Jawel hoor, tien minuutjes. Red je dat?’
‘Ik doe mijn best…’
Ik had de broodjes al uit de oven gehaald. Ik kreeg er steeds meer plezier in. Voor mezelf deed ik nooit dit soort dingen. Broodjes bakken, omelet maken. Een ontbijt voor mij was, als ik er al de tijd voor nam, niet meer dan een paar sneetjes brood, zo uit het handje. In het beste geval met een kop koffie, maar meestal met een glas melk.
Ik hoorde dat Eva klaar was. Ze zag er stralend uit ondanks de korte nacht.
‘Ik heb eigenlijk nog best lekker geslapen. Een beetje kort, dat wel.’
‘Goed zo.’
‘Ik heb het gisteren wel heel fijn gehad. Samen zo in Parijs. En Theo en Connie Boering waren ook heel erg aardig. Zo gauw ik weet wanneer ik weer even tijd heb, zal ik ze bellen. Dan krijgen ze van mij een mooi privé-optreden. Je gaat dan toch wel mee?’
‘Als jij me uitnodigt dan ben ik er, zeker weten.’
Ze keek me aan.
‘Ik vond het wel heel lief van je, dat je gisteren naar me wilde luisteren. Het is zo belangrijk voor me.’
‘Natuurlijk wil ik naar je luisteren, ik zal er voor je zijn, als jij dat vraagt.’
‘Het helpt wel, ik voel me er beter bij. Niet dat het iets verandert, maar gedeelde smart is halve smart, zal ik maar zeggen. Je weet wel wat ik bedoel.’
‘Ik snap je, maar eet nou eerst even je omelet op, die wordt helemaal koud.’
‘Ja, meneer Grey, meisje Eva zal eerst even netjes haar bordje leeg eten.’
‘Je leert het nog wel eens ooit…om te gehoorzamen.’
Ze knikte.
‘Lekker omeletje…goed gedaan. Je leert het nog wel eens…lekkere dingen voor me klaar te maken.’
‘Ja…ja,’ zuchtte ik maar eens. Ik was blij dat ik haar had ontmoet.

34


Henry zou haar rond twee uur ophalen. We hadden nog een paar uur.
‘Zullen we even kennis gaan maken met Marie, onze conciërge. Een heel aardige vrouw. Ze wilde je graag ontmoeten. Ze heeft me verteld dat ze vroeger danseres was geweest. Op la Place Pigalle. En ze heeft een dochter, die bijna net zo oud, sorry zo jong is als jij, Eva.’
‘Goed idee,’ zei ze glimlachend.
We gingen naar beneden. Het loket was dicht en ik drukte op het belletje. Het duurde even, maar toen zag ik Marie uit het gangetje komen.
‘Goede morgen Marie, dit is Eva. Ze wilde even kennis met je komen maken…’
Marie begroette Eva op een hartelijke manier. Ze bekeek haar van top tot teen.
‘Je bent nog mooier dan Joe me verteld heeft. Kom maar gauw binnen dan ga ik een heerlijk kopje koffie voor je klaar maken. Of heb je liever thee, of iets anders?’
‘Thee is goed. Zo, dus Joe heeft over mij verteld?’
Ik voelde me opgelaten. De twee vrouwen keuvelden met elkaar zonder ook maar een beetje rekening te houden met mijn aanwezigheid. Ik stond erbij en ik keek er naar. Compleet overbodig. Bladvulling.
‘Ja, Eva… ik mag toch wel Eva zeggen?’
‘Ja natuurlijk…’
‘Nou, hij is echt helemaal idolaat van je. Maar dat zal je zelf ook wel weten.’
‘Fijn om te horen.’
Ze deden net of ik er niet was.
‘Ik vind hem ook reuze hoor, maar ik moet eerst nog even een paar dingen doen, voordat hij aan de beurt is. Dus ik probeer hem maar even rustig te houden,’ ging Eva verder.
‘En lukt dat mijn lieve kind…?’
‘Jawel, tot nu toe wel. Ondanks dat we bij elkaar slapen, houdt hij zich gedeisd. Netjes met de handjes boven de dekens zal ik maar zeggen…’
‘Eva…toe nou…’ probeerde ik nog.
Zonder blikken of blozen gingen de twee verder.
‘Als ik je van dienst kan zijn, moet je het maar even laten weten.’
‘Je vangt hem al zo goed op en ik heb ook begrepen dat je hem ook nog te eten geeft.’
Ik voelde me net een huisdier, een kat die uit logeren is, omdat het baasje even druk is.
‘Jawel hoor, ik doe mijn best.’
‘Maar niet te veel en niet te lekker Marie, anders raakt hij verwend en dan kan ik er straks niks meer mee…’
Ze hadden samen het grootste plezier. Maar het was nog niet klaar.
‘Ja, en er is niks zo vervelend als een verwende vent. Meid ik kan je verhalen vertellen…’
‘Nou ik kan me daar wel iets bij voorstellen.’
‘Ik zal zorgen dat hij als was in je handen wordt. Kneedbaar en te vormen naar jouw idee.’
Ik vond de tijd rijp om in te grijpen.
‘En hoe had je gedacht dat te gaan doen, mevrouw Marie Bonnet…?’
Beide vrouwen keken me aan.
‘Goh, ik wist niet dat je met ons mee hebt geluisterd. Wat denk je Eva…geven we hem een kans?’
Eva liep naar me toe en gaf me een kus op wang.
‘Marie, hij is de moeite waard, we nemen hem…ik bedoel we gaan het met ‘m proberen.’
‘En heb ik hierin ook nog een stem?’
‘Non…’ klonk het in koor.
Marie en Eva. Het klikte tussen die twee.
Na de thee en de koffie vroeg Marie of we nog wat anders wilden drinken. Eva zei dat ze werd opgehaald en ze wilde zich nog even opfrissen en moest nog wat spullen bij elkaar zoeken. We stonden op en Eva en Marie namen afscheid.
‘Leuk je ontmoet te hebben Eva,’ zei Marie op een gemeende warme toon.
‘Dat is wederzijds. Zo gauw ik weer even tijd heb wip ik bij je binnen. Joe heeft me verteld over je tijd op de Place Pigalle, bij de Folies. Lijkt me reuze interessant.’
‘Je bent welkom, wanneer je maar wilt…nou veel succes.’
‘Dank je.’
We gingen weer naar boven en Eva pakten haar spullen. Wat schone kleding, haar make-up koffertje en haar gitaar. Haar mobiel ging. Ze kreeg een smsje.
‘Henry is over vijf minuten bij de poort. Nou ik heb alles geloof ik.’
Ze keek nog even rond.
‘Nou dan ga ik maar…’
Ze kwam naar me toe en sloeg haar armen om me heen.  Ze kuste me heel intens en ik beantwoordde haar kus. Het was de eerste keer. Steeds waren het vluchtige kussen geweest. Deze keer niet. Ik voelde de warmte en opwinding door mijn hele lichaam gieren.
‘Daar moet je het de komende dagen maar even mee doen. Daarom was het een extra dikke zoen …’
‘Alleen maar daarom…?’
‘Nee hoor, ook voor alles wat je voor me doet.’
‘Ik doe het met liefde en plezier.’
‘Zo voelt het ook…’
Ik streelde door haar haren.
‘Eva…let je op jezelf… Ik kan je niet missen.’
‘Dat beloof ik.’
Ze maakte zich los en pakte haar spullen.
‘Dag lieverd, ik bel je vanavond…oké?’
‘Niet vergeten…’
Ze liep de deur uit. Ik was blij maar ook wat verdrietig. Ik miste haar nu al.
Ik pakte een boek en viel na een paar bladzijden te hebben gelezen in slaap en werd om vier uur wakker.
Ik had Marie beloofd om ’s middags nog een partijtje met haar te schaken.

35


Marie had bezoek. Haar dochter Veronique had haar verrast. Ze had een middag vrijaf. Meestal als ze op bezoek kwam, belde ze van te voren. Nu niet. Marie stelde haar aan mij voor. Ze was mooier dan op de foto. Haar stralende ogen en haar gitzwarte haar, dat in een soort Charleston kapsel was geknipt, liet haar gezicht spreken. De mooie kaaklijn en de smalle maar volle lippen maakten indruk op me. Ze was in werkelijkheid langer dan ze op de foto leek.
‘Zo,’ zei ze, ‘mijn moeder is weer helemaal opgefleurd. Je hebt een goede invloed op haar Joe. Ik mag toch wel Joe zeggen…?’
‘Jazeker, mag je Joe zeggen niks liever. Je moeder zorgt ook heel goed voor mij. Dus ik heb er ook plezier van.’
Marie glimlachte.
‘Leuk,’ zei Veronique
Terwijl Marie in de keuken bezig was, vertelde Veronique dat ze zich toch wel zorgen maakte. Haar moeder klaagde nooit. Ze vond alles goed. En hoewel ze probeerde zo veel mogelijk tijd voor Marie vrij te maken, kwam het toch nog wel eens voor dat ze haar weken niet zag. Nooit zou haar moeder hier iets over zeggen.
‘Ze is altijd weer blij als ik op bezoek kwam. Mama zegt altijd dat ze tevreden is met de kruimels, ze hoeft niet persé de hele taart. Ze is zo lief.’
‘Dat is ze zeker.’
‘Ze heeft altijd zo goed voor mij gezorgd. Ik was altijd haar nummer één. Niemand ging voor. Geen vriend, geen vrijer. Ik ben wat ik ben, dankzij haar…’
Marie had meegeluisterd.
‘Geloof het maar niet, wat ze allemaal zegt. We hebben ook genoeg meningsverschillen gehad.’
‘Dat was opvoeden, mama. We hebben toch nooit echte ruzie gehad?’
‘Nee, dat is ook zo.’
Veronique pakte de hand van haar moeder.
‘Mijn moeder, maar eigenlijk is ze mijn beste vriendin. Ik kan altijd bij haar terecht.’
Ik dacht aan Eva. Ik wist dat het ook zoveel anders kon zijn.
‘Blijf je vandaag eten?’ vroeg Marie aan haar dochter.
‘Als dat niet te veel moeite voor je is mama…?’
‘Dat weet je toch wel, ik ben altijd blij als je bij me bent. Dan moet ik nog wel even boodschappen doen…’
‘Kan dat hier ook op zondag…?’
‘Ja Joe, de winkel is tussen twee en vier open. Soms is er ook wel iets positiefs te melden.’
‘Zal ik dan even wat boodschappen voor je doen …?’ vroeg ik.
‘Je blijft toch ook vanavond hier?’
‘Nee hoor, dat is lief van je, maar ik wil me niet opdringen. Je dochter en jij hebben toch al zo weinig tijd samen. Daar wil ik niet tussen komen. Ik red me wel.’
Marie werd een beetje boos.
‘Joe Grey, zo werkt dat hier niet. Ik wil graag dat je blijft. En ik weet zeker dat Veronique dat ook vindt. Ze is niet voor niets mijn dochter.’
Ze keek naar Veronique.
‘Joe en ik gaan wel even boodschappen doen, dan kun jij even afkoelen.’
Veronique pakte een boodschappentas uit de keuken en wenkte me.
‘Kom Joe, werk aan de winkel.’
Marie schudde haar hoofd.
Veronique en ik liepen naar de winkel. Ik was er al vaker geweest. Met Eva en met Marie. De eigenaar maakte zoals gewoonlijk voorzichtig open, maar toen hij Veronique zag,  leefde hij helemaal op.
Vol enthousiasme drukte hij haar de hand. Het leek wel een soort dialect, waarin ze elkaar aanspraken. Ik begreep er nauwelijks iets van. Hij liep weg met Veronique en even later kwam ze terug. Ze had twee flessen wijn, één in elke hand.
‘Van Gaston gekregen. Voor vanavond. Hij was zo blij me te zien. Zijn dochter danst samen met mij
bij Le Starlight vlakbij Pigalle.  Ze komt nooit meer bij hem. Jammer eigenlijk. Gaston is best wel aardig, maar een beetje rechtlijnig. Hij vindt het maar niks dat Janine, want zo heet zijn dochter, is gaan dansen in dat zedenloze centrum. Van mij vindt hij het schijnbaar niet erg. Ik heb hem wel eens gevraagd om te komen kijken. Janine is echt heel erg goed. Hij zou trots op haar zijn. Hij belooft het wel, maar hij stelt het steeds maar uit. Zo gaat dat soms met vaders, denk je ook niet…?’
‘Ik weet het niet Veronique, ik heb geen dochters…ik heb niet eens een vrouw.’
‘Oh, ik dacht van mama te hebben begrepen, dat je een meisje had, net zo oud als ik.’
Ik voelde me even heel ongelukkig. Ze keek naar me en haalde haar schouders op.
‘Ja, dat is ook zo, maar ik bedoelde het anders. Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik nu pas iemand heb, die er toe doet.’
‘Noem je dat zó…’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou ik neem aan dat je om haar geeft. Zeg dat dan ook. Ik hou er van als iemand duidelijk is. Gewoon durft te zeggen waar het op staat.’
‘Sorry, ik ben ook zo onbeholpen. Zeker als het om de liefde gaat.’
‘Je moet gewoon wat meer van je zelf prijsgeven, dan komt het vast wel goed. Gewoon zeggen wat je voelt, daar houden wij vrouwen van. Zover deze eerste les. Sorry, dat ik zo reageer, maar ik ben nou eenmaal zo. Ik zeg wat ik denk en ik denk wat ik zeg. Moeilijker is het niet.’
Ik zweeg en ik wist dat ze helemaal gelijk had.
‘Ze heet Eva, toch?’
‘Ja Eva Winters…’
‘Ze speelt nu elke avond bij  Chez André is het niet? Ze schijnt wel heel erg goed te zijn. Dat moet ook wel anders kom je bij André Duval echt niet aan de bak.’
‘André Duval…?’
‘Ja, een mooie vent maar zo gay als de pest. Net als zijn broer. Ze hebben overigens verschillende vaders geloof ik. Ze dragen de naam van hun moeder. Maar verder prima kerels, nou ja kerels…
Ze zijn in ieder geval eerlijk en recht door zee. Nee is nee en ja is ja. Hard maar fair. Ze hebben beiden een aardig kapitaal opgebouwd. André en Henry geloof ik, dat de ander heet. Jammer eigenlijk voor ons vrouwen, dat ze meer op hun eigen geslacht vallen.’
Het stelde me gerust dat ook de andere Duval geen bedreiging voor mij was.
‘Maar goed, zoals ik al zei jouw Eva maakt naam. Blijven jullie in Parijs?’
Ik haalde mijn schouders op. Ze reageerde hier niet op.
We waren bijna weer bij het appartement en toen ik de sleutel van de poort omdraaide ging haar mobiel. Ze beantwoordde het gesprek en al telefonerend liep ze voor me de gang in naar het appartement van haar moeder.
‘Ha, zijn jullie er al…’ reageerde Marie toen ze ons zag.
Veronique was nog steeds in gesprek.
Ik zette de boodschappentas in de keuken. Marie ruimde alles op.
‘Vanavond eten we vis…Lust je dat?’
‘Ja hoor, heerlijk.’
‘Met gebakken aardappeltjes en salade.’
‘Het kan niet beter.’
‘Veronique is dol op vis.’
Ondertussen had Veronique zich ook weer bij ons gevoegd.
‘Merde…’ mopperde ze.
Marie keek haar aan.
‘Die verdomde Etienne Mathis blijft maar moeilijk doen.’
Ze legde me uit dat ze bezig was met een ander appartement. Ze had iets anders op het oog. Iets mooiers en met meer ruimte. Als het allemaal doorging, dan zou Marie ook eens bij haar kunnen blijven slapen. Nu had ze een paar vierkante meter. Een piepkleine kamer. Haar huurbaas, Etienne Mathis wist dat ze met iets anders bezig was en had nu al een nieuwe huurder voor haar kamer. Hij had het liefst dat ze vandaag nog vertrok.
‘Het is een echte woekeraar. Ik weet zeker dat de nieuwe huurder minstens een kwart meer gaat betalen dan ik. De rat.’
‘Veronique, let eens op je woorden.’
‘Ze heeft me al verteld dat ze zegt wat ze denkt en denkt wat ze zegt,’ zei ik lachend tegen Marie, ‘en dat ze dat van haar mama heeft …’
‘Nee, nee… Joe Grey, dat laatste heb ik niet gezegd.’
Ze keek naar Marie.
‘Maar het is wel zo,’ zei Marie grinnikend en ze gaf me een knipoog.
‘Je hebt me overigens nog geen duidelijk antwoord geven op mijn vraag of jullie in Parijs blijven.’
‘Ik weet het niet Veronique. Om eerlijk te zijn ken ik Eva pas anderhalve week. En hoewel we het samen heel goed met elkaar kunnen vinden, weet ik niet was de toekomst ons zal brengen.’
‘Geniet van het moment Joe, dat is het enige wat telt.’
‘Dat zei je moeder ook al…’
‘Nou als twee wijze vrouwen dat zeggen, dan moet het wel waar zijn.’
Ik kon niet anders dan Veronique volmondig gelijk geven.
‘Oh mama eten we kabeljauw en gebakken aardappeltjes…? Heerlijk. Joe, mijn moeder maakt de lekkerste kabeljauwschotel van Parijs…misschien wel van Frankrijk.’

36


Ik moest toegeven dat hoewel het een simpel gerecht was, het bijzonder goed smaakte. Marie had een eigen speciale kruidenmix. Het was haar geheim.
‘Zelfs mij wil ze het niet vertellen, misschien dat ik het straks wel erf,’ zei ze met een lach.
‘Dat is dan ook het enige wat ik je nalaat…dat is alles wat ik heb.’
‘Zie je Joe, ik moet alles zelf doen Ik zou een goede vent moeten hebben…’
‘Een kwestie van goed zoeken Veronique,’ zei ik gevat. Tenminste dat vond ik zelf.
‘Gemakkelijk gezegd, maar ik heb geen idee waar die te vinden zijn.’
Marie had ons gade geslagen en had zich er tot dus verre niet mee bemoeid.
‘Internet…datingbureau ’s, chatten, twitteren, weet ik veel, vroeger hadden wij het pas moeilijk. Jullie hebben zoveel mogelijkheden. Wij moesten gaan dansen, naar de disco, hele weekenden lang…’ zei ze.
‘Hou nou toch op mama, ik zou bijna medelijden krijgen.’
‘Je moeder heeft gelijk, wij moesten er veel meer werk van maken. Om een meisje te veroveren.’
Het was er uit voordat ik het wist.
Veronique reageerde direct.
‘Heb je Eva veroverd of via een chat of datingbureau ontmoet?’
‘Veronique… !’ reageerde Marie.
‘Nee hoor, ik zag haar in een bar in Hamburg. Ik was voor mijn werk in Hamburg en ze sliep in hetzelfde hotel.’
‘Liefde op het eerste gezicht…?’
‘Geen liefde op het eerste gezicht Veronique, we proberen elkaar te vinden.’
‘Dus geen avontuurtje?’
Marie werd boos op Veronique. Ze vond Veronique veel te ver gaan.
‘Laat maar Marie, ik heb geen geheimen. Als het me niet bevalt geef ik gewoon geen antwoord.’
Marie sputterde nog wat tegen, maar legde zich er maar bij neer.
‘Nee Veronique, geen avontuurtje, maar ook geen liefde op het eerste gezicht. Het is voor ons ook wel ingewikkeld. Eva is een jonge vrouw die weet wat ze wil, ik ben een vent die tot dus ver weinig
vrouwen in zijn leven is tegen gekomen, die er toe deden. Dat zal ongetwijfeld voor een groot deel aan mezelf liggen, maar het is wel waar ik mee te maken heb.’
‘Je lijkt me wel eerlijk en oprecht Joe en dat is iets waar vrouwen van houden. Of beter van gaan houden.’
Ze keek naar haar moeder. Marie voelde zich wat verlegen met de situatie.
‘Ik hoop dat je gelijk hebt Veronique, echt het zou mijn leven zo veel beter maken.’
Ik keek in haar donkere ogen. Ik zag dezelfde twinkeling als bij haar moeder.
‘Ik ken Eva niet, nog niet maar ik zal het je zeggen als ik haar heb ontmoet…’
Marie stond op en schonk ons nog een glas wijn in.
‘Zullen we het nu ergens anders over hebben. Je hebt Joe al genoeg de duimschroeven aangedraaid en ik hoop dat je nieuwsgierigheid nu voldoende is bevredigd.’
‘Nou voldoende…in ieder geval ben ik een stuk wijzer geworden. Ik denk dat ik in ieder geval weet wat ik van je moet denken.’ Ze keek mij recht in mijn ogen.
‘Dus het valt je mee…?’
‘Nou, ik moet zeggen dat ik altijd wat aversie heb tegen kerels die met jonge meiden aanleggen. Misschien ook wel omdat mijn eigen vader er zo een was. Maar als het oprecht en eerlijk is, dan sta ik daar heel anders in. Joe, je hebt me voorlopig wel overtuigd en ik hoop dan ook van harte dat je gelukkig gaat worden met Eva.’
Ik zag dat ze het meende uit de grond van haar hart.
‘Dank je Veronique, ik hoop het ook.’
‘Nu is het echt klaar.’ Marie vond het mooi geweest.
De wijn die Veronique van Gaston had gekregen smaakte uitstekend. En ook de tweede fles werd leeggeschonken. Veronique vertelde over haar werk. De lange nachten en de interessante mensen die ze hierbij tegen kwam. Grote artiesten, die soms maar kleine mensen bleken te zijn, als het op karakter aan kwam. Maar de meesten waren wel aardig en keken niet neer op meiden zoals zij. Ze zag veel gelijkenis in haar leven met dat van haar moeder.
‘Alleen hoop ik geen moeder te worden. Ik ben daarvoor niet zo geschikt, geloof ik. Wat mama voor mij heeft gedaan dat zou ik niet op kunnen brengen…’
‘Als je er voor komt te staan, dan kun je meer dan je denkt,’ voegde Marie haar toe.
‘Ik zorg er wel voor mama dat het niet zo ver komt.’
‘Dat kun je niet zeggen, meisje. Soms overkomt het je gewoon, zonder dat je er maar iets tegen kunt doen.’
‘Misschien heb je wel gelijk, maar ik zal er op toe zien dat me niet gebeurt wat jou is overkomen, met alle respect.’
‘Ik hield van je vader…’
‘Jawel mama, maar hij niet van jou. In ieder geval niet genoeg om bij je te blijven en om mij geboren te zien worden. Laat staan om me te zien opgroeien.’
‘Ben je wat te kort gekomen dan…?’
‘Mama, je bent mijn moeder en vader geweest, je hebt je uit de naad gewerkt om me zo veel mogelijk te geven. Je hebt me opgevoed, je hebt me normen en waarden bijgebracht. Helemaal alleen. Maar ik heb me altijd maar voor een deel jou gevoeld en het andere deel was ik de bastaard. Dat deel was van een vader die blijkbaar alleen maar uit was op een avontuurtje.’
Het klonk hard maar tussen de regels door getuigde het van veel respect en liefde voor haar moeder.
Marie keek stil voor zich uit.
‘Ik weet wel dat je gelijk hebt meisje, maar het is de enige droom die ik nog kan koesteren. De herinnering aan je vader. Ik was even gelukkig.’
‘Mama, ik wil je die droom niet afnemen, maar er valt nog zo veel te leven. Ik zou zo graag zien dat je
weer kunt lachen en genieten. Je weet dat ik het goed bedoel, toch?’
Veronique stond op en sloeg haar arm om haar moeder heen. Ze streelde Marie’s haren.
‘Mama ik hou van je…maar dat weet je wel.’
Ik zat erbij en voelde me eigenlijk wel op mijn gemak. Het verwonderde me. Normaal zou ik me opgelaten hebben gevoeld en allerlei excuses hebben aangedragen om de benen te kunnen nemen. Om er vandoor te kunnen gaan.
‘Je hebt een heel lieve moeder Veronique, een schat van een vrouw. Je moet me beloven zuinig op haar te zijn.’
Het klonk aanmatigend, “je moet me beloven.” Ik was tenslotte niets meer en minder dan iemand die tijdelijk in een van de appartementen woonde, waarvan haar moeder de conciërge was. Ik zei het zonder blikken of blozen.
‘Joe, normaal zou ik fel reageren, maar ik voel wat je bedoelt. En je hebt gelijk, mama is een grote schat en ja, ik wil je best beloven dat ik zuinig op haar zal zijn, op een voorwaarde.’
‘En die is…’
Ik wachtte op het antwoord van Veronique. Ik wist inmiddels dat ze heel direct kon zijn.
‘Dat jij Joe Grey, als jij en Eva weer weggaan, jij aan mijn moeder zult blijven denken. Dat jij haar af en toe eens belt of opzoekt. Niet zomaar weer uit haar leven verdwijnt…’
‘Eva toe nou,’ het klonk bijna wanhopig uit de mond van Marie.
‘Nee, mama laat me nou…’
Marie stond op en ging naar de keuken.
‘Joe, mama wil alles voor je doen, eten koken, je schoenen poetsen als het moet, met je schaken, met je drinken, omdat het haar blij maakt. Je hebt haar weer terugzet in het leven. Ik ben echt heel erg blij dat je er bent. Maar ik probeer haar ook te beschermen. Ik wil niet dat ze weer verdriet heeft van weer een passant. En om heel duidelijk te zijn, het gaat niet om liefde of zo. Ik hoop dat Eva je heel gelukkig zal maken, echt. Maar het gaat om dat beetje vriendschap, dat je mama hebt gegeven. Pak het alsjeblieft niet van haar af.’
Ik zag de smekende blik in haar ogen. De bezorgdheid van een dochter voor haar moeder.
‘Lieve Veronique, ik waardeer je moeder en het zou te gemakkelijk zijn om te zeggen dat ik haar nooit zal vergeten. Ik weet niet welke kant mijn leven op gaat, waar ik sta en waar ik eindig. Of Eva van me zal gaan houden, zoals ik van haar zou willen houden. Het is te pril. Maar één ding kan ik je wel zeggen en dat is dat ik je moeder een bijzonder mens vind. Ze stelt me op mijn gemak, ze is als een goede vriendin en goede vrienden laten elkaar nooit in de steek. Vergeten elkaar nooit. Meer kan ik je niet beloven.’
‘Dat vind ik genoeg Joe, dat is al meer dan ze de laatste jaren van iemand heeft gekregen.’
Veronique stond op en stak haar hand uit.
‘Bedankt,’ zei ze zacht, ‘dat je mijn moeder weer een beetje het leven terug geeft, dat ze zo is kwijtgeraakt.’
Ze kuste me op mijn wang. Veronique had het warme hart van haar moeder.
Marie was de kamer binnengekomen en had een kaasplateautje klaar gemaakt. Ik zag aan haar dat ze zich moeilijk een houding kon geven.
‘Lieve Marie, je hebt een fijne dochter, die terecht voor je opkomt.’
Ik pakte mijn glas wijn en bracht een toost uit.
‘Op onze eeuwigdurende oprechte vriendschap…’
Marie en Veronique sloten zich hierbij van harte aan. Veronique nam haar glas en nodigde ons uit voor een avondje Pigalle. Ze beloofde ons mee te nemen naar de beste gelegenheden. Ik zag de twinkeling in de ogen van Marie en haar dochter. Ik was er zeker van. Het was ontegenzeggelijk dezelfde twinkeling.
Mijn mobiel ging en ik zag op het display dat het Eva was.
‘Hoi lieverd, alles goed.’
Eva vertelde me dat het prima ging. Ze was zo blij dat ze haar verhaal aan mij had verteld. Het had haar opgelucht. Ze had nu twee uur pauze. Daarna moest ze nog twee en half uur. Ze hoopte tegen drie uur thuis te zijn, nou ja in het appartement van Henry Duval. Ik vertelde haar dat Veronique, de dochter van Marie ons had uitgenodigd voor een avondje Pigalle. Marie en ons beiden.
Eva reageerde enthousiast en ze zei dat we er dan niet onderuit kwamen om ook bij Chez André naar haar te komen luisteren.
‘Ik zal Veronique je telefoonnummer geven, dan kunnen jullie samen een datum prikken. Marie en ik passen ons wel aan.’
Eva vond het een prima idee en Veronique knikte instemmend toen ik haar in het Frans vertelde wat ik zojuist tegen Eva had gezegd.
Marie glunderde.
Ik nam afscheid van Eva en omdat ik dat in het Nederlands kon doen, had ik alle vrijheid en privacy.
‘Dag liefje ik mis je. Zul je af en toe ook nog even aan mij denken? Welterusten voor straks en voorzichtig.’
 Eva zei dat ze ieder moment van de dag aan me dacht. Ik geloofde haar.

37


‘Het wordt tijd om te gaan slapen. Moet je nog naar huis Veronique…?’
‘Nee hoor, ik blijf lekker bij mama. Lekker samen in één bed, net als vroeger.’
‘Net als vroeger …’ zei Marie met een glimlach.
Ik stond op en Veronique en Marie volgden.
‘Nou welterusten tot morgen, want morgen ben ik er weer. Je komt nog even niet van me af.’
Marie gaf me een kus op mijn wang.
‘Een goede nacht Joe, ik zie je morgen…’
Veronique volgde het voorbeeld van haar moeder
‘Dank je Joe, voor alles wat je voor mijn moeder doet.’
Ik zag tranen in haar ogen.
‘Mijn belofte staat meisje. Je mag me daaraan houden.’
‘Dat weet ik…’ zei ze bijna onhoorbaar.

Toen ik naar boven liep en in het donker het appartement had gevonden en het mij ook nog gelukt was zonder mijn nek te breken binnen te komen, vroeg ik me af of ik nog gelukkiger kon worden.
Emotio was verrukt over mijn vorderingen. Ratio zat stil in een hoekje van mijn brein te treuren.
Hier kon hij voorlopig niet tegen op. Ik dacht aan Marie, aan Veronique en natuurlijk aan Eva. Drie vrouwen die mijn leven op de kop hadden gezet en ik liet dat welgevallig toe. Het maakte me blij en vooral gelukkig. Ik was op de goede weg. Ik schonk mezelf nog een glas wijn in en genoot van het moment.

38



 
Het was maandagmorgen. Tien uur, mijn mobiel ging en ik zag dat het Bob Herms was.
‘Goedemorgen Bob, goed van je dat je me belt. Fijn om je weer eens te horen.’
Hij vertelde dat hij de eerste order uit Duitsland had ontvangen. Het zag er allemaal goed uit. Verder redde hij zich aardig. Hij vond het wel stil zonder mij. Hij miste iemand waarmee hij kon bekvechten.
Thuis had hij geen schijn van kans. Ik vroeg hoe het met Anna was. Hij vertelde dat Anna me ook miste.  Ze hadden zondagmiddag tijdens het eten nog aan me gedacht en hij had Anna beloofd om me meteen de volgende dag even te bellen. Hij vroeg of ik me al een beetje thuis voelde in Parijs en hoe het met Eva ging. Ik vertelde hem in grote lijnen hoe het er voor stond. Bob zei me dat hij van plan was om ook in Frankrijk flink aan de weg te gaan timmeren. Hij dacht dat dit het beste kon vanuit Parijs. Of ik eens wilde informeren hoe hij dat het beste aan kon pakken. Ik beloofde hem hier in de loop van de week over terug te bellen.
‘Doe de groeten aan Anna en geef haar een dikke pakkerd van me. Zeg ook maar dat ik haar mis en ik haar weer snel hoop te zien. Tot bellens Bob en nog bedankt.’
Ik wist maar al te goed dat Bob me belde om te weten hoe het mij ging. De rest was bijzaak. Ondanks onze discussies hadden we naast onze zakelijke relatie een warme vriendschap. Ik legde mijn mobiel op tafel om me te gaan douchen. Weer ging hij. Het was Eva.
‘Hoi liefje alles goed?’
Ze vertelde dat ze al onderweg was. Ze klonk opgewonden. Ze zei dat het een verassing werd. Meer wilde ze niet kwijt. In de avond zou ze weer bij Chez André spelen. Om tien uur begon ze. Tot half twaalf. En van half een tot twee uur, maar dat zou wel weer eens zo half drie, of zelfs drie uur kunnen worden.
‘Veronique vertelde dat André een broer is van Henry,’ zei ik in de veronderstelling dat ik met wat nieuws kwam. Ze zei dat ze dat wist. Het waren eigenlijk halfbroers. Er was ook nog een derde broertje, ook weer van een andere vader. Jean Luc, maar iedereen noemde hem Luc. In tegenstelling tot de twee anderen viel Luc wel op vrouwen. Hij was vijf en twintig, het was maar dat ik het wist.
‘Je plaagt me Eva Winters…’
Luc zat ik de muziek en de rest zou ze me nog wel eens vertellen. Ze moest ophangen, want men zat op haar te wachten. Ik was blij dat ik haar stem weer gehoord had. Ik maakte me wel zorgen over de lange dagen die ze maakte. Ik stond op en ging met de trap naar beneden. Marie zat al te wachten met de koffie.
‘Goede morgen Joe, goed geslapen?’
‘Heerlijk,’ zei ik, ‘het was gisteren bijzonder gezellig geweest. Is Veronique al weg?’
‘Ja hoor, ze was om half acht al weer vertrokken. Je vond het toch niet erg hoop ik, van gisteren bedoel ik. Ze kan zo direct zijn…’
‘Ze meent het goed en je mag trots op haar zijn. Ze komt zo voor je op. Je hebt er een goede dochter aan. En een betere vriendin kun je niet wensen.’
‘ Dat is ook zo. Ze heeft altijd een vader gemist. Ik kon niet alles.’
‘Ik vind dat je het voortreffelijk hebt gedaan. Je moet jezelf geen verwijten maken Marie, dat is niet fair tegenover jezelf.’
‘Nee, maar soms…’
‘Kom, schenk me nog maar eens een kop koffie in.’
Ik vertelde haar over Bob. Wat zou het mooi zijn als ik ook iets om handen zou hebben.
Marie stond op en pakte een soort agenda uit de la. Daar zat een mapje in met een aantal losse blaadjes.
‘Hier’ zei ze, ‘die moet je eens bellen. Zeg maar dat je zijn naam van mij hebt.’
Ik zag dat op het briefje in hanenpoten de naam Jack Clevan was geschreven.
‘Jack is een buurjongen van me en mijn zwager. Hij zal je zeker verder kunnen helpen.’
‘Bedankt Marie, ik ga hem vanmiddag bellen.’
‘Je kunt hem het beste bereiken rond twaalf uur. Dan is hij meestal thuis. Om koffie te drinken met mijn jongere zus Theressa. Ze zijn een paar jaar gelden getrouwd. Theressa is een nakomertje. Ze wordt dit jaar zes en dertig. Jack is net zo oud als ik. Dus je ziet lieve Joe, je bent niet de enige die gewild is bij jonge vrouwen,’ zei ze plagend.
‘Ja, het zal wel, die Jack is zeker niet zo’n grijs figuur zoals ik?’
‘Jack heeft jarenlang alleen maar oog gehad voor zijn bedrijf. Totdat hij er achter kwam dat er nog meer was op aarde dan dat. Toevalligerwijze eigenlijk. Theressa en Jack kwamen elkaar tegen op de begrafenis van mijn moeder. Ze hadden elkaar in geen twintig jaar gezien. Het was direct liefde op het eerste gezicht. De vlammen sloegen er uit. Een half jaar later zijn ze getrouwd. Wat er ook gebeurt, stipt half twaalf gaat hij bij Theressa koffie drinken.’
Ze keek op horloge en zag dat het kwart over elf was.
‘Weet je wat. Ik zal mijn zusje even bellen. Ondertussen zal Jack wel arriveren. Dan kun jij het overnemen.’
Marie draaide het nummer dat op het briefje stond.
‘Hallo Theressa, Marie hier. Hoe gaat het met je.’
Ze vertelde hoe het met haar zelf ging en ze vertelde over mij. Ze was goed gehumeurd. Het leek of de twee zussen elkaar jaren niet hadden gesproken. Ik zag dat het inmiddels bijna tien over half twaalf was. Ze hadden bijna een half uur samen gesproken toen ik uiteindelijk Jack aan de lijn kreeg. Ik vertelde hem in grote lijnen wat mijn plan was en hij nodigde me uit om naar zijn kantoor te komen. Ik stelde voor om dat de volgende dag te doen. Hij zei dat Marie het adres wel had, toen ik vroeg waar ik moest zijn. We hadden een afspraak. De verbinding werd verbroken. Nog geen halve minuut later ging de telefoon.
‘Hallo Theressa… was je wat vergeten?’
Ik begreep dat Theressa had gehoord dat Jack en ik een afspraak hadden gemaakt. Ze stelde voor om deze te verzetten naar de avond. Ze zou het leuk vinden als Marie ook mee kwam. Ze zou wel voor wat te eten zorgen. Dan konden de mannen hun zaken doen en Marie en zijzelf hadden dan even de tijd om weer eens lekker bij te kletsen. Marie vertelde me over het plan van Theressa en keek me vragend aan. Ik knikte instemmend.
‘Nou tot morgenavond dan zusje, heel erg leuk je weer eens te zien.’

39


Het maakte Marie blij. Het vooruitzicht haar jongste zus weer te zien.
‘Ik heb ook nog een broer, maar die woont in Normandië. Hij heeft een camping. We hebben eigenlijk nooit contact. Net zo min als met mijn oudere zus. Theressa is een schat. Toen ze klein was, was ik eigenlijk een soort moeder voor haar. Ik was net achttien toen ze geboren werd. Het had mijn eigen kindje kunnen zijn.’
‘Dan was je wel een jonge moeder geweest…’
‘Het had wel gekund…’ zei ze een beetje afwezig.
We brachten de hele dag door met schaken en toen het tegen vijven liep, stelde Marie voor om toch nog maar even een paar boodschappen te doen. Er was geen wijn meer.

Gaston begon me te herkennen en werd steeds vriendelijker. Zeker toen hij van Marie hoorde dat mijn Frans steeds beter werd. Hij sprak me aan, maar ik had toch wel moeite met zijn dialect. Hij haalde achter in de winkel twee flessen wijn. Ik kreeg die zo maar van hem en hij heette me welkom.
Vrienden van Marie en Veronique waren ook zijn vrienden. Ik gaf hem een vriendelijke tik op zijn schouder en bedankte hem. Hij groette me en liep naar zijn kantoortje. We rekenden de boodschappen af bij het meisje dat aan de kassa zat.
‘Twintig euro veertig, ’ zei ze vriendelijk, ‘de wijn heeft u van meneer Gaston.’
We liepen terug en toen ik opzij keek zag ik een groepje jongeren staan. Vijf jongens en vier meisjes.
Een gemengd gezelschap.
‘Dat is het probleem hier,’ zei Marie. ‘Ze zouden aan het werk moeten zijn, maar ze zijn kansloos.’
Ze riep naar een van de jongens. Een knul van een jaar of achttien. Hij had een donker uiterlijk.
‘Hé Mocka, ca va…?’
Hij riep terug.
‘Touts normal, Marie…’
Ze liep naar het groepje. Ze nam een pak biscuits uit haar tas en gaf die aan de jongen.
‘Hier, pak aan. Het is niet veel, maar het is in ieder geval iets.’
Het groepje bedankte haar en keek naar mij. Ze vertelde dat ik haar vriend was en ik uit Nederland kwam. En dat ik zo lang in Parijs was, omdat mijn vriendin moest optreden in Olympia. In het voorprogramma van The Zodiac. Dat maakte indruk. The Zodiac was de favoriete band van Mocka. Ik herinnerde me dat Eva verteld had dat ze vijf en twintig vrijkaarten had gekregen. Ik vroeg aan Mocka met hoeveel ze meestal waren.
‘Met zijn negenen, ’ antwoordde hij.
‘Dan ga ik kaarten voor jullie regelen. Willen jullie dat?’
Ze waren razend enthousiast en ze bedankten me. Als er iets was, moest ik het hun maar laten weten. Ze zouden het wel voor me regelen.
‘Je hebt vrienden gemaakt Joe, dit vergeten ze nooit meer.’
‘Ik ben blij dat ik wat voor hen kan doen. Bovendien is het gemakkelijk weggeven toch…?’
‘Daar gaat het niet om, maar dat weet jezelf ook wel.’

40


We gingen het appartement binnen. Marie ging naar de keuken en ik pakte het tijdschrift dat we bij Gaston hadden gekocht. Er stond een verhaal in over een jongen die na een zwaar auto ongeluk zich weer helemaal terug had gevochten. Hij kon weer een beetje lopen en had ook weer een baan. Hij werkte op een reclamebureau. Hij was het creatieve brein. Zijn vriendin was hem trouw gebleven en hoewel het allemaal niet gemakkelijk was, hadden ze toch een intieme relatie. Zijn verlammingen waren zijn beperkingen. Zijn vriendin nam er genoegen mee. Ze had hem beloofd om hem onvoorwaardelijk bij te staan in zijn gevecht voor een normaler bestaan. Het was een mooi verhaal. Ze wilden graag kinderen. De artsen hadden gezegd dat dit geen probleem was.
Marie vroeg of ik de tafel wilde dekken.
‘Stond er nog wat bijzonders in?’
Ik vertelde over wat ik had gelezen.
‘Eric Leblanc…’
‘Ja.’ Ik was verbaasd.
‘Ken je hem…?’
‘Hij woonde hierachter. Ze waren aan het joyrijden. Een gestolen auto. Zijn broertje was dood, evenals zijn vriend. Het was zijn vriend die reed. Het is hier vlakbij gebeurd. Even verder op. Met volle vaart tegen een vrachtauto geklapt. Zijn moeder kan het hem maar niet vergeven. Hij had op zijn jongere broertje moeten letten. Maar dat zal er wel allemaal niet in staan?’
‘Nee,’ zei ik, ‘dat staat er allemaal niet in.’
Het was even stil.
We aten zonder veel te zeggen. Het verhaal had me aangegrepen. Marie vroeg of ik nog koffie lustte.
Zoals gebruikelijk was het weer de sterke koffie, waarvan Marie zo kon genieten.
‘Zullen we straks nog een partijtje schaken?’
‘Dat is goed, maar we zullen eerst even opruimen.’

41


Het was eigenlijk weer veel te laat toen ik mijn bed instapte. Maar gezelligheid kent geen tijd. Ik hoopte dat Eva nog iets van zich zou laten horen. Ik keek op mijn telefoon. Ik had een smsje.
“Bel je straks. Eva”.
Het was om half twaalf verzonden, althans toen had ik het ontvangen. Ik legde mijn mobiel weg en viel in slaap. Eva had me niet meer gebeld.

De zon scheen door de gordijnen. Het leek een mooie dag te worden. Zoals we hadden afgesproken zouden we die avond naar Theressa en Jack gaan. Ze woonden net buiten Parijs. Marie had me verteld dat ze in het ouderlijk huis woonden van de moeder van Jack. Hij had het indertijd gekocht van zijn opa en oma. Maar omdat naast zijn oma en opa ook zijn ouders daar nog steeds woonden, had hij zelf in Vitry een kleine woning gehuurd. Theressa was in Parijs gaan studeren en zodoende had hij haar in tijden niet meer gezien, ondanks dat hij regelmatig bij zijn opa en oma en dus ook bij zijn ouders, de buren van Marie, op bezoek kwam. Theressa kwam hooguit een keer per maand naar huis. Dus het zou toeval geweest zijn als ze elkaar ontmoet zouden hebben. De moeder van Jack en de moeder van Marie deden veel samen. Marie vertelde dat haar moeder een hartstilstand had gekregen. Ze was nooit ziek geweest. Het was een complete verrassing. Als een donderslag bij heldere hemel. Haar vader was al eerder overleden. Theressa was toen net vier jaar  geworden. Hij had darmkanker. Marie voegde er nog aan toe dat ze toen al geruime tijd niet meer thuis woonde. Ik verheugde me op het bezoek. Het bracht weer wat afleiding en ik hoopte ook dat Jack me op weg kon helpen. Het zou goed zijn dat ik wat om handen had. Ik kon toch niet drie weken lang elke dag bij Marie op schoot gaan zitten. Toen ik me had aangekleed, ging ik maar weer naar beneden. Ik stond in de deuropening toen mijn mobiel ging. Het was Eva.
‘Hoi lieverd, ben je al wakker.’
Ze klonk opgewekt. Ze was alweer aan het werk. Ze klonk enthousiast en ik merkte dat ze het moeilijk vond om niet te vertellen waar ze mee bezig was. Ze verontschuldigde zich dat ze niet meer had gebeld. Het was zo laat geworden en toen ze in de gelegenheid was om me te bellen had ze aangenomen dat ik wel zou slapen.
‘Geeft niet hoor,’ en ik meende wat ik zei. ‘Ik ben blij dat ik je weer hoor. Ik ga vanavond met Marie naar haar zwager en haar zus. Hij kan me zakelijk van dienst zijn, volgens Marie. Het zou mooi zijn, dat ik ook even iets om handen heb.’
Ze was het met mij eens en luisterde vol belangstelling naar mijn plannen. Ik vertelde over Bob en ze vroeg of ik toch wel de groeten aan Anna had gedaan.
‘Ja hoor, het ging verder wel goed. Ze miste ons een beetje.’
Eva vertelde dat het concert in Olympia zo goed als uitverkocht was.
‘Goed dat je daarover begint. Heb je nog een stuk of wat vrijkaarten. Ik heb hier een aantal jongeren beloofd dat ik daar voor zou zorgen.’
Ze vroeg hoeveel ik er nodig had. Ik zei dat ik er aan negen voldoende had en Eva beloofde dat ze er voor zou zorgen. Ze had ook Vip kaarten voor mij en Marie en voor Veronique als die eventueel zin had. De drie broers Duval zaten ook bij ons. Ik vond het prima. Na afloop van haar concert mochten we nog wel blijven als we wilden, maar ze kon zich ook voorstellen dat we niet zo op de muziek van the Zodiac zaten te wachten. In ieder geval hadden André en Henry een etentje georganiseerd. Ik was uiteraard uitgenodigd, maar als Marie en Veronique zin hadden waren ze beiden ook van harte welkom. Daarna zouden we met zijn alleen iets gezelligs gaan doen. Dat was het plan.
‘Maar dat zal wel bij Chez André worden,’ vertelde ze
Ze klonk opgewonden en ze zei dat ze de kriebels kreeg als ze aan haar grote optreden dacht. Nog achttien dagen en dan was het zover.
‘Nou mijn liefje, let op je zelf. Ik hou van je.’
Ik deed mijn mobiel in mijn jaszak en ging naar beneden. Naar Marie.

42


Het was het dagelijkse ritueel. Een kopje koffie. Een partijtje schaken. En kopje koffie een broodje.
Kortom, niks bijzonders, behalve dan dat ik iets meer van de partijtjes in mijn voordeel besliste als voorheen. Volgens Marie zou het nog wel eens goed met me komen. Ik vroeg aan haar hoe we naar haar zus en zwager zouden gaan.
‘Als je durft, dan gaan we met mijn autootje. Een Peugeotje 101. Hij wordt dit jaar twaalf. Maar hij doet het nog prima.’
‘Ik vind het oké.’
Het was tegen half zeven toen we de poort uitreden. Het blauwe autootje had even problemen om aan de gang te komen, maar daarna liep de motor als een zonnetje.
‘Het is best een pittig wagentje. Voor mij is ie in ieder geval perfect. Niet te duur en zuinig in gebruik.’
Marie stuurde haar Peugeot behendig door het Parijse verkeer. We moesten helemaal aan de andere kant  van de stad zijn. Jack en Theressa woonden in een voorstadje van Parijs. Het zou volgens Marie echt geen jaren meer duren of het zou worden opgeslokt door de alsmaar groeiende stad. Ik schatte dat er rond de vijftig huizen stonden, maar het kon ook zomaar het dubbele aantal zijn. Marie parkeerde haar auto in de hoofdstraat.
‘Even kijken of we nog een bloemetje kunnen kopen.’
‘Nu nog…kun je hier nog ergens terecht?’
‘Hier gelden andere regels. Als je er bekend bent tenminste.’
Ze liep naar een bloemenwinkel. Alles was donker.
‘Blijf je hier of loop je mee?’
Ik besloot mee te lopen en ze ging het gangetje naast het huis in. Via een poort kwamen we op een soort  binnenplaats. Marie riep of er iemand was. Er kwam geluid uit een schuurtje dat even verder op stond.
‘Hallo Marcel. Wil je me nog even helpen…?’
‘Ha, mijn Marie, wat leuk je weer eens te zien. Wat een verrassing.’
Hij keek naar mij.
‘Een vriend…?’
Ik stelde me voor. Marie nam het over.
‘Ja een goede vriend. We gaan naar Theressa. Heb je nog een bosje bloemen voor me Marcel…?
‘Voor jou altijd Marie.’
‘Dat is lief van je, wat krijg je van me?’
‘Geef maar vijf euro, dan is het wel goed. Zoek maar iets moois uit.’
‘Mogen deze ook Marcel…?’ en Marie wees op een grote bos gekleurde roosjes.
‘Ja hoor, neem maar wat je mooi vindt.’
Hij deed folie en een mooie strik om het boeket en vroeg of het zo goed was.
‘Ja hoor prima. Ze zal er blij mee zijn.’
‘Zeker weten, je zus houdt van bloemen. Ze is één van mijn beste klanten. Ze is net je moeder, die kon ook niet zonder.’
‘Ja, Marcel…die kon echt niet zonder jouw bloemen. Geen dag.’
‘Wat een fijne vrouw was dat toch. Altijd wel een woordje en altijd vol belangstelling. Ik mis haar nog elke dag.’
‘Ja,…dat was ze Marcel, een goed mens.’
‘Net als jij…Marie.’
Ik zag dat Marie bloosde.
‘Als jij het zegt…’
‘Een momentje Marie,’ en Marcel liep naar de achterkant van het schuurtje.
‘Voilà ma cherie,’ en hij gaf Marie een boeketje fresia’s.
‘Daar houd je toch zo van…?’ voegde hij er aan toe.
‘Zeker Marcel, wat lief van je dat je dat nog weet.’
‘Hoe zou ik het ooit kunnen vergeten…’
Marie bedankte Marcel en gaf hem een kus op zijn wang. Hij was zichtbaar verheugd.

43


Toen we naar de auto liepen zuchtte Marie, ‘hij is nog altijd gek op me. Dat zal wel nooit meer overgaan.’
Ze vertelde dat Marcel toch zo gehoopt had dat het iets tussen hun beiden zou worden. Hij was nog steeds vrijgezel en hij had haar ooit verteld dat hij op haar zou wachten, zolang hij leefde. Hij had zijn hele leven in het dorp gewoond en was helemaal ondersteboven toe Marie hem had verteld dat ze naar Parijs ging en dat ze ging werken bij de revue. Hij had het haar afgeraden.
‘Hij had geen flauw idee wat de revue was, maar hij vond het maar niks. Het is ook maar goed dat hij het niet wist, want het was zijn dood geworden. Hij is overigens wel heel aardig. Een goede vent. Maar niet iemand met het vooruitzicht op een bruisend levend. Zijn bloemenwinkel is al dertig jaar hetzelfde.
‘Hoe oud is hij?’
‘Twee jaar ouder dan ik.’
‘Het lijkt veel meer, maar je ziet er vandaag dan ook wel heel stralend uit.’
‘Is dat een flirt…?’
‘Nee, dat is de harde waarheid.’
‘Dank je…dat is lang geleden, dat ik dat heb gehoord.’
‘Als je zo doorgaat zal dat best wel vaker gebeuren.’
Marie zei niks. Ze kleurde en dat maakte haar nog mooier.
We stapten weer in haar autootje en reden na een paar honderd meter een zandweggetje in. Even verder op stonden twee huisjes. Een daarvan was verbouwd. Het andere huisje zag er een beetje vervallen uit. Er brandde wel licht.
‘Hier woonden wij. Nu woont er een tante van me. Theressa zorgt voor haar. Zolang dat nog gaat. Ze is bijna tachtig.’
Het verbouwde huis was veel groter dan ik het op het eerste gezicht had ingeschat. Het was aan de achterzijde ruim uitgebouwd. We gingen naar binnen en we kwamen in een grote gezellige keuken. Theressa had ons al gezien en begroette ons hartelijk.
‘Dag lief zusje, ik heb een bloemetje voor je mee gebracht…’ zei Marie terwijl ze de hand van Theressa vasthield.
‘Dank je, oh van Marcel…die heeft ook weer een goede dag nu hij je weer eens gezien heeft.’
‘Dat kun je wel zeggen. Theressa dit is Joe.’
Ik stelde me voor. Theressa was een jongere uitgave van Marie. Het gaf me een goede indruk hoe Marie er op haar midden dertig had uitgezien. Ik zag dezelfde ogen en met daarin dezelfde twinkeling. De mooie elegante kaaklijn. Theressa had krullende donkere lokken tot op haar schouders. Het deed me denken aan de foto’s die Marie me had laten zien. Behalve dat het een mooie vrouw was, was ze ook bijzonder innemend. Ze deed haar uiterste best om mij op mijn gemak te stellen. Even later voegde Jack zich bij ons. Het was een grote stevige kerel en hij was net als zijn vrouw, bijzonder aardig.
‘Fijn dat jullie er zijn. We zullen eerst eens wat te drinken nemen, want het is een beetje feest. Marie, je zus is zo blij dat je haar weer eens bezoekt. Het komt er tegenwoordig maar niet van.’
Hij richtte zich tot mij.
‘Ja Joe, zo gaat dat. We zijn allemaal druk. Met van alles en nog wat. Zo druk dat ik bijna vergeten was om met het leukste en liefste meisje uit de straat te trouwen, maar dat zal Marie je wel verteld hebben. Overigens niks ten nadele van jou Marie. Want jij was ook heel leuk en lief.’
‘Was…?’ zei Marie
‘Nou je weet best wat ik bedoel.’
Jack keek naar mij.
Ik knikte.
‘Het is nooit te laat,’ zei Marie, ‘dat zie je wel.’
En ze keek ook naar mij. Nu bloosde ik. Ik wist maar al te goed wat ze hiermee bedoelde.

44


Theressa had haar best gedaan. We hadden voortreffelijke gegeten.
‘Nou Marie kan er iets van, maar je doet er niet voor onder. Het was heerlijk Theressa.’
‘Dank je wel, ik vind het ook zo leuk dat jullie er zijn…Lusten jullie nog koffie?’
‘Graag liefje,’ zei Jack, ‘maar eerst gaan Joe en ik even naar mijn kantoor. Kunnen jullie even rustig bijpraten.’
Ik liep met Jack mee. Ik vertelde hem ondertussen over mijn gesprek met Bob.
‘Ja…dat is wat,’ zei hij met een diepe zucht.
Het voorspelde niet veel goeds.
‘Weet je Joe, er is natuurlijk al een hele boel van dat spul op de markt. Waar ligt het onderscheid tussen jullie materiaal en dat van anderen? Daar zullen we ons op moeten richten.’
Ik vertelde hem zo gedetailleerd mogelijk onze voordelen ten opzichte van anderen. Het leek er op dat hij niet erg onder de indruk was van mijn verhaal.
‘Joe, ik zal morgen eens een paar zakenvriendjes bellen. Als je maar eenmaal aan de gang bent…’
Ik bedankte hem.
‘Ben je wel van plan om in Frankrijk te blijven?’
Ik vertelde hem van Eva en dat we nog niet wisten waar onze plannen ons heen zouden brengen.
Hij wist van mijn relatie met haar.
‘Tja, het is altijd wat lastig zo’n leeftijdsverschil. Bij ons zit er bijna twintig jaar tussen. Theressa is zesendertig. Ik word dit jaar vijfenvijftig. Theressa had graag kinderen willen hebben. Als ik tien jaar jonger was geweest…nou ja, het is nou eenmaal niet zo.’
‘Ik snap wat je wilt zeggen. Eva is acht en twintig. We zouden best eens tegen hetzelfde dilemma aan kunnen lopen. Maar om eerlijk te zijn heb ik daar nog geen minuut over nagedacht.’
Jack zweeg en keek voor zich uit.
‘Het is niet gemakkelijk Joe, je gunt ze zo graag het beste van alles.’
‘Wat houdt je eigenlijk tegen…of ga ik nou te ver?’
‘Nee hoor, ik zal het je uitleggen. Ik zie het niet zo zitten dat mijn kinderen een vader zouden hebben, die nog ouder is dan de meeste opa’s van hun leeftijdgenootjes. Dat houdt me tegen Joe. Je snapt wel wat ik bedoel…’
‘Ik snap zeker wat je bedoelt, maar een goede vader kun je toch ook op je zestigste zijn, of zelfs al ben je ouder…wat maakt dat uit. Ik zie even het echte bezwaar niet. Maar goed, ik mag me hier niet mee bemoeien. Dit is jullie keuze.’
Hij keek me aan en wreef met zijn hand over zijn kin.
‘Misschien heb je wel gelijk. Ik zal er over nadenken Joe, je brengt me aan het twijfelen. Je hebt zeker een punt. Zo heb ik er eigenlijk nooit naar gekeken. Bedankt.’
‘Geen dank. Graag gedaan.’
We gingen terug naar de zitkamer. Marie en Theressa waren druk met het uitzoeken van behang.
‘We gaan het voorhuis een beetje opknappen,’ zei Jack. ‘Er is niets meer aan gedaan sinds mijn vader is overleden. Mijn moeder was al eerder gestorven. Ze hebben hier altijd gewoond. Gelukkig leeft mijn oma nog wel. Die is onverwoestbaar. Ze is zesennegentig…Ik heb al lang geleden dit huis gekocht, maar we wonen er zelf pas sinds we zijn getrouwd. Zo’n drie jaar geleden. Toen is mijn oma naar het verzorgingshuis gegaan, want ze wilde ons niet tot last zijn. Ze is zo’n fijn mens.’
‘Dit is allemaal behang voor kinderkamers,’ zei Theressa en ze legde het stalenboek aan de kant. Jack pakte het van de tafel en bladerde er quasi nonchalant doorheen. Hij keek me aan en zuchtte. Het was twaalf uur toe we afscheid namen. We moesten nog minstens een half uur rijden. Marie kuste Jack en Theressa. En ik drukte Jack de hand.
‘Je hoort van me.’
‘Lief zijn voor mijn grote zus, Joe. Maar ik heb van Marie begrepen dat ik dat eigenlijk niet mag zeggen.’
‘Ik zal goed op haar letten en aardig voor haar zijn… goed?’
‘Nou dan heb je wel een kus verdiend.’
  
Toen Marie en ik de straat van ons appartementenblok inreden stond er aan de andere kant van de straat een groepje jeugd. Ik stapte uit om de poort open te maken. Ik herkende Mocka.
‘Hé Mocka, ik hoop dat ik je kaartjes eind deze week kan geven.’
Hij stak zijn duimen ophoog.
‘Merci monsieur Joe…’
Het was weer laat genoeg en Marie ging naar haar appartement en ik naar het dat van mij.
Eva had me ge-smst dat ze me de volgende dag wel zou bellen.

45



De week ging snel voorbij. Jack had me gebeld en ik had een afspraak met iemand die geïnteresseerd
was. Hij zou kijken of hij er bij kon zijn. Hij beloofde me terug bellen.

Eva had de zaterdag vrijaf en ze had me gevraagd of ik het goed vond dat ze Theo en Connie Boering zou vragen of het zaterdagavond bij hen uit zou komen. Veronique had haar ook gebeld en ze hadden iets geregeld voor de woensdagavond. Veronique zou het ons wel allemaal op tijd laten weten.
Eva was de hele week niet meer thuis geweest. Vanaf zondagmorgen had ik haar niet meer gezien.
Ik verlangde naar het moment dat ik haar weer in mijn armen zou kunnen sluiten en ik was oprecht blij toen ze mij vrijdagmiddag belde.
‘In principe, zonder tegenbericht zien we elkaar weer op Montmartre. Net als vorige week. Mee eens…?’ stelde ze voor.
‘Ja hoor, het wordt morgen mooi weer, dus dan is het daar zonder meer een prima plekje.’
‘Ik heb overigens nog niks gehoord van Connie Boering. Ik zal haar nog even een smsje sturen. Ze zal wel druk zijn.’
Veronique had Marie gebeld. We zouden woensdagmiddag naar la Place Pigalle gaan en het was de bedoeling dat we elkaar daar zouden treffen. Eva, Veronique en Marie en ik. Voor de rest zouden we het wel zien. Jack had niet meer gebeld. Dus ik ging er maar van uit dat de afspraak een week later zou zijn.

Het voelde weer goed om in de metro naar station Montmartre te zitten. Eindelijk. Nog twee weken dan was het concert in Olympia. Ik stapte uit en toen ik uit de metro kwam voelde ik de warmte van de zon. Ik was mijn zonnebril vergeten en daar had ik spijt van. Het was lastig om tegen de zon in te kijken en hoewel ik wist waar Eva op me zou wachten, kon ik haar niet ontdekken.
Ik liep naar het de plek waar we hadden afgesproken. Ze was er niet. Ik keek om me heen en ik hoorde mijn mobiel. Ze had me een smsje gestuurd.
“Sorry Joe, ben ik slaap gevallen in de metro. Moet nu weer helemaal terug. Over twintig minuutjes ben ik er. Sorry, sorry, sorry en kus. Eva.”
Ik zocht een bankje. Het was heerlijk om weer even te kunnen genieten van het zonnetje. Het maakte de mensen op de een of andere manier vrolijker. Tenminste dat leek zo te zijn. Het zorgde er in ieder geval voor dat ik goed gehumeurd was. Na twintig minuten zag ik Eva aankomen. Ze rende naar me toe.
‘Dom van me, maar ja, het is gebeurd. Ik was gisteren ook veel te laat naar bed.’
‘Probeer je wel een beetje op jezelf te letten liefje?’
‘Ja, een beetje wel. Kom eerst eens hier. Ik wil eerst een lekkere kus. Dat is een eeuwigheid geleden.’
Het was inderdaad een lekkere kus. Eva was ook bijzonder goed gehumeurd. Haar mobiel ging.
Ik hoorde aan het gesprek dat het Connie Boering was. Ze waren de avond vrij.
‘Ja hoor, ik zal het Joe even vragen…hij staat hier naast me.’
‘Joe, Connie Boering… maar dat had je al begrepen. Of het goed is dat we vanavond samen met hen wat eten en daarna naar hun huis gaan. Dan geef ik daar een concertje en we kunnen blijven slapen als we willen. Wat vind je…?’
‘Dat is wel goed, lijkt me gezellig.’
Eva vertelde Connie enthousiast dat het goed was en dat ze een tafel bij bij Chez André zou reserveren.
Eva had om half negen afgesproken.
‘Kom lieverd, we gaan eerst wat gezelligs doen.’
We liepen langs de kunstenaars op Montmartre. De mimespelers, acrobaten, schilders, tekenaars. Langs de kraampjes waar van alles te koop was. Het was er gezellig druk. Een man met een accordeon speelde een romantisch wijsje. Eva amuseerde zich en ze straalde. Haar lange zwarte krullen waaiden langs haar gezicht.
‘Ik ga eerst even ergens een zonnebril kopen Eva. Ik kijk me blind in die zon.’
‘Wel een mooie, want ik wil een mooie man naast me. Een knapperd.’
‘Waar ga je die vandaan halen…?’
‘Wil je nou echt dat ik je ga zeggen dat ik je mooi vind. Joe, je bent een grote ijdeltuit.’
‘Jij begon er over…toch?’
‘Nou vooruit dan maar. Hier net om de hoek verkopen ze zonnebrillen.’
Ze hadden mooie zonnebrillen in het winkeltje, maar ze waren tamelijk prijzig.
‘Kom op Grey, niet zo pinnig,’ zei ze plagend toen ik daar iets over opmerkte.
‘Eva, deze kost driehonderd en dertig euro. Dat is veel geld.’
‘Vind je hem mooi?’
‘Ja dat wel en hij staat me perfect en hij zit ook goed.’
Eva zei tegen de juffrouw dat we hem namen. Ze hoefde hem niet in te pakken. Meneer hield hem wel op. 
‘Die krijg je van mij. Omdat ik je de hele week alleen heb laten zitten en je niet boos bent geworden omdat ik je niet gebeld heb, hoewel we dat wel hadden afgesproken. Tenminste ik heb dat afgesproken. Ik zal volgende week proberen me beter te gedragen.’
‘Nou ik vind het reuze lief van je, maar ik hou toch wel van je.’
‘Niet zeuren Grey, kom op…hier pak aan en op je neus zetten, die handel.’
De manier waarop ze dat zei was zo koddig dat ik het uitproestte. De juffrouw in de winkel keek naar me. Ik schaamde me een beetje voor mijn puberale gedrag.
We zochten een terrasje en Eva vertelde me over haar week. Ze deed een beetje geheimzinnig maar het maakte me niet jaloers of argwanend.
‘Je vertrouwt me echt…’
‘Ja hoor, ik vertrouw je echt. Ook al ben je de hele week in handen van kerels die ik nauwelijks ken.’
Ze vertelde over Luc.
‘Het is echt een stuk. Maar ik mag je nog niet zeggen wat ik met hem doe, ik bedoel waar we samen mee bezig zijn …’ ze bloosde. ‘Oef.’
‘Wat je met hem doet? Nee toch, Eva…ik wil het niet weten, ik kan het even niet aan,’ zei ik op een dramatische toon. Als twee veertienjarige pubers kregen we de slappe lach, om niets. Toen we ons glas wijn leeg hadden gedronken, gingen we naar het centrum van Parijs. Ik wilde nog even kijken voor een paar blouses. En een nette broek. Ik had alleen maar jeans. En ook met het oog op de afspraak met Pierre wilde ik iets gekleeds kopen.
‘Wat doen we vanavond eigenlijk aan?’
‘Hoezo,’ zei Eva. Ze keek me vragend aan.
‘Shit, we komen natuurlijk niet meer in ons appartement dus dan kunnen we ons ook niet meer omkleden. Ik heb nog wel kleding bij Henry liggen, maar daar heb jij niets aan…Wat we zouden kunnen doen is dat we in de stad even iets kopen en ons dan vervolgens bij Henry opfrissen. Ik heb de sleutel van zijn optrekje en Henry zit in Duitsland. Dus dat is geen probleem.’
‘Fijn. Goed idee, want om nou vanavond in kleding op te draven waar we de hele dag al in hebben rondgebanjerd, lijkt me nou niet zo heel fris.
‘Mee eens, zo zie je maar weer dat de ervaring van een rijpere man onontbeerlijk is.’
‘Eva Winters, je vraagt ergens om.’
‘Geen hanky panky Joe Grey, in ieder geval niet eerder dan dat vrouwtje Eva het goed vindt.’
‘En dat wordt toch wel nog deze eeuw, hoop ik…?’
‘Wie weet…’ en ze kneep me in mijn bil.
‘Dat mag ik dan ook, als jij dat mag.’
‘Als je het maar laat, ik schreeuw hier alles bij elkaar.’
‘Dat zal best, oog om oog, tand om tand Eva Winters, ’en ik legde mijn hand op haar rechter bil.
Ze slaakte een heel klein nauwelijks hoorbaar gilletje. Het was meer een piepje.
‘Zie je nou Eva Winters dat het wel mee valt. Je moet je er gewoon even over heen zetten.’
Ze pakte mijn arm en stevig gearmd liepen we winkel in en winkel uit. Bij Galeries Lafayette zag ze een mooi lingeriesetje.
‘Vóór het concert in Olympia ga ik dit voor je kopen, om je er na het concert mee te verleiden meneer Grey. U zult verbaasd zijn. Het zal u duizelen…u zult zich in zeven hemelen tegelijk wanen…De betovering zal u wegvoeren naar een wereld, die u niet als de uwe zult herkennen en het gezang van engelen zal u ten deel vallen.’
‘Kun je het niet alvast eens uitproberen…? Of het eigenlijk wel werkt.’
‘Meneer Grey, u heeft de betovering verbroken. De droom is uiteen gespat. Hoe kon u…?’
Eva deed of ze flauw viel. Haar hand voor haar hoofd. Een ouder stel zag het en ik zag de glimlach om hun monden.
‘Geen idee Eva, maar nu even serieus, mag ik dat setje voor je kopen…? Wanneer je het aan doet moet jezelf weten, dat is jouw beslissing. Ik pas me daarbij aan.’
‘Weet je wel wat het kost?’
‘Kan mij het schelen…’
‘Meneer Grey u eindigt nog eens in de goot.’
‘Als jij er dan maar naast mij ligt…dan vind ik het prima.’
Eva vroeg aan de mevrouw achter de toonbank of we het lingeriesetje mochten zien. Eva vond het prachtig en ik was het daar van harte mee eens. De prijs viel niet eens tegen en alleen al van het tasje waar het setje in zat raakte ik een beetje opgewonden. Ik kocht twee blouses en een mooie effen zwarte broek. Eva kocht nog een paars hesje.
‘We gaan naar huize Duval. Ik ben wel toe aan een opfrisser. We hebben tijd genoeg en Henry vindt het vast wel goed als ik nog een lekker badje neem,’ zei ze, toen we uitgewinkeld waren.
Het was inderdaad niet ver. Henry Duval woonde in een mooie straat. Statige panden met mooie trappen en hoge ramen.
‘Nummer zeshonderd en één. Daar moeten we zijn,’ legde Eva uit.
Ik zag dat we pas bij de driehonderd waren.
‘Het lijkt verder dan het is, ze tellen hier hard af of op, het is maar van welke kant je komt.’
Eva had gelijk. Binnen de kortste keren waren we bij de vijfhonderd aan gekomen en ze wees naar een bruggetje.
‘Daar even verder op, dan zijn we er.’
Over smaak valt niet te twisten. Maar Henry Duval had smaak. Hij had zijn appartement modern ingericht, maar met voldoende accenten om het niet kil aan te doen voelen. De muren hingen vol met moderne kunstwerken en her en der stonden mooie moderne beelden. Zowel van brons als van steen en marmer. Ik probeerde er iets in te herkennen, maar het was te abstract voor mij.
‘Kijk dit is de slaapkamer…’
Het was een mooie ruime kamer, met in het midden een kolossaal hemelbed. Er waren twee zithoeken ingericht en in een nis stond een mooie moderne grote kaptafel. 
‘Moet je kijken schat…’ en ze drukte op een knopje.
Er kwam een lcd-scherm naar beneden.
Ze zette het geluid aan en het leek wel of we in de bioscoop waren. De lichten doofden en de gordijnen sloten automatisch.
‘Snap je nou dat ik ’s avonds uren nodig heb om hier mijn rust vinden…’
‘Ik snap het. Het is inderdaad een hoop werk.’
Ze ging voor me staan, trok een pruillip en zei op kinderlijke toon,‘oepsie poepsie, krijg ik dit ook van mijn liefje. Evaatje wil het zo graag…’
‘Lief popje van me, Joe heeft geen ezeltje die flappen produceert. Dus Evaatje moet dit maar even vlug vergeten, lijkt me…?
‘Ooepsie poepsie, maar zo maak je Evaatje niet blij, dus dan doet Evaatje ook niet het mooie setje aan.’
‘Anders wel…?’
‘Ja, maar pas na het concert Oepsie Poepsie, anders gaat Evaatje valse nootjes spelen.’
‘Ga nou maar je bad opzoeken, als je dat tenminste ergens kunt vinden.’
Ze draaide zich om en zwaaide.
‘Nou tot straks, je amuseert je wel even…hier heb je de afstandsbediening.’
Het duurde bijna een kwartier voor ik de teevee aan de gang had. Maar ik had wel alle denkbare zenders, dat dan wel weer. De gordijnen waren ondertussen drie keer automatisch open en dicht gegaan.

46


Eva was uitgelaten en dat was ze ook nog nadat ze een bad had genomen en zich had opgemaakt en aangekleed. Ze zag er geweldig uit. Ze had kleding aan die ik nog niet had gezien. Een lichtbeige broekpak met een mooi geelachtig topje. Ze droeg pumps in dezelfde kleur. Het had een exclusieve chique uitstraling. Ik had haar mijn complimenten gemaakt en ze was verrukt dat ik het zo mooi vond. Nadat ik me gedoucht had deed ik mijn nieuwe broek aan met een crèmekleurige blouse. Ik had ook nog een zwart ribfluwelen jasje gekocht. Het was niet duur maar het oogde zeker niet goedkoop.
We hadden nog even tijd en Eva gaf me een rondleiding door het appartement van Henry Duval. Ik was onder de indruk van alle luxe. Ik wist niet eens dat het allemaal bestond. Eva liet me zien hoe je in een moderne keuken een kopje thee maakt en dat met een afstandsbediening. Helemaal automatisch.
‘Of wil je koffie, dat kan ook hoor. Welke smaak. Een dubbele espresso voor meneer…? Wilt u er muziekje bij?’
‘Nou ik ben wel overtuigd. Hoe laat zouden we elkaar ook weer ontmoeten…?’
‘Half negen.’
‘Denk je dat we dat wel kunnen betalen lieverd…?
‘Ik denk het wel Joe, ik denk het wel…’zei ze met een glimlach.
Eva had nog een vlinderdasje voor mij uit de kast gehaald.
‘Kom, dit moet even aan en mag weer uit als je straks bij Chez André weer buiten staat. Henry zal het wel goed vinden dat je dit even van hem leent.’
 

Het was nog geen half negen en dus waren we ruim op tijd. Connie en Theo hadden ons al snel gezien.
‘Fijn dat jullie er al zijn,’ zei Eva. ‘Kom, dan gaan we naar binnen.’
‘Dag miss Eva…goede avond, uw tafeltje staat gereed. Met z’n viertjes toch?’
‘Ja hoor Silvain, met zijn viertjes.’
Hij werkte zijn gastenlijst bij. Een van de meisjes bracht ons naar onze tafel.
Het was er al aardig druk. Ik keek mijn ogen uit. Dit soort clubs waren absoluut onhaalbaar voor mijn beperkte budget. Een jonge dame in een spetterend glitterkostuum vroeg aan ons wat we wilden drinken.
‘Zullen we maar een flesje champagne doen,’ stelde Theo voor.
‘Lekker, ’zei Eva en ik sloot me daar bij aan.
We kregen de kaart en voor zover ik kon begrijpen wat er stond, zag het er prima uit. Toen we besteld hadden zag ik dat het podium in gereedheid werd gebracht.
‘Op zaterdag hebben ze meestal een combo. André heeft mij ook gevraagd, maar ik wil ook nog een beetje tijd over houden voor mezelf en natuurlijk ook voor Joe,’ vertelde ze tegen Connie.
Het voorgerecht was geweldig en omdat we geen soep hadden besteld werd daarna het hoofdgerecht geserveerd. Het was roasted steak, op een zeer speciale manier klaargemaakt met een heerlijke kruiding. Er was een overvloed aan bijgerechten. Het was moeilijk om te kiezen. Precies volgens schema werd  het dessert geserveerd. Het combo zette de eerste noten in.
Het was de bedoeling dat er lang werd nagetafeld. In ieder geval zolang het combo speelde en bij voorkeur onder het genot van de nodigde drankjes. Hoewel er ook koffie werd geserveerd.
‘Is dat anders jouw ding…’ vroeg Theo aan Eva.
‘Ja, ik speel zolang het dessert duurt, of misschien duurt het dessert wel net zo lang als ik speel. Het wordt allemaal precies gevolgd en gepland.’
Er kwam een man naar onze tafel. Het was een mooie man met een opmerkelijke uitstraling. Hij groette Eva hartelijk.
‘Hallo, ma cherie, wat zie je er weer mooi uit. Wil je me voorstellen aan jouw gasten…?’
Eva stelde ons voor en de mooie man bleek André Duval te zijn, eigenaar van Chez André en de broer van Henry. Zelfs Connie had moeite om haar ogen van hem af houden.
Veronique had gelijk. Je zou er als vrouw depressief van worden als je wist dat André gay was. Ik was er blij om. Hoewel?
‘Mooie lieve Eva, zou je mij vanavond toch een klein pleziertje willen gunnen en nog even voor ons willen spelen. Ik kan absoluut geen dag meer zonder je betoverende spel.’
‘Ik ben blij dat ik je hiermee kan plezieren. Jij doet al zo veel voor me,’ antwoordde ze
Ik zat erbij en keek er na, maar ik voelde geen enkele jaloezie. Ik vond dat opmerkelijk en tegelijkertijd was ik daar blij om.
André wenkte een gerant. Hij kwam naar hem toe en de man kreeg een opdracht. Op een discrete wijze. Ik zag dat de gerant naar het podium ging en de gitarist van het combo iets in zijn oor fluisterde.
De man knikte dat hij het begreep. De gitarist, die mij de leider van de band leek, ging naar de microfoon.
‘Dames en heren, verheugd en met trots kondig ik u aan dat miss Eva Winters ook vanavond speciaal voor u zal spelen… op de piano. Dames en heren een luid applaus voor…miss Eva Winters.’
Eva stond op en liep naar het podium. Op een of andere vernuftige wijze kwam er een piano uit de coulissen. Ze ging naar de microfoon en zei, ‘dank u wel…Op speciaal verzoek van onze gastheer de heer André Duval ga ik voor u spelen. Het is een eigen nummer en u allen beleeft hier vanavond, hier bij Chez André de première. Eve’s Voyage to Paradise. Namens meneer André en mijzelf wens ik u veel genoegen.’
Er klonk luid applaus. Ze zette de eerste tonen in. André was bij ons blijven zitten en hij zat vlak bij me. Het werd muisstil. Haar muziek rolde de zaal in als de golven bij een kalme zee. Dan weer als een als een kabbelend beekje aanzwellend tot een wilde rivier. Ik dacht terug aan ons moment in de Hertog Jan. Mijn privéconcert. Ze slaagde er ook hier in, ook in deze grote zaal, een sfeer van magie en mystiek te creëren.
André Duval leek wel  in tranche. Ik voelde me trots en bevoorrecht. Connie Boering was zichtbaar ontroerd. Theo Boering genoot. Ik durfde niet om me heen te kijken. Het zou te gênant zijn geweest. Eva’s song duurde rond de tien minuten. Ik herkende Eva’s emotie. Ik dacht terug aan Hamburg, aan haar optreden in het rockcafé. Aan haar pijn en verdriet die ze toen in haar optreden had gelegd en waarvan ik nu de oorzaak kende. Niemand anders in deze zaal kende haar geheim.
Eva stond op en kreeg luid bijval. André Duval zat roerloos op zijn stoel. Ik keek naar hem en hij glimlachte, stond op en applaudisseerde. Op de een of andere manier vond ik André een prettig mens. Eva liep terug naar onze tafel. De gasten gingen staan en bleven applaudisseren. André kuste haar hand en hij liep weg van onze tafel nadat hij me een vriendschappelijk klopje op mijn schouder had gegeven. Eva  maakte nog een kleine buiging en pakte mijn hand.
‘Vond je het mooi…?’
Ik kreeg tranen in mijn ogen. Ze wreef ze weg met een tissue. Het kon me niet schelen dat men mijn emoties zag. Voor het eerst in mijn leven. Theo hield de hand van Connie vast.
‘Ik kijk met recht uit naar vanavond. Heb je ook nog een beetje voor ons bewaard Eva?’
‘Ja hoor, ik heb er vandaag zin in. Daar moeten jullie Joe dankbaar voor zijn, want dat komt door hem. Hij is vandaag mijn grote inspirator.’
Ze gaf me een kus en ik bloosde.
Het was tegen twaalven toen we opstonden. André had ons gezien. Hij kwam naar ons toe en hij gaf Eva nog een kus op haar wang.
‘Dank je Eva liefje, tot morgen ik kijk er weer naar uit. En ik ben niet de enige.’
Nu richtte hij zich tot mij.
‘Joe, je bent mijn schatbewaarder. Zorg je goed voor deze zeldzame diamant. Ze is uniek en de enige in haar soort. Ik vertrouw op je.’
Hij stak zijn hand uit en ik voelde de handdruk van een warm mens.
Tenslotte groette hij Connie en Theo.
Silvain hield de deur voor ons open.
‘Het was weer erg mooi miss Eva. U heeft ons weer laten genieten.’
‘Dank je wel Silvain, tot morgen…’
‘Tot morgen miss Eva.’

47


Theo had een taxi geregeld. Het was een extra grote taxi. We konden ruim zitten. Connie was nog steeds onder de indruk. Ze was stil en Theo keek voor zich uit.
‘Goh, ik krijg jullie wel rustig, geloof ik. Zo slecht was het nou ook weer niet…toch?,’ zei ze op een meisjesachtige manier. Dit brak de stilte en bracht ons weer terug in de werkelijkheid. De magie en mystiek had Eva zelf verbroken met haar opmerking. Als een toverfee.
De taxichauffeur zette ons af. We waren in de duurdere wijk van Parijs. Het was er rustig. We liepen naar een mooi groot pand en Theo opende de deur. Niet met een sleutel, maar met het scannen van zijn duim.
‘Soms ben ik ook wel een modern mens Joe, dat zie je wel. Het grote voordeel is dat ik mijn duim niet kwijt raak. Van mijn sleutels kan ik dat niet altijd zeggen.’
We kwamen in een hal en we liepen via de trap naar boven.
‘Dat is het enige nadeel van die oude panden. Als we aan de rollator toe zijn zullen we iets anders moeten zoeken. Maar dat is gelukkig nog niet zo ver.’
Theo ging ons voor en ik vroeg me af of alles bij het appartement van Theo en Connie behoorde. Uiteindelijk kwamen we in een soort hal, waarop een aantal deuren uitkwamen. Theo deed een van de deuren open. We kwamen in de zitkamer.
‘Zal ik jullie even voorgaan naar jullie slaapkamer? Misschien dat jullie jezelf even willen opfrissen en ook  iets gemakkelijks aan willen doen,’ vroeg Connie. ‘Doe maar net alsof je thuis bent.’
‘Dat zou wel heel fijn zijn,’ zei Eva en ik viel haar bij.
‘Jullie hebben uiteraard een eigen badkamer, maar mocht je het nodig hebben, achter deze deur zit nog een badkamer en toilet. De deur daarnaast is ons centrale toilet. Hier is onze slaapkamer en de laatste kamer daar, dat is jullie kamer.’
Ik telde zes slaapvertrekken. Ik ging er maar even vanuit dat achter elke deur een slaapkamer was.
‘Jullie vinden het wel. Nou tot zo. Dan gaan wij ons ook even opfrissen en omkleden.’
Ik ging Eva voor. De slaapkamer was even groot als mijn appartement in Nederland. De badkamer
was in een aparte ruimte.
‘Goh, je kunt hier tikkertje spelen. Als ik zou willen zou je me hier nooit gevangen krijgen Joe.’
‘Wil het proberen…?’
‘Nee, doe maar niet, ik moet zo meteen nog aan het werk.’
‘Goh Eva, wat was dat mooi. Eve’s Voyage to Paradise. Het raakte me diep in mijn hart. Maar dat zul je wel gezien hebben.’
‘Het is ook voor jou. Ik heb het maandag geschreven. Er hoort nog iets bij. Een soort van certificaat van echtheid.’
Ik wist niet wat ze bedoelde. Ze kwam naar me toe en sloeg haar armen om me heen. Er volgde een intense kus. Een die ik nog nooit zo van haar had gekregen, in ieder geval nog nooit zo intens had beleefd. Elke vezel in mijn lijf voelde de warmte en hartstocht. Ik wist dat ik geduld moest hebben.
‘Kom liefje, omkleden en op naar de volgende klus. Zonder jou ga ik het niet redden.’
De Eva van vandaag had ik nog niet eerder meegemaakt. Ze bleef vrolijk en schijnbaar onvermoeibaar. Ze kleedde zich uit en deed haar jeans aan met daarop een strak blauw truitje. Het accentueerde haar borsten, maar het was niet te veel. Ik had me ook snel omgekleed en toen we de zitkamer binnen kwamen zagen we Connie en Theo ook in jeans en in T-shirt. Ik was enigszins verbaasd. Ik had het niet verwacht.
‘Zo jongelui wat mag het zijn…?’
‘Mag ik een glaasje rode wijn van je Theo,’ zei Eva.
‘Doe mij dat ook maar, net als Eva,’ voegde Connie toe.
‘En jij Joe, wat kan ik voor jou inschenken?’
‘Ik zou een cognacje wel lekker vinden.’
‘Voorkeur…?’
Nee hoor, je zult vast wel een lekker cognacje voor me hebben.’
‘Ik ben een liefhebber Joe, een echte liefhebber.’
Connie was naast Eva gaan zitten.
‘Dat was een bijzonder mooi stuk dat je bij André speelde. Mijn complimenten?’
‘Dank je. Ik heb  het maandag geschreven, dinsdag ingestudeerd en vandaag was het de eerste keer met publiek erbij, de première.’
Connie zei dat ze het bijna niet kon geloven.
‘Wil je het straks nog eens voor me spelen, als je wilt natuurlijk…?’
‘Ja hoor, even zitten en dan krijgen jullie een privéconcertje dat je nooit meer zult vergeten…dat beloof ik jullie. Ik voel me zo heerlijk vandaag. Ze zeggen ooit dat de bomen niet tot de hemel groeien, maar vandaag scheelt het niet veel…tenminste voor mij.’
Ze keek naar mij.
Theo kwam uit de zijkamer met twee glazen wijn en twee glazen cognac.
‘Daar is onze bar Joe.’ Hij wees naar de zijkamer.
‘Maar we gaan eerst proosten… Lieve Eva, ik weet niet uit welke hemel je bent gekomen, maar ik denk niet dat er één engel is in het hele heelal, die maar bij je in de buurt komt…proost op je onmetelijke talent.’
‘Daar sluit ik me bij aan,’ zei Connie
‘En ik kan alleen maar zeggen dat ik geen idee heb waaraan ik haar verdiend heb. Het is allemaal zo veel en zo mooi,’ voegde ik toe.
Eva keek naar mij.
‘Goh, jullie maken me helemaal verlegen…’
‘Ik denk dat het wel meevalt,’ zei Theo, ‘maar Joe, wat denk jij? Jij kent haar beter.’
‘Eva is Eva. Ze weet wie ze is en wat ze kan. Zij is de enige.’
Ze keek me aan. Ik dacht even dat ik iets misplaatst had gezegd.
‘Joe, ik zou willen dat het zo was…echt, maar ik ben niet anders dan jij. Ik probeer ook maar mijn weg te vinden.’
Connie en Theo keken elkaar aan. Het was zo intiem.
Eva stond op en ging naar de witte Steinway-vleugel, die in de hoek van de kamer stond.  
‘Vind je het iets…?’
‘Theo, dit is een juweeltje, maar ik wil eerst even vriendjes worden.’
Ze ging zitten en speelde een aantal korte nummers. Na een kwartiertje vroeg ze aan Theo om de lichten te doven. Alleen het lampje boven de piano en een klein schemerlampje bleef branden zodat we nog net onze glazen konden zien. Ik zag de schaduw op de gezichten van Theo en Connie. Mijn muze, mijn Lorelei werd één met de toetsen en ik keerde terug naar Hertog Jan, onze laatste nacht in Nederland. De nacht vóór ons vertrek naar Parijs. De magie en de mystiek keerden in volle hevigheid terug. De kamer werd gevuld met zoete klanken. Emotie, blijheid, verdriet, pijn, geluk, het wisselde elkaar af. Soms hield ik mijn adem in omdat ik bang was dat ik geluid zou maken. Want zelfs mijn ademhaling zou storen. Het was soms zo breekbaar, zo ongelofelijk fragiel. Dan weer sterk en krachtig. Ik had geen benul van tijd en het leek wel of Connie en Theo versteend waren. Er was geen enkele beweging. In het flauwe licht zag ik tranen glanzen op de wangen van Connie. Ze liet haar emotie de vrije loop. Eva was in een andere wereld. Een wereld niet van hier. Wij mochten meekijken. We hadden dat grote voorrecht. Ik realiseerde me maar al te goed hoe speciaal dit was. De magie was zelfs nog groter dan in Hertog Jan. De songs waren mooier. Er was veel dat ik niet herkende, maar het maakte het niet minder indringend en geniaal. Ik hoorde de eerste tonen van Eve’s Voyage to Paradise. Ik kon mijn emotie niet meer de baas. Ik probeerde te voorkomen dat ik geluid maakte maar het lukte niet. Noch Eva noch Connie noch Theo reageerden. Ik had het bij Chez André voor het eerst gehoord en toch klonk het alsof ik het al duizend maal had gehoord. Elke klank, elke toon had zich vast gezet in mijn hart. Ik wist wat er kwam en hield mijn adem in. Eva speelde een ander einde dan bij André. Het was zacht en de klanken leken weg te sterven, heel subtiel en bijna onhoorbaar klonk het slotakkoord. Ze keek naar mij en ze glimlachte. Ze kuste haar vinger en ze zond met een gebaar de kus naar me toe. 
‘Jongens, mijn laatste nummer. Ik heb het gisteren geschreven. “Martha’s Dream”. Connie, Theo mijn oma is mijn grote voorbeeld. Mijn opa noemde haar altijd Marretje, maar ze heette eigenlijk Martha. Ze zit als het ware hier naast mij op deze kruk en helpt me de toetsen te bespelen. Ze heeft mij dit allemaal geleerd. Ik denk dat ik haar droom invul met het maken van muziek die mensen raakt… Joe, wil je een beetje water voor me pakken alsjeblieft?’
‘Staat in de bar, mineraalwater in een flesje…’ zei Theo.
Ik haalde een glas en een flesje water en maakte het voor haar open. Ze dronk een paar slokken en knikte dat het goed was. Ik streelde over haar haren voordat ik terug liep.
Ze zette de eerste akkoorden in. In haar lied voelde ik alle liefde die ze voor haar oma had. Het was of er quatre-mains werd gespeeld. Oma en kleindochter verenigd in één lichaam. Een waardig hoogtepunt van een betoverende avond. Connie en Theo hadden niet gesproken alleen maar geluisterd. Eva speelde de laatste akkoorden en ze draaide zich om.
‘Ik hoop dat jullie het mooi vonden? Zullen we nu maar wat meer licht aan doen. Dan kunnen we zien wat we zeggen. Dat zei mijn oma tenminste altijd.’
Theo maakte wat meer licht. Ik zag de emotie op zijn gezicht. Connie wreef met haar handen door haar ogen. Ze sprak geen woord.
Eva stond op en wilde naar haar stoel lopen. Connie liep naar haar toe. Ze sloot Eva in haar armen. Eva streelde haar. Ik keek naar Theo. Hij wendde zijn hoofd van me af. Het leek of we met zijn allen thuis waren gekomen van een verre spannende reis, ontdaan door wat we hadden meegemaakt. Connie hield de hand van Eva vast.
‘Meisje, dit is zo mooi…bedankt, zoveel bedankt dat je dit voor ons hebt willen doen.’
Het duurde even voordat iedereen zichzelf weer hervonden had. Eva was opmerkelijk monter. Ze had toch bijna twee uur zonder pauze of rust voor ons de mooiste melodieën gespeeld.
‘Wil je nog een glaasje wijn Eva,’ vroeg Theo.
‘Ja best wel…en dan ga ik slapen. Morgenmiddag moet ik weer aan het werk en morgenavond wordt het weer laat.’
‘Dat je dat allemaal volhoudt…’
‘Volgens mij moeten jullie harder werken dan ik.’
‘Dat weet ik zo net nog niet. Ik vind dat je uitzonderlijk presteert.’
‘Het gaat vanzelf Theo, als ik me maar fijn voel. Vandaag was zo’n dag. Dus jullie hebben best wel geluk.’
‘Dat hebben we zeker, dat je dit voor ons hebt willen doen. Dat neemt niemand ons meer af. We zullen het echt nooit meer vergeten.’
‘Hoe vond je het nummer voor oma?’ vroeg Eva aan mij.
‘Liefje, ik denk dat je oma met tranen in haar ogen naar je heeft zitten luisteren. Vol trots. Met liefde vervult voor haar kleindochter. Hand in hand met je opa.’
‘Dat zeg je mooi. Weet je,’ zei Eva, ‘ik had dat gevoel gisteren ook al. Het is net of ze naast me zit. Zo raar. Maar wel heel mooi en bijzonder.’
‘Eva, jij bent bijzonder,’ zei Theo, ‘ik heb al veel meegemaakt, maar dit nog nooit en ik ben bang dat ik dat ook niet meer zal meemaken. Ik heb al zo veel mooie dingen gezien en gehoord, maar dit is uniek, niet herhaalbaar. Enig is zijn soort. Nogmaals mijn dank, dat je ons hier getuige van hebt laten zijn.’
‘Ik vond het fijn om dit te doen. Ik vind jullie lieve mensen. En dat helpt. Maar nou ga ik toch echt naar bed. Joe, ga je mee?’
Ik was nog steeds niet helemaal bij de les.
We wensten Connie en Theo een goede nacht. Connie zei dat ze de volgende morgen  voor het ontbijt zou zorgen en Eva voegde er meteen aan toe dat ze al vroeg weg moest en dat Connie geen moeite hoefde te doen.
‘Ik laat je niet op nuchtere maag de deur uitgaan, kom nou toch. En jij Joe?’
‘We gaan morgen tegelijkertijd.’
‘Zeg maar hoe laat…’
‘Half acht…’ zei Eva heel zachtjes en voorzichtig.
‘Half acht ontbijt. Akkoord?’
‘Prima,’ en nadat we Connie en Theo welterusten hadden gewenst gingen we naar onze kamer.
‘Eva, weet je zeker dat je van deze planeet bent?’
‘Je hebt me door, je hebt me ontmaskerd. Ik kom van mars, wat je hoort is marsmuziek,’ zei ze plagend
‘Ik grijp je hoor.’
‘Probeer me maar te vangen.’
‘Nee, ik houd me aan de afspraak. Maar na Olympia ben je nog niet klaar met me.’
‘Dat zien we dan wel weer. Kom nou maar in bed, want ik heb het koud.’
‘Nu is het niet echt nodig om zo dicht bij elkaar te liggen. Dit bed is in ieder geval breed genoeg.’
Ze keek naar mij en schudde haar hoofd.
‘Daar kom ik aan, ik heb het zo koud zei ik toch.’
‘Doe dan ook iets warmers aan blote dame.’
‘Heb ik niet, krijg ik niet. Eva is een arm meisje…’
Ze kroop tegen me aan en ze sloeg haar arm om me heen.
‘Wat heb ik dat gemist…’ zuchtte ik.
‘En ik…Henry is de hele week niet thuis geweest,’ plaagde ze.
Ik kneep in haar bil.
‘Zo dat zal je leren.’
‘Eh, eh…overal afblijven. Handjes boven de dekentjes.’
‘Dekbed…’
‘Nou dekbed dan.’
‘Krijg ik ook nog een kus, of gaan we zo slapen?’
Ik draaide me om en ze gaf me een kus op mijn wang.’
‘Niet zo’n fijne als vanmiddag?’
‘Uitverkocht…’
‘Hadden ze er maar één dan?’
‘Ze zijn zeldzaam…’
‘Dat kun je wel zeggen, ja. Jij bent zeldzaam.’
Ik kreeg geen antwoord meer.
Ze sliep. Mijn Lorelei. Mijn Muze. Mijn wonder.
Ik was gelukkig als nooit te voren en ik vroeg me af hoe mijn leven er een paar weken geleden ook weer voorstond. Ik was het vergeten. Het was dit moment dat telde.

48


Connie had een prima ontbijt voor ons klaargemaakt. Nadat we onze spullen hadden gepakt namen we afscheid en bedankten Connie voor de gastvrijheid en we hoopten dat we elkaar weer snel zouden zien. Eva gaf haar nog twee kaartjes voor het concert in Olympia.
‘Kijk maar of jullie zin hebben. Je kunt eventueel ook na mijn concert weggaan. Ik weet niet of The Zodiac wel jullie ding is. Misschien is het wel leuk om na mijn optreden met zijn allen iets te gaan doen…?’
‘Ik ga het meteen in mijn agenda zetten, hopelijk hebben we dan niks. Lijkt me reuze leuk. En nogmaals Eva en jij ook natuurlijk Joe, onze hartelijke dank voor de geweldige avond.’
‘Doe je ook de groeten aan Theo?’ zei Eva, terwijl ze met een servet haar mond afveegde.
‘Hij slaapt nog, maar ik zal het hem zeggen.’
Connie gaf ons nog een kus voordat we gingen.
Het was nog stil op straat. Parijs was nog in een diepe slaap. Even verderop was een metrostation.
‘Ik denk dat ik maar een taxi neem. Ik heb zoveel spullen bij me. Dat is me gewoon even te lastig, ’ zei ik.
‘Je doet maar,’ antwoordde  Eva.
‘Wanneer zie ik je weer, denk je?’
‘Volgens mij hebben we woensdag afgesproken met Marie en Veronique, toch…?’
‘Shit, daar had ik niet meer aan gedacht.’
‘Je wordt ouder… het is maar goed dat je zo’n jonge vriendin hebt.’
‘Zeg dat wel.’
Toen we bij het metrostation waren aangekomen namen we afscheid van elkaar. Het maakte me een beetje verdrietig.
‘Nou tot woensdag dan maar.’
‘Tot woensdag.’
Eva gaf me een kus op mijn wang.
‘Is dat alles?’ vroeg ik een beetje beteuterd.
‘Het is nog veel te vroeg voor passie en hartstocht…’
‘Het is nooit te vroeg.’
‘Voor mij wel, maar vooruit omdat jij het bent,’ en ze gaf me een kleine kus op mijn neus.
‘Nou dat windt me op…’
‘Dat dacht ik…’ en ze liep giechelend de trap af van het metrostation.
Ze keek nog eenmaal achterom en ik zag haar ondeugende glimlach.
Ik had het geluk om redelijk snel een taxi te vinden. Hij bracht me naar ons appartement. Toen ik langs de balie liep, zag ik dat er al licht brandde bij Marie. Ik drukte op de bel.
‘Hé, ben je al wakker…’ reageerde Marie verbaasd. ‘Heb je al zin in een kopje koffie?’
‘Lekker, die koffie van jou zorgt er wel voor dat ik wakker blijf.’
Marie deed de deur open en ik liep achter haar aan naar de woonkamer.
‘Veronique heeft voor woensdag afgesproken…’
Ik zei dat ik dat inmiddels wist.
‘Lijkt me geweldig om daar weer eens terug te keren. Het is al weer zo vele jaren geleden.’
‘Ik kan me voorstellen dat het je blij maakt.’
Ze had de koffie ingeschonken en ging naast me zitten.
‘Ja Joe, het brengt me weer wat leven, het is hier ook zo’n dooie boel. Maar goed het is niet anders.
Ik moet het ermee doen. Heb jij voor vandaag nog plannen?’
‘Het wordt een mooie dag, zullen we naar het centrum gaan? Misschien dat je me wat van Parijs wilt laten zien?’
‘Met liefde en plezier. Joe, dat is een prima idee,’ zei Marie glunderend.
‘Kun je hier eigenlijk wel weg?’
‘Geen probleem, ze kunnen me bellen op mijn mobiel. Maar dat zal wel niet nodig zijn. Er zijn nauwelijks gasten.’
‘Dan ga ik nu even naar boven om mijn spullen weg te brengen en dan kunnen we wat mij betreft gaan.’
‘Wil je met de auto…?’
‘Kun je hem ergens geparkeerd krijgen?’
‘We zijn nog vroeg, dus dat moet geen probleem zijn.’
Ik ging razendsnel naar ons appartement en ik was binnen tien minuten weer beneden. Marie had haar jas al aan en stond op me te wachten.

49


Parijs begon al weer volop tot leven te komen. Het was een mooie zondagmorgen. Een stralende blauwe lucht en een voorzichtig najaarszonnetje maakten het bijzonder aangenaam.
Marie wees me op de gebouwen die we passeerden. Ze vond een parkeerplaats vlakbij Pigalle.
‘Kijk,’ zei ze, ‘hier was vroeger ook altijd wel een plekje. Je mag hier de hele dag staan, voor vijf euro. Maar je moet het alleen wel even weten.’
We stapten uit en Marie maakte haar Peugeotje op slot.
‘Niet dat het helpt, want ze hebben hem hier sneller open dan ik met de sleutel kan zijn. Maar ja…’
Het was een paar minuten met de metro en al snel stonden we op de Boulevard de la Madeleine.
‘Zullen we eerst wat drinken,’ stelde ik voor, ‘en iets eten…als je wilt tenminste.’
‘Gezellig,’ zei ze, ‘dat is al weer even geleden…’
Marie genoot. We hadden koffie met een verse croissant besteld. Een groot deel van de winkels was al open. Marie vond het geweldig om weer eens te winkelen. Ondanks dat ik de dag ervoor al met Eva had geshopt, vond ik het niet vervelend. We gingen een modezaak binnen. Het  was een chique zaak en Marie glunderde toen de eigenaresse haar herkende.
‘Ah, madame Bonnet, wat fijn u weer eens te zien in onze zaak. Welkom. Mag ik u iets te drinken aanbieden. Thee…? Of koffie? Waar kan ik u mee van dienst zijn…? En monsieur…?’
Marie vertelde me dat ze in haar betere tijd hier altijd haar kleding kocht. Ze zei tegen de mevrouw van de winkel dat ze iets gekleeds zocht. Ze keek naar mij en legde uit dat ze iets bedoelde voor woensdagavond en dat ze ook aan kon als Eva haar concert had. De mevrouw van de winkel deed haar uiterste best. Ze vroeg of Marie misschien ook tijd had om gebruik te maken van de speciale make-up sessie, die voor die dag was georganiseerd. De behandeling was helemaal gratis. Marie keek naar mij. Ik knikte dat het goed was.
Ze had verschillende kledingstukken aangepast, maar ze vond uiteindelijk de donkerrode jurk met daarop een kunstbontje het mooiste. Toen ze was opgemaakt en in de jurk naar me toe kwam, maakte ze indruk op me. Het meisje van de make-up had de haren van Marie opgestoken en de aangebrachte make-up gaf haar een veel jongere uitstraling. Zo leek ze een vrouw van hooguit midden veertig. Het viel me op dat ze nog een mooi figuur had. Zeker in en misschien ook wel dankzij de rode jurk.
‘Marie, je ziet er geweldig uit’ reageerde ik enthousiast.
De mevrouw van de winkel onderstreepte dat ook nog eens en pakte een grote ronde zilverkleurige broche en bevestigde die op de jurk. Het maakte het geheel compleet. Marie ging naar de kleedkamer en ik stond op uit mijn stoel. Ik was wat stijf geworden van het langdurige zitten. We waren anderhalf uur in de winkel geweest. Marie had genoten. Toen Marie uit het kleedhokje kwam hing ze de jurk terug. Ik keek haar vragend aan. Ze knikte en schudde met haar hoofd van nee.
‘Vind je hem niet mooi…?’
‘Eh, dat wel, maar…’
Ik zei tegen de mevrouw van de winkel dat we de jurk namen en ook de broche. Ik rekende af en zag de vreugde in de ogen van Marie. Ik had haar heel erg blij gemaakt. Ik dacht even terug aan het jackje van Eva. Ratio vroeg zich af waar ik eigenlijk mee bezig was. Emotio vond dat ik er goed aan had gedaan.
Marie deed haar jas aan en nam de tas met haar nieuwe jurk. Gearmd stapten we de winkel uit. De mevrouw van de winkel hield de deur voor ons open en zei  ‘meneer en mevrouw, hopelijk gauw tot ziens…en veel plezier met uw nieuwe jurk mevrouw Bonnet en nog een prettige dag.’
‘U ook,’ zeiden we in koor.
Toen we buiten waren keek Marie me aan.
‘Joe, bedankt. Je hebt me zo blij gemaakt.’
‘Graag gedaan Marie.’
Ze ging voor me staan en gaf me een kus op mijn lippen.
Het gaf me een aangenaam gevoel.
‘Ik ga je trakteren op een lekker glas wijn, dat heb je wel verdiend. Hoe lang heb je wel niet moeten wachten in die winkel?’
‘Och, ik ben een geduldig mens.’
‘Dat zal wel, maar toch…’

50


We gingen een barretje binnen.
‘Hallo Marie, wat fijn om je weer eens te zien.’
Marie keek naar mij en ik zag de twinkeling in haar ogen.
‘Hier was ik bijna kind aan huis. Charly is een goede vriend van me. Dit is zijn zoon Jim. Niet echt Franse namen. Ze komen eigenlijk uit Canada. Charly was naar Parijs gekomen om te dansen net als ik en is later deze bar begonnen en….’
Voordat ze was uitgesproken kwam een kleine tengere man uit de keuken.
‘Marie… je bent het echt… ik hoorde je stem. Ik denk dat kan niet waar zijn, maar je bent het echt…’
Dit moest Charly zijn. Hij kuste Marie en hij was zichtbaar ondersteboven. Hij kon zijn ogen niet geloven.
‘Hoe lang heb ik je niet gezien?’
‘Een jaar of vijf…?’probeerde Marie.
‘Veel langer, goh wat zie je er goed uit…en dat is?’
Ik werd voorgesteld aan Charly en aan zijn zoon.
‘Vrienden van Marie zijn mijn vrienden. Zeg het eens, wat kan ik voor jullie inschenken?’
We zochten een plekje bij het raam.
Charly bracht een karaf wijn en drie glazen. Hij vroeg of ik het niet erg vond dat hij even bij ons kwam zitten. Hij was zo verheugd om Marie weer eens te zien. Ik zei dat ik geen enkel bezwaar had. We proostten en Marie vertelde over haar huidige bestaan als conciërge.
‘Dat is toch veel te saai voor je, ma cherie. Je bent geboren om te leven, niet om te worden weggestopt in een of andere achterstandswijk. Als conciërge nog wel. Marie toch, je bent een dochter van Parijs…’
‘Een mens moet ergens van leven Charly. Het is niet anders. We hebben onze tijd gehad.’
‘Marie, Marie…’
Charly gaf zijn zoon opdracht om iets te eten voor ons klaar te maken. Hij stond er op dat we nog even bleven. Charly en Marie haalden herinneringen op.
‘Joe,’ zei hij, ‘je zit hier naast de knapste en de mooiste danseres van de hele Place Pigalle. Als Marie danste dan zag je alle heren kwijlen. Ze liet de mannen dromen.’
‘Charly, je overdrijft…’ zei Marie en ik zag dat ze bloosde.
‘Nee hoor, met mijn hand op mijn hart, ik zweer het Joe,’ en hij legde met veel dramatiek zijn hand op zijn hart.
‘En jij dan, je was de meest begeerde danser. Mijn collega’s werden jaloers als je mij te veel aandacht gaf.’
‘Ik had met je moeten trouwen…’
‘Annette was toch ook een goede vrouw voor je…’
‘Jawel, natuurlijk Marie. Dat was ze zeker.’
‘Nou dan Charly, wat zeur je nou.’
‘Nou ja…ik bedoel bij wijze van spreken. Natuurlijk is Annette altijd goed voor me geweest. Jammer dat ze zo vroeg gestorven is.’
Het werd even stil en hij keek strak voor zich uit.
‘Maar’ ging hij verder, ‘als ik mijn leven weer over mocht doen dan zou ik zeker mijn best voor je doen. Dat weet je toch wel.’
‘Ja hoor…dat weet ik, maar al te goed zelfs.’
‘Ik heb het Annette wel verteld Marie, ze was er niet boos over, maar…’
Charly keek me aan.
‘Ja Joe, soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan…’ en hij staarde naar zijn glas.
Het was bijna half vier toen we weer buiten stonden. Drie karafjes wijn en vier tosti’s later.
‘Zo komen we de dag wel door,’ zei Marie. ‘Nou heb je nog niks van Parijs gezien.’
‘Je hoort mij niet klagen.’
‘Wil je nog naar de Eifeltoren of een rondvaart maken?’
‘Dat is wel heel erg toeristisch. Dat trekt me nu niet zo geloof ik.’
‘Zeg het maar Joe…?’
‘Voor het Louvre is het te laat. Zullen we naar de Notre Dame lopen en daarna iets zoeken om wat te drinken en te eten. Hoe laat wil je terug?’
‘Maakt me niet zo veel uit…om eerlijk te zijn. Je weet hoe ik over tijd denk.’
‘Ik pas me aan.’
‘Dus ik mag het zeggen?’ zei ze opgewekt.
‘Als je wilt…’
‘Nou dan stel ik voor om eerst naar de Notre Dame te gaan en daarna naar Pigalle. Daar zijn wel een paar leuke eettentjes en als je zin hebt kunnen we nog even naar Isabelle Rouge. Dat is een beetje, hoe moet ik het zeggen, een beetje van oh la la. Geen bordeel of zo hoor. Maar er gebeurt soms wel eens wat. Je snapt wel wat ik bedoel. Isabelle was vroeger een van mijn beste vriendinnen. Ze heeft me wegwijs gemaakt en me aan een baan geholpen als danseres. Maar we gaan alleen als jij het er mee eens bent …?’
‘Prima, ik laat me verrassen.’
Nadat we de Notre Dame hadden bezocht en Marie een kaarsje voor mij, Veronique, Eva en zichzelf had ontstoken liepen we gearmd richting metro.
Het was druk. Toen we op la Place Pigalle aankwamen wees Marie naar een van de zijstraatjes.
‘Daar kun je heerlijk eten. Waar heb je zin in? Alles zit er. De Chinese keuken, de Thaise keuken, uiteraard de Franse keuken, de Marokkaanse, Indische… je noemt het maar op. Argentijns, Mexicaans…’
‘Zullen we het deze keer op de Mexicaanse keuken houden.’
‘Ik vind het best.’
Er was nog ruim plaats en we zaten bij het raam. Toen we na anderhalf uur weer buiten stonden, hadden we een voldaan gevoel.
‘Dat was prima…’ zuchtte Marie en wreef over haar buik.
‘Lekker en veel,’ vulde ik aan
‘Dat kun je wel zeggen, ik moet er straks nog wel inpassen,’ en ze wees naar de jurk in haar tas.
‘We lopen het er wel weer af …’ zei ik.
Na tien minuten kwamen we aan bij een bar waar met kunstige letters  “Isabelle Rouge ‘’ op de raam stond. Ik kon er niet naar binnen kijken. Marie sprak de portier aan die voor de deur stond. Het was een grote donkere vent en toen hij Marie lachend antwoord gaf, schitterden zijn witte tanden. Zijn donkere huidskleur maakte het contrast nog groter. Marie knikte en bedankte hem. Hij opende de deur en liet ons naar binnen. Het was er donker en het rode licht was net voldoende om de weg te kunnen vinden.
Aan het einde van de gang was een afscheiding van donkerrode velours gordijnen. Na de gordijnen kwamen we in een salonachtige zaal, vol pracht en praal en glamour en vooral de bijna aan decadentie grenzende inrichting maakte indruk op me.
Ligbedden, canapés…fruitschalen, opgemaakte tafels. Het deed me denken aan de films waarin Romeinse keizers zich te goed deden aan alle geneugten van het leven.
‘Zo, ’zei Marie, ‘dat verwacht je niet als je het gangetje binnenkomt, toch…?’
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordde  ik terwijl ik probeerde alle indrukken te verwerken.
Een paar minuten later kwam een statige dame naar ons toe. Ze droeg exclusieve dure kleding en haar rode haar deed me veronderstellen dat dit wel Isabelle Rouge moest zijn. Dat kon niet missen.
Marie en Isabelle begroetten elkaar aller hartelijkst. Marie stelde mij aan haar voor.
Ze bestudeerde me. Van top tot teen. Ze knikte en ze keek naar Marie en zei, ‘c’est bon ca…une delicatesse. Seulement pour manger…?’
Marie lachte en zei dat ik een goede vriend was en dat we geen andere relatie hadden. Ik hoorde dat Isabelle zei dat ze dat jammer vond, maar als dat ooit mocht veranderen, ze graag van Marie wilde vernemen hoe ik was. Deze entourage was helemaal nieuw voor me en ik voelde mezelf dan ook niet echt  ontspannen. We kregen een glas champagne aangeboden en Marie en Isabelle waren druk in gesprek. Ik zat erbij en dat was het dan ook wel. Isabelle vroeg of wilden blijven. Om half tien begon de show.
Ze vertelde dat ze drie nieuwe meisjes had. Ze was er heel tevreden over. Marie vroeg nog maar eens of ik echt wel zin had om te blijven. Het kwam eerlijk gezegd niet bij me op om weg te gaan.
Om half tien en inderdaad geen minuut later, doofden de lichten. Violetachtig licht kleurde het podium. De rest van de omgeving werd roze. De zaal werd gevuld met aanzwellende muziek. Het was live muziek. De eerste twee dames verzorgen een striptease-act. Maar met zoveel elegantie en charme dat het kunst was en geen ordinaire uitkleedpartij. Ik vond het prachtig en boeiend. Er bleef voldoende ruimte over voor mijn eigen fantasie en dat maakte het spannend. De derde dame speelde een spel of beter een soort stoeipartij met een denkbeeldige zwarte panter. Althans dat was in alle simpelheid mijn interpretatie van haar bewegingen met het zwarte bontvel met panterkop. Het was heel sensibel en erotisch zonder dat het vulgair werd. Marie vroeg aan mij of ik me toch wel amuseerde. Ik knikte bevestigend. Isabelle had nog een fles champagne laten brengen. Ik vroeg me wel af hoe we thuis zouden komen. Tegen het einde van de show kwam Isabelle naar ons toe en wilde van me weten wat ik ervan vond. Ik zei dat ik me super vermaakt had. Ze glimlachte en pakte mijn hand. Ik voelde de warmte en zag haar ranke vingers. Isabelle zei dat God de vrouw had geschapen om mannen te laten fantaseren en te laten dromen. Ik knikte en stelde vast dat het bij mij wel erg lang had geduurd, voordat die dromen me wat plezier gaven. Marie had me ooit eens gezegd dat tijd voor haar van geen enkel belang was en ook nu leek het er op dat we in de kleine uurtjes terecht zouden komen. Zeker toen er twee meiden van naar mijn inschatting van rond de vijf en twintig bij ons aan tafel aanschoven. Marie kon er maar niet over uit.
‘Zijn jullie die kleine meisjes… Ik kan het niet geloven. Wat zijn jullie mooi geworden.’
Marie stelde beide meiden aan me voor.
‘Marie José en Lulu, beiden zijn dochters van Isabelle. Ik heb ze minstens vijftien jaar niet meer gezien. Ze zijn door Isabelle op kostschool gestuurd…’ vertelde ze terwijl ze de hand van Lulu vasthield. Marie José zei dat ze aan haar laatste studiejaar bezig was. Ze studeerde economie. Lulu vertelde dat ze vorig jaar de kunstacademie had afgemaakt en nu nog een jaar schilderkunst deed. Daarna wilde ze naar Amerika. Naar New York.
‘Het zijn beiden zo’n lieve meiden,’ zei Marie.
Ze vertelden dat ze Marie altijd als hun tante hadden beschouwd. Tegen twee uur kwam Isabelle bij ons zitten. En weer was er champagne. Ze was trots op haar kinderen. Ik begreep uit de verhalen dat ook hier de vader een toevallige passant was geweest. Tot twee keer toe. Lulu en Marie José waren halfzusters. Isabelle had door hard werken haar kinderen een kans op een andere toekomst gegeven, maar had daar direct aan toegevoegd dat ze ook trots was dat ze haar bedrijf en ze gebaarde om zich heen, eigenhandig  had opgebouwd.
‘Echt helemaal alleen, zonder de hulp van iemand,’ voegde Marie toe.
Ik zei dat ik dat knap vond en Isabelle glimlachte naar me.
Ze legde haar hand op mijn bovenbeen en zei, ‘weet je Joe, soms verlang ik wel eens naar een gewoon leven, gewoon een huis, tuin en keukenbestaan. Een leven met een man die thuis komt van zijn werk. Maar al gauw realiseer ik me dat ik te veel van dit leven houd. Ik zou een verschrikkelijke partner zijn. Een gekooide leeuwin. Dus eigenlijk is het wel goed zo…’
‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, niet lullig bedoeld of zo, maar ik denk dat jullie je zover hebben ontwikkeld dat jullie jezelf prima kunnen redden. Daar hebben jullie ons mannen niet bij nodig. Of vergis ik me…?’
De twee dochters van Isabelle hadden het niet gevolgd en waren druk in gesprek met een van de jongens van de band. Isabelle reageerde wel.
‘Voor een deel wel Joe, ook ik zou ook wel eens bemind willen worden uit liefde en niet alleen uit hartstocht en lust. Maar je hebt wel gelijk dat ik me zonder man prima kan redden…en jij Marie?’
Marie twijfelde. Ze keek naar mij.
‘Ik hoop nog wel eens dat er iemand voorbij komt die iets voor mij wil betekenen…maar ja, weet je Isabelle, jij staat er zo heel anders in. Je hebt je zaak, je afleiding. Ik moet tevreden zijn met wat ik heb….en dat ben ik ook. Ik heb vandaag een hele mooie dag, daar kan ik weer weken op teren…en ik ben gauw tevreden.’
Ze keek naar Isabelle en toen naar mij.
‘Kijk Isabelle,’ en ze liet haar nieuwe jurk zien, ‘vroeger kocht ik zoiets elke week en het deed me niets, vandaag was ik er oprecht blij mee. Dat geeft toch ook wel een fijn gevoel.’
Isabelle keek naar de jurk.
‘Het zal je wel mooi staan, het is helemaal jouw kleur liefje.’
‘Dat zeker…zie je die broche? Die maakt het helemaal compleet…’
Isabelle vroeg of ik nog champagne lustte. Ik had genoeg op.
Marie José en Lu Lu hadden inmiddels afscheid genomen en waren weg gegaan. Het viel me op dat het ondanks dat het al aardig laat of beter vroeg was er nog steeds een behoorlijk aantal gasten aanwezig was. Ik vroeg voorzichtig hoe laat het meestal werd en ik had het antwoord eigenlijk al kunnen weten.
‘Als het morgen wordt en de vogels beginnen te fluiten… maar vooral omdat we dan een beetje moe zijn, dan is het moment aangebroken dat we even moeten gaan rusten. Als we pech hebben dan slapen we alleen en als we geluk hebben dan is er iemand die…’
Marie pakte Isabelle bij de arm.
‘Voor mij geldt dat niet meer Isabelle, ik heb die tijd achter me liggen…’
‘Sorry, Marie, ik dacht weer even aan vroeger.’
Tegen vijven stonden we op en namen we afscheid van Isabelle, die nog fris en monter rondstapte.
‘Nou Joe, leuk je ontmoet te hebben. Ik hoop je nog eens te zien. Marie hou je haaks liefje en je bent altijd welkom, dat weet je.’
Isabelle omhelsde Marie en kuste haar op beide wangen. Ze keerde zich naar mij en ook ik hoorde er blijkbaar helemaal bij.
Arm in arm liepen we door nachtelijk Parijs, op weg naar de Peugeot van Marie.
‘Kun je nog wel rijden…?’ vroeg ik voorzichtig.
Marie keek me aan en ik zag aan haar gezicht dat ze geen idee had waarom ik dat aan haar vroeg.

51


Ik was blij toen de poort van ons appartement achter ons sloot. Marie had eerlijk gezegd goed en netjes gereden zeker gezien het aantal glazen champagne dat ze op had.
‘Nou welterusten of lust je nog een kop koffie…?’
‘Nou eentje dan…’
We dronken samen koffie en het was tegen zessen toen ik opstond om toch maar eens naar mijn appartement te gaan.
‘Nogmaals bedankt Joe, ik heb zo’n fijne dag gehad…en ik ben zo verwend.’
Ze kuste me weer op mijn lippen. En weer vond ik het prettig.
Toen ik in mijn appartement aankwam keek ik nog vlug op mijn mobiel. Geen berichten.
Ik dook mijn bed in en werd om half elf wakker gebeld. Het was Jack, hij had een afspraak voor me gepland, om twee uur. We zouden samen gaan. Jack zou me ophalen.
Ik stond op en ik had gelukkig nog een stuk stokbrood liggen. Het was wel tamelijk hard. Maar met wat boter en wat kaas en vooral koffie had het nog iets weg van een ontbijt.
Ik nam een douche en kleedde me aan en ik zag tot mijn eigen verbazing in de spiegel dat ik er toch nog behoorlijk fris uit zag. Ondanks de korte nacht.
Ik pakte mijn koffertje met de stekkertjes en de kabeltjes, met de folders en de prijslijsten en ging naar beneden. Jack was er al en was in gesprek met Marie.
‘Goede morgen Joe, ben je zover? Dan gaan we.’
Ik groette Marie en Jack en ik liepen naar zijn auto, een Renault Scienic.
‘Altijd Renaultrijder geweest…’zei hij.
‘Als iets je bevalt, dan moet je dat ook niet veranderen. Dan valt het altijd tegen, ’antwoordde ik
Ik realiseerde mij dat dit eigenlijk wel heel erg saai moest overkomen.
‘Nou ja, een keer van spijs veranderen doet eten… Ik bedoel, je kunt altijd wel weer terug, als het niet bevalt…’ voegde ik toe.
Jack keek me aan. Onze conversatie was wel heel erg vrijblijvend. Zo bleef het ook, gedurende de hele rit. Na een klein half uur reden we een industrieterrein op.
‘Hier moeten we zijn,’ zei Jack.
Hij parkeerde zijn Renault voor een grote loods. Het zag er allemaal wat vervallen uit.
‘Bonjour Pierre…’ zei hij tegen de man in de overall die ondertussen naar buiten was gekomen.
Hij stelde mij aan hem voor. Ik wist niet meer van Pierre dan dat hij een soort handelsmaatschappijtje had. Hij handelde schijnbaar overal in. Pierre was een aardige vent. Hij legde uit hoe en wat hij allemaal deed en vooral wat zijn manier van werken was. Ik kon me daar wel in vinden. Uiteindelijk kwamen we bij de stekkertjes en kabeltjes uit die ik had meegenomen. Hij bestudeerde ze alsof hij nog nooit zoiets gezien had.
‘Daar zit zeker wel handel, maar niet dat je er van zult kunnen leven,’ was zijn conclusie. Hij keek me aan.
‘Ik heb wat Nederlandse klanten en ook nog een paar Belgische. Misschien kun je me hierbij helpen, ze spreken geen Frans en ik geen Nederlands. Ik denk dat er veel meer in zit. Maar ja, de taal…’
Aan mijn reactie zag hij dat ik wel interesse had.
‘Nou moet je niet denken dat ik je een mooi loon kan bieden, maar ik kan je wel een commissie geven over alles wat je verkoopt. Zo hebben we er samen iets aan. Als ik dan ook nog wat voor jou kan betekenen met de stekkertjes en zo, dan zal het best wel goed komen… O ja, ik kan het allemaal niet volgens de officiële weg doen, dus we moeten elkaar maar vertrouwen.’
‘Ik vind het prima,’ zei ik.
We gaven elkaar een hand en we bezegelden hiermee onze samenwerking. We spraken af dat ik op donderdag weer bij hem langs zou komen. Het was gemakkelijk met het openbaar vervoer te doen legde Pierre uit, want hij nam aan dat ik zelf geen auto tot mijn beschikking had. Toen vond hij het de hoogste tijd voor een glaasje wijn.
‘Op onze samenwerking, santé ’ zei hij en nam een flinke slok. Hij stelde voor om nog een fles te openen maar Jack zei dat het de hoogste tijd was om te gaan. We namen afscheid van Pierre en toen we de straat uit waren vertelde Jack dat Pierre er wel vertrouwen in moest hebben. Hij was niet zo’n snelle beslisser, tenminste niet in dit soort dingen. Op de terugreis waren we wat spraakzamer.
Ik vertelde over Marie en over ons bezoek aan het nachtleven van Parijs.
‘Ben je zeker ook bij Isabelle geweest…?’
‘Ja…’zei ik.
‘Dat is een juffrouwtje. Ze heeft helemaal alleen, zonder  hulp een miljoenenbedrijf opgebouwd. Ze bezit nogal wat vastgoed hier in Parijs, maar ook in Nice en ook nog ergens in Toscane, geloof ik. Ze heeft er altijd heel hard voor gewerkt. Ze heeft twee dochters, van verschillende vaders, maar die meiden zijn gek met hun moeder. Ze zijn ook nooit iets tekort gekomen. Ze hebben mogen studeren en mama zal er hoogst persoonlijk op toe zien dat ze niet in het leven terecht komen waar zij zelf in zit.
Maar goed, ik heb in ieder geval veel respect voor haar, wat ze dan ook mag zijn geweest en wat ze dan ook mag hebben gedaan. Marie had dezelfde weg kunnen kiezen, maar wilde of beter kon dat niet.’
‘Ja, zo kan het soms gaan Jack. Marie heeft nog kunnen kiezen. Er zijn er genoeg die niks te kiezen hebben.’
‘Zeg dat wel…’
Het was even stil.
‘Nog bedankt Joe… je weet wel voor ons gesprekje over kinderen en zo…’
‘Oh?’
‘Ja, ik heb Theressa verteld over ons gesprek…Theressa zei, zie je nou wel…dat het niet zo vreemd is.
Het zou wel heel mooi zijn als het nog zou kunnen. Ik bedoel nu kan het nog… je weet wel wat ik bedoel.
Theressa is nog jong genoeg.’
‘Ik snapt het,’ zei ik, ‘en ik denk ook dat jullie dat samen prima aankunnen.’
‘Zou je denken… het zou wel geweldig zijn.’
‘Soms moet je niet denken, maar gewoon er voor gaan Jack…je leeft tenslotte maar een keer en als je op je sterfbed spijt van hebt over de dingen die je niet hebt gedaan, dan ben je te laat. Je kunt er dan niets meer aan veranderen…’
Ik hoorde het mezelf zeggen. Ik, die een paar weken geleden geen flauw idee had waar ik mee bezig was en mijn diploma “vereenzamen en ongelukkig zijn” maar op hoefde te halen. Diezelfde ik durfde nu Jack er op te wijzen, dat hij zijn kansen moest pakken, de dingen moest doen, zodat hij op het einde van zijn leven niet in spijt hoefde terug te kijken.
Ik vroeg mezelf af of ik wel helemaal spoorde. Ratio was zwaar ziek. Emotio paste op de winkel maar
nam het blijkbaar allemaal niet zo serieus. We waren weer bijna bij het appartementencomplex.
Jack zette me af en zei tegen me als ik nog wat wilde weten, ik hem altijd kon bellen. En natuurlijk waren Marie en ik altijd welkom. Theressa keek al weer uit naar de volgende ontmoeting met haar oudere zus.
Ik nam afscheid en wilde naar binnen lopen. Aan de overkant stond zoals gewoonlijk het groepje jongeren. Ik herkende Mocka. Zonder schroom ging ik naar hen toe en werd hartelijk ontvangen.
‘Hoi Mocka, ik heb de kaartjes voor the Zodiac. Mijn vriendin Eva speelt in het voorprogramma.
Ik maakte mijn koffertje open en nam de kaartjes er uit. Ik had ook nog een paar foto’s van Eva met handtekening. Mocka vroeg of hij er een van mocht hebben. Ik gaf hem de kaartjes, tien stuks en een tiental foto’s van Eva. 
‘Als ze nog eens wereldberoemd wordt kunnen jullie zeggen dat jullie als een van de eersten een foto met handtekening hebben gekregen.’
Mocka keek naar de foto. ‘Mooi meisje,’ zei hij
‘Dat is ze zeker Mocka, dat is ze zeker.’
Mocka bedankte me en één voor één gaven de anderen me een hand en bedankten mij voor de kaartjes en de foto’s. Mocka was duidelijk de leider.
Ik liep door de poort en binnen wachtte Marie mij op.
‘Goh, ik dacht waar blijf je nou. Ik had Jack al weg zien rijden, maar je kwam maar niet.’
Ik vertelde dat ik Mocka en zijn vrienden de kaartjes had gebracht.
‘Ze waren er in ieder geval heel blij mee,’ zei ik.
‘Geloof me Joe, als er iemand iets voor ze doet, dan zijn ze daar heel dankbaar voor.’
Ze ging naar de keuken en kwam terug met de theepot.
‘Of heb je liever koffie…?’
‘Nee hoor, ik vind een kopje thee wel lekker op zijn tijd.’
‘Ik heb vannacht zo goed geslapen. Dat komt door gisteren. Ik heb ook zo genoten van ons uitstapje. Ik leek vanmorgen wel tien jaar jonger.’
Fijn dat je er zo’n plezier aan hebt beleefd. Ik vond het ook super Marie.’
‘Isabelle moet je leren kennen, het is zo’n plezierig mens…’
Ze zei het op een zo’n manier dat ik de indruk kreeg, dat ze zich voor haar wilde verontschuldigen.
‘Ik vind haar heel aardig en het is geweldig knap dat ze dat allemaal zelf heeft kunnen en willen bereiken.’
‘Dat is het zeker. Maar ja, je moet er maar niet te veel bij nadenken. Het is toch een ander leven…ik bedoel… Ach je weet wel wat ik wil zeggen.’
‘Ik weet wat je bedoelt Marie. Iedereen maakt keuzes in zijn of haar leven. Goed of slecht. Het gaat er om wat je zelf vindt, je moet er tenslotte zelf mee door.’
‘Daar heb je helemaal gelijk in. Nou ik ben best tevreden…ik hoef niet alles…maar soms een paar kruimels meer…ja, dat zou me wel iets gelukkiger maken, denk ik.’
‘Denk je dat?’
‘Ja, eigenlijk weet ik het wel zeker. Na gisteren weet ik ook weer wat ik mis…’ zei ze met een diepe zucht
Ze stond op en liep naar de keuken. Ze kwam terug met twee biefstukjes.
‘Is dat goed voor vanavond?’
‘Lieve Marie, je verwent me…’
‘Je hebt het verdiend.’
‘Kom nou, jij hebt me Parijs laten zien. Kennis laten maken met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet en dus dan lijkt het mij dat ik jou moet bedanken.’
Ik stond op en toen ze me aankeek zag ik haar vochtige ogen.
‘Ik heb geen verdriet hoor,’ zei ze verontschuldigend.
Ik veegde haar tranen weg.
‘Ik hoop dat we altijd vrienden zullen blijven Marie, ik voel me prettig bij jou…’
‘Ik hoop het ook,’ zei ze, ‘zal ik nu dan maar eens naar de keuken gaan.’
‘Moeten we eerst nog even naar Gaston…?’
‘Wat mij betreft niet, maar ik weet niet of jij nog wat nodig hebt?’
‘Nee hoor, ik haal morgenvroeg wel brood. Ik heb vanmorgen brood gegeten van zaterdag. Dat is niet echt goed voor mijn gebit.’
‘Moet je het in de koffie soppen, dat is best wel lekker.’
‘Had ik ook al bedacht en dat viel me inderdaad niet tegen. Nou ja, het was in ieder geval te verteren.’
‘Zullen we vanavond nog een potje schaken Joe, of heb je andere plannen?’
‘Nee hoor, dat is goed. Misschien dat Eva nog belt, maar verder heb ik niets.’
‘Hoe gaat het met haar. Is ze al een beetje nerveus voor volgende week?’
‘Ik geloof het niet. Gisteren was ze zeer goed gehumeurd. Ze heeft zaterdag voor ons gespeeld, voor een klein gezelschap. Het was een betoverende avond.’
‘Veronique heeft me vanmiddag nog gebeld. Het schijnt wel goed te klikken tussen die twee. Ze hebben woensdagmorgen afgesproken. Ze gaan eerst samen winkelen, daarna zijn wij aan de beurt. Wel leuk.’
‘Dat is het zeker. Ze zijn ook beiden van dezelfde leeftijd. Dus dan zullen ze ook wel een paar dezelfde interesses hebben.’
‘Net als wij…?’ hoorde ik vanuit de keuken.
‘Ja, net als wij Marie…daarom klikt het ook zo goed tussen ons.’
Ze kwam de kamer binnen en keek me aan. Ik voelde dat ik met mijn opmerking haar had geraakt.
Zonder een woord te zeggen dekte ze de tafel en ging weer naar de keuken. Ze had heerlijk gekookt en nadat we hadden opgeruimd pakte ik het schaakbord. Het was een zwijgzame avond.
Het was tegen twaalven toen ik mijn bed instapte. Ik zag op mijn mobiel dat ik één nieuw bericht had.
Het was van Eva.
“Hoi lief, ik heb woensdagmorgen met Veronique afgesproken. Daarna gaan we wat leuks doen met jullie
Groet xxx Eva.”
Ik zuchtte en draaide me op mijn andere zij en viel in slaap.

52



Nadat ik de volgende morgen brood had gehaald en op mijn gemak had ontbeten besloot ik om Bob te bellen. Zoals gewoonlijk was hij weer in gesprek. Na een minuut of tien toen ik het maar weer eens probeerde had ik meer geluk. Hij was opgewekt. Hij had de eerste grote order binnen van de Duitse relatie. Hij vroeg of ik de man wilde bellen om te vragen of alles naar wens ging.
‘Heb je de order dan al uitgevoerd…?’
Bob zei dat alles was verstuurd. Helemaal compleet. Het was tot nu toe de grootste order geweest in het hele bestaan van het bedrijf.
‘Nou maar hopen dat hij ook betaald wordt,’ zei ik plagend.
Dat viel niet helemaal goed bij hem. Hij vroeg of ik toch wel zeker wist dat ze goed voor het geld waren. Ik stelde hem gerust. Ik vertelde hem dat ik het na had laten gaan en dat het een uitermate fatsoenlijk bedrijf was met een perfecte betalingsmoraal. Het maakte Bob weer wat rustiger. Hij vloekte nog een keer tegen me omdat ik hem zo had laten schrikken. Ik vroeg hem hoe het met Anna ging. Hij zei me dat ze mij een beetje miste.
‘Een beetje maar…?’
Hij vond het meer dan genoeg. Ik vertelde hem over mijn bezoek aan Pierre. Bob vroeg me of Pierre ook nog producten verkocht waar voor hem handel in zou kunnen zitten.
‘Ik zie hem donderdag weer. Ik zal wel eens kijken wat de mogelijkheden zijn. Is het goed dat ik ook donderdag met Duitsland bel?’
Bob vond het allemaal prima en vroeg of ik me wel kon redden en zei dat hij ook nog wat geld naar mijn rekening had overgemaakt. Hij vond dat ik dat wel verdiend had. Een soort bonus.
‘Blijf je dat bij elke order doen, of is dit éénmalig…? Het zou me wel passen. Het leven in Parijs is niet goedkoop.’
Hij mompelde wat en het kwam er op neer dat ik dan ook maar niet van die vreemde escapades moest doen en dat ik beter in Nederland had kunnen blijven.
‘Bob, ik wil dit voor geen goud missen, ik ben helemaal tot leven gekomen. Geloof me.’
Het was stil aan de andere kant.
‘Ben je er nog…?’
Met een “ja…ja” en “het zal allemaal wel”  wist ik dat Bob mij het beste gunde. Ik vroeg hem de groeten te doen aan Anna en verbrak de verbinding.
Het was inmiddels weer tijd voor koffie.

Marie zat achter haar loket.
‘Er komen vandaag nieuwe gasten. Ik heb alles al in orde gemaakt. Het kan maar gebeurd zijn.
Heb je goed geslapen?’
‘Nou en of… ik moest nog een paar uur inhalen geloof ik.’
‘We kunnen vandaag niet veel doen. Ik weet niet hoe laat mijn nieuwe gasten aankomen.’
Ze zei het bijna verontschuldigend.
‘Nou ik had ook eigenlijk niet zoveel plannen…’
‘Nee, ik ook niet.’
‘Ik ga wel wat zitten lezen.’
‘Je blijft toch wel hier Joe…?
‘Als jij dat wilt, dan blijf ik bij jou.’
‘Ik zou het heel fijn vinden.’
‘Nou geen probleem.’
Ik zag dat Marie opgelucht was. Ik realiseerde me dat ik bijna elke dag bij haar was. Het benauwde me wel een beetje. Niet zo zeer voor mezelf, maar zeker omdat het nog steeds onduidelijk was waar Eva en ik na het concert in Olympia naar toe zouden gaan. Het was onzeker hoelang we nog in Parijs konden blijven. Eva hoopte nog wel een paar weken te kunnen werken, maar meestal werd er niet langer dan een week of zes tot hooguit acht weken met hetzelfde programma gewerkt. Tot nu toe wees niets er op dat Eva in de nieuwe programmering was opgenomen. Als ze geen werk meer had was het beter om terug te gaan naar Nederland. Ik had daar in ieder geval nog mijn appartement. Henry Duval had voor vier weken het appartement in Parijs voor ons gehuurd maar ik nam aan dat daar ook een einde aan zou komen. Ik dacht aan Marie. Ze zou me wel missen. En ik haar ook. Ik keek naar haar. Ze zat schuin tegenover mij met een stapeltje papieren. Toen ik het profiel van haar gezicht zag, betrapte ik mezelf er op dat ik eigenlijk wel een warm gevoel koesterde voor de vrouw tegen over mij. Ze was niet zomaar een vriendin. Het voelde zo vertrouwd. Het leek er op of ze op de een of andere manier mijn gedachten kon lezen. Ze keek naar me en glimlachte.
‘Ik hoop toch zo dat jullie voorlopig in Parijs kunnen blijven.’
‘Dat zou echt heel fijn zijn Marie. Maar ja, we hebben het niet voor het zeggen, dat weet jij nog wel beter dan wij.’
‘Als Eva zo goed is als je me hebt verteld en ook Veronique is laaiend enthousiast over haar, wees dan maar gerust. Ze zullen haar zeker opnieuw in hun programma opnemen. Daar ben ik van overtuigd.’
‘Dat hopen we dan maar…’
‘Wil je wel blijven Joe?’ zei ze met zachte stem.
‘Ik heb het prima naar mijn zin. Ik moet alleen nog iets vinden om een paar centen te verdienen. Van niks kan ik zelfs niet leven. Maar goed, dat zal wel komen.’
‘Ik zou het wel heel fijn vinden als je zou kunnen blijven…’
Ze zei het op een manier die mij verwarde. Ik dacht terug aan zondagmiddag. Aan het bezoek aan Charly en aan Isabelle Rouge. De blijdschap van Marie over haar nieuwe jurk. Ik keek naar Marie die weer over haar papieren zat gebogen. Ik vroeg me af hoe anders het was geweest als zij er niet was geweest. Dan had ik de hele dag alleen in mijn appartement gezeten, geen Eva, geen gezelschap. Dan zou ik helemaal op mezelf zijn aangewezen. Zonder Marie was het een hel geworden. En weer keek Marie op en haar blik bracht me in verlegenheid.
‘Is er iets Joe, je bent zo stil?’
‘Nee hoor, ik zat alleen maar even na te denken, een beetje te mijmeren…’
‘Over Eva…?’
‘Ja, en over ons…over jou en mij.’
Ik voelde dat ik nu op moest letten. Elk verkeerd gekozen woord zou grote gevolgen kunnen hebben.
‘Over ons…?’ zuchtte Marie.
‘Ja Marie, zonder jou had ik het echt niet volgehouden.’
‘Je liefde voor Eva had jou er wel door heen geholpen.’
Ik zweeg. Ik had Eva nauwelijks meer gezien en gehoord. Dat realiseerde ik me maar al tegoed.
‘Misschien wel, maar ze heeft zo weinig tijd voor me.’
‘Ze kan er ook niets aan doen, je moet het haar echt niet aanrekenen Joe. Zo gaat dat nou eenmaal.’
‘Sorry, ik zit ook maar wat te zeuren.’
Ik probeerde het gesprek een andere wending te geven.
‘Ik snap wel wat je bedoelt hoor…’
Marie gaf nog niet op en ik had spijt dat ik het zo ver had laten komen. Het lag voor op mijn tong om te zeggen dat ik haar zou missen als we weg zouden gaan uit Parijs en dat het me verdrietig maakte als ik daaraan dacht. Zonder iets te zeggen stond ik op en liep naar Marie en gaf haar een kus op haar wang.
‘Lieve Marie, je bent een echte vriendin voor me…’
Ze keek me aan en ik zag de twinkeling in haar ogen. Iedere keer maakte dat weer indruk op mij.
‘Joe, je geeft mij ook zo veel vriendschap terug. Het maakt me weer jaren jonger.’
Ze stond op en kuste me. En ook nu vond ik het prettig en gaf het me een warm vertrouwd gevoel. Alsof het nooit anders was geweest.
Maar ook realiseerde ik mij maar al te goed dat dit de grens moest zijn. We mochten er niet over heen. Gelukkig dat Ratio het begreep. Als het aan Emotio had gelegen was het allemaal uit de hand gelopen. Ik was sinds lange tijd Ratio weer eens dankbaar en blij dat ik naar hem had geluisterd.

53


Ik bracht de hele dag door met lezen en koffie drinken. Tegen drie uur meldden zich de verwachte gasten aan de balie. Een man en een vrouw van rond de dertig. Marie legde een en ander uit en gaf hen de sleutel van hun appartement. Toen ze weg waren kwam ze de naar de woonkamer.
‘Het zijn landgenoten van je. Ze komen uit Rotterdam.’
Ik keek op.
‘Vakantie…?’
‘Ik denk het, al snap ik niet waarom ze dan hier gaan zitten. Zoveel valt er hier niet te beleven.’
‘Nee, maar ze zullen er vast wel een reden voor hebben,’ en ik ging verder met mijn boek.
Marie vroeg wat ze voor mij moest koken, waar ik zin in had. We moesten nog wel even boodschappen doen. Ik stelde voor om even alleen te gaan. Ik wist inmiddels wel waar ik moest zijn. Ze zei dat ze het gezelliger vond om met zijn tweetjes te gaan. Ik vond het prima.
Toen we buiten de poort kwamen, stonden Mocka en zijn vrienden en vriendinnen aan de overkant van de straat. Op de plek waar ze meestal stonden. Marie en ik staken onze hand op en de groep groette ons terug. Mocka wenkte.
‘Heeft u nog een kaartje voor mij meneer Joe, mijn zusje zou ook zo graag meegaan. Ze is al jaren ziekelijk en muziek maakt haar altijd zo blij. Als het niet lukt is het niet erg, maar ik zou het wel heel erg fijn vinden.’
‘Ik zal kijken wat ik voor je kan doen…afgesproken?’
‘Dat zou heel fijn zijn meneer Joe. U zou haar heel erg blij maken.’
Hoe heet je zusje?’
‘Belle.’
‘Zo dat is een mooie naam en hoe oud is ze?’
‘Ze wordt over een paar maanden zeventien. Ze ligt meestal op bed. Vroeger was ze gezond. Toen ze tien was heeft ze een virus opgelopen. Het heeft haar spieren aangetast.’
‘Ik ga mijn best voor haar doen…dat beloof ik.’
Hij stak zijn hand uit en bedankte me.
Marie en ik gingen naar Gaston, voor onze dagelijkse boodschappen. Hij was blij om ons weer te zien en haalde weer eens een fles wijn uit het magazijntje naast de winkel.
‘Deze moeten jullie echt eens proberen. Echt een heel lekker wijntje.’
Ik wilde de fles wijn betalen maar Gaston reageerde een beetje boos. Hij zei dat ik er van moest genieten en verder niet moest zeuren. Toen we buiten kwamen pakte Marie mijn arm. Ze drukte zich tegen me aan.
‘Blijf je nog wel een tijdje bij me Joe, ik kan je echt nog niet missen.’
Ratio zorgde ervoor dat ik de juiste dingen ging zeggen.
‘Zolang we in Parijs zijn, blijf ik bij je Marie, daarna zien we wel. Goed?’
‘Goed,’ zei ze en ik keek in haar ogen en zuchtte.

Marie had heerlijk gekookt. Ze deed elke avond haar uiterste best om weer een lekkere maaltijd voor me klaar te maken. Met weinig kon ze veel. Gaston had gelijk. De rode wijn die hij had meegegeven was zacht en fruitig, maar vooral vol van smaak.
‘Daar kunnen we de volgende keer wel een paar flessen van meenemen Marie.’
Ze was het er volkomen mee eens.
Toen we opgeruimd hadden pakte ik het provisorische schaakbord en de schaakstukken.
‘Zullen we…?’ zei ik tegen Marie.
‘Goed hoor, maar eerst even koffie.’
Stilzwijgend speelden we ons partijtje.
‘Toen ik zondag bij Isabelle was kreeg ik weer de kriebels…’ zei ze plotseling.
Ik keek op en ik zag dat ze het er moeilijk mee had.
‘Het kan toch niet zijn Joe, dat ik de rest van mijn leven hier in eenzaamheid zit te verpieteren, denk je wel?’
Ik vond het moeilijk. Ze was opeens zo verdrietig.
‘Nee lieverd,’ en ik legde mijn hand op haar schouder, ‘dat zou toch zonde zijn. Er komt best wel weer iets of iemand op je weg…’
Meer kon ik niet bedenken. En ik realiseerde me dat het verdomd weinig was.
‘Weet je, ik wil niet ontevreden lijken… ik heb een lieve dochter, ik kan rondkomen en ik woon op zich niet verkeerd, maar ik mis…hoe moet ik het zeggen…’
‘Ik weet wat je wilt zeggen liefje.’
Ze keek me bijna smekend aan.
‘Zul je altijd aan me blijven denken…ook als je weggaat?’
‘Marie, ik beloof je dat ik je nooit zal vergeten.’
Ik stond op en ik kuste haar op haar lippen. De kus was onbedoeld intens, maar ik had er geen spijt van. Ratio probeerde me tot de orde te roepen. Emotio was tevreden. Marie streelde door mijn haren.
‘Je bent ook zo lief voor me.’
‘Dat is het minste wat ik voor je kan doen. Ik was zonder jou allang verloren geweest.’
‘Is dat alles…?’
‘Nee hoor Marie, ik mag je heel erg graag. Maar dat weet je zelf ook wel, toch…?’
Ze knikte en wreef door haar ogen.
We speelden nog een partijtje en dronken nog een glaasje wijn, daarna nam ik afscheid en ging ik naar mijn appartement. Ik had een tweeslachtig gevoel over me.
Eva had niet meer gebeld of een berichtje gestuurd. Het duurde lang voordat ik in slaap viel. Ik dacht terug aan de avond en aan Marie. Ik probeerde de dingen te blijven zien op een manier die ik aan kon. Het was al met al verwarrend genoeg. Ratio hielp mij. Emotio voelde zich buitengesloten.

54



‘Vandaag gaan we naar de Folies,’ zei Marie glunderend. ‘Ik heb er zo’n zin in.’
Ze had een briefje opgehangen met haar telefoonnummer.
‘Zo, als er wat is dan kunnen ze me in ieder geval bereiken.’
We zouden Veronique en Eva ontmoeten op la Place Pigalle, zoals was afgesproken.
Ik stelde voor om toch maar vast naar het centrum te gaan. Marie was het er van harte mee eens.
Het was wederom een stralende najaarsdag en het zonnetje had er zin in.
‘Dan ga ik me even omkleden. Tot zo.’
Ik had mijn zwarte nieuwe broek aangedaan met mijn ribfluwelen colbertje. In een van de zakken van mijn colbertje vond ik het vlinderdasje van Henry Duval. We waren het helemaal vergeten, Eva en ik.
‘Hij zal het wel niet missen, lijkt me,’ stelde ik vast.
Mijn mobiel ging. Het was Eva. Ze zei dat ze op Veronique stond te wachten. Vlakbij  l’Opera. Ze vertelde ook dat Henry weer terug was uit Duitsland en dat we elkaar wel zouden zien bij Chez André. Ze had er heel veel zin in. Ze had maandag en dinsdag hard gewerkt maar ze zei niet waar aan. Het moest een verrassing zijn. Dus ik mocht niks vragen. Tenslotte zei ze dat ze Veronique zag aankomen en dat ze vanavond wel verder zou vertellen. Daarna verbrak ze de verbinding.
Ondertussen had Marie zich omgekleed. Ik betrapte me er op dat ik opgewonden raakte toen ik haar zag. Ze had zich prachtig opgemaakt en ze had haar haren opgestoken. Ze straalde helemaal en de twinkeling in haar ogen bracht me van mijn stuk. Ze had de jurk aan die we samen voor haar hadden gekocht.
‘Tjee, wat ben je mooi. Ik ben sprakeloos…’
‘Vind je,’ zei ze met zachte stem waar een zekere trots in te horen was.
‘Ik krijg het er warm van,’ zei ik.
Ze bloosde.
‘Fijn om te horen…dat je het mooi vindt.’
‘Ik denk, je gaat zeggen, fijn om te horen dat ik je van je stuk breng…’
Nu werd ze echt vuurrood en ze keek naar de grond.
‘Nou kom op schoonheid, we gaan. Kan ik vandaag overal met je pronken. De mannen zullen jaloers op me zijn.’
‘Joe, niet doen. Je maakt me zo verlegen…’
‘Sorry lieverd, dat was niet de bedoeling,  maar dat weet je wel, toch…?’
‘Ja hoor.’
Ik had een taxi besteld.
Toen we buiten de poort kwamen en we in de taxi stapten werd er vanaf de overkant geroepen.
‘Veel plezier… en denkt u nog aan mijn zusje?’
‘Zeker Mocka, ik ga het vandaag voor je regelen. Beloofd.’
Hij stak zijn duim op 

De taxichauffeur zette ons midden in Parijs af. Ik begon aardig mijn weg te vinden.
‘Als we hier doorlopen dan komen we toch bij Charly?’
‘Ja hoor, helemaal goed.’
‘Zullen we daar een kopje koffie gaan drinken?’
Marie twijfelde eerst maar stemde er tenslotte toch mee in.
Charly stond achter de toog toen we binnen kwamen.
‘Je mond staat open,’ zei ik tegen hem
‘Waarom moet je me zo plagen…je laat me weer eens overduidelijk zien wat ik heb laten lopen. Goh, Marie ik ben sprakeloos.’
‘Dank je Charly.’
‘Jullie gaan vandaag toch niet trouwen of zo…?’
‘Nee, hoor,’ lachte ik, ‘als het ooit zo ver komt, dan ben jij de eerste die het hoort.’
Ik realiseerde me dat dit geen goede opmerking was, zeker omdat Charly nog even doorging.
‘Nou ja, je hoeft van mij niet te trouwen als je er maar zorgt dat mijn Marie gelukkig is…dat moet je me wel beloven Joe.’
Ik keek naar Marie, die verlegen was met de situatie.
‘Zeker Charly, zeker weten. Dat beloof ik…’
Marie glimlachte.
Ze pakte mijn hand.
‘Geen dingen beloven die je niet waar kunt maken lieverd, dat moet je niet doen…’
Ik glimlachte.
‘Misschien heb je gelijk Marie, maar ik  gun het je zo…’
‘Dank je Joe, ik weet dat je dat doet. Maar het is goed zo…geloof me.’
Ik keek haar recht in haar ogen en door haar blik raakte ik in verwarring.
Charly vroeg of we nog een glaasje wijn met hem wilde drinken. Marie knikte dat het goed was.
Toen hij wegliep zei ze, ‘ik weet dat je het goed bedoelt, maar het kan nou eenmaal niet. Ik heb me daar bij neergelegd…heus. Ik wil nu alleen maar genieten van elk moment.’
Charly kwam terug met drie glazen en een volgens hem prima wijntje.
‘Nou Charly ik moet je nageven, de keuze van de wijn is perfect. Heerlijk.’
Hij glunderde.
‘Ik heb niet veel verstand van de dingen, maar over wijn en vrouwen hoef je me niks te vertellen.’
Hij keek naar Marie. Die bloosde.
We namen afscheid en Charly nam zijn tijd. Hij sloeg zijn armen om Marie en hij kuste haar tamelijk heftig en Marie liet het toe.
‘Nou Joe, wees lief voor mijn lief, ik laat het aan jou over…’
‘Dank je Charly.’ Ik zag dat hij het meende uit de grond van zijn hart. Marie zweeg.
Omdat we nog wat tijd hadden vroeg Marie of ik nog wat wilde winkelen. Ik zou haar er een groot plezier mee doen. Geduldig ging ik met haar winkel in en winkel uit. Ze bleef staan voor de etalage van een juwelier en wees me op een ring.
‘Die is mooi…’
‘Ja’ zei ik, ‘die is inderdaad heel erg mooi.’
Het was een geelgouden ring met een subtiel diamantje ingelegd in een soort bloemvorm. Ik dacht er een roosje in te zien.
We liepen samen naar het dichts bijzijnde metrostation en gingen richting Place Pigalle. We hadden rond drie uur afgesproken bij Café Antoine. Veronique had Marie gebeld.
Toen we het Café Antoine binnenkwamen, was het mij al snel duidelijk dat Marie ook hier geen onbekende was. De eigenaar, Antoine haastte zich naar ons toe. De begroeting was uitermate hartelijk en we moesten en zouden met hem mee gaan. Hij had een speciale plek voor speciale gasten. We kregen een tafel in het mooiste gedeelte van het café. Met veel privacy.
‘Wat kan ik voor jullie doen…?’
Ik bestelde een glas wijn, maar Antoine zei dat hij voor vrienden alleen in flessen dacht. Niet in glazen.
Alors,’zei hij, ‘hoeveel flessen?’
‘Als jij met ons meedrinkt in ieder geval één,’ antwoordde ik lachend.
Hij maakte graag gebruik van mijn uitnodiging.
Toen hij weg was zei Marie dat ze het lief van me vond om Antoine uit te nodigen. Ze kende Antoine al vele jaren Hij had haar onderdak geboden en op Veronique gepast toen Marie moest werken. Ze kon altijd bij hem terecht. Zijn vrouw Sophie was als een zus voor haar geweest. Antoine kwam terug met vijf glazen en twee flessen.
‘Mijn kleine Veronique komt zo. Ze moest nog even naar het toilet.’
Ik begreep uit zijn woorden dat Veronique en Eva inmiddels ook waren gearriveerd.
De begroeting tussen Veronique en Antoine was als een begroeting tussen vader en dochter. Eva gaf mij een kus en ze vroeg vluchtig hoe het met me ging.
Ik zei, ‘goed hoor.’
Veronique begroette haar moeder en gaf mij een hand.
‘Gezellig zo. We hebben samen zo leuk gewinkeld… niet waar Eva?’
‘Ja, we hebben eigenlijk weer veel te veel uitgegeven. Maar dat maakt het wel leuk en spannend. En jullie? Hebben jullie ook nog wat gedaan?’
Marie vertelde dat we naar Charly waren geweest.
‘Is hij nog steeds zo verliefd op je, mama?’
Marie knikte.
‘Dan zal het na vandaag nog wel erger met hem zijn geworden…want laat mij eens naar je kijken. Goh, mama wat zie je er mooi uit. Nieuw?’
Ik hield mijn adem in. Wat moest Eva wel niet denken als Marie zou zeggen dat ze de jurk van mij had gekregen.’
‘Ja Veronique, vorige week gekocht. Vind je hem mooi?’
Marie ging er verder niet op door. Ze keek mij aan en we begrepen elkaar.
‘Zeker mama, het lijkt wel weer net als vroeger. Toen was je ook altijd zo mooi.’

55



 
Antoine en Veronique waren druk in gesprek net als Marie en Eva. Ik zat er bij en keek er naar. Er bekroop me een vreemde gedachte, die mij onrustig maakte. Ik voelde me in ieder geval niet op mijn gemak. Ik realiseerde me dat het een logischer plaatje was geweest als Marie en ik, samen met onze dochters daar aan tafel hadden gezeten. Zo hoorde het plaatje te zijn. En niet zoals het nu was. In ieder geval vroeg ik me af of Antoine niet dezelfde gedachte erbij zou hebben. Ik twijfelde geen moment dat het een kwestie van tijd was, voordat hij mij zou vragen hoe lang ik al met Marie was… en of Eva mijn dochter was. Ik voelde de zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd. Ik probeerde rustig te worden en mezelf ervan te overtuigen dat het hier in Parijs niks aparts was. Een vent van twee en vijftig met een vriendin van achtentwintig. Maar ik kon het niet uit mijn kop krijgen.
‘Zo, ‘zei Antoine, ‘ ben je altijd zo stil Joe?’
Ik voelde dat ik bloosde en wachtte op de volgende desastreuze vraag.
‘Nee, ik luister alleen maar. Jullie hebben elkaar zoveel te vertellen.’
Het  klonk zo stompzinnig. Dommer kon ik voor mijn gevoel niet uit de hoek komen.
‘Er is toch wel iets dat je met ons wilt delen?’ reageerde Antoine.
Eva keek me aan.
‘Vast wel, al is het alleen maar dat ik hem de hele week alleen heb laten zitten…?’ zei ze met een lach.
Eva bedoelde het niet verkeerd maar ik voelde me verkrampen.
‘Oh,’ zei Antoine, ‘ik dacht even…’
Hij keek naar Marie.
Ook Marie voelde zich niet op haar gemak.
Ik herpakte me en probeerde grappig te zijn.
‘Ja, Antoine, ze nemen je mee naar Parijs en vervolgens zie je ze niet meer…’
‘Nou moet je er wel even bij vertellen, dat ik me uit de naad werk, lieve Joe,’ reageerde Eva op bitsige toon.
‘Ja hoor Eva, maar zo bedoel ik het ook niet. Och laat maar.’
Veronique keek naar haar moeder. Toen naar mij. Haar blik verraadde niet veel goeds.
‘Kom, laten we het gezellig houden. Dat was tenminste het doel,’ zei Marie.
Antoine stond op.
‘We zullen er nog een glas op nemen.’
Hij liep weg om een nieuwe fles wijn te halen. Even later  keerde hij terug met nog eens twee flessen.
‘Dit is echt het neusje van de zalm,’ en hij liet met trots de etiketten van de beide flessen zien.
En ook dit was een voortreffelijk wijntje.

Ik vroeg me af of ik dit zelf had veroorzaakt met mijn domme gedrag, maar de ontspannen, gezellige sfeer was even weg. Althans voor mij en Marie. Eva had niet veel oog meer voor mij en was druk in gesprek met Antoine en Veronique. Marie zat stil voor zich uit te kijken. Het liefst was ik samen met haar weg gegaan. Ik voelde me schuldig. Ze had er zo naar uit gekeken. Antoine vroeg of we wat wilden eten. Eva zei dat we een tafel hadden bij Chez André, maar dat we de volgende keer zeker bij hem zouden blijven dineren.
Het was inmiddels tegen half negen. Antoine nam uitgebreid afscheid van ons en we liepen naar Chez André. Het was even verder op. Hooguit tien minuten lopen volgens Veronique.
‘We zijn aan de vroege kant, maar dat maakt niet zoveel, ’zei Eva, ‘ze zullen ons toch wel binnen laten en anders wachten we wel even.’
Eva en Veronique liepen gearmd. Marie en ik volgden en liepen een meter uit elkaar. Dat waren we niet meer gewend. Marie keek naar mij en ik naar haar. Ik was er van overtuigd dat we hetzelfde voelden en dachten. Toen we bij Chez André aankwamen veerde Marie helemaal op.
‘Silvain…!’
‘Marie… Oh wat ben je mooi, nog net zo mooi als vroeger…’
De portier van Chez André was de Silvain waar Marie over verteld had. Silvain de danser.
Marie was zichtbaar verrukt dat ze hem weer zag. En dat was wederzijds.
‘Sorry Marie, maar ik ben helaas aan het werk. Als ik even tijd heb dan kom ik nog even bij je langs. Is dat goed? Goh, wat leuk om je weer te zien…’
We konden al naar binnen ondanks dat we iets te vroeg waren en ik hoorde dat we een tafel hadden voor acht personen. Ik vroeg me af wie de andere vier waren. Een van de meisjes bracht ons naar onze plek. Toen we goed en wel zaten, zag ik Henry Duval. Hij kwam naar onze tafel en begroette iedereen op een hartelijke manier. Ook mij.
‘Zo Joe, hou je het wel een beetje vol. Eva heeft niet veel tijd meer voor je. Maar het komt allemaal goed. Je moet het nu maar even ondergaan, al zal het wel niet gemakkelijk voor je zijn.’
‘Nee, maar goed… wat moet, dat moet,’ antwoordde ik dapper.
‘Zo is dat…’ zei hij. ‘Ze krijgt mij zelfs uit mijn eigen bed.’
‘Je mag toch nog wel je eigen huis in, mag ik hopen?’
‘Dat nog wel…Joe, dat nog net wel.’
Hij legde zijn hand joviaal op mijn schouder.
‘Wel gezellig zo, één grote familie. En natuurlijk met onze speciale gaste.’
Hij ging naar Marie.
‘Madame Bonnet, fijn u te mogen ontmoeten. Toen ik het hoorde heb ik André gevraagd om mij ook een kans te geven om met u kennis te kunnen maken. Heel erg leuk.’
Niet lang daarna kwam André Duval naar ons toe. Hij ging eerst naar Marie.
‘Madame Bonnet, hartelijk welkom bij Chez André. Het is een eer om u in onze zaak te mogen ontvangen. Heel erg fijn en ik wens u een prettige avond toe. We zullen er alles aan doen.’
Het verbaasde me. Hoewel Marie mij over haar Parijse verleden verteld had, was het niet bij me op gekomen dat ze kennelijk een grootheid was in dit circuit. Marie reageerde vriendelijk naar André en Henry en vroeg nadrukkelijk om haar aan te spreken met “Marie”. Beiden deden dat vanaf dat moment consequent. Er waren nog twee stoelen over.
‘Zo,’ zei Henry, ‘mijn broertje laat weer eens op zich wachten. Altijd hetzelfde met hem.’
‘Nou,’ antwoordde André ‘je weet toch dat hij Etienne op zou halen. Dan hoefde die zelf niet te rijden.’
Hij richtte zich tot ons.
‘Etienne is mijn verloofde en mijn geweten. Mijn toeverlaat en adviseur…’ zei André. ‘Hij woont in Vitry.
Ah, daar zijn ze…’
André stond op en begroette de beide mannen en stelde ze aan ons voor.
Eva had me wel over Luc verteld, maar ik was wel even verbaasd toen ze elkaar kusten en het in mijn ogen meer leek te zijn dan alleen maar een begroeting.
‘Jullie kennen elkaar al, zie ik, ’ was alles wat me te binnen viel. Het verwarde me.
‘Ja hoor, we werken al anderhalve week met elkaar.  Dag en nacht zo ongeveer, niet waar lieverd?’
Ik kon me niet herinneren dat Eva daar iets over gezegd had, maar gelukkig reageerde ik voor mijn gevoel goed.
‘Ze is een doorzettertje Luc…’
‘Dat zeker, ze weet niet van ophouden…’
Ik had even geen flauw benul waar het over ging.
Luc en Veronique leken elkaar ook al eerder te hebben ontmoet. Toen die elkaar kusten, sprongen de vonken er van af. Ik kon niets anders bedenken dan dat ze stapelverliefd waren. Die gedachte maakte me weer rustig. Veronique stelde Luc aan haar moeder voor.
‘Mama, dit is Luc, Luc Duval…’
‘Fijn u te mogen ontmoeten mevrouw Bonnet. Ik heb veel over u gehoord,’ zei hij.
Marie keek naar haar dochter en zei toen tegen Luc, ‘dank je wel Luc, ik heb het idee dat we elkaar vast nog wel vaker zullen zien.’
‘Dat denk ik ook wel mevrouw.’
Marie gaf Veronique een goedkeurende knipoog. Luc stamelde dat hij wel graag naast Veronique wilde zitten als niemand er bezwaar tegen had. Het tasje van Veronique gleed van de stoel en bijna tegelijkertijd probeerden Luc en Veronique het op te rapen. Ik zag dat hun handen elkaar vonden. Cupido schoot een volle koker pijlen leeg. Marie zag het. Ze keek naar mij en ze knipoogde. Haar ogen twinkelden. Net als de ogen van haar dochter. Eva was naast mij komen zitten. Ze pakte mijn hand.
‘Gezellig zo, met zijn allen. Vraag je niet wat Luc en ik zo al hebben gedaan…? Wil je dat niet weten lieverd…?’
‘Wil je het me wel vertellen?’
‘Nou eigenlijk niet…om eerlijk te zijn. Het moet een verrassing zijn.’
‘Dan moet je het ook niet doen lief, anders is het geen verrassing meer.’
‘Nou dan moet je toch echt maar even wachten tot volgende week zaterdag. Dan zal ik het grote mysterie onthullen goed?’
‘Ik vind het prima.’
André had voor champagne gezorgd.
‘Nou eerst even proosten, jongens. Allereerst op de aanwezigheid en werkelijk daar ben ik enorm blij om, het is echt een grote eer om je in mijn zaak te mogen ontvangen Marie Bonnet, de mooiste en beste danseres die Parijs ooit heeft gehad…! Proost.’
Ik keek naar Marie. Ze bloosde. Ik glimlachte en ze glimlachte terug.
André ging verder.
‘Op Veronique, een waardige dochter van haar moeder en madame Bonnet…Marie, uw dochter heeft gisteren besloten om in mijn nieuwe programma de hoofdrol te gaan spelen. Ze heeft het voor iedereen geheim weten te houden. En dat was niet gemakkelijk…Op Veronique…’
Marie was verrukt en stond op en moeder en dochter kusten elkaar. Ik keek naar Marie en ik zag de trots in haar ogen. Toen Veronique was gaan zitten, zag ik dat Luc en Veronique hand in hand zaten.
André nam zijn glas weer in zijn hand en zei, ‘op Eva, de engel die door de hemel gezonden is om voor ons hier op deze aarde op haar eigen virtuoze wijze de piano te bespelen en die volgende week zaterdag in Olympia zal schitteren. En ik hoop toch zo dat mijn Eva zich nadien door Chez André zal laten contracteren. Want ik ben er van overtuigd dat Olympia zal schudden op haar grondvesten…en dat de weg voor succes voor haar open ligt. Op Eva.’
Ik realiseerde me dat als ik het goed gehoord had, aan ons verblijf in Parijs nog geen einde leek te komen.
André was nog niet klaar.
‘Op Joe. Mijn dank voor al jouw geduld en dat we Eva van je hebben mogen lenen. Op Joe…’
Eva keek me aan en glimlachte. Toen boog ze zich naar me toe en gaf me een kus op mijn wang.
En nog was het niet klaar.
‘Op Henry en Luc, mijn broertjes, die me ondersteunen en met hun creativiteit en inzicht hele mooie dingen neerzetten. Op Henry en Luc.’
Veronique maakte van deze gelegenheid handig gebruik om Luc een kusje op zijn mond te geven.
Deze romance groeide per minuut.
‘Tenslotte op mijn steun en toeverlaat en mijn enige en echte liefde. Etienne. Op Etienne…’
Henry stond op.
‘Nu we toch bezig zijn. Ik wil proosten op mijn oudste en verstandigste broer André. Hij is als een vader voor Luc en mij. Met raad en daad. Zonder hem waren wij echt niet zo ver gekomen. Op André…’
André nam het woord en bedankte allereerst Henry. Daarna richtte hij zich tot ons.
‘Zo nu is het tijd voor een heerlijk diner en wat show. We hebben vanavond twee verrassingen. Ik ga nog niet zeggen wat dat is, dat zien jullie wel. Marie, ik heb van je dochter begrepen dat je vanavond nog naar de Follies wilde, maar ik moet je teleurstellen. Wij van Chez André laten je niet gaan. Je bent vanavond onze speciale gaste. Ik hoop niet dat je het me kwalijk neemt?’
‘Lieve André, het lijkt wel of ik in de hemel ben. Dank je wel voor alles, jullie allemaal…’ antwoordde Marie zichtbaar aangedaan. Maar de twinkeling in haar ogen en haar uitstraling vertelden dat ze genoot, van iedere minuut, van iedere seconde.
‘Nou dat is dan ook geregeld…’
Henry was naast Marie gaan zitten. Luc en Veronique waren druk met elkaar en Etienne en André waren ook in gesprek. Eva keek voor zich uit. En ik wist niet goed hoe ik mezelf een houding kon geven. Ik vroeg me af wat er aan de hand was. Het klopte voor mijn gevoel niet, zoals het nu was.

56


Het voorgerecht was heerlijk, een mousse van zalm en voortreffelijk  van smaak. Ook de hoofdschotel, hoofdzakelijk vis, was ondanks dat ik geen liefhebber ben, geweldig.
Eva en ik vonden elkaar ook weer en zo was de sfeer aan tafel prima. Luc en Veronique hadden alleen oog voor elkaar.
‘Zou men dat nou bedoelen met op slag verliefd zijn,’ vroeg ik me af. Iets wat ik nog nooit had mogen ervaren. Ook niet toen ik Eva voor het eerst zag. André stond op. Een van de medewerkers had hem een microfoon aangereikt.
‘Mesdames et Messieurs, Ladies and Gentlemen, ik ben enorm trots om u vanavond een aantal grote verrassingen aan te mogen kondigen. Als eerste en geef haar zo meteen een ovationeel applaus…ze staat volgende week zaterdagavond in Olympia, maar vanavond is ze hier… voor u…Eva Winters!’
Eva stond op en legde haar hand op mijn schouder. Ik vond het heel plezierig dat ze weer contact met me zocht. Marie gaf me een knipoog. Ze was blij voor me. Eva liep naar beneden, naar het podium en pakte de microfoon.
‘Lieve mensen, dank jullie wel voor jullie applaus. Vorige week hadden we hier een première. Luc Duval en ik hebben de afgelopen weken heel hard gewerkt aan de productie van een CD. De inkt is nog nat… en dames en heren u bent vanavond getuige van mijn Cd-presentatie, mijn allereerste CD. Iedereen, hier vanavond aanwezig krijgt hem van mij. Maar allereerst wil ik het allereerste exemplaar geven aan mijn maatje en toeverlaat, de man die al het geduld van de wereld met mij heeft…’
Ze liep van het podium af en kwam weer naar onze tafel. Voordat ik me goed en wel realiseerde dat ze mij had bedoeld, drukte ze haar lippen op die van mij.
‘Alsjeblieft lief, speciaal voor jou, voor al jouw geduld en vooral voor het onvoorwaardelijke vertrouwen dat jij in mij hebt. Zonder jou was het echt niet gelukt.’
Ze kuste me nog een keer en ik hoorde het applaus nauwelijks. Het drong niet tot me door. Ik voelde tranen over mijn wagen lopen. Het kon me niets schelen. Marie was op gestaan en als een moeder die haar zoon troost veegde ze de tranen weg.
Ik durfde haar niet aan te kijken. Ik keek naar de CD en zag een mooie Eva aan de voorkant.
“Eva’s Voyage to Paradise”. Ik maakte het CD-doosje open en zag dat ze op de binnenzijde met grote letters had geschreven. “ Voor Joe, mijn maatje. Voor altijd jouw Eva. Ik hou van je.” Marie zag het
en pakte mijn hand.
‘Het is goed zo Joe,’ zei ze zachtjes en ze knikte.
Eva was achter de piano gaan zitten.
‘Dames en heren, van de gloednieuwe CD, mijn eerste album en op superwijze geproduceerd door Luc Duval…dank je Luc, ga ik een nummer voor u spelen dat ik zondagmiddag nog heb geschreven en toen ook maar meteen is opgenomen…Mystics Moments.’
Ze zette in ik waande me weer op de zaterdagavond bij Theo en Connie Boering. Weer kreeg ze het voor elkaar om de zaal in mystiek en betovering te hullen. Het was doodstil.
André keek naar me en legde zijn arm om me heen.
‘Ze is betoverend…’ zei hij met zachte stem.
Marie was naast me blijven zitten. Ze hield mijn hand vast. Toen Eva de laatste akkoorden speelde ging ze terug naar haar plek. Emotio was in paniek en hij wist niet meer waar hij het moest zoeken.
Naast mij zat Marie, die steeds meer plek veroverde in mijn hart. Op weg van het podium, naar mij toe kwam Eva die zich had verworteld in heel mijn lijf. Elke vezel was Eva. Het verscheurde mij. Ik probeerde mezelf tot rust te brengen.
‘Dames en heren, ladies and gentlemen, mesdames et messieurs, ik heb het u beloofd. Het kan vanavond niet op. Een absolute wereldpremière, pas enkele uren deel uitmakend van onze show voor de komende maanden, ook hier is bij wijze van spreken, de inkt van het contract nog nat. Mag ik u voorstellen, de vrouw die uw harten de komende maanden gaat veroveren…ster in wording. Veronique Bonnet…!’
Marie was een en al verbazing. Veronique liep langs haar moeder en gaf haar een zoen op het voorhoofd. Luc was opgestaan en Veronique liep terug. Luc drukte zijn lippen op die van haar.
‘Succes…je kunt het…’
Marie keek vol verbazing naar haar dochter.
De band zette in speelde de eerste akkoorden en Veronique zong: “ Sent in the Clowns”.
Marie was trots en ik voelde met haar mee. Naast haar zangtalent liet Veronique ook zien dat het dansen haar in het bloed zat. Het was een daverend voorproefje van de nieuwe show in de programmering van Chez André. Er klonk een luid applaus.  
‘Dames en Heren, dank u wel…dank u wel. Veronique maakte nog een buiging en liep van het podium af. Marie was ontroerd. Veronique had het allemaal zo goed geheim gehouden voor haar moeder. Luc kuste en feliciteerde Veronique. André nam weer de microfoon.
‘Lieve mensen. Of het niet op kan. Naast de heerlijke pianomuziek maakt Eva ook nog bluesmuziek. Over anderhalve week kunt u hiervan getuige zijn. In Olympia. Van dit optreden zal een live CD worden gemaakt. Maar…lieve mensen, er komt volgende week ook een studioalbum uit …een geweldig bluesalbum. Op dat album staan eigenlijk alleen maar juweeltjes…Een van de hoogtepunten, tenminste dat vind ik, is een duet. De CD is nog niet geperst, maar nu voor u de absolute wereldprimeur…! Eva en Veronique…I have been lovin’ you too long to stop now. Dames en heren uw daverende applaus graag.’
Veronique en Eva stonden op en liepen naar het podium. Het werd stil. Het orkest zette in en Eva volgde op de piano. De ongelofelijke harmonie van beide stemmen gaven me kippenvel. En ik was niet de enige. Luc en Henry, beiden liefhebbers luisterden vol aandacht.
André en Etienne hielden elkaars hand vast. Zo puur en zuiver had ik het nog nooit gehoord. I’ve been lovin you too long, een Otis Redding’ nummer. Het laatste refrein zongen ze a capella. Het klonk geweldig. Na het laatste akkoord vielen ze elkaar in de armen. Ik keek naar Marie en zij keek naar mij. Alsof we de trotse ouders waren van beide meiden. Ze kregen veel bijval en er werd bis bis geroepen. Er kwam geen eind aan. Eva liep terug en pakte de microfoon.
‘Als André het goed vindt zullen we straks nog een nummer samen doen. We hebben er voor de gein nog een paar ingestudeerd. André vind je het oké…?’
André stond op en stak zijn duim op. Hij nam de microfoon die naast hem lag.
‘Mesdames, messieurs. Wat vindt u? Mogen ze nog een keer van u terugkomen…?’
Weer klonk een luid instemmend gejuich.
‘Nou als u dat vindt, dan doen we dat. U bent tenslotte vanavond de baas…u heeft het hier met u allen voor het zeggen.’
Veronique en Eva liepen terug naar hun plaats. We stonden op en applaudisseerden voor beide jonge vrouwen.
‘Wanneer hebben jullie dit ingestudeerd? ’ vroeg Marie vol verbazing.
‘Maandag. Toen ik vorige week Eva had gebeld, vroeg ze mij of ik zin had om eens te komen kijken bij Chez André. Dan konden we kennis maken. Het klikte meteen. Eva is zo aardig mama en zo ongelofelijk muzikaal. Hoe vond je het?’
‘Heel erg mooi, ik wist niet dat je zo goed kunt zingen. Je zong wel eens onder de douche, maar dit is toch wel even iets anders…’
Eva was naast me komen zitten en ik vond dat ze wat bleek zag.
‘Ben je moe liefje?’
‘Wel een beetje, het is ook wel veel…’
‘Dat was wel heel lief van je. Je hebt me diep geraakt. Dank je wel.’
‘Zonder jou Joe, was het me allemaal niet gelukt. Dat weet ik maar al te goed…’
Henry had champagne besteld. De gebroeders Duval waren heel aardig. Ik had me sterk vergist in Henry. Hij was zo bezorgd voor Eva, maar alleen maar omdat hij echt om haar gaf. Verder niets.
Ik vroeg aan Eva of ze nog een kaart had voor het zusje van Mocka. Ik legde haar de situatie uit.
André had meegeluisterd.
‘Eva, ik heb nog een aantal VIP kaarten. Volgens mij nog een stuk of vier. Joe, misschien maak je haar daar wel heel erg gelukkig mee. Ze geven toegang tot een van de mooiste plekjes, met een drankje en ruim zicht en goed geluid.’
‘André, dat is echt super…je bent geweldig,’ reageerde ik vol enthousiasme.
Mijn gastheer kleurde.
‘Soms is er niet veel nodig om een mens een beetje geluk te brengen.’
‘Ja, maar je moet het wel willen doen…’
De band op het podium speelde vooral nummers uit de jaren tachtig. Niet direct mijn muziek maar ze speelden het goed. De champagne en andere drankjes vonden gretig aftrek. Ook aan onze tafel. Luc dronk niet. Veronique zat naast me en ik fluisterde in haar oor, ‘heb je toch nog een knappe Duval. En jij maar bang zijn dat er niemand voor je zou komen.’
Ze bloosde licht en glimlachte naar me.
‘Het kan soms snel gaan…Hij is wel heel erg lief.’
‘Volgens mij zijn het alle drie schatjes…’
‘Knap, mooi en leuk en goede ondernemers. Waar vind je ze nog.’
‘Het is jou toch maar mooi gelukt…’
‘Dankzij Eva, zij heeft me voorgesteld aan Luc.’
‘Eva is ook een schatje.’
‘Zeker Joe, ze is echt heel erg aardig.’
Eva had het laatste gehoord.
‘Ja, ja… Jullie kennen me nog niet. Anders hadden jullie wel een andere mening. Zullen we nog maar eens even wat leven in de brouwerij brengen Veronique?’
‘Gaan jullie rocken…?’ vroeg Henry.
‘Nee, maar we hebben nog een mooie ballade. Heb ik altijd al eens willen doen. Het was overigens Veronique’s idee.’
André vroeg aan Veronique wat ze gingen zingen.
‘Twee nummers, als je het goed vindt. Ik doe “Who knows where the time goes” van Sandy Denny met Eva op de piano en ik zing de eerste stem. Daarna spelen we “The Partisan”, een nummer dat eigenlijk uit de tweede wereldoorlog komt en vooral door Leonard Cohen bekend is geworden. Eva speelt piano en doet de eerste stem. Ik doe de tweede stem. We hebben het pas ingestudeerd, maar het is net of we elkaar helemaal aanvoelen. Beide nummers staan als een soort hidden track op de CD die volgende week uitkomt. Luc heeft er heel erg zijn best opgedaan. Het zijn ook echt mooie nummers geworden.’
Eva stond op
‘Gaat het wel lukken lieverd,’ vroeg ik bezorgd.
‘Jawel hoor, ik ben wel weer even bijgerust…’
André nam de microfoon.
‘Mesdames, messieurs voor de laatste keer vanavond. Eva en Veronique…niet met één maar met twee nummers. Speciaal voor u ingestudeerd.’
André lichtte de twee songs toe. Toen Veronique en Eva het podium opstapten en Eva achter de piano ging zitten, werd het doodstil.
Het Sandy Denny nummer, dat ik om eerlijk te zijn niet kende, ontroerde. De zuivere stem van Veronique en het iets rauwere geluid van Eva als tweede stem en het mooie pianospel gaven me weer kippenvel. Na wat gedronken te hebben, volgde het tweede nummer. Een lied uit het Franse verzet. De harmonie van de twee stemmen ontroerde. Ik zag mensen een traan wegpinken.
De stem van Eva gaf dit nummer een heel bijzondere dimensie. Na het laatste akkoord klonk wederom het bis bis geroep en er was luid applaus voor de twee vriendinnen. Ze hielden elkaar vast en kusten elkaar op de wang. Het was een geweldig optreden geweest. Nog steeds onder veel bis geroep liepen ze terug naar onze tafel.
‘Geweldig meiden, super…’ zei André.
‘Dan moet je maar eens naar de CD luisteren. Luc heeft er echt iets heel moois van gemaakt. We doen dan ook nog zelf de achtergrondkoortjes. Maar goed, je moet zelf maar luisteren.’
‘Ik kan niet wachten, lieverds van me, ik kan niet wachten. Etienne wat vind jij? Jij bent een liefhebber van deze muziek.’
Etienne zat nog na te genieten.
‘Wat zei je? Sorry, ik was er even niet bij.’
‘Wat je er van vond?’
‘Nou ik kan geen woorden vinden die uitdrukken wat ik er van vond. Ik kan alleen maar zeggen, wat ik vanavond heb gehoord nog nooit eerder heb gehoord. Heel erg mooi. Uniek. Heerlijk… ‘
En weer was er champagne.
De band stond weer klaar om de jaren tachtig te laten herleven. Er mocht worden gedanst.
Eva en Veronique waren al onderweg naar de dansvloer. Ik keek naar Marie.
‘Wil je dansen Marie…ik ben niet zo’n geoefende danser maar ik neem aan dat je mij wel een beetje helpt?’
Marie knikte en stond op. Henry en Luc waren druk in gesprek over het optreden in Olympia.

57


Marie leidde me. Ondanks dat ik niet goed kon dansen ging het redelijk, dankzij haar.
We zeiden niet veel. Ik voelde haar lichaam tegen dat van mij. En ik voelde haar haren tegen mijn wang.
‘Ze zijn echt heel goed, vind je ook niet…’ zei ik om de stilte te verbreken.
‘Sstt,’ zei ze, ‘laat me genieten van dit moment Joe.’
Na het eerste nummer vroeg Eva aan Marie of ze wilde wisselen. Eva drukte zich tegen me aan en ik zag Veronique met haar moeder dansen.
‘Joe, zou dit nou onder de noemer geluk vallen. Ik voel me zo lekker…’
Eva legde haar hoofd tegen mijn schouder aan en we dansten op een langzaam nummer. Ik kende het niet, maar het danste heerlijk. Ze keek me aan en ze kuste me.
‘Joe…’
‘Wat is er….lief?’
‘Niks, niks bijzonders. Laat maar het is niks.’
‘Echt niet…?’
‘Gaat het wel werken tussen ons…het maakt me af en toe zo bang. Ik vind het zo heerlijk om muziek te maken, maar…’
‘Lieverd, je moet doen wat je hart je ingeeft. Je oma zal je daar wel bij helpen…geloof me.’
Ze keek me aan en ik zag haar vochtige ogen.
‘Denk je dat echt …en wij dan Joe?’
‘Hoezo lieve Eva, ik wil je blij zien. Ik gun je echt het beste, geloof me.’
‘Dat weet ik wel, maar…het is ook allemaal zo moeilijk, zo verschrikkelijk lastig.’
Het nummer was afgelopen. Eva wilde gaan zitten en Veronique vroeg of ik nog met haar wilde dansen. Marie zei dat ze ook moe was en ze liep met Eva mee, terug naar onze tafel. Ook het volgende nummer was een langzaam nummer. Veronique was iets kleiner dan Eva, maar ze slaagde er toch in mij in het goede ritme te houden.
‘Wat geweldig van jullie, het was echt prachtig. Kippenvel.’
Veronique knikte.
‘Lieve Joe, niet boos worden hoor, maar mag ik je vragen of je iets voor mijn moeder voelt? Ik ben zo bang dat ze zich aan jou vastklampt en dat als jij met Eva weggaat, ze dan zo verdrietig zal worden.’
‘Het is niet gemakkelijk Veronique, ik mag je moeder erg graag. Het is allemaal zo verwarrend. Het laatste wat ik wil is Marie verdrietig maken. Dat weet je toch wel…?’
‘Ja hoor, je bent een eerlijke vent, maar ik maak me zo’n zorgen…’
‘Lieve Veronique, je moet me vertrouwen, maar ik weet ook niet hoe dit zal eindigen. Marie weet dat Eva en ik samen zijn…en dat respecteert ze.’
‘Ja, dat wel, maar ze is zo opgeleefd en dat komt alleen maar door jou. Geef haar alsjeblieft geen valse hoop Joe…’
Het nummer was bijna ten einde. Zonder dat we ons het hadden gerealiseerd waren we bijna op onze plek blijven staan. Een sur-place dansje.
‘Veronique, Marie mag blij en trots zijn met zo’n dochter. Je bent een schat. Ik zal echt mijn best doen 
dat beloof ik je met heel mijn hart.’
Toen de muziek stopte liepen we terug naar onze tafel. Inmiddels waren er weer flessen champagne bij gezet. Eva en Marie waren naar het toilet. Luc en Veronique waren meteen in een diep gesprek. Henry zat te telefoneren. Etienne schonk de glazen nog eens vol en André was elders.
‘Jij ook nog Joe?’
‘Graag, doe er nog maar een. Dank je.’
Etienne was ook een heel aardige vent. Hij vroeg me of ik het wel allemaal volhield. Zo alleen. Want hij had begrepen dat Eva de meeste tijd bij Henry in het appartement verbleef.
‘Ze is wel heel erg goed Joe. Je mag trots op haar zijn.’
‘Nou ja, het is haar talent…’
‘Nou, ze vindt anders dat als jij er niet was geweest, het allemaal anders was gelopen  Blijkbaar heb je een heel belangrijke invloed op haar. Dus niet zo bescheiden…’
‘Dank je Etienne, dat is bijzonder aardig van je.’
‘Weet je Joe, we zien natuurlijk een hoop talent. Jonge mensen, zowel jongens als meisjes die naar Parijs komen om hun droom waar te maken. Om hun geluk te zoeken. Misschien dat er af en toe een doorkomt, maar de meesten stranden. Niet alleen omdat ze net niet voldoende talent hebben, maar vooral omdat ze vereenzamen, ten onder gaan in de massa van de grote stad. Misschien is dat wel het verschil. Eva weet dat ze een vangnet heeft. Ze is niet bang om te vallen, want ze weet dat er iemand is die haar op zal rapen. En van het een komt het ander. Nu ze zover is, heeft ze inmiddels zoveel mensen om haar heen, zodat ze elke dag zekerder wordt en daarmee ook steeds beter. Ze is net als een ruwe diamant. En jij, wij en zijzelf slijpen deze ruwe diamant tot een briljant die op den duur zal schitteren, hoe je er ook naar kijkt.’
‘Dat heb je mooi gezegd.’
‘Dank je, maar zo zien wij dat. Kun je daarin vinden?’
‘Ik geloof het wel.’
‘Je bent zo ongelofelijk belangrijk voor haar, Joe. Neem dat maar van me aan.’
Ik zweeg. Eva en Marie kwamen gearmd terug van de toiletten. Eva vroeg aan Marie of ze nog wilde dansen en ze gingen samen naar de dansvloer. Ze hadden het eerst aan mij gevraagd. Of ik dat goed vond. Ik had natuurlijk geen enkel bezwaar. Integendeel. Ik zag van afstand de twee vrouwen, die zo belangrijk voor me waren. Ik gaf eindelijk toe dat mijn gevoel voor Marie meer was dan alleen vriendschap. Beide vrouwen waren speciaal voor mij. Ik voelde me verward, rijk en gelukkig. Trots op beiden. Ik zag dat Eva en Marie druk in gesprek waren. Ze lachten en hadden plezier. Ik dacht aan Veronique. Ik had geen idee hoe het verder moest. Het was ook even niet belangrijk. Ik genoot van het moment. Dat was het beste wat ik kon doen. Henry slaakte een kreet. Ik keek hem aan.
‘Joe, het is me gelukt…! Eva en Veronique doen samen twee nummers…in Olympia…! Ik heb nu een vol uur geclaimd en gekregen.’
Ik stond op en Henry omhelsde me. En ik hem. Wat had ik me toch vergist.
Veronique en Luc waren op de dansvloer. Ik zag dat Luc Eva afwisselde en met Marie verder danste. Eva en Veronique liepen richting onze tafel. Henry vertelde het goede nieuws. Eva en Veronique vielen elkaar in de armen en daarna werd Henry geknuffeld. Ik zag twee gelukkige meiden en een dolgelukkige Henry. Ik was benieuwd naar de reactie van Marie. Toen het orkest stopte wachtte Veronique haar moeder op.
‘Mama, ik mag ook twee nummers doen in Olympia samen met Eefje…zo goed van Henry.’
‘Ach mijn kind wat heerlijk voor je. Kom eens hier Henry, je hebt wel een heel dikke kus verdiend.’
Henry boog zich naar Marie en ze omhelsde hem en hij kreeg de beloofde kus. Hij bloosde er van. Even later kwam Luc terug van het toilet en zag de opwinding bij Veronique.
‘Heb ik iets gemist of zo…?’
Veronique vertelde over het geplande optreden in Olympia. Samen met Eva. Luc sloot Veronique in zijn armen en er volgde een uitgebreide kuspartij. Henry kreeg de complimenten en een omhelzing van zijn oudere broer André, die zich ondertussen ook weer bij ons had gevoegd. Luc, die inmiddels Veronique had losgelaten, knuffelde zijn broer. Marie glunderde. Het was een zeldzame chemie tussen toch allemaal verschillende karakters en ik was er trots op om daar deel van uit te mogen maken. Het was tegen vier uur toen Etienne en Luc opstonden. Luc had beloofd om Etienne terug te brengen naar Vitry. Bovendien woonde hij zelf ook in dat deel van Parijs. Hij had daar een appartement in een van de buitenwijken. Maar hij was wel op zoek naar woonruimte in het centrum.
‘Ga je vanavond met me mee lieverd…’ vroeg hij aan Veronique.
Ze keek naar haar moeder. Marie reageerde niet.
‘Wil je dat echt… Luc?’
‘Niks liever…’antwoordde hij.
‘Nou, dan gaan we… Mama, ik bel je nog wel.’
Ze nam afscheid van Marie en ook van mij. Eva en Veronique vielen elkaar om de nek.
‘Eefje, ik ben zo blij…’
‘Veronique, lieverdje we gaan er voor. We krijgen ze stil…zeker weten. Ze zullen over ons lullen tot in de verste uithoeken van Frankrijk.’
Toen ze uitgeknuffeld waren vroeg Henry of Eva met hem of met mij meeging.
‘Ik wil morgen weer vroeg in de studio zijn. Het moet morgenmiddag klaar zijn. Anders redden we het niet…’
Ze kwam naar me toe.
‘Nog een paar daagjes lief, dan ben ik er weer voor jou, zolang je maar wilt… is dat goed?’
Ze zei het zo ontwapenend dat ik in mijn lach schoot.
‘Ga maar gauw en Henry meteen in bed met die kleine van me.’
‘Komt in orde chef…’
Eva nam afscheid van Marie en de twee hielden elkaar minutenlang vast. Alsof ze een pact hadden gesloten. Marie kuste Eva en streelde haar alsof het haar eigen dochter was. Ik vond het ontroerend om ze zo samen te zien. Etienne had afscheid genomen van André en hij liep achter Luc en Veronique aan die naar de uitgang gingen. Henry en Eva volgden.
‘Hebben jullie een taxi of zo?’ vroeg André aan mij.
‘Nog niet, maar dat zal wel niet zo’n probleem zijn, denk je wel?’
‘Ik zal er even een voor jullie regelen…’
Hij nam zijn mobiel.
‘Silvain wil je even een taxi regelen voor mevrouw Marie en meneer Joe. Alvast bedankt.’

58


De meeste gasten waren al vertrokken. Het werd rustiger in de zaak. Na vijftien minuten meldde Silvain dat de taxi voor stond. André sloot Marie in zijn armen en zei uit de grond van zijn hart, ‘lieve Marie, je bent hier altijd welkom. Maar ik zie je toch in ieder geval als je dochter debuteert bij Chez André…?
Je moet dan mijn eregast zijn. Wil je dat voor me doen?’
‘André, met alle plezier, dank je wel voor deze geweldige avond. Om nooit te vergeten. Kom hier.’
Ze omhelsde André en hij kreeg een dikke zoen en ik zag een lichte blos op zijn wangen.
André en ik omhelsden elkaar en klopten elkaar op de rug.
‘Bedankt man, voor alles…’
‘Jij ook en denk er aan, let op onze diamant. En ook op die kostbare dame daar’ en hij wees op Marie.
‘Zeker weten André… Zeker weten.’

De taxichauffeur stond te wachten, maar Marie ging toch nog even naar Silvain.
‘Gaat het goed met je…?’
‘Jawel, maar de mensen zijn je snel vergeten, maar dat hoef ik jou niet te vertellen.’
‘Nee, lieverd dat hoef je mij niet te vertellen. Maar ik ben je niet vergeten hoor en dat zal ik ook nooit doen…’
‘En ik jou ook niet Marie, hoe oud ik ook zal worden. Marie Bonnet zal altijd in mijn hart blijven wonen.’
Ze gaf Silvain een kus en liep met me mee naar de taxi.
Toen de man hoorde waar hij naar toe moest, fronste hij zijn wenkbrauwen. Maar zonder commentaar stapte hij in en reed weg. Marie schopte haar schoenen uit.
‘Oei wat doen mijn voeten zeer.’
‘Wil je ze op de bank leggen, ik schuif wel een beetje op.’
‘Dat gaat toch niet Joe.’
‘Jawel, probeer nou maar.’
Ze kroop in het hoekje van de auto.’
‘Leg ze maar op mijn schoot, dan zal ik ze een beetje masseren.’
‘Vind je dat niet vervelend?’
‘Anders had ik het echt niet voorgesteld.’
Ze legde haar benen op de bank. Marie had ranke voeten. Eigenlijk best klein voor haar lengte.
Ik masseerde vol gevoel haar tenen en haar enkels. Ze sloot haar ogen en ze had een mysterieuze glimlach om haar mond.
‘Het was wel heel leuk vanavond,’ zei ik.
‘Joe, ik heb zo genoten. Ik ben twintig jaar jonger geworden. Het voelt of het leven weer helemaal terug vloeit in mijn oude lijf.’
‘Je bent toch niet oud. Hoe kom je daar nou bij?’
‘Als je elke dag het gevoel hebt dat je niet meer leeft, niks meer meemaakt en dat elke dag hetzelfde is, dan ben je oud. En dat was ik totdat jij en Eva in mijn leven kwamen.’
Ze keek me aan.
‘Ik weet dat ik niet verder mag en Eva en ik hebben er met elkaar over gesproken. Ze is echt heel erg lief, jouw Eva. Het is echt een engel Joe. Heel bijzonder. Wees zuinig op haar, maar vergeet mij alsjeblieft niet. Ik zou er aan kapot gaan.’
Ik bleef haar voeten masseren. Bijna  gedachteloos. Ik wilde niet vragen waarover Marie en Eva hadden gesproken. Het leek er op dat Marie eerlijk was geweest en aan Eva had verteld dat ze meer voor me voelde dan alleen vriendschap. Ik voelde dat in ieder geval zo. Maar ook ik was verward. Ik kon ook geen duidelijke lijn trekken. Toen we bij ons appartement aankwamen deed Marie haar schoenen aan. Ik vroeg de taxichauffeur wat de kosten waren en hij zei dat alles was betaald. Ik gaf hem tien euro fooi en hij bedankte me.
‘Wil je nog een kopje koffie of iets anders?’
‘Heb je een cognacje voor me…?’
‘Ja hoor, wel niet van die dure.’
’Hij zal best wel te drinken zijn.’

Ik zat op de bank en nipte aan mijn glas. Ik had alvast wat voor mezelf ingeschonken. Marie wilde niets meer. Ze ging naast me zitten.
‘Joe, heb jij het ook leuk gehad…?’
‘Het was geweldig. De gebroeders Duval zijn bijzonder aardige kerels. En wat leuk voor Veronique…’
‘Ja, ik heb hun moeder gekend. Ze heeft alles voor haar zonen gedaan, alles wat in haar vermogen lag. Ze is er aan kapot gegaan. De jongens hebben het karakter van hun moeder.’
‘Je gaat volgende week zaterdag toch wel mee…?’
‘Ja zeker, wat dacht je.’
Ik dronk mijn laatste slokje cognac op en zei dat het de hoogste tijd was om naar mijn eigen appartement te gaan.
Marie keek me aan en ik zag de vragende blik in haar ogen.
‘Wil je nog even blijven Joe. Mag ik even bij je liggen?’
‘Geen probleem. Wil je dat zo graag Marie…?’
Ze knikte.
‘Nog een keer, om te weten hoe het voelt, daarna zal ik het je nooit meer vragen…dat beloof ik.’
Ik schoof een beetje naar de hoek van de bank. Ze legde haar hoofd op mijn schoot en ik streelde haar haren. Ik wilde wat zeggen.
‘Sstt,’ zei ze, ‘laat me even, zodat ik dit nooit meer vergeet.’
Het was bijna zes uur en Marie was in diepe rust. Ik probeerde ook wat te slapen, maar was bang dat ik haar wakker zou maken. Het voelde zo vertrouwd. Tegen half acht werd ze wakker. Ze schrok toen ze zag dat ik er nog steeds was.
‘Oh lieve schat, heb je hier de hele nacht met mij gezeten…? Had me dan toch wakker gemaakt. Wat vind ik dat vervelend. Je moet nou wel gaan slapen hoor, dat hou je niet vol.’
‘Je hebt geslapen als een marmot…’
‘Ja, maar ik vind…’
Ik legde mijn vinger op haar lippen.
‘Sstt…Marie, ik ben oprecht blij dat ik gebleven ben.’
 ‘Ga nou maar. Moet ik je straks wakker maken?’
‘Weet je, ik ga douchen en wat eten. Ik moest straks weer weg. Als ik nu ga slapen ben ik straks helemaal zo gammel als wat. Ik kan beter wakker blijven.’
‘Je mag hier wel douchen, dan maak ik ondertussen ontbijt voor je.’
‘Weet je wat, ik  ga boven even douchen en daarna kom ik bij je ontbijten. Dat lijkt me een beter plan. Bovendien kan ik dan ook even frisse kleren aandoen.’
‘Prima,’ zei Marie.
Ik stond op.
‘Joe…?
‘Ja Marie.’
‘Laat maar. Eh…bedankt dat je dit allemaal voor me wilt doen.’
‘Natuurlijk. Het is toch goed zo?’
‘Ja hoor, het is goed. Tot zo meteen.’
Ik ging naar mijn eigen appartement en nam een uitgebreide douche. Ik probeerde duidelijkheid te krijgen waar ik stond. Ik hoorde mijn mobiel en ik zette de kraan dicht en nam op. Het was Pierre. Hij was verhinderd en hij vroeg aan mij of de afspraak een week later kon. Ik vond het prima. Ik liep terug naar de douche en spoelde de shampoo uit mijn haren. Ik deed mijn jeans aan en een geel truitje. Het paste eigenlijk voor mijn gevoel niet bij mijn leeftijd, maar ik had het op aandringen van Eva van thuis meegenomen. Ik had het al een aantal jaren, maar eigenlijk nog nooit gedragen. Voordat ik naar beneden ging deed ik het weer uit en trok een T-shirt aan.
Marie had het ontbijt al klaar staan.
‘Ik hoef vandaag niet weg. Pierre heeft afgebeld. Wordt nu volgende week.’
‘Oh,’ zei Marie.
‘Ik denk dat ik zo meteen even Mocka ga zoeken. Dan ben ik die kaartjes ook weer kwijt…’
‘Is goed,’ hoorde ik haar zeggen.
Ik vroeg of er iets was. Ze was zo stil en zo kort van stof. Ze zei dat er niets was. Ze was alleen een beetje moe. Ik schonk nog een kop koffie in en vroeg of ze ook nog koffie lustte. Ze schudde van nee.
‘Marie, kom op nou, vertel nou eens eerlijk wat er is.’
Ze keek me aan. Ik zag geen twinkeling meer in haar ogen. Marie stond op en liep naar haar slaapkamer.
Ik vond het moeilijk. Ik kon toch moeilijk zo maar haar slaapkamer binnenlopen.
Ratio zei ook dat ik dat beter niet kon doen. Emotio vond mij een klootzak als ik haar zo alleen zou laten. Ik gaf Emotio gelijk en liep uiteindelijk naar de slaapkamer van Marie.
Ze lag op bed. Ze huilde. Ik ging naast haar zitten op de rand van haar bed.
‘Wat is er lieverd, waarom ben je nou zo verdrietig…?’
‘Dat weet je best Joe, ik probeer me te verzetten maar ik kan het niet…ik doe echt mijn best.’
‘Ik geloof je…ik vind het ook allemaal zo moeilijk… Zo verwarrend en zo ingewikkeld.’
Toen ik gisteren bij Antoine zat en jou en Veronique en Eva zo zag zitten had ik er alles voor willen geven als we een gezinnetje waren geweest. Jij en ik met onze twee dochters… Snap je wat ik bedoel? En gisterenavond had ik hetzelfde. Ik was trots op onze kinderen, maar realiseerde me dat het niet de werkelijkheid was. Het is zo complex.’
‘Als Eva er niet was geweest, had je dan van mij kunnen houden Joe? Had je mij dan lief kunnen hebben?’
‘Lieverd, het is veel complexer. Ik heb je al in mijn hart gesloten… Dat is de werkelijkheid. Ook nu Eva er is.’
Ze keek op en ik zag haar betraande ogen. Maar ik zag ook een flauwe glimlach.
‘En hoe moet dit nu verder Joe? Wat moeten we nu…?’
‘Als ik het wist, Marie. Als ik het wist…ik kan niet zonder Eva en ik kan niet meer zonder jou… Beiden hebben jullie bezit genomen van me. Maar ieder op jullie eigen manier. Ik weet het echt niet.’
Ze kwam overeind en ze streelde door mijn haren.
‘Arme Joe, voor jou is het zo ook niet gemakkelijk… Misschien wel het moeilijkst van alles.’
‘Het is me overkomen en jullie beiden maken zo gelukkig. Zonder Eva was ik hier nooit geweest en zonder jou was ik allang weer weg geweest en had ik Eva verloren. Zo ingewikkeld en absurd is het eigenlijk.’
‘Ik zal mijn best doen Joe, om te voorkomen dat je moet kiezen. Want dat is niet te doen.’
‘Kom hier lieverd,’ en ik gaf haar een kus.
Ze droogde haar tranen.
‘Ik zal nou eerst eens op zoek gaan naar mijn vriend Mocka. Moet je trouwens nog boodschappen doen?’
Marie knikte.
‘Dan doen we dat meteen. Kleed jij jezelf dan zo meteen aan?’
‘Ja, dat is goed.’
Ik liep de slaapkamer uit. Ik realiseerde me maar al te goed dat Marie meer voor mij voelde dan alleen vriendschap. Net als ik voor haar, wat ik al eerder had vastgesteld.

59


Marie had jeans aan en met daarop een witte blouse. Ze had haar haren opgestoken. Het viel me op dat ten opzichte van de eerste keer dat ik haar had gezien, ze wel jaren jonger leek. Ze pakte haar boodschappentas en we liepen de poort uit. De groep jongeren stond zoals gewoonlijk aan de overkant van de straat.
‘Mocka, ik heb de kaartjes voor je zusje…kom je ze even halen?’
Hij kwam naar ons toe.
‘Dag meneer Joe en madame Marie. Mag ik jullie iets vragen? Als het niet gaat is het ook goed hoor, geen probleem.’
‘Zeg het maar…’
‘Mijn moeder zou het fijn vinden als jullie een kopje thee kwamen drinken. Ze wil zo graag kennis maken met jullie. Maar als jullie het niet zien zitten dan is het ook goed hoor. Het is niet de fijnste plek om naar toe te gaan.’
Ik keek naar Marie. Zonder een woord te wisselen wist ik wat ik moest antwoorden.
‘Als jij ons er naar toe brengt en ons ook weer hier naar toe begeleidt, zie ik niet in waarom we dat niet zouden doen.’
Marie sloot zich hierbij aan en zei dat we dan later wel naar Gaston zouden gaan.
‘Wacht ik heb binnen nog iets voor je zusje. Daar zal ze best blij van worden.’
Ik liep naar binnen. Ik had nog een extra exemplaar van de cd van Eva. Ze had me die gegeven en had er een boodschap ingezet. “ voor Belle van Eva XXX”. Ik was hem bijna vergeten.
‘Geef hem maar aan dat meisje, misschien dat ze wel van deze muziek houdt,’ had ze erbij gezegd.
Toen ik terugkwam vroeg ik of bij Mocka thuis een cd-speler was.
Hij schaamde zich.
‘Nee, meneer Joe, we hebben niet veel…’
Marie had er nog wel een staan.
En met cd-speler, Mocka en een groep min of meer kansloze jongeren liepen we verder de wijk in. Het was stil op straat. Mocka zei dat we nog wel een eindje moesten lopen. Het verbaasde me eigenlijk dat ze dan toch op de hoek bij onze appartementen hun hangplek hadden. Ik vroeg maar niet naar de reden daarvan. Mocka vertelde ondertussen dat het beter was hier niet alleen te komen. Er waren nog een paar andere groepen. Iedereen had zo zijn eigen deel van de wijk. Het waren meestal groepjes van een man of tien tot vijftien met een leider. Hij was de leider van deze gang. Soms werd er wel gevochten. Maar als ieder in zijn eigen gebied bleef was er niks aan de hand. Alleen je moest wel even weten hoe het allemaal geregeld was. Vreemdelingen liepen zonder meer een risico. De politie durfde hier niet te komen. Mocka vertelde dat ze alles onderling regelden. We gingen een zijstraatje in. De rest van de jongeren bleef een beetje terug en verdeelden zich.
‘We zijn er,’ zei Mocka.
We liepen achter hem aan.
‘Mama…monsieur Joe en madame Marie zijn er. Voor Belle.’
De moeder van Mocka kwam naar ons toe. Ze stak haar hand uit. Ze was erg vriendelijk. Ze was getekend door het leven. Er ontbraken enkele tanden in haar bovengebit. Ze vroeg of we koffie of thee lusten en hoewel we het eigenlijk liever niet wilden zeiden we dat een kopje thee ons lekker leek. Mocka nam ons op verzoek van zijn moeder mee naar een kamertje aan de achterzijde van de woning.
‘Belle kan niet naar boven, daarom ligt ze hier…’ legde hij uit.
We gingen een kamertje binnen. Ik moest even diep inademen en slikken. Het was niet echt een frisse geur die ons tegemoet kwam. Marie keek me aan en weer zonder een woord te zeggen wisten we van elkaar wat we dachten.
Belle lag wat wezenloos voor zich uit te staren.
‘Hallo zusje, hier zijn die mensen weet je wel, waar ik van verteld heb.’
Belle probeerde overeind te komen.
‘Dag meneer, dag mevrouw…’
‘Dag Belle, ik hoorde van je broer dat je ook graag naar het concert in Olympia wil.’
Ze knikte.
‘Kijk Belle ik heb hier kaartjes. Eén voor jou en een voor je moeder en een voor je broertje… En misschien nog een voor iemand….’
Ik durfde niet de suggestie te doen dat nummer vier voor haar vader was. Ik kende de gezinssituatie niet, maar aan de hand van wat ik gezien had, had ik niet de indruk gekregen dat er ook nog ergens een vader was voor Mocka en Belle en die daarbij ook nog deel uitmaakte van dit gezin.
‘Het zijn de mooiste plaatsen…helemaal vooraan, zodat je alles goed kunt zien…Vind je dat fijn?’
Belle knikte. Ondertussen was haar moeder het kamertje binnen gekomen. Ik kon Belle moeilijk verstaan. De verlamming had zich de laatste maanden doorgezet en had invloed op haar spraak. Belle probeerde het wel. Er klonk een zacht maar verstaanbaar, ‘merci monsieur et madame…merci.’
‘Belle, de zangeres die daar zal optreden is mijn vriendin en ook de dochter van mevrouw zal in Olympia zingen. Speciaal voor jou.’
Belle zei dat ze ook graag zangeres wilde worden. Ik voelde de emotie bij me opkomen maar ik kon me gelukkig weer snel hervinden.
‘Belle, ze heeft alvast een cd meegeven. Dat is wel niet de muziek die ze daar zal spelen, maar deze is ook heel mooi. Moet je maar eens luisteren.’
Ik liet haar zien dat Eva ook iets in de binnenzijde van het cd-doosje had geschreven.
‘Zei je,’ zei ik, ‘voor Belle van Eva met kusjes.’
Ze was blij en ik zag een paar tranen over haar wangen rollen. De moeder van Belle zei dat ze het wel heel fijn vond, maar ze hadden niet zo’n apparaat om het af te kunnen spelen. Mocka stelde haar gerust en zei dat madame er voor gezorgd had. De moeder van Mocka en Belle stak haar armen in de lucht.
‘Mon Dieu, merci bien… Mon Dieu.’
Er werd een verlengkabel gehaald en de cd-speler werd aangesloten. De eerste pianoakkoorden rolden de kamer in. Belle was blij en ik zag een lach op haar gezicht.
‘Dat is heel lang geleden, meneer Joe,’ zei Mocka, ‘dank jullie wel.’
Belle zei iets, maar we begrepen haar niet goed. Mocka hielp ons.
‘Ze zegt dat ze de muziek heel erg mooi vindt en het haar heel erg blij maakt. Ze vraagt jullie om Eva te bedanken…voor de mooie muziek.’
‘Dat zullen we zeker doen,’ stelde ik haar gerust.
We lieten haar alleen met de muziek van Eva en ondertussen had haar moeder thee gezet. Nadat we onze kopjes leeg hadden gedronken, namen we afscheid. De groep onder leiding van Mocka bracht ons terug naar ons appartement. Ik vroeg aan Mocka of het toch wel zou lukken om Belle het concert bij te laten wonen. Hij zei dat hij wel wat probeerde te regelen. Hij kende nog wel mensen.
‘Waarom regel je geen taxi?’
‘Die komen hier niet.’
‘Kun je iets huren een busje of zo…?’
‘Dat kunnen we niet betalen, meneer Joe.’
‘Hoeveel denk je dat het kost?’
‘Twee honderd…?’
‘Kom op, dat kan toch wel voor de helft lijkt me Mocka. Je lijkt me een goede onderhandelaar.’
Hij haalde zijn schouders op maar was ook wel trots dat ik hem zo hoog inschatte.
‘Hier heb je honderd euro, daar moet je het maar mee doen. Maar wel voor je zusje gebruiken, anders krijg je ruzie met mij…’
Hij keek me aan.
‘Ik wil geen ruzie met u meneer Joe.’
‘Dat is je geraden. Ik ben er die zaterdag ook en ik wil Belle daar zien. En je moeder. Ik vertrouw op je Mocka.’
En ik legde mijn hand op zijn schouder.
‘U kunt op me vertrouwen meneer Joe en madame Marie. Echt.’
Hij stak zijn hand uit en bedankte ons. Marie en ik liepen gearmd naar Gaston. Voor de dagelijkse boodschappen. Marie zuchtte diep. Ik keek naar haar. Ze was aangedaan door alles wat ze had gezien. Ik was blij dat we in ieder geval wat hadden kunnen doen voor Belle. Een meisje dat eigenlijk zangeres had willen worden, maar in de knop zou blijven steken en langzaam dood lag te gaan op een achteraf kamertje in een achterstandswijk. Alleen een broertje en een moeder, dat was alles wat ze had. Ik bleef er maar even vanuit gaan dat het gezin vaderloos was. Nadat we onze boodschappen bij elkaar hadden en Gaston wederom ons een mooie fles wijn cadeau had gedaan liepen we terug.
‘Ik ben vandaag zo droevig Joe, ik raak het maar niet kwijt…’
‘Daar helpt zo’n bezoekje ook niet echt.’
‘Weet je Joe, gisterenavond zitten we flessen champagne weg te drinken van joost mag weten hoe duur en vandaag zie je hoe anders het ook kan zijn.’
We gingen het appartement binnen en ik volgde Marie.
‘Ja Marie, het is niet allemaal even eerlijk…’
‘Wil je vandaag bij me blijven Joe. Ik…ben zo bang dat je volgende week weg gaat… Eva  is echt van plan terug te gaan naar Nederland. Ze vertelde me dat gisterenavond.’
‘Als ze een nieuwe aanbieding krijgt blijft ze echt wel in Parijs…zeker als André haar vraagt. Je hebt toch gehoord dat hij haar graag een contract wil aanbieden…’
Ik weet niet waarom ik dat zei en ik vond het eigenlijk niet eerlijk tegenover Marie. Want ik wist absoluut niet of Eva van plan was om in Parijs te blijven. Ze had steeds gezegd dat zij na Olympia wilde stoppen, hoewel ik er van overtuigd was dat muziek haar leven was en ze dat niet zo maar op zou willen geven.
‘Denk je dat? Ze is echt wel van plan om te stoppen met zingen en spelen. Ze vertelde me dat ze met jou een nieuw leven wil beginnen. Ze wil kindjes…’
‘We hebben het daar nog niet over gehad, Marie.’
‘Ze vroeg of ik jou ook leuk vond…’
‘Wat heb je gezegd?’
‘Dat ik je wel aardig vond, maar meer ook niet.’
‘Meer ook niet…?’
‘Joe alsjeblieft, je weet toch wat ik voor je voel, maak het mij nou niet zo moeilijk.’
‘Marie, sorry. Zo heb ik het niet bedoeld.’
‘Weet je Joe, het doet me zo zeer om te weten dat jij… Sorry.’
Ze maakte haar zin niet af en liep naar de keuken. Ik had met haar te doen. Het was inderdaad zo moeilijk en allemaal zo ingewikkeld. Het liefst was ik haar achterna gegaan en ik had haar dan in mijn armen willen sluiten. Ratio verbood het me, het zou het allemaal nog maar complexer maken. Ik ging op de bank zitten, maar na twee minuten stond ik op en ging toch maar naar de keuken. Marie was er niet. Ik klopte op de slaapkamerdeur. Ze antwoordde niet en ik liep naar binnen. Ze lag op haar buik en ik hoorde haar snikken.
‘Wil je me alleen laten Joe. Alsjeblieft…ik moet dit zelf oplossen.’
Ik probeerde haar te troosten door haar haren te strelen, maar ze draaide zich van me weg.
‘Wil je alsjeblieft weggaan Joe, wil je me alleen laten.’
Ik ging de slaapkamer uit en ging op de bank zitten. Er lag nog een krant en ik probeerde wat te lezen. Ik moest aan Veronique denken. Ze had me nog zo gewaarschuwd en ik had het haar nog zo beloofd.
Ik pakte het schaakbord en zonder doel zette ik de stukken op de velden. Ik speelde tegen mezelf. Wat er ook gebeurde, hoe goed ik ook was, al zou ik winnen, ik zou toch verliezen. Hoe symbolisch.
Ik ontkurkte de fles wijn die Gaston mee had gegeven. Ik dacht aan Eva en aan Marie. En aan de spagaat waar ik in terecht was gekomen. Twee vrouwen, die blijkbaar om me gaven, maar nog erger twee vrouwen die zich in mijn hart hadden genesteld. Een onmogelijke situatie. Ratio gaf het op. Het was niet te doen. Wie niet wil luisteren, moet maar voelen. Emotio probeerde de boel te ontwarren, maar ik kreeg niet de indruk dat hij dat met veel overtuiging deed. Voor ik het wist had ik mezelf schaakmat gezet. Ik stond op en ging naar de keuken. Ik had zin in een sterke kop koffie en vroeg me af hoe het allemaal verder moest. Ik hoorde de deur van de slaapkamer. Marie zag er moe uit. Ik zag haar roodomrande ogen en had met haar te doen. Zo had het eigenlijk allemaal niet moeten zijn, maar ja het was nu eenmaal zo. Ik vroeg of ze ook zin had in koffie. Ze knikte.
‘Sorry Joe, ik ben helemaal van slag. Misschien is het beter dat we elkaar even met rust laten. Wat vind jij…?’
‘Misschien wel, ik weet niet wat helpt, om eerlijk te zijn…’
‘We kunnen het in ieder geval proberen. Na volgende week zaterdag moet ik ook alleen door…’
‘Ik weet het niet Marie.’
‘Wees nou eens eerlijk, hoe groot is de kans dat jullie in Parijs blijven… Eva wil een ander leven, geloof me nou Joe.’
‘Stel dat André haar in het nieuwe programma opneemt…’
‘En dan kan het zo door gaan…? Kom nou toch Joe, dit kan niet blijven duren. We moeten er maar een punt achter zetten. Hoeveel pijn het me ook doet.’
‘Is dat echt wat je wilt…?’
‘Ik heb niks te willen Joe, dat weet je net zo goed als ik. Ik ben van je gaan houden, terwijl ik wist dat dit niet goed zou gaan. Het had niet moeten gebeuren. Ik wil dat het stopt.’
‘Ik begrijp het lieve Marie, maar we kunnen toch wel vrienden blijven?’
‘Hoe had je dat gedacht…?’
‘Nou gewoon, we kunnen elkaar blijven zien, blijven opzoeken.’
‘We zien wel…maar ik denk dat het nu even beter is elkaar niet meer te zien. Dan kan ik alles eens voor mezelf op een rijtje proberen te zetten.’
‘Dat respecteer ik…hoewel ik het wel moeilijk vind.’
‘Zul je me niet vergeten?’
‘Lieverd, je blijft in mijn hart. Echt, dat beloof ik.’
Ik stond op om naar mijn eigen appartement te gaan. De blik van Marie deed me pijn. Ik zag dat ze probeerde haar tranen te onderdrukken, maar het lukte haar niet. Ik sloeg mijn armen om haar heen en drukte haar tegen me aan en ik streelde haar. Haar lichaam schokte van verdriet.
‘Als er wat is moet je me roepen Marie, dan ben ik er…’
Ze knikte en wreef met haar hand door haar ogen.
‘Is goed Joe, ga nu maar…alsjeblieft.’
Hoewel ik het moeilijk vond besloot ik toch maar te gaan. Alles voelde in een keer zo koud aan. Ik zette de teevee aan, maar er was niets dat me interesseerde. Ik probeerde een boek te lezen, maar ik kon me niet concentreren. De letters dansten en mijn hoofd bonkte. Ik vroeg me af hoe ik er zelf in stond. Ik kwam niet tot een antwoord. Marie had gelijk dat het zo niet langer door kon gaan. Het werd steeds ingewikkelder. Ik vroeg aan Ratio en Emotio om mij te helpen. Wat moest ik doen? Ratio stelde voor om na het concert terug te gaan naar Nederland. Weer mijn oude leven op te pakken. Samen met Eva, tenminste als zij dat wilde. Ik werd boos. Deze oplossing was er een van niks. Stel je voor, Eva de hele dag alleen in mijn appartement in een dorp waar nauwelijks iets te beleven viel. Dat zou absoluut niet gaan werken. Emotio probeerde ook een oplossing aan te dragen. Hij stelde voor om de keus aan Eva te laten. Als ze in Parijs wilde blijven moest ik me aanpassen. Als ze terug wilde naar Nederland, dan was er geen probleem. Ik dacht aan Marie. Geen probleem nee…maar mijn gevoelens voor Marie, die waren voor beiden maar even niet van belang. Ik kwam tot de conclusie dat het een grote warboel was en dat het maar het beste was om af te wachten. Na het concert zou het misschien allemaal wat duidelijker zijn. Ik pakte het boek weer dat ik op tafel had gelegd. Het bleef onrustig in mijn kop. Ik realiseerde me dat ik ook nog moest eten, hoewel ik nauwelijks trek had. Omdat Marie de laatste weken had gekookt en ik niet of nauwelijks thuis had gegeten, was er niet veel in huis. Ik keek op mijn horloge en ik zag dat het te laat was om nog naar de winkel van Gaston te gaan. Met een half stokbrood en een stukje brie moest ik het deze keer maar doen. De avond duurde ontzettend lang. Het leek wel of er geen eind aan kwam. Eva had beloofd dat ze mij zou bellen. Toen het uiteindelijk bijna tien uur was, verwachtte ik niet dat ik nog iets van haar zou horen. Ik realiseerde me maar al te goed dat als Marie er niet was geweest, ik elke avond zo had moeten doorbrengen. Rusteloos liep ik heen en weer. Van de keuken naar de kamer. Van de kamer naar de keuken. Ik besloot tenslotte maar om te gaan slapen, althans om naar bed te gaan. De gemiste nachtrust hielp me wel. Ik sliep binnen de kortste keren. Eva had niet meer gebeld.

60


De twee dagen die volgden waren op zijn zachts gezegd niet erg opwindend. Ik had alle stoelen gehad en het enige hoogtepunt was het uitstapje naar de winkel van Gaston geweest. Toen ik langs de balie kwam keek ik of Marie ergens zag.  Het was er donker en stil. Ik zag het belletje maar vond het beter om haar maar niet te storen. Het was wel moeilijk.
Gaston vroeg me waarom ik alleen was. Ik probeerde er een aannemelijk  verhaal van te maken en zei dat Marie druk was met de verhuur. Gaston keek me aan en ik had de indruk dat ik hem niet had kunnen overtuigen.
‘Komt Marie vandaag zelf ook nog…?’
‘Ik weet het niet Gaston…ik weet niet wat haar plannen voor vandaag zijn.’
Hij draaide zich om en liep naar zijn magazijn.
‘Hier heb je nog een lekker glas wijn. Volgens mij kun je het nu wel even gebruiken.’
‘Dank je wel Gaston, aardig van je… En uh ja, ik kan wel zeggen dat ik er even aan toe ben…’
Hij schudde zijn hoofd en mompelde dat verliefdheid maar een vreemd ding is.
‘Nou sterkte Joe, meer kan ik ook niet voor je doen…’
‘Dank je Gaston, dank je voor je steun.’
Toen ik terug liep naar mijn appartement vroeg ik me af hoe hij de situatie zo goed had kunnen inschatten. Ik had hem nauwelijks iets verteld en naar ik begrepen had was Marie nog niet bij hem in de winkel geweest. Ik liep terug naar het appartement.
Toen ik de balie passeerde zag ik dat alles nog steeds donker was. Het maakte me verdrietig. Het was pas zaterdag en ik voelde dat het nog een lange week zou worden, tot aan Olympia. Ik had werkelijk helemaal niets te doen. Ik verveelde me rot. Nadat ik wat gegeten had kwam ik op het idee om Bob nog maar eens te bellen. Ik had geluk. Hij was eens een keer niet in gesprek.
‘Hoi Bob, met Joe… Alles goed met Anna en met jou?’
Bob antwoordde dat het allemaal prima met hen ging. De zaken gingen goed en hij had ook weer een nieuwe klant in Rotterdam. Hij vroeg me hoe het er voor stond met Pierre. Ik vertelde hem dat het bezoek was uitgesteld en dat ik nog een nieuwe afspraak moest maken.
‘Ik laat je wel weten of het iets kan worden. Op zich heb ik er wel vertrouwen in. Doe je de groeten aan Anna…?’
Bob vroeg of hij nog iets voor me moest doen.
‘Nee hoor, verder lukt het allemaal wel. Volgende week zaterdag is het concert. Daarna zien we wel.
Ik weet nog niet wat het plan zal worden. Misschien komen we wel terug naar Nederland… Nou… dan maar tot ziens of beter tot horens…’
Ik verbrak de verbinding. Direct daarna ging mijn mobiel. Ik zal op mijn display een Frans nummer.
‘Joe Grey…’
Het was Pierre. Hij vroeg of de donderdag de week daarop mij schikte. Om naar hem toe te komen. Ik zei dat het goed was. Hij zei dat hij er nog eens over had nagedacht en dat hij toch wel wat mogelijkheden zag. Ik ging er maar van uit dat we voorlopig in Parijs zouden blijven.
‘Fijn Pierre, ik hoop dat we samen tot iets kunnen komen. Het zou me wel passen…’
Ik drukte mijn mobiel uit en ging op de bank zitten. Ik had geen rust. Ik kon me geen voorstelling maken op welke manier ik de komende dagen door moest komen. Emotio vroeg zich af of het niet beter was om toch maar weer naar Marie te gaan. Ratio was een fel tegenstander van dit idee. Nadat ik de hele middag door had gebracht met het lezen van het boek, waar ik inmiddels al een kleine veertig bladzijden van achter de rug had, werd het tijd om iets aan het avondeten te gaan doen.
Ik had in de koelkast nog kippenpoten, aardappelsalade en verse sla. Ik beleefde er niet veel plezier aan om het klaar te maken. En zeker niet om het daarna in mijn eentje op te eten. Ik dacht aan Marie. Ik beheerste me en ondanks de drang om naar haar toe te gaan, bleef ik in mijn appartement.
Het was tegen negenen toen Eva me belde. Ze vertelde me dat alles goed ging. Ze werkte hard, samen met Luc en Veronique. Het album was bijna gereed. Veronique had haar geweldig geholpen en als ze klaar waren gingen ze samen nog wat leuks doen, even wat eten en nog wat drinken. Het was tenslotte haar vrije avond.
‘Je hebt gelijk, je moet je ook even kunnen ontspannen…’ antwoordde ik.
Ik hoorde het mezelf zeggen met een ietwat negatieve ondertoon. Eva viel het blijkbaar niet op.
Ze zei dat ze het fijn vond dat ik zoveel begrip voor haar had. Ze vertelde dat ze in de komende week een gesprek had met André. Over haar toekomst.
‘En de mijne…’ voegde ik hier aan toe.
Ze reageerde nauwelijks op mijn opmerking en ze vertelde dat Henry bezig was met een nieuw project. Het was nog maar pril, maar het was uiteindelijk de bedoeling dat ze als hoofdact zou worden gelanceerd. Ze vond het allemaal heel erg spannend.
‘Maar er is nog niets zeker hoor…’ voegde ze er snel aan toe.
‘Dus je blijft gewoon muziek maken Eva…?’
Het bleef even stil. Ze zei dat ze er nog eens goed over na moest denken en dat ze daar ook nog met mij over wilde praten.
‘Nou, ik hoor het wel… Veel succes en wanneer zie ik je weer eens?’
‘Waarschijnlijk morgenavond, maar ik bel je nog wel. Dag lieverd’ was het antwoord dat ik kreeg.
Ze verbrak de verbinding.
Ik vroeg me af wat ze nou eigenlijk wilde. Ik kreeg het gevoel dat ze in haar hart toch zou gaan kiezen voor haar muziek. In dat geval was er voor mij niet veel meer weggelegd dan een plaats op de tweede rang.
Ik raakte enigermate geïrriteerd. Het kon toch niet zo zijn dat ik de rest van mijn leven op deze manier in ging vullen. Alles afgestemd op Eva. Ik hing er maar wat bij. Het drong tot me door dat dit de eerste scheurtjes waren in mijn onvoorwaardelijke volgzaamheid. Het ging verder. Ratio deed er nog eens een schepje bovenop. Waarom wilde ze niet met mij vrijen en Ratio vroeg zich af of ik niet alleen maar werd gebruikt. Ratio voelde zich sterk. Waarom accepteerde ik alles als een mak schaap. En dat ik de hele dag me dood zat te vervelen en dat zij zich vermaakte in hartje Parijs. Ze zei toch dat ze vanavond weer leuke gezellige dingen ging doen met Veronique. En ik dan…  Emotio rechtte de rug en probeerde Ratio te overbluffen. Eva deed toch ook haar uiterste best voor mij. Was het niet prachtig dat ze mij zo dankbaar was. En de cd dan, die aan mij was opgedragen…als dank voor mijn begrip en vertrouwen. Er heerste een regelrechte oorlog in mijn hoofd. Ratio ging verder en vroeg zich af of ik wel goed bij mijn hoofd was omdat ik alles op Eva zette en daarbij aan de oprechte liefde van Marie voorbij ging. Dit was een absolute voltreffer. Ik huiverde bij die gedachte. Was ik dan echt zo blind voor de werkelijkheid…? Emotio vocht terug. Eva had me uit mijn grijze bestaan getrokken en mij kennis laten maken met mensen zoals Henry, André en natuurlijk ook Marie. En met de vrienden van Marie. Met Veronique en dankzij Eva was er vriendschap tussen mij en Theo en Connie Boering. Mensen die als Eva er niet was geweest geen enkele interesse in mij zouden hebben getoond.
Ik voelde dat Emotio me hiermee te kort deed…tenminste ik probeerde mijzelf dat aan te praten, maar wist maar al te goed dat ik zonder Eva nog steeds elke dag op dezelfde grijze wijze zou hebben ingevuld. Er was geen andere wereld voor mij geweest als die van kabeltjes en stekkertjes. Elke dag hetzelfde, in mijn appartementje. Elke dag dezelfde sleur. Was dat nou wat ik wilde…? Ik had nog een halve fles wijn openstaan. De wijn die ik de dag tevoren van Gaston had gekregen. Ik schonk mezelf nog een glas in en stelde vast dat dit laatste beetje wijn wel het hoogtepunt van deze zaterdag zou zijn.

61


Toen ik de volgende morgen langs de balie liep zag ik op het bordje staan dat Marie afwezig was. Het was half tien. Ik vroeg me af waar ze naar toe was. Niet dat ik daar iets mee te maken had maar het was zo maar een gedachte die bij me opkwam. Ik had redelijk goed geslapen en Ratio en Emotio hadden me in ieder geval niet gestoord tijdens mijn nachtrust. Dat had me wel geholpen. Ik was niet zo somber meer.
Ik ging naar buiten en zag de Peugeot van Marie naast de Volkswagenbus van Eva staan. Ze was dus niet weg met de auto. Waarschijnlijk was ze boodschappen doen. Misschien dat ik haar wel tegen zou komen. Sinds donderdag had ik haar niet meer gezien en miste haar wel. Ik liep de poort uit en ik zag Mocka met zijn vrienden aan de overkant van de straat staan.
‘Hallo meneer Joe, goedemorgen. Madame Marie is toch niet ziek?’
Ik liep naar de groep toe en zoals gebruikelijk werden er eerst handen geschud.
‘Nee hoor, madame is niet ziek. Heb je al iets kunnen regelen voor Belle, je zusje?’
‘Ik ben er hard mee aan het werk. Maar tot nu toe is het me nog niet gelukt. Blijkbaar vertrouwen ze me niet…’
‘Kom op Mocka, ik vertrouw je. En ik vertrouw er op dat je het geregeld krijgt. Kan ik nog niets voor je doen?’
Mocka zweeg en keek naar de grond.
‘Het is lastig meneer Joe, als je zegt dat je uit deze buurt komt…’
‘Jammer Mocka, dat het zo gaat. Maar nogmaals als ik iets voor je kan doen dan moet je het maar laten weten…’
Ik zag in zijn ogen dat hij er nog niet gerust op was dat het hem zo lukken om vervoer voor zijn zusje te vinden. Misschien was de Volkswagenbus wel een idee. Ik zou het aan Eva vragen.
‘Nou Mocka, ik ga eerst maar eens wat boodschappen doen. Moet ik nog iets voor jullie meebrengen? Hebben jullie ergens zin in?’
Mocka zei dat hij wel een colaatje zou lusten en er waren meer liefhebbers.
‘Nou tot zo dan…’
Ik ging naar de winkel van Gaston en die was in een superhumeur.
‘Joe het is vandaag een mooie dag…’
‘Vertel Gaston, heb je de loterij gewonnen of wat is er aan de hand…?’
‘Veel beter, heel veel beter Joe. Mijn dochter heeft me gisterenavond gebeld en heeft me verteld dat ze samen met Veronique gaat zingen en dansen bij Chez André. Eindelijk eens iets waar ik trots op kan zijn. En bovendien heeft ze me beloofd dat ze vandaag weer eens bij me langskomt. Ze blijft vannacht hier bij mij. Is dat niet geweldig…’
‘Dat is het zeker kerel… maar ik ben het niet helemaal met je eens. Ik denk eigenlijk dat je altijd al trots had moeten zijn op Janine, maar je bent een beetje eigenwijs… een beetje te veel vooringenomen. Je moet maar eens meegaan Gaston, mee gaan kijken dan krijg je een heel andere kijk op de dingen.’
‘Misschien wel, maar ik ben nou eenmaal zo. Ik heb Janine zo gemist. Maar ja een harde kop, misschien heb je wel gelijk…’
‘Misschien zeker…’
‘Nou dan… zeker. Maar ik ben wie ik ben.’
‘Ik hoop dat jullie het samen weer kunnen vinden, dan zou het vandaag inderdaad een prachtige dag kunnen worden.’
‘Daar heb je helemaal gelijk in…’
‘Is Marie vanmorgen nog bij je geweest…?’ probeerde ik zo onverschillig mogelijk te vragen.
‘Nee, ik heb haar al een paar dagen niet meer gezien. Ze is toch niet ziek of zo…?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Nou…we zien het wel.’
Ik nam twee sixpack cola mee en nadat ik Gaston veel plezier had gewenst met het aanstaande bezoek van zijn dochter liep ik terug.
Mocka en zijn groep zagen me sjouwen met mijn blikjes cola en een van de meisjes liep naar me toe en hielp me.
‘Nou jongens de groeten. En Mocka als het niet lukt, moet je het even laten weten. Afgesproken?’
‘Jawel meneer Joe, bedankt voor alles.’
Er werd instemmend gereageerd door de groep jongeren. Jammer dat ze zo weinig om handen hadden en de hele dag niet veel meer deden dan wat rondhangen.
Toen ik de poort binnen ging van het appartement zag ik een zilverkleurige Audi staan.
‘Waarschijnlijk nieuwe gasten…’ dacht ik, ‘hoewel ik me niet kon voorstellen dat iemand met zo’n auto hier onderdak zou proberen te vinden. Toen ik langs de balie kwam zag ik Marie. Ze had bezoek. Ze zag mij ook en kwam naar me toe.
‘Hallo Joe, lukt het allemaal wel…?’
‘Uh, nou ja het gaat en met jou Marie…’
‘Hetzelfde als met jou… denk ik.’
Ik zweeg.
‘Ik heb bezoek, misschien wil je hem even de hand schudden. Je kent hem in ieder geval.’
‘Hem…?’
Ik liep met haar mee en zag dat de bezoeker niemand minder was dan André.
‘Ha, mijn schatbewaarder…leuk je weer te zien.’
‘Eensgelijks André, maar aan mijn schat valt niet veel te bewaren. Ik denk dat je beter zelf op haar kunt letten, ik zie haar nog amper.’
‘Wat hoor ik nou Joe, is dat een beetje ontevredenheid in je stem…?’
‘Let er maar niet op. Het zijn niet mijn beste dagen,’ en ik keek naar Marie. Ze draaide haar gezicht van me weg. Ik voelde dat ze mijn woorden begreep.
‘Nou ik zal haar in ieder geval de groeten doen. Dat is wel het minste wat ik voor je kan doen.’
‘Dank je André. Maar wat brengt jou hier of ben ik nou te brutaal…?’
André keek naar Marie.
‘Vertel jij het hem Marie, of….’
‘Nee hoor met liefde en plezier… Joe, André heeft me gevraagd om bij hem te komen werken. Hij wil graag dat ik de begeleiding  ga doen van de meisjes. En eigenlijk…als alles goed gaat word ik de baas van de casting. Ik ben zo ontzettend blij met deze nieuwe kans…’
Ik liep naar haar toe en zonder erbij na te denken kuste ik haar.
‘Gefeliciteerd lieverd, ik gun het je zo…’
André glimlachte en ik voelde dat hij zo zijn gedachten had bij mijn kus.
‘Jij ook gefeliciteerd André met deze geweldige vrouw en bedankt dat je haar die kans wilt geven. Ze verdient het zo…’
Ik sloeg mijn armen spontaan om hem heen en klopte hem op zijn rug.
‘Ik denk, ik krijg ook zo’n innige kus van je…’ antwoordde hij.
‘Volgende keer lieve André, nu even niet… oké?’
‘Vooruit dan maar,’ zei hij met een brede lach.
Marie stond er stralend en vol trots bij.
‘Waarom komen jullie vanavond niet naar Chez André…? We hebben tenslotte iets te vieren.’
Ik keek naar Marie.
‘Ja, waarom niet… mee eens Joe?’ antwoordde ze.
‘Helemaal…’ zei ik en ik was blij dat we weer samen konden zijn.
André nam afscheid en liep naar zijn auto. Marie en ik zwaaiden hem uit.
‘Wat mooi voor je…’
‘Geweldig toch. Weg uit deze troosteloze omgeving en weer terug in het volle leven. Goh, dat ik dit nog mag meemaken. Het kan soms toch raar lopen…dankzij Eva. Zonder haar was ik André nooit tegengekomen of beter, hij mij niet.’
Ik sloeg mijn armen om haar heen en ik zei dat ik trots op haar was. Ze legde haar hoofd tegen mijn schouder en we bleven zwijgend een paar minuten staan. We waren even alleen op de wereld. Ratio probeerde mij tot de orde te roepen. Maar het had geen zin. Ik was zo blij dat ik weer bij Marie kon zijn. Emotio wreef zich in de handen. Hij had het gevoel dat alles er weer beter voor stond. Ik zei tegen Marie dat ik me om ging kleden. Ze zou nog niets tegen Veronique vertellen, want André ging regelen dat haar dochter samen met Eva ook bij Chez André zouden zijn. Het zou een mooie verrassing voor Veronique worden.

62


Toen ik me had omgekleed en weer naar beneden was gegaan ging mijn mobiel. Het was Anna. Bob had haar verteld dat ik zo triest had geklonken en ze vertelde me dat ze zich zorgen maakte.
‘Lief van je Anna, maar het gaat al weer wat beter. Ik zat even in een dipje. Ik vertel je nog wel eens het waarom. Hoe gaat het met je? Het is alweer zo lang geleden dat ik je heb gehoord. Ik mis je wel hoor.’
Anna stelde me gerust. Alles ging prima en Bob was heel tevreden over hoe de zaken liepen. Ze zei dat ze mij ook miste en vooral ook onze gezellige wandelingen. Bob was niet zo’n wandelaar.
‘Nou liefje, hopelijk gauw tot ziens. Nogmaals heel lief van je dat je zo bezorgd bent. Doe je de groeten aan Bob?’
Marie had zich omgekleed en ze zag er weer stralend uit. De fonkeling in haar ogen was weer helemaal terug.
‘Het is ook geen wonder dat je mij van mijn stuk brengt…’
‘Joe niet doen… alsjeblieft.’
‘Sorry, ik zal het niet meer zeggen…maar ik meen het wel hoor!’
Marie kwam naar me toe en gaf me een kus op mijn wang.
‘Ik weet het. Ik weet maar al te goed dat je het meent en dat maakt me blij, echt waar. Maar ik wil me niks in mijn hoofd halen. Laat me maar op mijn manier gelukkig zijn Joe…Dan is goed.’
Ik zweeg. Ik kon niets bedenken.

Marie stuurde haar Peugeotje behoedzaam door de drukke Parijse spits.
‘Je moet soms wel heel veel geduld hebben, maar uiteindelijk kom je toch weer op de plaats van bestemming…’ merkte ze droog op, terwijl we al een kwartier op dezelfde plek hadden gestaan zonder ook maar een centimeter op te schuiven.
‘Het is maar goed dat we geen planten zijn, anders hadden we hier zo maar wortel kunnen schieten…’
‘Joe Grey, niet zo ongeduldig. Al deze mensen hebben hetzelfde probleem…Ze willen allemaal in de zelfde richting, zonder dat ze ook maar enige vordering maken. We zijn allemaal lotgenoten.’
Ik keek haar aan.
‘Ja, ja Madame Marie Bonnet, u kunt het mooi vertellen…’
‘Zeker meneer Joe Grey, er is zoveel wat ik kan en wat u nog niet weet…’
‘Vertel…’
‘Nu even niet.’
‘Nou dan maar niet, dan moet ik er zelf maar proberen achter te komen…’
‘Doe je best.’
‘Dat zal ik zeker doen, Madame Bonnet. Dat zal ik zeker doen.’
‘Is dat een afspraak, een belofte…?’
‘Dat is een belofte en een afspraak. Of ik het allemaal waar kan maken is maar de vraag, maar ik zal in ieder geval mijn uiterste best er voor doen.’
‘Deal…’
‘Fijn, en probeer je nu weer te concentreren op je mede-lotgenoten,’ want ze had zich bijna in de kofferbak van haar voorligger gewurmd.
‘Sorry,’ zei ze, ‘ik was even afgeleid.’
Na anderhalf uur intensief verkeer, parkeerde ze haar auto op haar vaste plek. Er stonden nauwelijks auto’s.
We liepen arm in arm naar Place Pigalle. Het was nog net even te vroeg om al naar Chez André te gaan.
‘Zullen we even wat gaan drinken’ stelde ik voor.
Marie was het er mee eens. We zochten een terrasje en ik bestelde een flesje rode wijn.
‘Marie, op je nieuwe uitdaging. Ik ben zo blij voor je. Proost.’
‘Dank je wel Joe, op mijn nieuwe baan en op ons, dat we weer bij elkaar zijn…’
‘Zeker weten, want ik heb je zo gemist…’
‘Joe..! Je zou dat niet meer doen…’
‘Sorry…lieverd, maar…’
‘Sstt…’ zei ze en ze hield haar wijsvinger voor haar lippen.
We genoten van ons glas wijn en van elkaars gezelschap.
Emotio was blij en Ratio probeerde nog wat tegenargumenten aan te voeren maar zag al snel in dat het zinloos was. Ik voelde me gelukkig en daar kon niemand iets aan veranderen.

63


Tegen half tien kwamen we aan bij Chez André. Silvain begroette ons.
‘Hallo Marie, wat ben je weer mooi. Ik ben weer een gelukkig mens. Fijn om je weer te zien. Het kan me niet vaak genoeg zijn.’
Ik zag aan Marie dat ze hem bijna wilde vertellen dat ze bij Chez André kwam werken maar ze hield haar mond. Toen André ons zag kwam hij naar ons toe en vroeg aan een van de meisjes om ons naar onze tafel te brengen.
‘Ik zie jullie zo meteen wel,’ zei hij en liet ons alleen.
Ik keek om me heen en ik hoopte dat Eva er al was. Nadat we een drankje hadden gekregen en het meisje ons zei dat de champagne er aan kwam zag ik Veronique bij de ingang. Ik wenkte en ze zag ons. Ze was alleen.
‘Hallo mama en natuurlijk ook Joe, fijn om jullie weer eens te zien.’
Ze gaf Marie een kus en draaide zich naar mij.
‘Jij ook een kus, want ik heb jou net zo goed gemist.’
‘Ben je maar alleen? Ik dacht van Eva te hebben begrepen dat jullie iets met zijn tweetjes gingen doen maar ik kan me vergissen hoor…’
‘Heeft Eva je dan niet gebeld?’
‘Nee, had dat dan gemoeten?’
‘Nou ja…’ Veronique wist niet goed wat ze moest gaan zeggen. ‘Eh, nou ze is bij Henry. Ze voelt zich al een paar dagen niet zo lekker. Uh, ik dacht dat je dat wel zou weten. Sorry.’
Ik fronste mijn wenkbrauwen en ik keek naar Marie. Ze keek mij aan met een blik dat ze hier ook niets van snapte. Ik voelde me niet prettig bij de gedachte dat de vrouw die zei dat ze alles voor me over had, mij niet eens liet weten dat ze ziek was. In ieder geval dat ze zich niet lekker voelde.
‘Nou ja. Ze zal me nog wel bellen,’ ging ik verder en probeerde mezelf een houding te geven. ‘Ze was zo druk met van alles, ze heeft me vast niet ongerust willen maken.’
Het klonk niet echt overtuigend maar in ieder geval werd er van onderwerp veranderd. Veronique ging naast Marie zitten en ik verwachtte eigenlijk dat Marie het nieuws van haar baan zou gaan vertellen. Maar ze zweeg. Ze leek me wat afwezig.
‘Alles goed met je…?’ vroeg ik.
‘Eh jawel hoor. Ik was even niet bij de les. Sorry.’
‘Geeft niks mama, ik ben blij dat ik je weer zie. Weet je dat Janine vanavond sinds lange tijd weer naar haar vader gaat. Naar Gaston van de winkel. Ik hoop toch zo dat ze het weer gezellig krijgen. Dat zou zo mooi zijn voor Gaston, maar zeker ook voor Janine. Ze was zo ontzettend blij dat ze hem had gebeld en dat hij het fijn vond dat ze dat had gedaan.’
‘Nou, ik kan je zeggen dat Gaston helemaal opgewonden was toen ik hem vanmiddag sprak. Hij was de koning te rijk dat zijn dochter kwam,’ vulde ik aan.
‘Leuk toch,’ zei Veronique en ze zuchtte eens diep. ‘Weer twee mensen die blij zijn.’
‘Komt je vriendje niet?’ vroeg Marie.
‘Jawel hoor, maar die zit ergens vast in het verkeer. Hij heeft me een  half uur geleden gesmst dat
het nog wel een dik uur kan duren voordat hij hier zal zijn. Hij is wel leuk mama, vind je ook niet?’
‘Zeker kind, ik ben blij dat je iemand hebt die je gelukkig maakt. Alleen is ook maar alleen.’
Marie zei het op een wat sombere manier en Veronique keek naar mij.
‘Is er iets mama…?’
‘Nee hoor, wat zou er moeten zijn?’
‘Dat weet ik niet, maar je klonk ineens zo somber…’
‘Nou dat ben ik toch echt niet lieverd, integendeel.’
Veronique was gerustgesteld en schonk ons een glas champagne in.
‘Santé jongens, op ons allemaal op mama, op Joe, op Eva en Luc en mij.’
‘Santé,’ zeiden Marie en ik in koor.
We praatten nog wat en toen het diner werd geserveerd kwam André naar onze tafel.
‘Luc en Etienne komen er aan. Ze moesten nog even de auto parkeren. Henry en Eva komen helaas niet maar dat weten jullie natuurlijk al. Oud nieuws.’
Toen we compleet waren liet André een dure fles champagne brengen. Ik zag in de gauwigheid een etiket met daarop “grand cru brut.” Rotschildt…of zoiets.
‘Nou jongens laten we nu eerst maar eens proosten op onze nieuwe directrice casting en begeleiding… Marie Bonnet.’
Veronique keek vol ongeloof naar haar moeder.
‘Mama… Echt…?’
Marie knikte.
‘Santé vrienden op Marie Bonnet…’
De champagne was heerlijk. Een weldaad voor de tong en de keel. De lichte tinteling en de fijne smaak waren een pure sensatie voor mijn smaakpapillen.
Veronique feliciteerde haar moeder en ik zag de trots in haar ogen.
‘Mijn moeder…ze doet het toch maar… Wanneer wist je dat mama…?
‘Vandaag pas lieverd, André was vanmorgen bij me en heeft mij gevraagd of ik belangstelling had. Nou wat denk je… Ik vind het geweldig.’
‘En je kunt het mama, dat weet ik zeker. Wat leuk dat we nu samen bij Chez André werken. Moeder en dochter. Geweldig toch…’
‘Zeker,’ zei André ‘en ik weet zeker dat men jaloers op mij is dat Marie Bonnet voor Chez André gaat werken. Ik voel me dan ook in mijn nopjes dat ze ja heeft gezegd.’
Etienne richtte zich tot mij.
‘En Joe, Eva voelde zich niet lekker, hoorde ik van Luc. Wat heeft ze…? Een griepje…?’
Ik voelde me opgelaten. Ik wilde zeggen dat ik het ook niet wist, omdat ik het ook pas net had gehoord. ‘Ja, kan gebeuren Etienne. Het zal over een paar dagen wel weer over zijn…’
Marie keek me aan en ik zag de geruststellende glimlach om haar mond. Het was of ze me wilde zeggen dat ik er verstandig aan had gedaan om er wat omheen te draaien en niet mijn teleurstelling had laten blijken dat Eva niet even de moeite had genomen om mij te laten weten dat ze zich niet lekker voelde.
Luc vroeg aan Veronique of ze wilde dansen. Ze liepen naar de dansvloer. 
Etienne en André verontschuldigen zich. Ze moesten nog wat zaken bespreken. Ze zouden zich later weer bij ons voegen. Ik ging naast Marie zitten.
‘Vreemd toch, dat ze me niet even heeft gebeld?’
‘Ja, een beetje raar is het wel…maar je kent het verhaal nog niet, dus misschien heeft ze wel een goede reden Joe.’
‘Misschien wel. Maar ik blijf het vreemd vinden. Maar goed het is niet anders. Laten we onze avond of beter jouw avond er maar niet door laten bederven. Wil je soms ook dansen? Ik zou het heel fijn vinden Marie.’
Ze knikte en we gingen samen naar de dansvloer.
Ik voelde haar lichaam tegen dat van mij en ik genoot van de heerlijke geur van haar parfum.
Het orkest speelde een langzaam nummer en ze drukte haar hoofd tegen mijn schouder. Ik zag dat Veronique naar ons keek en ze knipoogde naar me. Ik was Eva even vergeten. Deze avond was de avond van Marie en ik deed mijn uiterste best om daar deel van uit te maken. Marie straalde en van de twinkeling in haar ogen raakte ik een beetje opgewonden. Ik gaf er aan toe. Ratio had de moed opgegeven en Emotio gunde Marie en mij dit moment.
Na een korte pauze van het orkest vroeg ik aan Marie om ze nog zin had om te dansen. Ze knikte. Toen we op de dansvloer stonden fluisterde Marie in mij oren, ‘wil je dit zelf zo Joe, of is het omdat Eva je op je ziel heeft gestaan?’
‘Lieverd, dit is jouw avond en ik ben blij dat ik daar deel van uit mag maken. Alles aan jou maakt me blij en gelukkig. Is dit voldoende voor je?’
‘Ja Joe, dit is meer dan ik ooit had mogen verwachten. Maar ik wil je niet afpakken van Eva…’
‘Sstt… lieve Marie. Ik ben hier bij je omdat ik dat zelf graag wil. Omdat jij me aantrekt als een magneet.’
Ik kuste haar op haar lippen en ze beantwoordde mijn kus. Ik wist dat Veronique ons had gezien.
Tegen middernacht voegden Etienne en André zich weer bij ons.
‘Zo Joe, volgende week gaat het gebeuren…’
‘Zeker weten,’ zei ik en ik nam maar aan dat hij het concert in Olympia bedoelde.
‘Het is wel mijn week geloof ik. Eerst het contract met Eva en vandaag mijn nieuwe castingdirecteur.’
Het kan niet op.’
Ik voelde me duizelig. Marie kneep in mijn bovenbeen.
‘Ja André zo gaat dat…’
‘Je bent zeker wel blij voor Eva… En wat ga jezelf doen? Of heb je daar nog niet over nagedacht…?’
‘Eh, nou niet echt. Het is allemaal nog zo nieuw…’
‘Dat kan ik me voorstellen’ zei André en wenkte naar een van de meisjes. Deze begreep direct dat er weer champagne werd gevraagd.
‘Mooi dat ze het meteen snappen,’ reageerde André tevreden. ‘Maar goed Joe, zoals ik al zei, ik kan me voorstellen dat je er nog eens goed over na moet denken. Zeker ook over jullie woonruimte. Het huurcontract loopt volgende week zondag af, is het niet Marie?’
‘Ja volgende week zondag is inderdaad de laatste dag…’
Ik zag dat Marie met me te doen had. Ze keek me aan en ze probeerde me gerust te stellen.
‘Eva is in ieder geval druk op zoek en ze zal zeker wat vinden. Ze kan in ieder geval voorlopig bij Henry blijven.  En jij…? Ga je terug naar Nederland of blijf je in Parijs? Of hebben jullie daar nog niet over gesproken?’
‘Nee, om eerlijk te zijn hebben we het daar nog niet over gehad.’
Mijn stem klonk koud en zakelijk. Het viel André blijkbaar op.
‘Ja jongen, soms is het moeilijk te beslissen wat het beste is.’
‘Zeker,’ zei ik en het liefst was ik weggegaan. Ik voelde me verraden en teleurgesteld. Gebruikt en
in de hoek gedrukt. Emotio was verdrietig terwijl voor het eerst Ratio het voor Eva opnam.
‘Misschien is het wel allemaal anders…dan dat je nu denkt,’ schoot het door mijn gedachten. ‘Je kent het verhaal van Eva niet. Geef haar in ieder geval een eerlijke kans om te vertellen wat ze van plan is.’
Het maakte me weer wat rustiger. Met dank aan Ratio kon ik blijven genieten van deze avond. De avond samen met Marie. Ik kon eerlijk blijven dankzij Ratio omdat het niet bij me opkwam om me af te zetten tegen Eva ten koste van Marie. Hoe het allemaal verder moest zou ik morgen wel weer zien.
‘Eerst vandaag, dan zien we wel weer verder,’ dacht ik.

64


Tegen half drie liepen we terug naar de auto van Marie. Ze had wel wat gedronken maar ik vertrouwde haar.
‘Wat naar voor je Joe, zoals het vanavond allemaal liep. Met Eva en zo bedoel ik.’
‘Vanavond is jouw avond lieverd, morgen is er een weer een nieuwe dag…’
‘Ik voel me net Assepoester… Het bal is bijna voorbij…’
‘Wie zegt dat ? Welke boze stiefmoeder? Waar is ze dan jaag ik haar weg…’
‘Kom Joe, je weet dat de dingen er morgen weer heel anders uitzien…’
‘Maar dat is morgen Marie, vandaag is vandaag en vandaag is nog even van ons, van jou.’
‘Lief van je, maar ik moet leven met morgen…’
‘Maar genieten van vandaag…’
‘Misschien heb je wel gelijk, maar…’
‘Joe heeft voor deze ene keer gelijk mevrouw Bonnet, misschien wel voor het eerst in zijn leven…’ zei ik met een hik.
Marie keek me aan en ze lachte.
‘Nou alleen deze ene keer dan…ben je een beetje dronken?’

Ze reed voorzichtig naar het appartement en toen ze haar Peugeot had geparkeerd vroeg ze of ik nog een kop koffie met haar wilde drinken.
‘Natuurlijk wil ik dat…lieve lieverd,’ zei ik met dubbele tong.
‘Je bent echt een beetje dronken meneer Joe Grey.’
‘Joe Grey dronken. Kom nou toch mevrouw Bonnet, casting directeur van Chez André. U bent me d’r eentje…’en ik struikelde over de stoelpoot en lag languit, uitgeteld in de kamer.
‘Joe…is het niet beter dat je naar je bed gaat?’
Ik voelde me niet echt heel goed en met veel gedoe kon ik nog net het toilet halen. Toen ik me weer wat beter voelde schaamde ik me voor mijn gedrag.
‘Sorry Marie, echt…sorry. Het viel ineens verkeerd…’
‘Ja hoor lieverd, dat kan gebeuren. Denk je dat je het appartement nog kunt halen?’
‘Ik ga het proberen Marie, ik ga het proberen…’
Ze zag wel in dat dit mij niet ging lukken.
‘Kom maar Joe, blijf maar hier. Dat ga je niet halen. Vind je het vervelend om bij mij in bed te liggen?’
‘Er zal wel niet veel meer… Eh… ik bedoel ik ben zo lam als wat… Als een schaap…’ en ik schoot in mijn lach en wist eigenlijk niet waarom.
‘Zo mak,’ wilde ik nog zeggen maar ik lag al op bed en Marie deed mijn schoenen en mijn overhemd uit. Tenslotte lag ik in mijn short in het bed waar ik niet in thuis hoorde.
Ik werd tegen de morgen wakker en ik had niet meer gemerkt dat Marie naar bed was gekomen. Althans ik ging er maar van uit dat ze al die tijd naast me had gelegen. Ze sliep nog. Ik zag de mooie lijnen van haar gezicht en haar kaken. Haar lange haar lag over haar kussen gedrapeerd. Ik zag haar mooie mond. Ratio zei me, terwijl mijn kop op barsten stond dat ik mezelf behoorlijk in de nesten had gewerkt. Emotio vond dat ook. Voor het eerst sinds lange tijd waren ze het samen eens. Twee tegen één. Ik was de grote verliezer.
Marie draaide zich om naar mijn kant. Ze zocht mijn arm en haar hand omklemde mijn onderarm.
Ik durfde me niet te bewegen. Ik was bang dat ze wakker zou worden en ze zou schrikken, als ze zag dat ik naast haar lag. Een onzinnige gedachte vond ik eigenlijk omdat ik er van uitging dat ze echt wel wist dat ze mij vannacht in haar bed had geparkeerd. Ik was het eens met Ratio en Emotio. Ik had het helemaal uit de hand laten lopen. Ik dacht aan hetgeen André mij had verteld. Het maakte me verdrietig.
Had Eva haar eigen plan en had ze mij alleen maar gebruikt?  En waar stond ik? Wat was mijn rol? Had ik wel een rol? Waarom vroeg André of ik terug ging naar Nederland? Zouden ze daar al over hebben gesproken?
En als het huurcontract volgende week zondag afliep, waar zou ik dan moeten blijven? Eva had onderdak, dat was duidelijk. Ik voelde tranen in mijn ogen. Ik voelde mij een schlemiel eersteklas. Een mislukkeling, een dromer, een fantast. Ingehaald door mijn eigen fantasie, waarin een jonge vrouw van achtentwintig, een ongelofelijk muzikaal talent, had gekozen voor een saaie verkoper van snoertjes en stekkertjes in plaats van applaus en roem. Hoe had ik zo stom kunnen zijn. Het liefst was ik van een brug gesprongen. Zo in de Seine. Verdwijnen voor altijd om nooit meer te worden teruggevonden. Het was een grote diepe depressie die Ratio en Emotio moesten ondergaan. Ze deden niets om me te helpen. Eigen schuld dikke bult. Blijkbaar voelde Marie mijn onrust en ik zag dat ze haar ogen opendeed.
‘Is er iets…?’
‘Nee hoor, ik lag maar wat na te denken over mezelf en over Eva…en zo’
‘En zo…?’
‘Ja, ik weet het allemaal even niet meer. Het is allemaal zo raar. Ik voel me kloten…sorry voor het woord.’
‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen…’
Ze kroop dichter tegen me aan en ik legde mijn hoofd op haar schouder. Ze streelde door mijn haar.
‘Ik kan het me voorstellen Joe… ik weet ook niet goed wat ik er van moet denken om eerlijk te zijn. Ik weet ook niet meer dan jij. Maar ik denk dat je Eva de kans moet geven om haar verhaal te vertellen.
Om te vertellen wat haar plannen zijn. En waar jij staat, Wat jouw rol daarin is. Tot dan kun je alleen maar gissen en dat helpt je niks, maar dat weet je zelf ook wel.’
‘Marie… laat maar… ’
‘Wat wilde je zeggen …?’
‘Het… ik weet het even niet…, ik… nou ja, ik ben zo blij dat je bij me ligt.’
‘Ik ook Joe, maar om eerlijk te zijn  ligt er nog iemand tussen ons in. En dat respecteer ik.’
‘Ik ook Marie, ik zal dat ook respecteren, maar ik krijg je nooit meer uit mijn stomme kop…’
‘Wil je dat dan wel…’
Ik dacht na over het antwoord. Het bleef even stil
‘Joe…?’
‘Nee lieverd, nee ik wil je niet meer kwijt… maar het is zo verdomd moeilijk allemaal. Ik dacht dat ik alles zeker wist. Nu weet ik niks meer zeker… Ik balanceer op een dun koord en ben bang in de diepte te vallen… ik ben bang Marie.’
Ze drukte zich tegen mij aan. Ik voelde haar warme lichaam.
‘Niet bang zijn Joe,’ zei ze met zachte stem, ‘laat de dingen maar gebeuren, vecht er niet tegen, laat het je maar overkomen. Dat lijkt me het beste. Wat het ook mag zijn. Verlies jezelf niet Joe, blijf jezelf trouw. Dat is de enige zekerheid die je hebt.’
Deze woorden hielpen Ratio en Emotio in ieder geval weer een heel klein beetje. Ze probeerden mijn gedachten weer een beetje te stabiliseren. Ik richtte me op en keek Marie in haar ogen. Ze straalden verdriet uit.
‘Komt het ook goed met ons…?’ snikte ze.
‘Ik weet het niet. Ik hoop het zo…’
In realiseerde me dat ik met deze woorden Eva had verraden. Ik had blijkbaar mijn keuze gemaakt.
Ik stond op en zei tegen Marie dat ik me ging aankleden. Ik beloofde  voor het ontbijt te zorgen. Dat had ze wel verdiend. Ik liep naar de keuken. Het was al weer maandag. Nog zes dagen tot aan Olympia. Lichtjaren verder voor mijn gevoel.

65


Toen ik het ontbijt klaar had riep ik Marie. Nog voordat ze in de kamer was hoorde ik Veronique.
Ik schrok en was blij dat ik me al had aangekleed.
‘Een goede morgen Joe, een mooie dag toegewenst.’
‘Jij ook Veronique. Ben je gisteren goed thuisgekomen…?’
Het was een domme vraag en ik realiseerde me dat maar al te goed.
‘Ik geloof het wel… anders was ik misschien vandaag wel niet hier geweest,’ zei ze kortaf.
‘Sorry,’ zei ik, ‘het is nog een beetje vroeg… En ik heb een zwaar hoofd. Een beetje teveel van het goede gehad.’
‘Dat gaat wel weer over. En tussen jou en mijn mama gaat dat ook weer over Joe…?’
Ik schrok en ik versteende.
‘Nou Joe, vertel…’
Ik hoopte dat Marie de kamer binnen zou komen en mij zou redden, maar voorlopig stond ik er helemaal alleen voor. Ze keek mij met haar doordringende blik aan. Haar gezicht stond strak.
‘Ik weet het niet Veronique… ik weet het niet…’
‘Joe, je weet toch nog wel wat we hebben afgesproken of moet ik je er aan herinneren…?’
‘Nee hoor, ik weet maar al te goed wat ik aan je hebt beloofd. En echt, ik kom mijn beloften na.’
‘Heb je vannacht bij mijn moeder geslapen?’
‘Ik was dronken…’
‘Dat was niet wat ik je vroeg…’
Marie had ons gesprek gevolgd en kwam de kamer binnen. Ik zag dat ze zich ook al had aangekleed.
‘Veronique, ik vind niet dat je het recht hebt…!’
‘Mama, ik wil niet dat iemand je nog verdriet doet…ik kan dat niet verdragen.’
‘Liefje, het laatste wat Joe wil is mij verdrietig maken. Ik wil eerlijk tegen je zijn. Eerlijk en open. Ik houd van hem en het liefste zou ik hem bij me houden. Voor hem zorgen. Met hem vrijen. Feesten.
Samen met hem genieten van alles wat ik ben en wat ik heb. Maar ik begrijp zijn dilemma. Hij is hier niet omdat ik het wil maar omdat Eva naar Parijs wilde en zijn liefde voor Eva bracht hem hier. En toevalligerwijze zijn wij elkaar tegengekomen. Ik ben van Joe gaan houden en dat is mijn fout, dat mag je hem niet kwalijk nemen.’
Veronique keek me aan.
‘En jij Joe, hoe sta jij hierin? Je bent het vriendje van mijn moeder en het vriendje van mijn beste vriendin. Snap je dat ik het daar tamelijk moeilijk mee heb.’
‘Ik snap dat best. Als je het zo zegt klinkt het ook tamelijk banaal. Maar je moeder zei het al, het is me overkomen, het is ons overkomen. Ik heb Eva al dagen niet meer gehoord of gezien. Ik deel alles met je moeder. Mijn plezier en mijn verdriet. Ze heeft me door deze moeilijke periode heen geholpen en nogmaals het laatste wat ik wil is haar pijn doen. Haar beschadigen. Weet je waarom Veronique…?’
Ik wachtte haar antwoord niet af.
‘Ik zal het je vertellen. Ik houd van haar…echt.’
Marie keek me aan. Ik had het uitgesproken. Zo maar, zonder dwang. Ik maakte mijn liefde voor haar wereldkundig. Patsboem. Geen enkele overweging. Geen enkele angst voor de gevolgen.
‘En weet je Veronique, ik zal haar liefhebben met heel mijn hart en ziel.’
‘En Eva dan… haar wereld zal instorten.’
Ik zag de harde blik in de ogen van Veronique.
‘Ik weet het niet Veronique, ik weet het niet… Maar wat ik wel weet is dat ze zal kiezen voor haar muziek en voor het succes en de erkenning. In ieder geval niet voor mij.’
‘Wie zegt dat?’
‘Dat voel ik meisje, ik ben wel een stomme klootzak, maar niet zo dom…’
Ze draaide zich om en stak haar handen in de lucht. ‘Merde, merde…Oh Vous!’
Marie was naast me komen staan. Ze hield mijn hand vast.
‘Veronique meisje, ik heb toch ook recht op een klein beetje geluk.’
‘Mama natuurlijk heb je dat. Ik wil niets liever dan je gelukkig zien… maar dit is zo moeilijk en ingewikkeld allemaal.’
Marie sloeg haar arm om haar heen en ik deed hetzelfde. Het voelde als twee ouders die hun kind wilden troostten. Veronique huilde en de boosheid was omgeslagen in een intens verdriet.
Ik probeerde haar te begrijpen. Het van haar standpunt uit te benaderen. Ik snapte haar wel. Haar zorg voor haar moeder. Haar zorg voor Eva, ingegeven door een hechte vriendschap, al was die pas een week oud. Ze wilde niet dat ze gedwongen werd te kiezen. Dat was haar grote angst. Ik ging naar de keuken en haalde een kop koffie voor haar.
‘Hier meisje, daar knap je wel weer van op.’ Het klonk een beetje als een dokter die een medicijn voorschrijft maar het was lief bedoeld. Hoewel, het kwam wat anders uit mijn strot.
Ze keek me aan en haar betraande ogen ontroerden me. Ze was oprecht verdrietig.
Marie streelde haar en ik vroeg of ze misschien iets wilde eten.
‘Nee dank, lief van je, maar ik heb even niet zo’n trek.’
‘Begrijp je ons een beetje liefje,’ zei Marie terwijl ze haar hand op de schouder van haar dochter legde.
‘Het is net zoals je al zei, allemaal heel lastig. Maar het is zoals het is. We kunnen het niet veranderen. Voor Eva is het moeilijk, maar ook voor Joe, voor jou en ook voor mij. Maar soms gaan de dingen zo in het leven. Niks aan te doen. Het kost pijn, verdriet en het brengt teleurstelling. Maar het mooie is dat er ook iets goeds uit kan komen. De liefde van twee mensen. Voor elkaar. En niet zoals jij en Luc. Jullie zijn verliefd. Dat is een fase die vooraf gaat aan echte liefde. Je mag hierin de liefde ontdekken. Ontdekken wat belangrijk is voor jou en voor Luc. En als het allemaal klopt en je bent het er samen over eens dan ben je toe aan oprechte liefde voor elkaar. Meisje,  Joe en ik hebben die fase overgeslagen. We zijn gerijpt door het leven. Ik heb Joe gevraagd of hij verliefd was op Eva. Hij wist het niet, hij kon het me niet zeggen. Ik heb hem gevraagd of hij van Eva hield. Hij wist het niet zeker. Ik wil hem niet stelen, het is zijn keuze, zijn leven en zijn gevoel. Ik weet dat ik van hem houd. En Joe heeft ons net verteld dat hij ook van mij houdt. Geen verliefdheid,  maar liefde en respect voor elkaar. Het maakt mij gelukkig en blij. Ik vind het zo jammer dat jij dat anders voelt.’
‘Mama, ik wil alleen maar dat je gelukkig bent… meer wil ik niet… maar ik ben zo bang dat het ten koste gaat van Eva. We zijn zo close mama, het voelt alsof ze een zus van me is. Snap je…?’
‘Ik snap wat je wilt zeggen. En het is goed en heel mooi van je dat jij je zorgen maakt over Eva.’
Ik legde ook mijn hand op de schouder van Veronique. Ze keek me aan. Ik probeerde haar te troosten.
‘Je moeder is gelukkig en geniet weer van het leven, met volle teugen. Ze maakt mij, maar ook zichzelf heel erg blij. Ik hoop echt dat je die blijdschap met haar… met ons wilt delen…’
Ik stond naast Marie en sloeg mijn arm om haar schouder.
‘Dat heeft Joe mooi gezegd Veronique. En ik ben het er van harte mee eens,’ zei Marie met zachte stem.
‘Mama, natuurlijk gun je ik dit. Dat is niet het punt…’
‘Laat het maar even rusten, de tijd zal het leren. De dingen komen altijd anders dan we denken.’
Ik nam een stukje stokbrood met marmelade. Marie zei dat ze geen trek had en Veronique nam een croissant met roomboter. We zaten zwijgzaam aan de tafel. De stilte werkte bijna beklemmend.
Mijn mobiel ging en we schrokken van het geluid. Het was Pierre die me vroeg of hij weer een nieuwe afspraak met mij kon maken. Het werd nog een week later. Ook op de donderdag, in het begin van de middag. Ik noteerde de afspraak in mijn agenda en vroeg me tegelijkertijd af of ik dan nog wel in Parijs zou zijn.
‘Hebben jullie samen nog geoefend voor Olympia…’
Ik probeerde het gesprek weer op gang te brengen.
‘We zouden gisterenmorgen nog wat doen, maar Eefje voelde zich toen al niet lekker. Dus het is er nog niet van gekomen. Maar we hebben deze week nog, al wordt het wel wat kort.’
Veronique leek zich weer wat beter te voelen.
‘Weet je Joe, het zou mooi zijn geweest als we een stuk of vier nummers samen hadden kunnen doen, maar dat gaan we niet redden. Nu breekt het een beetje. Want helemaal op het laatst is niet zo wenselijk en een onderbreking middenin is voor Eva best wel lastig. Ze moet dan daarna weer alleen door. Maar ze kan het wel hoor, daar hoef je jezelf geen zorgen over te maken.’
‘Dat geloof ik meteen. Ze is wat dat betreft een krachtpatser.’
‘Ze is er helemaal klaar voor. Ik mag niks verklappen, maar je zult je oren en ogen bijna niet kunnen geloven. Wat is Eefje een muzikaal wonder… Ze is zo geweldig.’
‘Nou ik ben benieuwd…’
‘Anders ik wel,’ zei Marie, ‘ik vind het zo knap wat jullie beiden doen. Ik had niet kunnen bedenken dat mijn dochter nog eens zangeres zou worden. Misschien wel een heel beroemde.’
‘Mama toe nou. Voorlopig is er geen sterveling die me kent. Ja, jullie en die paar die ons hebben gezien bij Chez André.’
‘Niet zo bescheiden. Jullie waren echt heel erg goed. En ook jouw solonummer mocht er zijn. Ik heb er volop van genoten. En ik was niet de enige,’ zei ik.
Veronique kleurde van mijn woorden.
‘Eh mam en jij? Wanneer begin jij met je nieuwe baan. Je blijft hier toch niet wonen…?
‘Alles op zijn tijd. Laat ik eerst maar eens zien dat ik mijn draai vind bij André. Dan zien we wel weer verder.’

66


Ik wilde op staan om nog even naar mijn appartement te gaan toen mijn telefoon weer ging.
Het was Henry. Hij belde me om me te vertellen dat het niet goed ging met Eva. Ze had barstende hoofdpijn en soms had Henry de indruk dat ze even buiten bewustzijn raakte. Hij vroeg mij om meteen te komen. Hij klonk wat paniekerig.
‘Henry, ik ga me omkleden en we komen er aan. Tot zo.’
Ik verbrak de verbinding. Marie en Veronique keken me met een vragende blik aan.
‘Het gaat niet goed met Eva,’ zei ik
‘Zullen we met je meegaan?’ vroeg Marie bezorgd.
‘Dat zou wel heel erg fijn zijn…’
Weet jij waar Henry woont,’ vroeg ik aan Veronique.
‘Ja hoor, ik heb Eefje er vorige week een paar keer heen gebracht.’

Binnen tien minuten waren we op weg naar Henry. Veronique reed. Ze  stuurde haar auto met het grootste gemak door het drukke verkeer. Af en toe claxonneerde ze en vloekte ze.
‘Idioten…! Merde. Nom de Dieu…’
Het hele arsenaal kwam voorbij. Maar eerlijk is eerlijk, we hielden er een aardig tempo in. Marie was in gedachten verzonken en zei niets. Net zo min als ik. Ik dacht aan Eva.

Toen we de straat inreden zagen we voor het huis van Henry een ambulance staan. Henry stond druk gebarend naar een plekje te wijzen, waar Veronique haar Alfa nog kon parkeren. Henry kwam paniekerig
op mij over. Het maakte mij in ieder geval nog ongeruster. Hij kwam op een holletje naar ons toe.
‘Goh, ik ben blij dat jullie er zijn… Ik durfde echt niet langer meer te wachten. Ze was echt helemaal weg. Ze reageerde nergens meer op.’
Ik sloeg mijn arm om hem heen. Hij was helemaal de kluts kwijt.
‘Je hebt helemaal gelijk Henry, ik denk dat het heel verstandig van je is geweest.’
Ik liep naar de brancard, die op het punt stond om in de ambulance te worden geschoven. Ik zag een heel klein stukje van haar gezicht. Ze lag daar roerloos met gesloten ogen. Ik schrok van haar bleke kleur.
‘Rustig maar meisje, het komt goed… we zijn bij je.’ Ik zei het in mijn zenuwen in het Frans
‘Ik denk niet dat ze u hoort…meneer,’ reageerde de kleinste van de twee ziekenbroeders.
‘Je weet maar nooit…toch?’ reageerde ik op onvriendelijke toon.
Hij snapte me en hield wijselijk zijn mond.
‘Waar gaan jullie naar toe, ik bedoel naar welk ziekenhuis? Willen jullie haar naar la Renaissance brengen?’
‘Wat u wilt meneer… U gaat daar nu ook naar toe…?’
‘Direct, naar de eerste hulp neem ik aan?’
‘Spoedeisende hulp meneer… Maar we gaan. Het is echt heel hard nodig.’
Ze stapten in en de ambulance reed met volle snelheid weg. De blauwe zwaailichten en de sirene stierven weg in de verte.
‘Kom,’ zei Veronique, ‘ik zal wel rijden. Ik geloof dat Henry het even niet meer heeft.’ 
Met zijn vieren in de Alfa gepropt scheurden we door Parijs op weg naar het ziekenhuis.
’Doe je wel voorzichtig liefje,’ zei Marie, ‘het is wel net zo prettig dat we heelhuids aankomen.’
‘Ik weet wat ik doe mama,’ reageerde Veronique, maar ze minderde wel wat vaart.
Voor mijn gevoel kwam er geen eind aan. Ik keek op mijn horloge. We waren pas vijf minuten onderweg.
‘Is het nog ver vanaf hier…’ vroeg ik ongerust.
‘Een minuut op vijf denk ik,’ zei Henry, die inmiddels weer wat tot zichzelf gekomen was.
‘Goh, dat was schrikken. Ik ben blij dat ik vanmiddag wat eerder naar huis ben gegaan. Stel je voor zeg…’
‘Zeg dat wel,’ antwoordde ik. ‘Henry, ik heb het gevoel dat je Eva hebt gered.’
‘Nou dat weet ik niet, maar ik durfde echt niet langer te wachten. Het wat allemaal zo vreemd.’
Ik zag het bordje met de ”H”. We waren in ieder geval in de buurt. Veronique wist waar de ingang was naar de opvang voor spoedeisende hulp en we reden de parkeerplaats op met het  bordje “Urgence”.
‘Volgens mij moeten we daar naar binnen,’ en ze wees naar een verlicht portaal.
‘Ik moet even een parkeerkaartje halen. Gaan jullie maar vast.’
We liepen naar de ingang en meldden ons aan bij het loket. De juffrouw vroeg waarvoor we kwamen en Henry vertelde het hele verhaal. Het kostte hem moeite om zich goed te houden. De juffrouw pakte de telefoon en we hoorden dat zij met de informatie die ze van Henry had gekregen probeerde te achterhalen waar Eva was binnen gebracht.
‘Alors, oké… ik zal het ze zeggen. Merci…’ en ze verbrak de verbinding.
Ze legde ons uit dat we naar afdeling E8 moesten gaan. Daar was Eva naar toe gebracht en ze gaf ons een kaartje met daarop een telefoonnummer en een plattegrond. Ze had een kruisje gezet bij de afdeling. Het waren lange gangen. Het was een immens ziekenhuis. Veronique wist dat het cijfer de kamer van de opvang aangaf. We telden af en kwamen aan bij E8. Er was een loket en samen met Veronique meldde ik me aan.
‘Ze moet net zijn binnengebracht. Met de ambulance. Ze was niet meer aanspreekbaar… Een meisje.
Eh…ik bedoel een jonge vrouw.’
De juffrouw achter het loket knikte en vroeg een momentje geduld. Ze pakte haar telefoon en uit het gesprek kon ik opmaken dat er iemand van de opvang naar ons toe zou komen.
Ze vroeg of we plaats wilden nemen aan de overzijde. Er stonden een paar stoelen, een bankje en een tafel. Ze vroeg of we koffie wilden of eventueel thee of water. Dat was er ook. En ze wees naar de automaat die in de hoek bij de deur van de wachtruimte stond. De minuten leken wel uren. Het duurde bijna twintig minuten totdat een jonge verpleger zich meldde. Hij kwam bij ons zitten en vroeg aan ons of wij familie waren. We legden hem uit dat we vrienden waren. Henry vertelde weer zijn verhaal. Marie had niet meer gesproken nadat ze Veronique had gevraagd wat rustiger te rijden. Ik zag dat ze het erg moeilijk had met de situatie. De verpleger vroeg of we een formulier met gegevens in wilden vullen en of we een paspoort of een ander persoonsbewijs hadden van Eva. Henry had ondanks dat hij overstuur was er aan gedacht om de tas van Eva mee te nemen. Hij gaf die aan mij. Ik voelde me opgelaten. Het voelde alsof ik in de spullen van Eva zat te snuffelen. Maar ik zette door. Ik zag behalve de gebruikelijke vrouwelijke spulletjes ook weer de strip met de pillen. Ik nam die er uit. En een paspoort. Dat bracht me even van mijn stuk, want het was een Duits paspoort.
‘Volgens mij klopt dit niet…’ zei ik en zocht nog even verder. Ik vond de autopapieren van de VW-bus en een verzekeringsbewijs dat blijkbaar betrekking had op ziektekosten of zoiets. Ook dit was een Duitstalig documentje. Ik wist even niet meer hoe ik het had.
‘Vreemd dat je dat niet weet…’ zei Veronique.
‘Ze heeft mij er nooit iets over verteld. Voor zover ik heb begrepen is ze Nederlandse.’
Ik keek in het paspoort. “Silvia Hochstetten von Imsberg”. Ik snakte naar adem en het werd zwart voor mijn ogen. Ik had het idee dat alles om me heen draaide. Mijn hoofd stond op barsten. Ik keek nog eens goed naar de foto. Het was Eva Winters… de Eva zoals ik die kende, zoals we haar allemaal kenden.
De verpleger vroeg of er een probleem was. Ik schudde van nee en vroeg aan hem om ons even alleen te laten. Hij zei dat hij zich over tien minuten weer bij ons zou melden. Ik vertelde over de naam in het paspoort. Henry transpireerde en had het niet meer. Veronique was nog de enige waar ik iets aan had. Marie had al eerder afgehaakt en zat nog steeds wat wezenloos voor zich uit te kijken.
‘Kijk, zie je dat Veronique, het is toch echt de pas van Eva, maar met de naam is van iemand anders… snap jij het nog dan snap ik het…’
‘Eens kijken… en ze bladerde door het paspoort.
‘Ik denk dat Eva niet Eva is maar Silvia. Tjee, en nou…?’
Volgens het paspoort was ze geboren in Paderborn. Haar leeftijd klopte.
‘Dat is in ieder geval iets,’ zei ze. ‘Zit er verder niets meer in haar tas. Geef eens als je wilt. De tassen van vrouwen hebben meestal nog van die verborgen vakken. Uit een zijvakje haalde Veronique nog een paar bankpasjes te voorschijn. Beide van Nederlandse banken. Beide op naam van Silvia Hochstetten von Imsberg. En uiteindelijk kwam uit een ander binnenvak het roodkleurige Nederlandse paspoort te voorschijn. Dat bracht me in ieder geval wat opluchting.
‘Hier pak aan…’ zei de dochter van Marie. ‘Jouw Nederlands is vast beter dan het mijne.’
De gegevens waren gelijk aan het Duitse paspoort, alleen dit paspoort was uitgegeven in Blaricum en wat mij op viel was dat dit anderhalf jaar geleden was gebeurd. Maar wel op de naam Silvia Hochstetten von Imsberg en niet van Eva Winters. Bij “nationaliteit” stond “Nederlandse “ingevuld.
‘Goh Joe, dat moet heftig voor jou zijn…’
Ik voelde me verschrikkelijk. Ik was bijna drie weken onderweg met een meisje dat eigenlijk veel te jong voor me was, waar ik niet te veel van wist, alleen dat ze Eva Winters heette, althans zo had ze zich aan mij voorgesteld. Nu, in deze absurde situatie kwam ik er achter dat zelfs haar naam niet klopte. Wat moest ik hier in godsnaam mee. Wat waren haar verhalen nog waard. De beloftes die ze had gedaan, de verhalen over de littekens… haar oma en opa… Het verhaal over haar moeder en haar vader. Haar zusjes… Het zweet druppelde van mijn voorhoofd en Veronique probeerde me gerust te stellen.
‘Eefje zal best wel een goede reden hebben dat ze zichzelf Eva Winters noemt. Nou niet meteen te hard oordelen lieverd… al kan ik best begrijpen dat je jezelf genomen voelt. Geef haar een kans Joe, alsjeblieft, wees nu niet te hard. Ze heeft je nu zo nodig…’
Ze pakte mijn hand en streelde die. Ik keek naar haar en ze zag mijn ogen vol met tranen. Ik kon me niet langer goed houden. Mijn wereld stond op zijn kop. Veronique pakte een tissue uit haar tas en wreef mijn tranen weg.
‘Zo meteen komt die verpleger weer. Zullen we samen proberen het formulier in te vullen? Het zal best goed komen,’ zei Veronique.
Ik knikte en ik voelde nu het warme medeleven van het meisje dat een paar uur geleden me vol woede had toegesproken. Marie had zich weer hervonden en was naast ons komen zitten. Henry zat gedachteloos door een tijdschrift te bladeren. Het duurde nog bijna een kwartier voordat de verpleger zich weer meldde. Hij zag het formulier waarop we nog steeds niets hadden ingevuld. Het was nog helemaal blanco.
Hij fronste zijn wenkbrauwen en zei met lichte irritatie in zijn stem; ‘de dokter komt zo, hij zal u uitleggen wat we denken dat er aan de hand is. Denkt u wel even aan het juist invullen van het formulier en niet vergeten te vermelden waar mevrouw is verzekerd.’
Henry keek op. ‘Als ik me garant stel, is dat voldoende denkt u…?’ vroeg hij aan de verpleger.
‘Als u dan wel uw gegevens zo compleet mogelijk wilt invullen, dan zal het best allemaal in orde komen. Dank u wel.’
Aan het eind van de gang zag ik twee doctoren en een verpleegster aankomen. Ik herkende Theo Boering.
‘Goddank,’ dacht ik bij me zelf.
Hij zag mij staan en hij haastte zich in onze richting. Hij schudde mij de hand en stelde zich voor aan Marie, Veronique en Henry.
‘Hallo Joe, wat naar dat we ons zo, onder deze omstandigheden moeten treffen.’
Hij vroeg aan mij wat er allemaal gebeurd was en ik verwees hem naar Henry. Ik kreeg medelijden met hem. Alweer moest hij het hele verhaal vertellen. Het ging hem steeds slechter af.
‘Hebben jullie verder nog informatie voor mij. Is er iets waarvan jullie zeggen dat het jullie opgevallen is. De laatste dagen of in zijn algemeen. Anders dan anders…?  Bij jou misschien Joe?’
‘Het enige wat me steeds is opgevallen dat ze zo van stemming kon wisselen. Van het ene moment op het andere moment leek het wel of er twee verschillende Eva’s waren. Snap je wat ik bedoel… Het verschil tussen de blueszangeres die tot het uiterste ging en de Lorelei aan de piano, zoals jij haar ook kent Theo. Zo totaal verschillend. Ik heb hier ook nog pilletjes die ze volgens haarzelf gebruikte om een boost van te krijgen. Tenminste dat vertelde ze me. Ze had ze via internet.’
Theo bestudeerde de strip en glimlachte. ‘Die kun je echt niet via internet krijgen Joe, maar goed.’
Hij deed de strip in de zak van zijn jas.
‘Jullie zijn allemaal vrienden… ?’
‘Ja hoor we houden allemaal van haar, ’zei ik.
‘Oké…Nou, toen ze Eva binnenbrachten was ze buiten bewustzijn. Toevallig was ik nog in het ziekenhuis en toen ze me riepen en ik zag dat het mijn geniale muzikale engel was, ben ik me rot geschrokken.’
Henry, Marie en Veronique keken me aan en ik zag hun vragende blikken.
‘Eva heeft aan Theo en zijn vrouw Connie fans voor het leven. Maar dat vertel ik jullie wel eens een keer, als het beter uitkomt.’
‘Nou…’ ging Theo verder, ‘ik herkende de symptomen. Die wezen op een ernstig defect in de hersenen. Geen infarct overigens. Na onderzoek heb ik vastgesteld dat dit defect wordt veroorzaakt door een uitstulping op littekenweefsel. Althans dat is onze eerste diagnose. Overigens kun je me vertellen Joe waaraan ze die andere littekens heeft overgehouden? Dat zijn zonder twijfel lelijke diepe wonden geweest.’
‘Dat is een lang verhaal Theo, als je het niet erg vindt dan vertel ik je dat later.’
Gelukkig had ik hier een verhaal. Ik had er niet aan moeten denken als ik hier ook met de mond vol tanden had gestaan. Het was al erg genoeg dat ik haar echte naam niet eens kende. Dat gonsde nog steeds door mijn hoofd. Ik kon die gedachte er maar niet uit krijgen.
‘Nou, om  mijn eerste diagnose af te maken… de uitstulping op het littekenweefsel lijkt op een tumor. Maar het lijkt in eerste instantie geen kwaadaardige tumor te zijn. Alleen op een verschrikkelijke vervelende plaats. De tumor drukt tegen de hersenstam aan en is eigenlijk alleen operatief te verwijderen en met heel veel risico. Er zijn eigenlijk nauwelijks collega’s die daar aan durven, omdat het microchirurgie is van de bovenste plank. Van de andere kant, als we niks doen dan zal het steeds moeilijker worden en zal de tumor uiteindelijk tot uitval van diverse functies kunnen leiden. Om het nog maar wat ingewikkelder te maken heb ik ook op de foto’s iets van glas of plastic gezien. Althans het is doorzichtig. Het lijkt op een splinter, die in het bot aan de onderkant van het schedel zit of beter zat. Het lijkt op de foto dat die splinter of wat het ook mag zijn, is losgeraakt en nu in het weefsel rondom de tumor is beland. Allemaal heel erg moeilijk. Het is echt heel ernstig beste vrienden. We hebben haar hoofd en haar nek gestabiliseerd zodat er geen schade meer kan ontstaan door eventuele bewegingen. De kans dat de splinter schade aan gaat richten is werkelijk een heel erg groot gevaar. Joe, ik denk dat het verstandig is om in de buurt te blijven tot we zeker weten of we iets voor Eva kunnen betekenen. Ik wil ook zo meteen dat je even meeloopt, want ik heb nog een paar vragen over die medicijnen.’
‘Ik heb geen geheimen voor Marie en haar dochter en voor Henry, Theo…tenzij…’
‘Nou… nee… prima. Kijk Joe, deze medicijnen…’ en hij gaf me de strip, ‘deze worden voorgeschreven aan mensen die aan een tamelijk zware vorm van schizofrenie lijden. Nou ken ik Eva gelukkig en heb ik haar meegemaakt, meerdere keren zelfs. Ik herken dit niet bij haar. Bij deze vorm en ik heb daarvoor gestudeerd zijn de symptomen zeer goed waarneembaar en herkenbaar. Ik weet niet of Eva deze medicijnen regelmatig heeft gebruikt en waar en hoe zij die heeft verkregen, maar zeker bij regelmatig gebruik ervan worden op den duur de hersenen dermate belast dat dit onherroepelijk tot blijvende schade zal lijden. Er treedt bewustzijnsvernauwing op en het geeft een grote kans op hallucinaties, ongeacht de omstandigheden en het tijdstip. Zomaar… ineens. Herken je hier iets in…?’
Ik knikte ontkennend.
‘Alleen een keer vond ik haar wat vreemd. We waren thuis gekomen en Eva wilde nog graag douchen. Toen ze naar mijn gevoel tamelijk lang wegbleef ben ik gaan kijken en heb ik haar aangetroffen in mijn douche, in het hoekje op de grond zittend, onder de nog lopende kraan. Ik heb haar overeind geholpen en haar afgedroogd. Ze was bijna apathisch.’
‘Je weet natuurlijk niet of ze daarvoor een pilletje had genomen…’
‘Nee, maar ze zei altijd dat wanneer ze zo’n pil nam het allemaal veel beter ging. Ze zei dat ze soms enorme hoofdpijn had en dat dit spul haar daar dan van afhielp.’
‘Het zou best kunnen…’ Theo zuchtte. ‘Misschien moet het wel zo zijn … Maar een ding weet ik in ieder geval zeker. Als ze hier mee door zou zijn gegaan, had het haar uiteindelijk krankzinnig gemaakt. Ze was van de ene psychose in de andere terecht gekomen. Arme Eva.’
‘En nu Theo…?’
‘Goede vraag. Voorlopig kan ik niks. Ik ga eerst eens uitzoeken of ik in mijn gegevensbank iets over haar kan vinden. Eva Winters… Weet je toevallig zo waar ze is geboren…en waar ze woont. Althans wat haar oorspronkelijke adres is?’
Ik voelde dat ik rood werd van schaamte.
‘Uh Theo, dat is nou eigenlijk een beetje het probleem.’
Ik gaf hem beide paspoorten.
Hij keek me aan en zei met een glimlach, ‘nou in ieder geval is de naam in beide documenten gelijk, al is het dan Silvia Hochstetten von Imsberg. En de dame op het plaatje is in ieder geval onze Eva. Daar heb ik nu wel even genoeg aan. Mag ik ze even bij me houden…?’
Ik knikte. Hij stond op en legde zijn arm over mijn schouder.
‘Beste Joe, ik ga mijn uiterste best doen voor onze engel. Ze mag van geluk spreken dat ze in ieder geval nog iemand heeft die een beetje op haar heeft gelet.’
‘Bedankt Theo, het is ook allemaal zo verschrikkelijk verwarrend en complex.’
Ik realiseerde me maar al te goed dat Theo niet kon weten wat ik eigenlijk bedoelde.
‘Blijf even stand-by. Ik laat zo snel mogelijk iets van me horen. Probeer wel wat te rusten… want ik ben bang dat jullie je rust nog hard nodig zullen hebben… Nou, tot kijk dan maar.’
Hij stond op gaf iedereen een hand en liep weg.
Omdat Theo een groot gedeelte van ons gesprek in het Nederlands had gevoerd stelde ik voor om eerst koffie te halen en daarna zou ik proberen in mijn beste Frans aan te geven wat er aan de hand was. Henry en Veronique boden zich aan om voor koffie te zorgen. Henry vroeg of we er nog iets bij wilden eten.
‘Het kan wel eens een lange nacht worden’ voegde hij er aan toe.
‘Kijk maar. Iets van een sandwich of zo…’
Ik zag van een afstand weer de jonge verpleger aan komen. En nog steeds hadden we geen letter op het document gezet. Ik geneerde me dood. Veronique en Henry waren nog niet terug en Marie kon me hiermee ook niet echt helpen.
‘Het is allemaal in orde meneer, dokter Boering heeft me verteld dat het allemaal oké is.’
Het was een pak van mijn hart. Ik was Eva dankbaar dat ze indertijd zoveel indruk had gemaakt op Theo. Het was maar al te duidelijk voor me dat zonder Theo Boering het een regelrechte ramp zou zijn geworden.
Marie was bij me komen zitten.
‘Lieverd, ik vind het allemaal zo erg voor je.’
Ik drukte haar tegen me aan. Als jij me maar blijft steunen, dan red ik het wel…’
‘Ik ben er voor je… vertel je straks wel wat de dokter allemaal heeft gezegd. Is hij een kennis van jullie…?’
Ik knikte.
‘Dat dacht ik al. Vanuit Nederland…?’
Ik vertelde Marie in het kort hoe we Theo en Connie Boering hadden ontmoet. Ik vertelde over het thuisconcert en de idolate adoratie die Theo had voor Eva en voor haar muziek. Ik vertelde haar dat ik er zeker van was dat hij er alles aan zou doen om haar te helpen. Het was ook een beetje zijn muze.
Even later zag ik Veronique en Henry door de glazen gangdeuren aankomen. Henry droeg een papieren zak. Ik veronderstelde dat daar wat te eten in zat.
Ze hadden enkele blikjes frisdrank, cola en energiedrank meegebracht. Ik vertelde Henry dat de verpleger weer langs was geweest. Alles was volgens hem nu in orde.
‘Gelukkig maar. Ik voel me ook een beetje ongemakkelijk. Ik wist echt ook niet beter dan dat haar naam Eva Winters was. Ik ken Eva al minstens een jaar of vier. Zolang werk ik al met haar. Alle contracten en dat soort dingen zijn allemaal door haar ondertekend met de naam Eva Winters. Ik kan me voorstellen Joe, dat het even koud op je dak viel…mij niet minder.’
‘Het is even niet anders. Ik hoop toch zo dat Theo iets voor haar kan doen.’
Terwijl we een broodje aten en wat dronken vertelde ik zo goed mogelijk over datgene wat Theo en ik hadden besproken. Ik zag dat Marie grote moeite had om zich goed te houden. Veronique huilde en het was aandoenlijk om te zien hoe Henry haar probeerde te troosten. Nadat ik mijn verhaal had gedaan was iedereen stil. Veronique lag met haar hoofd tegen de schouder van Henry en hij had zijn arm om haar heen geslagen. Marie lag tegen mij aan en ik voelde de grote onrust in haar lijf. Af en toe snikte ze. Ik streelde haar zacht. Het was inmiddels vier uur geworden en we hadden geprobeerd wat te slapen. Het was niet echt gelukt. Alleen Veronique was in slaap gevallen Ze lag met haar hoofd op de schoot van Henry. Die zat wat onderuit gezakt in het hoekje van de bank. Hij was zo lief voor haar geweest. Het gaf mij een heel warm gevoel toen ik ons zo met ons vieren zag zitten. Allemaal mensen met een verschillende achtergrond, andere roots om het zo maar te zeggen. Nu verbonden en heel hecht met elkaar door Eva, die niet eens Eva was, maar Silvia Hochstetten von Imsberg. Het was bijna half zes toen ik Connie Boering aan zag komen vanuit de hoofdgang. Ze zag me en ze stak haar hand op.
‘Hallo Joe, ik was op zoek naar je. Hoe is het nou met je? Ik hoorde het van Theo. Afschuwelijk. Ik kom net binnen, maar ik zei tegen mijn collega, ik ga eerst even kijken hoe het met Joe is, want ik ging er maar even vanuit dat je er nog was.’
Ze keek naar Henry en Veronique, die inmiddels beiden vast in slaap waren. Ik stelde Marie voor aan Connie.
‘Fijn dat je Joe zo tot steun wilt zijn. Hij heeft het hard nodig. ’
Marie glimlachte. Haar ogen misten de twinkeling. Ze was verdrietig.
‘Ja, er gaat niks boven gezond zijn. We realiseren ons dat soms niet zo. Maar het telt pas wanneer je iets gaat mankeren… En zeker in het geval van Eva. Ze is nog zo jong. En zo mooi…en geniaal. Nou ik ga maar even mijn rondje doen. Als ik straks nog even tijd heb, kom ik nog even bij je langs. Nou Marie, let je goed op Joe…?’
‘Jawel hoor…dat zal ik zeker doen mevrouw.’
‘Connie… zeg maar Connie.’
‘Oké Connie, dat zal ik zeker doen…’ zei Marie en ik merkte een lichte irritatie in haar stem.
‘Ben je niet moe…?’ vroeg ik bezorgd.
‘Jawel, maar ik neem aan dat jij dat ook bent?’
‘Ja hoor, maar het moet maar even… Je bent zo stil…’
Ik keek haar aan en Marie barstte in tranen uit.
‘Ik voel me zo rot, zo schuldig. Jij was met Eva en nou ben je met mij. En nou ligt ze daar dood te gaan. Joe, ik trek dit niet… Ik wil dit niet zo… Net vandaag, nu je hebt gekozen voor mij… Ik voel me zo …
zo goedkoop… Ik kan dit echt niet aan… Ik heb haar zo laten vallen…’
‘Sstt lieverd, maak het jezelf nou niet zo moeilijk… We zullen samen voor haar zorgen, tenminste als jij dat wilt. Is dat goed…? We zullen er samen alles aan doen dat ze weer beter wordt.’
‘En dan…?’
‘Lieverd, ik begin zo langzamerhand de dingen te begrijpen. Eva houdt niet van mij op de manier die ik graag zou willen. En dat is de manier waarop jij van me houdt. Ik ben voor Eva de laatste strohalm. Die heeft ze gepakt en ik vind het fijn dat ze dat heeft gedaan, echt waar. Ondanks wat ik vanavond allemaal heb gehoord. Zonder ons lieverd, was er geen Eva of Silvia meer geweest. Een mooie jonge vrouw met een geweldig talent was verloren gegaan. We mogen best een beetje trots op onszelf zijn, dat wij haar in ieder geval proberen een beetje liefde en vriendschap te geven. Eva moet wel heel eenzaam zijn geweest. Nog meer dan ik dacht.’
‘Maar daarom juist Joe. Ze zal zich aan jou vastklampen… als het allemaal nog goed komt.’
‘Laat het maar gebeuren… ik kan niet in de toekomst kijken. Maar ik heb een groot doel voor ogen.’
‘En dat is?’
‘Gelukkig worden… samen met jou. Marie, ik kan nooit meer zonder je…’
‘Maar Joe… ik weet niet of ik dit wel aan kan hoor… Ik wil ook niets liever, maar ik voel me zo schuldig.’
Ik veegde haar tranen weg met een tissue uit het doosje dat een van de verpleegsters voor ons had meegebracht. Mijn liefde voor Marie groeide per minuut en Ratio en Emotio keken gebroederlijk toe. Ze waren tevreden en het was voor het eerst in mijn leven dat ze een harmonieus duo vormden. Ik begon ze te waarderen. Echte vrienden, een mooi stel.
‘Hou je echt van me… voor altijd?’
‘Ja Marie, voor altijd zolang ik leef.’
Ik sloeg mijn arm om haar heen en ze kroop dichter tegen me aan. Ze keek me aan en ik zag gelukkig weer een lichte twinkeling in haar ogen. Toen viel ze in slaap.

67


Het was een lange nacht geweest. Marie werd langzaam wakker en ze was nog wat verward.
‘Goh, waar zijn we? Hoe laat is het…?’
Ze keek me aan.
‘Het is bijna zeven uur. Je hebt in ieder geval nog een uurtje geslapen,’ zei ik zachtjes.
Henry en Veronique waren inmiddels ook wakker geworden.
‘Tjeetje, ik ben gebroken,’ zei Veronique. ‘Hebben jullie nog iets gehoord van Eva…?’
Ik zei dat er geen nieuws was en stelde voor om op zoek te gaan naar wat te eten en wat te drinken.
Henry bood zichzelf aan. Hij wist waar hij moest zijn. Hij stond op en fatsoeneerde zijn kleding.
‘Tot zo, zal ik van alles maar wat mee brengen of heeft iemand speciale wensen…?’
‘Nee hoor,’ klonk het bijna in koor.
Veronique en Marie gingen naar het damestoilet om zich wat op te frissen. Ik vond dat ook een prima idee maar besloot om even te wachten op Henry. Ik strekte me en liep wat op en neer.
‘Hallo Joe, hoe gaat het nu?’
Het was de stem van André Duval. 
‘Hallo André, fijn dat je er bent…We moeten afwachten, maar het is wel heel ernstig. Ze heeft een defect  in de hersenen. Ik praat je zo meteen wel even bij.’
Ik zag uit mijn ooghoek dat Marie en Veronique uit de deur van de toiletten kwamen. Even later meldde Henry zich ook met een grote papieren zak met allerlei broodjes en blikjes frisdrank. Henry begroette zijn broer met een innige omarming.
‘Sorry, dat ik niet eerder ben gekomen, maar ik kon echt niet eerder weg.’
‘Je bent er en dat waardeer ik zeer Andre,’ zei ik.
Nadat we wat gegeten en gedronken hadden en ik ondertussen André op de hoogte had gebracht over de toestand van Eva stelde ik voor om nog even de laatste informatie op te vragen. Als het allemaal stabiel was leek het me verstandig dat we naar huis zouden gaan. Iedereen was het ermee eens. Ik ging naar de balie en vroeg aan de juffrouw of er nog wat nieuws over Eva te melden was. Ze vroeg mij even te wachten en zei dat ze wel even met de dokter zou bellen.
Het duurde ongeveer een minuut of tien toen ze het raampje van het loket wegschoof en mij riep.
‘Dokter Boering is even zijn ronde aan het maken. Hij komt zo vlug mogelijk naar u toe. U kunt het beste even naar de wachtruimte gaan. Ik zal tegen de dokter zeggen dat u daar bent.’
Ik bedankte haar en liep terug. Marie en Veronique zaten naast elkaar en Henry en André waren in een druk gesprek. Het was duidelijk dat het over het concert van zaterdag ging. Henry keek op zijn horloge en vroeg aan mij of ik het goed vond dat hij naar kantoor ging. Ik zei dat dit geen probleem was en bedankte hem voor alle goede zorg en zijn aanwezigheid.
‘Geen probleem Joe. Ik hoop zo dat het allemaal goed komt met Eva. Dat is het belangrijkste. Je hebt mijn mobiele nummer…? Als er wat is of ik moet iets voor je doen, dan moet je me bellen. Beloofd…?’
‘Ja hoor, ik heb je nummer. Ik zal je laten weten als er wat nieuws te melden is. Nogmaals hartstikke bedankt,’ en ik sloeg mijn arm om zijn schouder. Hij was nog steeds zichtbaar aangedaan maar hij probeerde zich goed te houden.
‘Marie en Veronique…komen jullie op eigen gelegenheid thuis of moet ik jullie thuisbrengen?’
‘Misschien is het wel handig, dat ik met jou mee ga,’ zei Veronique tegen Henry, ‘dan kunnen we op  kantoor overleggen hoe het verder moet… of ben je daar nog niet aan toe.’
‘Ik zou willen dat ik het even voor me uit zou kunnen schuiven, maar ik moet helaas vandaag een nieuw plan hebben. Dus wat dat betreft Veronique is het fijn dat ik even met je kan overleggen. Het gaat jou tenslotte ook aan.’
‘Prima, nou mama dan ga ik. Je redt het wel…?’
‘Ja hoor meisje, ik red me wel…’
Toen kwam ze naar mij.
‘Joe, sorry dat ik gisteren zo boos op je was. Dat heb je niet verdiend. Sorry, nogmaals duizend maal sorry.’
Ze gaf me een kus. 
‘Is al lang goed meisje, ik kan me voorstellen dat je boos was. Ik zou dat in jouw plaats ook zijn geweest…’
‘Dat is lief van je dat je dat zo zegt, maar ik voel me er wel een beetje rottig over…’
‘Ga nou maar gauw met Henry mee liefje, hij wil nu echt weg.’
André en Marie waren druk aan het overleggen. Hij had gepland haar vandaag voor te stellen aan de medewerkers en medewerksters van de artistieke afdeling.
‘Marie, ik denk dat je dat gewoon door moet laten gaan’ zei ik.
Ze keek me aan. ‘En jij dan…?’
‘Ik wil eerst even met Theo Boering overleggen… Maar dat zul je wel begrijpen.’
Ze knikte.
André keek naar Marie en stak zijn hand naar me uit.
‘Nou Joe, wat voor Henry geldt, geldt ook voor mij. Hier heb je mijn kaartje, want volgens mij heb je dat niet. Ik ben vierentwintig uur per dag tot je beschikking als het nodig is. Niet aarzelen mij te bellen. Afgesproken? Marie weet je al wat je doet….?’
Ze keek naar mij. Ik knikte dat het in orde was.
‘Nou lieverd, als jij het goed vindt dan ga ik toch maar met André naar de zaak. Red je het echt wel…?’
‘Ja hoor. Als er wat bijzonders is dan hoor je het wel. Misschien dat ik straks ook wel even naar huis ga.’
‘Hoe ga je dan naar huis…?’
‘Ik neem wel een taxi… Het is even niet anders.’
Toen ook André en Marie weg waren nam ik nog een kop koffie uit de automaat. Ik besloot maar om wat te lezen en rustig af te wachten totdat Theo Boering zich zou melden.

68


Na een klein half uur kwam Theo uit de lift. Hij keek om zich heen en had mij al snel gezien.
‘Hallo Joe, ik zal maar niet vragen of je nog wat hebt geslapen… Zijn je vrienden al weg?’
‘Het leek ons beter. Het is ook niet echt zinvol om hier met z’n allen rond te blijven hangen. Dat draagt ook niet echt veel bij…’
‘Daar heb je helemaal gelijk in. Zullen we naar mijn kamer gaan, dan kunnen we even rustig bijpraten. Ik heb nog wel een paar vragen…’
‘Dat is goed Theo, ik volg.’
We liepen naar de lift. Zijn werkkamer was op de vierde etage. Althans daar stapten we uit de lift.
‘Moment even Joe, even langs bij een collega…’
‘Ik wacht hier wel even…’
Toen hij terug kwam vroeg hij mij om hem te volgen. Aan het einde van de gang maakte hij met een magneetkaartje de deur van zijn werkkamer open. Theo had een mooie ruime kamer. Een statig ingericht kantoor met een groot kersenhouten bureau, dat zeer dominant in het midden van de ruimte stond. Aan de achterzijde van het bureau stonden twee grote kersenhouten stellingen met boeken en brochures. Aan de rechter voorzijde, schuin tegenover het grote bureau stonden drie roodleren fauteuils met in het midden een grote rechthoekige kersenhouten salontafel. Vanuit de stoel was het mogelijk om naar buiten te kijken, omdat het raam op een halve meter hoogte begon. Het had wel iets wel van een etalage. Het raam aan de voorzijde gaf een mooi uitzicht en ik zag het Parijse verkeer langzaam op gang komen.
‘Ga zitten Joe.’
‘Dank je…’
‘Nou het is wel even heftig allemaal… Ik denk dat jij het je allemaal wel even anders voorgesteld hebt. Het concert is in ieder geval van de baan. Maar dat zul je wel begrepen hebben.’
Ik vond het een vreemde opening van hem. Natuurlijk had ik gesnapt dat dit niet door zou kunnen gaan. Althans niet meer voor Eva. Blijkbaar vond hij zijn opmerking ook wat raar.
‘Sorry, ik ben er even nog niet helemaal bij. Er is ook zoveel dat ik aan je kwijt moet. Wil je koffie of thee, of water. Ik heb het hier allemaal.’
Ik zei dat koffie goed was. Hij zette zijn koffieapparaat aan en al snel had ik een heerlijke dampende kop koffie. We zaten tegenover elkaar.
‘Ik heb sinds gisterenavond geprobeerd te achterhalen hoe het nou allemaal zit en mede dankzij een collega van de VU in Amsterdam, overigens een goede vriend van me, heb ik de puzzelstukjes in elkaar kunnen zetten. Zonder overigens dat ik de hele puzzel heb kunnen oplossen. Allereerst maar even wie Eva is. Voor zover ik het heb kunnen achterhalen zit het als volgt in elkaar. Ik blijf haar maar even voor het gemak Eva noemen. Ze is een dochter van Henriette Hochstetten von Imsberg. Mevrouw Henriette is of beter was, want ze is vorig jaar overleden, een Duitse baronesse en Henriette was getrouwd met Eric Kaspers. Overigens niet de vader van Eva. Kaspers komt uit een fabrikantenfamilie. De baronesse had al twee dochters uit eerdere relaties, toen ze Kaspers leerde kennen. Een er van is Eva of eigenlijk Silvia. De moeder van Eva was eerder getrouwd geweest overigens niet met de vader van Eva. Over dat eerdere huwelijk weet ik verder niks. Wel dat ze later ook weer bij Kaspers is weggegaan en hertrouwd is met een arts. Het geluk wil dat deze arts nu in het ziekenhuis werkzaam is, waar mijn vriend werkt. Als je het over toeval hebt. Maar goed. Onze Eva was blijkbaar een moeilijk kind. Althans uit haar medische gegevens blijkt dat ze regelmatig onder behandeling was voor gedragsstoornissen. Het absolute hoogtepunt of beter dieptepunt ligt op twaalfjarige leeftijd. Uit de verslagen blijkt dat ze een slechte relatie met haar moeder had. Er wordt gesproken over regelmatige hevige conflicten met haar moeder. Beter gezegd, er was nog al eens flinke ruzie tussen beiden. Tijdens een van deze ruzies is ze blijkbaar door een glazen salondeur heen gevallen. Daar komen in ieder geval de grote littekens vandaan.’
Ik was blij dat dit in ieder geval klopte al had Eva het verhaal toch nog wat anders verteld. Ik liet het maar zo en Theo vertelde verder.
‘Ze is indertijd opgenomen en verpleegd. Enerzijds voor de snijwonden en anderzijds voor haar geestelijke toestand. Van de snijwonden is ze redelijk snel hersteld, haar geestelijke herstel heeft aanzienlijk langer geduurd. Na drie kwart jaar is ze uiteindelijk ontslagen en met de nodige medicatie naar huis gestuurd. Nou ja naar huis…  Haar moeder wilde haar niet meer thuis hebben. Ze is door de vader en moeder van Kaspers opgevangen en heeft daar bijna een jaar in huis gewoond. Dus bij oma en opa. Toen oma is overleden is ze op aandringen van haar vader weer opgenomen in het gezin, echter volgens de rapporten is dit alles behalve een succes geworden. Toen ze vijftien was en ze over hoofdpijn klaagde zijn er op aandringen van haar moeder testen gedaan. Blijkbaar zijn er toen de pillen voorgeschreven, die je aan mij hebt gegeven. Dit heeft nog wel een staartje, want degene die deze pillen heeft voorgeschreven was de vriend en later de man van Henriette, de moeder van Eva. Ondanks dat het al even geleden is, wil ik toch graag uitgezocht hebben wat hem er toe heeft bewogen dit paardenmiddel aan Eva te verstrekken.
Het had fataal voor haar kunnen zijn. Gelukkig heeft ze er maar weinig van genomen. Zoals ik al eerder heb gezegd, bij regelmatig gebruik loopt het slecht met je af. Tenslotte beland je van de ene in de andere psychose om tenslotte helemaal krankzinnig te eindigen. Dus daarom alleen al ben ik zeer benieuwd naar de reden waarom dit middel indertijd door die arts is voorgeschreven. Eva heeft het blijkbaar op recept kunnen verkrijgen. Iets wat eigenlijk niet kan. Dat is voor mij dan ook een raadsel  De pillen die je mij hebt gegeven waren sterk over datum. Dus daarom ga ik er maar van uit dat ze er niet veel van heeft gebruikt. Bovendien had Eva bij regelmatig gebruik dit niet overleefd.’
‘Als ik me goed herinner was het een strip van achttien stuks… tenminste die ik heb gezien.’
‘Er zaten er nu nog dertien in, dus dat valt gelukkig mee. Laten we daar maar van uit gaan.’
‘Ja, zeg dat wel. Wel begrijpelijk dat ze zichzelf Eva Winters noemt hoewel ze haar moeders naam nog steeds in haar paspoort heeft staan… al zou ik ook niet weten hoe ze dat anders geregeld zou moeten krijgen.’
‘Ik kan het je niet zeggen Joe, dit is alles wat ik zo ongeveer bij elkaar kon harken, om zodoende in ieder geval een beetje een beeld te krijgen. Overigens, haar stiefvader Kaspers leeft ook niet meer. Hij was al eerder gestorven. Zelfdoding.’
‘Het is allemaal wat…’
‘Zeg dat wel. En nu naar Eva. Ik heb de foto’s nog eens goed bekeken. Ik kan van de splinter niets anders maken dan dat het een glaspuntje moet zijn, dat waarschijnlijk niet is opgemerkt. Hoewel ik me ook kan voorstellen dat, mocht men het wel hebben gezien, er niemand te vinden is geweest die deze operatie kon of wilde doen. Nu is er helaas geen keuze meer. Het splintertje is zijn eigen weg aan het gaan en is als het ware een bom, die elk moment af kan gaan en dan ongetwijfeld onherstelbare schade aan zal richten. Ik sluit zelfs niet uit dat dit de dood tot gevolg kan hebben. Het littekenweefsel is het gevolg van het ongeluk met de glazen deur. Zo zullen we het maar even noemen. Het is niet in ontwikkeling en is vrij rustig. Er lijkt rond dit litteken wel een iets versnelde celdeling te zijn, maar ik geloof niet dat dit op korte termijn tot deze gezondheidsproblemen had geleid. Het is met name de glassplinter die volgens mijn diagnose het defect veroorzaakt. Ik heb inmiddels contact gezocht met een collega en studievriend in het Houston State Hospital. In Amerika. Hij heeft zich gespecialiseerd in dit soort afwijkende defecten. Hij was nog aan het werk toen ik hem belde. Hij heeft mij vanmorgen gemaild. Ik zal je niet vermoeien met allerlei medische termen maar het komt er in ieder geval op neer dat hij dit nooit eerder heeft gedaan, maar dat hij Eva wel wil opereren, mits het van te voren duidelijk is voor iedereen dat het risico enorm groot is. Hij geeft geen enkele garantie op succes en de kans op een fatale afloop is absoluut realiteit. Mocht hij er in slagen om de splinter te verwijderen dan is er nog altijd de kans op beschadigingen die tot uitval kunnen leiden. Voor zover ik tot nu tot heb kunnen vaststellen heeft de glassplinter nog geen schade aangericht. Kortom Joe, John McKenzie, want dat is de naam van mijn vriend, wil opereren, maar alleen als het volstrekt duidelijk is dat hem niets mag worden aangerekend als het misloopt. Hij wil dit zwart op wit. En Joe… je bent voor zover ik het kan overzien en ook door de beperkte tijd die we hebben, de enige die ons toestemming kan verlenen. Zonder jouw toestemming gebeurt er niets en hebben we geen keus dan te wachten tot het fatale moment dat de splinter zich in de hersenstam boort.’
‘Als ik het goed begrijp Theo, beslis ik over het leven van Eva...?’
‘Ja, helemaal juist Joe en dat is heftig voor je. Dat realiseer ik me maar al te goed.’
‘Hoe lang mag ik hier over nadenken?’
‘Dat is aan jou. Ik ga je niet forceren en je niet opjagen. Het is al moeilijk genoeg. Maar alsjeblieft Joe, probeer het wel zo snel mogelijk. Elke minuut telt. We houden Eva in comateuze toestand zodat ze niet of nauwelijks beweegt. Elke beweging kan fataal zijn. Maar dat kan niet blijven duren.’
Het viel me op dat ik zo rustig bleef. Ratio en Emotio bleven keurig op de achtergrond en ik voelde dat zij als het ware klaar stonden om mij indien ik daarom zou vragen mij met raad en daad  zouden bijstaan. Ik voelde dat ik kon rekenen op een eerlijk advies.
‘Ik wil hier eerst even met Marie over praten Theo.’
‘Je mag mijn telefoon gebruiken. Wat je maar wilt. Je kunt over mijn kantoor beschikken en als je iets nodig hebt, zal ik er voor laten zorgen. Je zegt het maar. Ik vind het zo naar voor je Joe. Vanmorgen vroeg Connie mij hoe het er voor stond. Als zij iets voor je moet of kan doen, dan moet je het maar zeggen. We zijn er voor jou. We laten je niet alleen.’
‘Fijn om dat te horen Theo, dat ik er niet helemaal alleen voor sta. Niet dat het iets aan de situatie voor Eva verandert, maar het geeft mij in ieder geval een warm gevoel.’ 
Theo stond op en stak zijn hand uit. Hij gaf me een ferme handdruk en legde zijn andere hand op mijn schouder.
‘Je hebt niet veel keus Joe, maar nogmaals als je niet wilt of kunt beslissen dan respecteren we dat.
Doe wat je hart je ingeeft. Wat ook het gevolg zou kunnen zijn. Dat is het enige wat ik je kan meegeven. En natuurlijk ook dat ik je beloof mijn uiterste best te doen om samen met John McKenzie dit tot een goed einde te brengen. John heeft me verteld dat zijn koffer klaar staat. Hij wacht op mijn telefoontje. Het is wachten op jouw antwoord.’
Theo klopte nog een keer op mijn schouder en liep naar de deur van zijn werkkamer.
‘Als je weg gaat, trek dan even de deur achter je dicht. Mocht je in het kamer willen, dat moet je jezelf even melden om het hoekje, bij mijn secretaresse. Ze weet er van. Mocht je verder nog wat nodig hebben, laat het haar dan maar even weten. Ze regelt het voor je. O ja, ze heet Stephanie. Anders loop maar even mee, dan stel ik haar aan je voor. Dat is misschien wel net zo prettig. Als je nog even wilt slapen of rusten dan moet je op dit knopje drukken.’
Hij liep weer terug naar zijn bureau  wees naar een knopje op de rand. 
‘Kijk soms heb je van die dingen die je nooit gebruikt, maar misschien dat het nu toch eindelijk eens een keer van pas gaat komen.’
Vanuit de wand kwam een ligbed te voorschijn, dat zich langzaam helemaal ontvouwde op de vloer.
‘Zo, dat is verrassend…’
‘Ik heb het nog nooit gebruikt.’
‘Eens moet het de eerste keer zijn… en ik geloof dat ik wel een paar minuten rust kan gebruiken.’
‘Nou loop dan eerst maar even mee en daarna heb je van mij geen last meer, althans voorlopig. Ik heb nog twee operaties en een lezing voor een groep studenten uit Algiers.’
Hij stelde me voor aan zijn secretaresse. Een statige dame van rond de zestig. Tenminste zo schatte ik dat in. Stephanie beloofde aan Theo dat ze goed voor me zou zorgen. Ik ging terug naar de werkkamer en  keek naar buiten. Het verkeer probeerde zich een weg te vinden door de straat onder me. Ik dacht aan Eva. Ik had haar niet meer gezien. Mocht ik wel over haar leven beslissen? Maar ja, als ik het niet zou doen, wat was dan haar toekomst? Had ze dan nog wel een toekomst…? Ik nam nog een kopje koffie en besloot Marie te bellen. Toen ik haar het verhaal verteld had zei ze dat ze meteen naar me toe zou komen. Ze wilde bij me zijn. Ik vond het fijn dat ze dat voorstelde. André zou wel regelen dat ze naar La Renaissance zou worden gebracht. Ik vertelde dat ik in de werkkamer van Theo Boering was. Ze moest maar even bellen als ze er was.
De minuten kropen voorbij. Marie had gezegd dat ze twintig minuten nodig zou hebben. Het leek wel of de tijd niet voor uit wilde. Ik nam nog maar een kop koffie en ik voelde mijn maag. Ik liep naar het raam, toen weer terug naar de fauteuil, ik ging dan weer zitten en dan weer staan. Uiteindelijk ging mijn mobiel. Marie was beneden bij de balie. Ik zei dat ik er aan kwam. Het was nog wel even lopen.

‘Goh, ik ben blij dat je er bent.’
En ik gaf haar een kus.
‘Wat naar allemaal…Joe, kun je het wel allemaal aan. Het is allemaal zo heftig voor je.’
‘Het is niet anders lieverd. Ik kan er helaas niks aan veranderen.’
We liepen naast elkaar naar de lift en toen we op vier waren aangekomen, gingen we naar de kamer van Theo Boering. Ik vroeg aan Stephanie om de deur open te maken. Theo had de magneetkaart meegenomen. Ze vroeg aan Marie of ze wat wilde drinken. En indien wij wat wilden eten dan moesten we het maar even aan haar doorgeven. Dan zou zij wel wat broodjes en croissants voor ons regelen.
‘Dank je wel Stephanie voor je goede zorgen…straks lusten we wel wat, maar ik wil nu even met mevrouw een en ander doorspreken.’
‘Is goed hoor, laat me maar weten als jullie er aan toe zijn.’
Toen ze weg was en de deur achter zich had dichtgedaan omarmden we elkaar. Marie moest huilen en ook ik voelde tranen in mijn ogen.
‘Joe… en nu, moet jij nu beslissen voor Eva… En als ze doodgaat…?’
‘Het kan ook goed gaan…’
‘Maar als ze dood gaat, wat dan… En als het goed gaat… hoe moet ze dan verder en misschien dat ze dan wel zwaar gehandicapt is…We kunnen haar toch niet laten vallen…?’
‘Marie, ik zal haar niet laten vallen… dat kan ik niet. Echt niet. Wat er ook van komt, ik draag de gevolgen van mijn beslissing. Ik ga het niet uit de weg. Kun je dat begrijpen Marie?’
‘Ik snap je heel goed Joe. Ik weet dat jij de enige bent die hier kunt beslissen, maar wil je in ieder geval jouw beslissing met mij delen…? Dan wil ik ook de gevolgen van deze beslissing dragen, wat ze ook zijn.’
‘Dat is heel erg lief van je Marie, maar dat mag en kan ik je niet aandoen.’
‘Ook niet, als ik zeg dat ik dat echt heel erg graag wil. Je bent alles wat me lief is Joe, ik laat je niet alleen.’
‘Als je dat echt zo graag wilt… Maar wil je er niet over na denken? Het is zo heftig.’
‘Nee Joe, ik voel me verbonden met jou. Ik kan hier niet om heen. Ik voel dat ik dit moet doen.’
Ik ging naar haar toe en sloeg mijn armen om haar heen en we kusten elkaar. Ik zag in haar ogen dat ze dit zo wilde. Ze wilde deze beslissing met me delen en me ondersteunen. Ik voelde me sterk. Ratio en Emotio waren het er mee eens.
‘Lieve Marie, ik vind het zo geweldig van je, dat je dat voor mij over hebt… Ik zal Theo bellen.’

69


Theo liet me weten dat hij rond half twaalf wel even een half uurtje had. Hij vertelde mij dat Connie op weg was naar ons want ze wilde ons nog even spreken. Marie was in een van fauteuils gaan zitten en staarde wat voor zich uit. Connie Boering, die blijkbaar ook een magneetkaart had, kwam de kamer binnen. Ze groette Marie en mij  
‘Zo dat is allemaal heftig voor jullie.’ Ze ging naast Marie zitten. Ik stond nog bij het raam.
‘Ja,’ zei Marie, ‘maar het heftigste is het voor Eva.’
Ondanks het eerst stroeve contact tussen de beide vrouwen leek het er nu op dat ze elkaar toch wel mochten. Marie vertelde wat over zichzelf en haar ontmoeting met Eva. Over Veronique en haar nieuwe baan. Connie was nog vol van het concert dat Eva in hun appartement had gegeven. Over de mystiek en de ongeëvenaarde schoonheid van de muziek van Eva. Aldoende kwam ook Belle ter sprake. Marie zei dat ze het zo sneu vond voor Belle. Ze had toch zo naar het concert toegeleefd. Ze moest het nog aan haar gaan vertellen. Althans aan haar broer. Marie vertelde over de omstandigheden waarin Belle leefde en ze kon haar emotie hierbij nauwelijks bedwingen.
‘Zo gaat het in het leven. De een krijgt kansen, terwijl de ander het moet het doen met wat kruimels.
De een is gezond en wordt tachtig of ouder, voor de ander stopt het al voordat het leven tot bloei komt.’
Connie luisterde en streelde zachtjes over de hand van Marie.
‘Ja Marie, ik zie er zoveel voorbij komen. Allemaal jonge mensen, kinderen, waarvoor het leven zo slecht begint. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Soms weet ik dat het uitzichtloos is, maar probeer er dan toch maar het beste van te maken. En af en toe, alsof het een wonder is, lukt het mij om zo’n jong leven weer een nieuwe kans te geven. Dat maakt dit vak zo mooi en boeiend. De dankbaarheid van een kind, een vader en moeder… die zien dat er nog een onverwachte kans is op een beter leven. Kan ik die Belle van jullie niet eens een keer zien? Misschien kan ik haar leven toch iets mooier maken. Je weet maar nooit. Ik gun haar graag die kans.’
Marie keek naar Connie en ze knikte. ‘Ik zal het aan haar broer vragen. Maar ik weet echt niet wat ze mankeert…’
‘Daar ben ik voor Marie, daar heb ik voor gestudeerd.’
Theo Boering kwam de werkkamer binnen. Hij gaf Connie een kus.
‘Zo jullie hebben een beetje bijgepraat? En Joe heb je al wat besloten…?’
Ik vertelde hem wat Marie en ik hadden besproken. Hoewel hij in eerste instantie zijn wenkbrauwen  fronste omdat het hem schijnbaar nu pas duidelijk werd dat Marie en ik een relatie hadden, vond hij het fijn voor mij dat ik er niet helemaal alleen voorstond. Connie luisterde mee maar bemoeide zich er niet mee.
‘Theo, mag ik wel naar Eva toe. Ik weet niet of ze me kan horen, maar ik wil het haar zelf vertellen. 
‘Natuurlijk mag je dat. We lopen zometeen naar haar kamer. Ik zal ondertussen even met John bellen, hij zal nog wel aan het werk zijn. Die slaapt gemiddeld drie uur per dag. De overige tijd is hij in het ziekenhuis. Zeven dagen per week. Dat is zijn leven.’
‘Heeft hij geen vrouw en kinderen…?’ vroeg Marie.
‘Marie, hij heeft maar één bruid, dat is het ziekenhuis. Hij heeft haar ooit eeuwige trouw beloofd, dat moet wel….Er is geen enkele ruimte voor iemand anders.’
Theo legde uit dat een groot gedeelte van de haren van Eva zou worden afgeschoren. Marie fronste haar wenkbrauwen, maar hij stelde haar gerust.
‘Natuurlijk is dat niet leuk voor een jonge vrouw, maar we doen ons best om de schade zoveel mogelijk te beperken. Bovendien zal de pruikenmaker die verbonden is aan dit ziekenhuis voor een perfecte cosmetische oplossing zorgen. Hij zal hiervoor het eigen haar van Eva gebruiken.’
Theo kreeg John McKenzie niet te pakken, maar vertelde ons dat als John zou zien dat hij hem had gebeld, hij zo gauw hij even een moment zou hebben, wel zou reageren.
‘Kom,’ zei Theo, ‘dan zullen we eens gaan kijken hoe het met onze Eva gaat…niet schrikken, want er is nogal wat apparatuur op haar aangesloten, zodat we nauwkeurig kunnen volgen wat haar status is.’
We liepen naar het einde van de gang en gingen met de trap naar beneden. Eva lag op de derde etage.  Kamer 334. Theo maakte behoedzaam de deur open. Het was er schemerig.
‘Liever niet te veel licht, want ze zou daar op kunnen reageren en dat hebben we liever niet.’
Hij keek naar Eva en ik voelde weer Theo’s oprechte zorg voor haar.
Daar lag ze. Mijn muze, mijn Lorelei. Tussen draden en buisjes. Aangesloten op een heleboel apparatuur. Alle bewegingen werden geregistreerd. Haar hartslag, hersenactiviteit, ademhaling, contracties, alles werd vastgelegd. Ik zag haar lange zwarte haren die langs haar gezicht lagen. Theo had gezegd dat hij het goed vond als ik graag haar hand wilde vasthouden. Soms reageerde een patiënt in deze toestand daarop. Haar hand voelde koud aan. Haar vingers leken dood. Geen enkele beweging. Geen enkel signaal toen mijn hand de hare raakte. Marie zat naast me. Ze had haar arm om mij heen geslagen.
‘Eva lieverd…’ Het viel me moeilijk.
‘Eva… ik weet niet of je me kunt horen…maar ik wil iets belangrijks met je bespreken. Je bent heel erg ziek en er is maar een kleine kans, dat het goed zal komen. Daarvoor moeten de doctoren je opereren. Liefje ik wil je vragen of je het er mee eens kunt zijn… hoewel ik weet dat je me geen antwoord kunt geven. Ik moet deze beslissing voor je nemen Eva, liefje.  Ik wil je zo graag een kans geven om verder te leven,  maar ik weet ook dat ik daarmee ook het risico neem dat ik je jouw leven afneem. Marie helpt me bij deze beslissing. Ze geeft me steun lieverd. Eva, wat er ook gebeurt, Marie en ik zullen er voor je zijn. Voor altijd. Als je het niet zou halen Eva, dan zal ik de rest van mijn leven mij koesteren aan jouw nagedachtenis, aan de korte tijd die we samen hebben gehad, de intieme momenten van je muziek. Je vroeg aan mij om je te vertrouwen, onvoorwaardelijk in jou te geloven. Eva hierin is niets veranderd, hoewel ik weet dat muziek jouw leven is en ik niet meer voor jou kan zijn dan een goede trouwe vriend. Ik weet dat je uiteindelijk zou hebben gekozen voor dat leven. Een keuze die ik kan respecteren. En liefste Eva, ik zou niet weten waar ik het recht vandaan zou mogen halen om dat hemelse talent dat je hebt alleen voor mezelf op te eisen. De zoete klanken, de mooie harmonie van tonen zijn bedoeld voor alle mensen. Ik hoop toch zo dat wanneer je dit allemaal hebt doorstaan, de wereld kennis kan maken met Eva, mijn muze, mijn Lorelei. Ik weet dat je een vechter bent, maar ik weet ook maar al te goed dat je een oneerlijke strijd aangaat. Een strijd waarvan je de uitkomst niet in eigen hand hebt, sterker nog je bent afhankelijk van de kunde van een dokter uit Amerika en misschien wel van het geluk en het toeval van het moment. Lieverd, ik ga geen afscheid van je nemen, want ik zal nooit afscheid van je nemen. Ik zal er altijd voor je zijn. Ik hoop dat als het misgaat, je mij kunt vergeven en als je dan op jou wolk zit en je jouw mooie zoete klanken aan God laat horen, je begrip voor mij zult hebben. Je zult willen en kunnen begrijpen waarom ik toestemming ga geven voor deze operatie. Eva, ik houd van jou en ik  gun je nog zo graag een mooi leven hier…’
Mijn adem stokte en het werd me even te veel. Marie legde haar hand bij die van Eva en van mij en het leek wel of deze drie handen een verbond aangingen. Wat er ook zou gebeuren, we waren nu één. Onafscheidelijk verbonden voor de eeuwigheid. Ik kuste haar hand en Marie volgde. We stonden op en verlieten behoedzaam de kamer. Ik hoopte toch zo dat ze mij had kunnen horen. We liepen terug naar de kamer van Theo. Connie had op ons gewacht. Marie barstte in tranen uit en Connie troostte haar. Ik keek naar buiten en zag het verkeer dat inmiddels helemaal tot stilstand was gekomen. Het stond helemaal vast. Ik schrok er van. Ik wreef met mijn handen door mijn ogen en mijn hoofd bonsde. Ik ging beslissen over leven en dood. In het beste geval was het de mooiste beslissing van mijn leven. In het slechtste geval vroeg ik me af hoe ik daar ooit mee zou kunnen leven. Maar het moest nou eenmaal. Gelukkig had ik Marie die me begreep en naast me stond. Connie had een kopje koffie voor ons gemaakt en vroeg of ze nog iets voor ons kon doen. Theo had haar inmiddels laten weten dat hij John McKenzie had gesproken. Deze zou de volgende dag aankomen op Charles de Gaulle. Als hij niet te moe was, zouden Theo en John de operatie nog dezelfde avond doen. Ik huiverde en rilde. Connie zag het en pakte mijn hand.
‘Je bent een moedig mens Joe, ik ben trots op je.’
‘Dank je wel Connie, ik ….’
Ze knikte dat het goed was.
‘Ik denk dat het verstandig is dat jullie wat rust nemen. Ik zal er in ieder geval voor zorgen dat je morgen hier een plekje hebt, zodat je in alle rust voor zover dat mogelijk is, kunt afwachten. Meer kun je niet doen.’
‘Zullen we dan nu maar naar huis gaan…’stelde Marie voor.
‘Ik denk wel dat dit het beste is, lieverd…’
‘Ik zal je vanavond nog wel even bellen. We zullen dan wel alle informatie hebben, die belangrijk voor je is. O ja Joe, je krijgt morgen nog een document ter ondertekening. Hierin wordt je toestemming gevraagd voor de operatie  Dat moet nou eenmaal. We moeten er de relatie in zetten die jij ten opzichte van Eva hebt. Wat mogen we er in zetten?’
Ik keek naar Marie. Marie keek naar de grond.
‘Moet ik het aan kunnen tonen, of mag het zijn zoals ik  het voel…?’
‘Dat is aan jou Joe, jij zet er je handtekening onder…’
‘Zet er maar in dat ik de pleegvader ben van Eva, zo voelt het, al is het dan niet officieel.’
Ik keek naar Marie. Ik zag in haar ogen dat ze het hier helemaal mee eens was.
Connie pakte mijn hand vast.
‘Ik denk om eerlijk te zijn dat Eva jou altijd heeft gezien als iemand die voor haar klaar stond, die haar tot steun was en je niet beschouwde als de grote liefde in haar leven. Ik wil je niet te kort doen lieve Joe, in tegendeel. In dit geval denk ik dat jij trots op jezelf moet zijn dat een meid van achtentwintig  jou als haar vader beschouwt’
Connie zei het op zo’n eerlijke en gemeende manier dat ik haar alleen maar dankbaar kon zijn.
Marie knikte en ik voelde me eigenlijk ook als een vader, die er voor zijn dochter wilde zijn. Door dik en door dun. Ik wilde een baken in haar leven zijn. Iemand die haar op zou rapen als ze was gevallen. Iemand die haar troosten zou als ze zich pijn had gedaan. Zo moest het voelen. Al had ik dan van mezelf geen kinderen, ik had de mooiste dochter van de wereld en het maakte mij intens verdrietig dat ze me elk moment kon ontvallen. Connie zei dat ze het in orde gingen maken en gaf Marie en mij een kus toen we afscheid namen.
‘Fijn jullie te mogen kennen. Heel veel sterkte en nogmaals probeer even wat rust te pakken.’
We bedankten Connie en Theo. Ze waren zo aardig voor ons geweest. Ze waren zo’n grote steun in het moeilijkste moment van mijn leven tot nu toe.
Marie zei dat ze de autosleutels had van de auto van Veronique. Ik vroeg of ze zich goed genoeg voelde om te kunnen rijden. Ik wilde met alle plezier een taxi regelen. Ze zei dat het wel ging lukken.
Marie stuurde de rode Alfa behendig door het Parijs verkeer. Na drie kwartier draaiden we de straat van ons appartement in. Mocka en zijn vrienden stonden op het hoekje. Ze groetten ons. We zwaaiden terug en reden de poort binnen. Marie parkeerde de Alfa naast de VW-bus van Eva.
Ik keek nog even achterom en dacht aan Eva. Ze was zo trots op haar busje. Het was haar bus.
‘Blijf je vannacht bij mij Joe, alsjeblieft?’
‘Zeker blijf ik vannacht bij jou en morgen en overmorgen… als jij dat tenminste wilt lieverd.’
‘Het is allemaal zo dubbel. Het maakt me gelukkig en het stemt me tegelijkertijd ook zo verdrietig…’
‘Hoe bedoel je…?’
‘Nou, wij zo met zijn tweetjes…’
‘Is het om Eva…?’
‘Ja Joe, ik voel me zo schuldig…’
‘Ik snap wat je bedoelt… maar ik denk echt dat Connie de spijker op de kop sloeg. Eva zocht een vader, iemand die er voor haar was. Ik ben absoluut niet de grote liefde in haar leven.’
‘Maar jullie hebben toch met elkaar geslapen…’
‘Naast elkaar gelegen in hetzelfde bed, omdat er maar een bed was Marie. Dat was het. Meer is er niet geweest.’
‘Heb je dan nooit geen behoefte gehad om…?’
‘Om met haar te vrijen… ? Jawel maar alleen maar om de seks en verder niks. Maar uit respect voor elkaar is dat nooit zover gekomen. En daar ben ik nu heel, heel erg blij om. Om eerlijk te zijn.’
‘Ze wilde graag kindjes…’
‘Van mij…? Heeft ze ooit gezegd dat ze mijn kindjes wilde…?’
‘Nee, dat niet, maar…’
‘Marie geloof me nu maar. Eva wil maar één ding. Vrij zijn en muziek maken… alleen het heeft haar toe nu toe alleen maar eenzaamheid gebracht. Ik heb haar een beetje warmte en liefde gegeven. Ik ben voor haar die ruggensteun geweest die ze even nodig had. Ik weet zeker en hoewel we misschien nooit meer de kans krijgen om het aan haar zelf te vragen, dat ze door was gegaan met haar muziek. Haar enige grote liefde tot nu toe. Ze zou me wel hebben gevraagd om bij haar te blijven, maar niet als haar minnaar. Ik had nooit meer dan haar vangnet kunnen zijn, een soort vaderfiguur… Overigens een mooie rol, waar ik me ook heel goed in kan vinden.’
‘Misschien heb je ook wel gelijk. Maar wat er ook gebeurt Joe, we laten haar niet vallen. Dat zou ik mezelf  niet kunnen vergeven. Ik zou daar niet mee kunnen leven.’
‘Ik ook niet Marie, we laten Eva zeker weten niet alleen…’
De telefoon ging. Het was Veronique. Ze wilde weten hoe het met Eva ging. Marie vertelde wat er allemaal gebeurd was en wat de plannen waren. Ze vertelde dat ze samen met mij bij Eva was geweest en dat ik Eva had verteld wat er ging gebeuren. Ik begreep uit het gesprek dat Veronique het wel kon begrijpen. Marie vertelde dat wij samen hadden besloten dat wat er ook zou gebeuren wij Eva niet zouden vergeten. Het was een gesprek tussen een moeder en haar dochter.
De bezorgdheid van Marie voor haar dochter klonk door het hele gesprek heen en ondanks dat Marie zei dat ze het wel allemaal aankon, proefde ik ook uit het verloop van het gesprek de bezorgdheid van een dochter voor haar moeder. Ik dacht even terug aan het moment dat we met zijn viertjes bij elkaar waren. Toen we bij Antoine samen wat hadden gedronken. De gedachte die ik toen had. De gedachte dat ik daar met Marie en onze twee dochters aan tafel zat. Althans dat dit logischer was geweest. Die gedachte gaf me een warm gevoel. Ik droomde even weg. Marie legde de telefoon neer.
‘Is er iets lieverd…’ vroeg Marie toen ze zag dat ik wat afwezig was.
‘Nou nee, ik vroeg me alleen af of Veronique me ooit zal accepteren…’
‘Wat denk je zelf Joe…?’
‘Ik weet het niet. Het is voor haar ook zo lastig…’
‘Weet je wat ze zo net tegen me zei…?’
‘Nee…’
‘Ze vindt je zo dapper en een kei, omdat je er niet voor wegloopt en Eva niet in de steek laat. Ze zei dat ze zo trots op je is…en dat ik lief voor jou moest zijn, want dat had je wel verdiend. Dat zei ze tegen me.’
‘Heeft ze dat echt gezegd?’
‘Ik heb het echt niet verzonnen…’
‘Goh, wat is dat goed om te horen… Ik raak er helemaal ondersteboven van.’
‘Ik moest je ook nog een kus geven…’
Marie kwam naar me toe en we kusten elkaar.
‘Ik houd van je Joe.’
‘Ik ook van jou…lief.’
Ik ging op de bank zitten en Marie liep naar de keuken om een kop koffie voor ons te maken. Op de voorpagina van de krant stond dat het steeds moeilijker werd om niet in de schulden te geraken. De economie trok nog niet aan, ondanks alle voorspellingen. Mijn mobiel ging en ik zag op de display dat het Theo was.
‘Hallo Theo, heb je een positief bericht voor ons…?’
Hij vertelde dat John McKenzie zo ongeveer rond deze tijd in het vliegtuig zou stappen. Er was nog een klein probleempje. McKenzie had apparatuur nodig die niet in Europa voorhandig was. Hij had er wel voor gezorgd dat deze apparatuur vanuit Amerika zou worden overgevlogen, maar het zou misschien wel  een dag of twee vertraging kunnen geven. De oorzaak zat hem in de douaneformaliteiten. De apparatuur moest nou eenmaal via de douane. In ieder geval zou John zijn uiterste best doen om het zo goed mogelijk te laten verlopen. Ik vroeg hoe het met Eva ging. Theo vertelde dat haar toestand stabiel was. Hij beloofde me als er wat te melden was, hij mij direct zou bellen. Toen ik mijn mobiel uitdrukte ging er een huivering door me heen. Ik dacht aan Eva. Zou het allemaal wel goed komen?
‘Wat dat Theo Boering…?’vroeg Marie.
‘Ja, die Amerikaanse arts is onderweg. Maar er was nog een probleem met de apparatuur. Het kan zijn dat het nog een paar dagen langer duurt voordat ze kunnen opereren.’
‘Tjee, het wordt wel spannend…’
‘We moeten maar afwachten Marie, er zit niks anders op. We hebben dit niet in eigen hand. Trouwens hoe was je kennismaking verlopen…?’
‘Nou eigenlijk wel goed, hoewel ik mijn hoofd er niet helemaal bij had. Het lijkt me een leuk team. Het is nog wel allemaal een beetje vreemd voor me, maar ik denk wel dat ik mij er in kan vinden.’
‘Dat zal best goed komen met jou.’
Marie knikte terwijl ze van haar koffie dronk.
‘Ik denk het ook wel. Ik zal in ieder geval mijn best er voor doen. Ik heb mijn baan bij het verhuurbedrijf opgezegd. Eind van de volgende maand moet ik hier weg zijn.’
‘Dan zullen we voor je op zoek moeten gaan lieverd. Heb je al wat in gedachten. Ik bedoel wil je iets in het centrum of zo…?’
‘Dat zal ik wel niet kunnen betalen, lijkt me…? En wat is jouw plan Joe. Volgende week zondag houdt het hier ook voor jou op.’
‘Tja, ik had een paar weken geleden nog het idee dat we na het concert terug zouden gaan naar Nederland. Ondertussen is er zoveel veranderd dat ik eerlijk gezegd niet echt weet wat ik moet doen.
Nou ja… het liefst zou ik bij jou willen blijven… dat in ieder geval. Maar ik moet ook nog ergens van leven. Zo kan het niet door blijven gaan. Ik heb dan wel een afspraak met Pierre, maar dat zal in eerste instantie ook niet genoeg opleveren om van rond te kunnen komen.. Daarnaast wil ik Eva niet in de steek laten. Wat het me ook kost. Ik heb me in ieder geval voorgenomen dat zolang zij me nodig heeft, ik voor haar zal zorgen. Ik hoop dat je dat kunt begrijpen Marie?’
‘Ik vind het geweldig van je en ik zal je daar zoveel mogelijk bij helpen…daar kun je op vertrouwen. Ik heb niet veel geld Joe, dus het wordt lastig om voor ons beiden te zorgen. Zeker als we straks nog woonruimte moeten huren. Kijk, hier kostte het niks. Hier was het allemaal inclusief.’
‘We zien wel. Voorlopig moeten we het maar even zien te rooien. Het is niet anders.’
‘Wil je wel bij me blijven… ?’
‘Wat denk je Marie?’
‘Ik twijfel wel een beetje…om eerlijk te zijn. Ik kan nog niet geloven dat het allemaal goed komt.’
‘Kom eens bij me zitten lieverd.’
Marie kwam naast me zitten op de bank en legde haar hoofd tegen mij aan.
‘Marie van me, ik heb voor het eerst rust in mijn hoofd. Ondanks wat er allemaal is gebeurd. Ik voel me zeker en sterk. Ondanks dat we elkaar zo kort kennen voel ik een heel sterke band met jou. Ik denk dat ze dat houden van noemen. Ik kan me niet meer voorstellen wat ik zonder jou zo moeten. Voor het eerst ben ik eerlijk tegenover mezelf en kan ik dat ook naar jou en naar iedereen in mijn omgeving zijn. Eerlijk zijn over mijn gevoelens voor jou, voor Eva…voor Veronique voor iedereen waar ik iets mee heb. En dat geeft mij een heerlijk gevoel. Al mijn frustraties en remmingen lijken te zijn opgedroogd, in ieder geval bepalen ze niet langer mijn leven. En ik denk dat dit allemaal komt door jouw liefde voor mij. En mijn liefde voor jou. Zo simpel kan het ooit zijn…’
Ze keek me aan en glimlachte.
‘En jij vindt dat allemaal simpel?’
‘Jij niet dan… ik laat het maar gebeuren. Je kunt het toch niet tegenhouden. Dus dat probeer ik dan ook maar niet.’
‘Joe Grey, ben je echt nog steeds dezelfde vent, die hier een paar weken geleden binnenstapte?’
‘Ja dat wel, alleen eindelijk een beetje volwassen geworden…’
‘Een beetje…?’
‘Een beetje Marie, er zal altijd wel iets om te verbeteren overblijven…’
‘Ja, dat zal wel als jij het zegt,’ zei ze en ze kroop wat dichter tegen me aan.
‘Wil je zo meteen nog een kopje koffie…?’
‘Joe, ik lig net zo lekker en dan kom jij weer met een vraag of ik koffie lust…’
‘Het was maar een vraag.’
Minuten lang bleef het stil en ik streelde haar haren.
‘En jij Joe, waar zou jij het liefst willen wonen?’
‘Bij jou… Nee. Het maakt me niet zo veel uit. Nou ja, als er wat leven om me heen is, lijkt me dat wel prettiger dan dat ik ergens opgesloten zit, verlaten van God en vaderland.’
‘Net zoals hier…’
‘Ja of ze moeten ook een mooie aardige conciërge hebben, die ook zo lief voor mij is…’
Ze grinnikte en kietelde mij. En als ik ergens niet tegen kan dan is het tegen kietelen. 
‘Hou nou toch op …’ en ik probeerde me van haar los te maken.
‘Dat zal je leren. Beloof je op het rechte pad te blijven en alleen maar oog te hebben voor deze conciërge…?’
‘Welke…Waar dan. Ik zie alleen maar een castingdirecteur… verder niemand…’
‘Nou beloof je het mij…’ en ze zette nog eens aan om me het leven zuur te maken met haar kietelpraktijken.
‘Ja hoor, met heel mijn hart. Ik beloof het, maar dan moet je nu wel ophouden…’
‘Nou dat kostte wel wat moeite, maar je hebt in ieder geval het goede antwoord gegeven.’
‘Wat denk je, zullen we nog een glaasje samen drinken of gaan we slapen. Het is tenslotte morgen weer vroeg dag. Althans voor jou. Ik heb tijd genoeg.’
‘Ja, ja , wrijf het er maar in. Iemand moet voor de centjes zorgen en aangezien jij dat niet bent, dan blijft er al niet veel meer over om te kiezen.’
‘Hoe laat moet je weg?’
‘Nou als ik om half acht hier weg kan zijn dan is het oké. Let jij een beetje op de winkel. Er zal wel niet veel te beleven zijn, want ik heb geen enkele aanmelding noch reservering.’
Ik stond op en masseerde mijn nek met mijn hand.
‘Volgens mij ben je nog de enige. Voor de rest zijn het allemaal huurders voor een langere periode. Maar die zitten in de andere vleugel. Die bedruipen zichzelf. Het voorste gedeelte staat helemaal leeg. En daar heb je dus geen werk van,’ voegde Marie toe.
‘Zijn die Nederlanders eigenlijk al weer weg?’
‘Allang, die hadden het na een dag al gezien. Ja, als je naar Parijs komt om wat te beleven moet je hier niet gaan zitten. Hier gebeurt niks.’
‘Dat moet je niet zeggen…’
‘Hoezo…?’
‘Nou, ik heb hier al heel wat beleefd…’
‘Ja… hoor. Krijg ik nog wat te drinken of hoe zit het er mee?’
‘Wat wenst u mevrouw Bonnet.’
‘Een glaasje wijn graag.’
‘Jazeker mevrouw Bonnet… tot uw dienst mevrouw Bonnet.’
‘Kijk, zie je wel dat je het kunt. Je leert wel niet zo snel, maar uiteindelijk zie ik dan toch resultaat.’
‘Kan ik verder nog iets voor u doen…’
‘Zo’n lekkere kus, dat zou wel lekker zijn.’
‘Zeker mevrouw, als ik u daarmee kan plezieren…’
Ik gaf haar een stevige kus.
‘Had mevrouw verder nog wensen?’
‘Nee, zo kan ie wel eventjes…’
Ik zat net weer toen mijn mobiel ging. Ik schrok. Het was al bijna tien uur en ik dacht meteen aan Eva.
Het was Bob.
‘Hallo kerel. Ik had je morgen willen bellen… Ik heb je een hoop te vertellen. Maar goed, jij belt…’
Bob had een probleem in Duitsland. Er was een zending kwijt geraakt.  Of ik tijd had om dat voor hem uit te zoeken. Ik vertelde hem over Eva. Hij schrok. Hij zei dat hij zelf wel achter zijn zending aan zou gaan en vroeg aan mij of hij nog iets voor me kon doen.
‘Nou nee Bob, op dit moment niet. Ik red me wel even. Volgende week heb ik een afspraak bij die man die misschien wel wat handel voor me had. Je weet wel, die Pierre waar ik het met je over gehad heb. Voor de verdere rest lukt het wel. Hoe is het met Anna…?’
Bob zei dat het allemaal wel goed ging. Anna was een paar dagen naar een vriendin. Hij was alleen.
Toen begreep ik ook waarom hij nog zo laat belde. Met Anna in de buurt was dat niet gebeurd. Ik beloofde dat ik hem op de hoogte zou houden.
‘Ik dacht even dat er wat met Eva was…?’ zei Marie met bezorgdheid in haar stem.
‘Ja, dat is dan altijd… Nooit belt hij  zo laat en dan in zo’n situatie dan komt dat voor. Niet dat het erg is, maar het maakt je zo aan het schrikken.’
We dronken ons glas wijn leeg en gingen slapen. Samen in één bed. We lagen dicht tegen elkaar aan.
Ik had mijn arm om haar middel geslagen. Het was allemaal zo vertrouwd. Of het al jaren lang zo was geweest.

70


Marie was al vroeg op. Ze ging met de Alfa naar André. Hoe ze terug zou komen naar het appartement zou ze me nog wel laten weten. Het was op zich wel heel praktisch, want nu had ik de Peugeot tot mijn beschikking. Ze zei me nog dat de sleutels op de schoorsteenmantel lagen. Achter de mini Eiffeltoren. En ze voegde er direct aan toe; ‘tenminste als je durft te rijden… Je kijkt maar… als je maar uitkijkt.’
‘Ja hoor, ik durf dat wel. Maar ik hoop niet dat het nodig is. Of moet ik je vanavond op komen halen? Dan kunnen we nog even een bezoekje brengen aan Eva. Goed plan?’
‘Goed plan Joe, ik bel je nog wel…’
Ze gaf me een kus en ik hoorde de deur.
Ik besloot om nog maar even in bed te blijven. En weldra was ik weer in een diepe slaap. Het was bijna elf uur toen ik wakker werd. Ik stond op en nam een douche en kleedde me aan. Ik had Marie beloofd om nog wat boodschappen te doen. Toen ik de poort uit liep viel het me op dat de groep jongeren er niet was. Het was stil op straat. Er was niemand te zien. Ik wandelde op mijn gemak naar de winkel van Gaston. En zoals gebruikelijk meldde ik me, waarop Gaston de deur opendeed.
‘Goede morgen  Gaston. Het is een mooie dag…’
‘Dat valt wel mee Joe, het kan een stuk beter,’ antwoordde hij somber.
Ik keek hem aan.
‘Toch niks met je dochter… Ze is toch wel geweest?’
‘Zeker, nee niets aan de hand. Tussen Janine en mij is het weer helemaal goed gekomen. Ze heeft me beloofd om me iedere week op te komen zoeken. En ze zei ook dat ik maar eens moest komen kijken.’
‘Dat moet je zeker doen Gaston… echt geloof me.’
‘Ja, dat kan allemaal wel zijn, maar daar ben ik nog niet aan toe…’
‘Neem die stap nou maar. Het is voor je dochter ook belangrijk.’
‘Ik zal er wel eens over denken…’
‘Goed zo, maar waarom ben je eigenlijk zo somber?’
‘Nou er is gisterenmiddag een schietpartij geweest. Even verder op in de buurt. Er was ruzie tussen twee van die jongerengroepen. Een dode en ze zeggen dat er  ook nog een paar gewonden zijn. Allemaal eigenlijk nog kinderen als je het goed beschouwt. Het wordt er hier allemaal niet beter op. Soms denk ik wel eens dat het beter zou zijn om hier maar weg te gaan. Alles op te geven en ergens opnieuw iets te beginnen. Je kunt er op wachten dat ze hier een keer met een pistool komen binnenwandelen. Ik moet er even niet aan denken.’
‘Zo, dat klinkt allemaal niet best. Weet je wie het zijn?’
‘Nee, nou ja. De groep die hier altijd rondhangt was er bij betrokken. Maar wie er dood en zwaargewond zijn, dat kan ik je niet zeggen.’
Ik begreep nu ook waarom Mocka en zijn vrienden er niet waren. Het maakte me wat onrustig al wist ik niet direct waarom. Ik pakte mijn boodschappen en nadat Gaston de gebruikelijke fles wijn in mijn tas had gedaan liep ik naar buiten.
‘Gaston, tot de volgende keer maar weer en denk er nog maar eens over na. Je doet er Janine een heel groot plezier mee. En niet alleen Janine maar zeker ook jezelf.’
‘Ik zal er echt over nadenken. Doe je de groeten aan Marie.’
‘Zal ik doen…’
Toen ik terugliep naar het appartement was de straat nog steeds leeg. Ik was het niet gewend.
Het bleef me bezig houden. Ik dacht aan het gesprek met Gaston, die me over de schietpartij had verteld. Nadat ik een kopje koffie had gedronken ging ik naar mijn eigen appartement. Ik zag dat het niet veel tijd zou kosten om alles op te ruimen. Eva had nog nauwelijks spullen liggen en alles wat van mij was, paste met gemak in mijn kleine koffer. Ik keek om me heen en ik verbaasde me eigenlijk dat ik hier al drie weken had door gebracht. Het was al met al een troosteloze omgeving. Toen ik naar beneden liep ging mijn mobiel. Het was Marie. Ze vroeg me hoe het ging en ik vertelde over Gaston en over de schietpartij. Het was even stil.
‘Ik vind het wel vreemd dat Mocka en zijn groep er vandaag niet waren. Er zal toch niks ergs aan de hand zijn…? Maar ik kan toch moeilijk naar ze op zoek gaan. Dat lijkt me tenminste niet zo erg verstandig.’
Marie was het met me eens. Ze nam aan dat ze wel weer een keer zouden komen opdagen. Het was wel eens vaker voorgekomen dat ze er een paar dagen niet waren. Ze vroeg me of het uit kwam dat ze direct doorging naar het ziekenhuis. We zouden elkaar  daar zien en dan vervolgens samen terugrijden naar het appartement. Als er niets tussen kwam was ze rond vier uur bij la Renaissance. Ik zei dat dit goed was. Nadat de verbinding was verbroken liep ik weer naar buiten. De overkant van de straat was nog steeds leeg. Geen Mocka met zijn groep. Ik kon het niet laten om iets verder de straat in te lopen, hoewel ik wist dat dit niet verstandig was. Er was niemand te zien. Geen enkel teken van leven. Na een paar honderd meter vond ik het toch beter om terug te lopen. Ik schrok toen ik een meisjesstem hoorde roepen. ‘Meneer…meneer Joe…’
Ik keek om me heen maar ik zag niemand. Het geluid kwam uit een van de zijstraatjes. Ik wist niet goed wat ik moest doen. Ik vermande me en liep behoedzaam naar het steegje waar het geluid vandaan kwam. Ik keek schichtig om me heen, maar zag niemand. Toen ik het steegje in liep, zag ik twee meisjes, die ik herkende. Ik had ze vaker gezien. Ze behoorden tot de groep van Mocka. Ik voelde me niet op mijn gemak.
‘Dag meneer Joe…’ zei het donkere meisje. Het andere meisje stond huilend in een nis.
‘Dag, jullie zijn toch vriendinnen van Mocka…?’
‘Jawel meneer Joe…’  en het donkere meisje wenkte dat ik mee moest komen.
Ze zei dat ik stil moest zijn. Ik liep achter de twee meisjes aan en ik had geen flauw idee waar we naar toe gingen. Ik voelde me totaal niet op mijn gemak, maar ik wist dat er nu geen weg terug meer was.
Ze liepen behoedzaam door de smalle straatjes en ik had het idee dat Marie en ik hier ook waren geweest toen we naar de moeder en het zusje van Mocka waren gegaan. Even verderop moesten we een straat oversteken. Het donkere meisje rende naar de overkant en keek om zich heen. Ze wenkte dat het veilig was. Het andere meisje volgde mij. Ze was nog steeds verdrietig. Even verderop gingen we weer een steegje in. Ik herkende het hier niet. Ik had geen idee meer waar we ergens waren. Het donkere meisje maakte me duidelijk dat ik stil moest zijn. We gingen een poortje door en kwamen aan bij een deur. Het donkere meisje klopte zachtjes op de deur. Het duurde even maar toen werd er opengedaan door een oudere vrouw. Door het weinig licht kon ik haar nauwelijks zien. Het donkere meisje gaf me een teken dat ik snel moest volgen. Het andere meisje bleef achter mij lopen. De oudere vrouw was verdwenen. Plotseling herkende ik het huis van Mocka. Blijkbaar hadden we een andere route genomen. Het donkere meisje klopte op de deur. Er werd opengedaan. De jongen die de deur openmaakte herkende ik ook als een van de jongens van de groep. Hij gebaarde dat ik snel naar binnen moest komen.
‘Sorry meneer Joe,’ zei het donkere meisje, ‘dat het allemaal zo moet, maar het is nu echt even gevaarlijk. Ik ben Rissa en dit zijn Zara en Bertrand. We zijn van de groep van Mocka. Maar ik neem aan dat u ons al herkend had. Meneer Joe, we hebben echt een heel groot probleem en misschien dat u ons kunt helpen. Er is gisteren een ruzie geweest tussen onze groep en die van Kaplan. Er is geschoten. De broer van Kaplan, de leider van de andere gang, is gedood. Vanmorgen vroeg zijn ze verhaal komen halen. Ze hebben de moeder van Mocka meegenomen en hopen natuurlijk dat Mocka naar zijn moeder op zoek gaat.’
‘Waar is Mocka…?’ vroeg ik.
‘Hij is vannacht niet hier geweest. Hij houdt zich ergens verborgen.’
‘Heeft Mocka geschoten?’
Niemand zei iets.
‘En weten jullie waar zijn moeder is…?’
‘Nee, maar we weten zeker dat Mocka haar zal gaan zoeken. En ze zullen hem doden.’
‘Het heeft zeker geen zin om de politie in te schakelen?’ vroeg ik, hoewel ik het antwoord eigenlijk al wist. Rissa schudde het hoofd.
‘Ons grote probleem is Belle. We weten niet zo goed hoe we voor haar moeten zorgen, ziet u. We kunnen haar toch moeilijk zo achter laten. We weten ook niet hoe lang dit allemaal gaat duren.’
‘Weet Belle inmiddels wel wat er aan de hand is…?’
‘Nee, ze vraagt ons wel waar haar moeder is. Ik denk dat ze het ook niet helemaal vertrouwt.’
‘En jullie weten dus ook niet waar Mocka is?’
‘Nee hij is gisteren weggevlucht en we weten echt niet waarheen….’
‘Nou, dat is wat Rissa…’
‘Wilt u ons alsjeblieft helpen meneer Joe, we zijn zo bang dat het misgaat.’
‘Ik wil jullie best helpen, maar ik weet even niet hoe…? Wat kan ik doen?’
‘Wilt u ons in ieder geval helpen om het tegen Belle te vertellen?’
‘Natuurlijk wil dat. Geen probleem.’
We stonden op het punt om naar het kamertje van Belle te gaan toen er op de deur werd geklopt.
Rissa deed voorzichtig de deur open en ik herkende de jongen, die zich naar binnen haastte ook als een van de vrienden van Mocka. Hij was buiten adem. Ik begreep uit zijn woorden dat hij bang was dat ze hem waren gevolgd. Hij was zichtbaar overstuur. Toen hij weer tot zichzelf was gekomen vertelde hij dat Mocka zijn moeder was gaan zoeken.
‘Ze hebben hem in een hinderlaag gelokt…Ze hebben ‘m te pakken…!’
Rissa vroeg wat er gebeurd was. In horten en stoten vertelde hij zijn verhaal.
‘Toen Mocka had gehoord dat ze zijn moeder hadden, is hij er alleen op af gegaan. Hij wilde niet hebben dat ik met hem mee ging. Ik ben hem stiekem gevolgd. Ze hebben hem opgewacht. Ze hebben voor zijn ogen zijn moeder doodgestoken… Mocka ging helemaal door het lint. Toen hebben ze hem te grazen genomen. Hij had geen schijn van kans. Ik denk dat ze hier naar toe zullen komen…’
Rissa en Zara huilden. Bertrand stond wezenloos voor zich uit te staren. Djouff, want dat was de naam van de jongen die ons het verhaal vertelde, keek strak voor zich uit.
‘Waar zijn de lichamen van Mocka en zijn moeder…Djouff ?’ vroeg ik.
‘Nou, die zullen ze zo meteen wel hier naar toe brengen…Zo gaat dat hier…’
‘En dan…?’
‘Er is maar één begrafenisondernemer die hier durft te komen. Het is maffia. Voor geld regelen ze alles voor je. Geen probleem zolang je er maar voor betaalt.’
‘Weet je hoe we die kunnen bereiken…?’
‘Daar hoef je geen moeite voor te doen… die komen wel uit zichzelf. Die zijn meestal nog eerder op de hoogte dan wie ook.’
We hoorden een auto stoppen en we hielden ons stil. We hoorden de portieren en er werd iets zwaars tegen de deur gegooid. Ik hoorde twee doffe dreunen. Toen weer het geluid van dichtslaande portieren en een auto die met gierende banden wegreed. Bertrand maakte voorzichtig de deur open. Voor de deur, op het stoepje lagen de ontzielde lichamen van Mocka en zijn moeder. Op de lichamen lag een stuk karton met daarop in hanenpoten geschreven. “ Hier hebben jullie de hoer en haar hoerenjong terug. Hou voortaan je vuilnis in je eigen straat. ”
Ik voelde mijn maag omkeren. Ik snakte naar adem. De meisjes hielden elkaar vast en huilden. Bertrand en Djouff staarden voor zich uit. De aanblik van de twee lichamen brandde zich in, in mijn geheugen. Het bloed sijpelde nog uit de wond van Mocka’s moeder. Ze hadden haar keel doorgesneden. Ik zag bij Mocka de schroeiplekken op zijn borst waar de kogels zijn lichaam waren binnengedrongen. Ik zag er ook een op zijn rechterslaap. Ik telde er tenminste zes. Ik wreef met mijn handen door mijn gezicht. De vier jongeren keken me vragend aan. Ik zag de angst in hun ogen.
‘Meneer Joe… wilt u ons alstublieft helpen…?’ vroeg Rissa nog maar eens.
Ik legde mijn hand op haar schouder.
‘Ik… ik wil jullie best  helpen, maar ik kan dit echt niet alleen. Ik heb jullie hulp hierbij heel hard nodig…’
‘We zullen u wel helpen…’ antwoordde Rissa. ‘Zegt u maar wat we moeten doen, wat …’
Voordat Rissa haar zin af kon maken hoorde we weer een auto stoppen. Er werd op de deur geklopt.
De lichamen lagen nog op het stoepje. Bertand maakte open. Ik zag een lijkwagen en twee mannen. Het waren geen plezierige types. Hun gure uiterlijk deed me huiveren, maar ik probeerde me goed te houden.
‘Er is hier een ongeluk gebeurd geloof ik…?’zei de dikste van de twee. ‘Maar we kunnen het wel voor jullie regelen. Tegen een kleine vergoeding uiteraard…’ zei hij op een hatelijke manier.
Bertrand keek vragend naar mij.
‘Wat moet ik me daar bij voorstellen,’ zei ik.
De dikste van de twee keek naar mij en ik zag zijn meewarige blik.
‘Geen witte paarden met een lijkkoets, mocht je dat soms in gedachten hebben. Ik kan twee kisten regelen en een bewijs van overlijden.  En een plekje op de begraafplaats. Ze kunnen neem ik aan, wel bij elkaar in één graf.’
Ik kon mijn afkeer en boosheid nauwelijks onderdrukken maar gelukkig bleef ik helder genoeg om dit niet te laten blijken. Ik had het gevoel dat het dan wel eens slecht af zou kunnen lopen.
‘Wat gaat u op het bewijs zetten?’
‘Natuurlijke dood. Of wil je het anders. Je zegt het maar… Jij bent de klant.’
‘Nee hoor, dat is goed. En wat zijn de kosten…?’
‘Ik zal het goed met jullie maken. Want hier is zo te zien toch niet veel te halen. Vijfhonderd de man.
Dus totaal duizend euro’s. Als ik vandaag geld heb, wordt het vandaag nog geregeld.’
De kleinste had de lichamen van Mocka en zijn moeder nog eens bestudeerd.
‘Ze passen wel in een standaardmodel…’ zei hij tegen de dikste. ‘Die hebben we nog genoeg staan.’
Ik wist dat ik geen keus had. Ik had Mocka en zijn moeder een beter lot gegund maar ik wist dat ik dit niet in eigen hand had. Als ik anders zou besluiten, dan was het hek van de dam. Ik kon me voorstellen dat dit slecht voor mijn gezondheid zou zijn. De dreigende blikken van de beide mannen zeiden genoeg.
‘Goed, ik zal zorgen dat er geld komt,’ zei ik kortaf.
Ik wilde er nog aan toevoegen dat ik er dan wel vanuit ging dat ze alles netjes zouden afhandelen, maar gelukkig besloot ik die opmerking maar achter wegen te laten.
‘Fijn met je zaken te kunnen doen. Als jij zorgt voor het geld, dan zorgen wij voor de rest. Dan heb je morgen de aktes van overlijden en kunnen deze twee mensen in alle rust worden begraven. We zullen ze vast meenemen. Het staat zo slordig, zo op het stoepje. Wat moet de buurt er wel niet van denken…’
Ik voelde mijn boosheid, maar ik moest mijn woede beheersen.
‘Waar moet ik betalen?’
‘Hoe laat kun je centen hebben. Dan komen we nog wel even langs…’
‘Vanavond om half acht…?’
‘Nou dat moet dan maar. Zeven uur en niet later. Anders wordt het voor ons wel een hele lange dag.’
Ik keek de andere kant op toen de twee de lichamen in hun auto sjorden. Het was mensonterend.
Ik kon wel braken. Ik hoorden het dichtgooien van de portieren en ze reden weg. Rissa en Zara hielden elkaar vast. Bertand had een emmer water gehaald en spoelde het stoepje schoon. Hier en daar waren nog wat bloedsporen. Het was alsof ik in een slechte film was beland. Vier jongen mensen die in een shock waren, twee vermoorde mensen, een malafide begrafenisondernemer, en een doodziek meisje van bijna zeventien, die ik moest gaan vertellen dat haar moeder en haar broer dood waren. Ik vroeg aan Rissa of er een vader of andere familie was.
Rissa zei dat ze bij Mocka thuis nog nooit een man had gezien. Bovendien had Mocka haar verteld dat hij voor zijn moeder en zusje zorgde. Ik pakte mijn mobiel en belde Marie. Ze schrok en vroeg me of er toch niks ernstig was met Eva.
‘Nou lieverd, dat niet maar wel iets wat daar nauwelijks voor onder doet. Ik ben nu bij het huis van Mocka en Belle. Mocka en zijn moeder zijn overleden. Ik vertel je later wel hoe dat allemaal is gelopen. Ik heb twee hele grote problemen. De eerste uitdaging is dat ik voor zeven uur duizend euro moet hebben. Voor de begrafenis. Ik zal je ook hier de details maar van besparen, maar ik kan je wel vertellen dat ik zoiets nog nooit heb meegemaakt en oprecht hoop dat ik dit ook nooit meer mee zal maken. Verder heb ik natuurlijk het grootste probleem en dat is Belle. Ik moet het haar nog allemaal gaan vertellen, maar een ding is zeker, ik kan haar hier zo niet achter laten… dat zul je wel begrijpen. Ze kan hier echt niet blijven.’
Marie vroeg of ik een idee had, hoe het dan met Belle verder moest.
‘Nee Marie, dat heb ik niet, ik kan echt niks bedenken. Alleen dat het zo niet kan…’
Ze zei dat ze met Connie Boering over Belle had gesproken en dat ze het kaartje van Connie bij zich had.
Ze zou haar wel even bellen. Misschien kon Connie helpen. Ze zou me meteen terugbellen. Het geld zou ze ook meebrengen. Dan moest ik er wel voor zorgen dat iemand het even bij het appartement ophaalde.
Ik zei dat het in orde was. Toen Marie de verbinding had verbroken vroeg ik aan beide jongens of ze er voor konden zorgen dat het geld werd opgepikt. Marie zou zeker rond half zes thuis zijn. Ze zeiden me dat  het wel in orde kwam. Nou kwam het meest moeilijke deel van mijn missie. Ik vroeg aan Rissa en Zara of ze me wilde helpen met Belle. Ik wist niet goed hoe ik het haar moest vertellen. Rissa liep voor op. Naar het kamertje van Belle. Ze was in een lichte slaap. De geur in de slaapkamer deed mij weer naar adem happen. 
‘Belle, ik ben Joe, je weet wel van de muziek en van Eva en van madame Marie.’
Ze herkende me en glimlachte.
‘Dag meneer Joe, ik hoop toch zo dat het vlug zaterdag wordt. Ik verheug me echt heel erg op het concert. Komt u mij weer muziek brengen?’
‘Nee lieve Belle, was het maar waar…’
Ik realiseerde me dat het niet slechter kon. Haar moeder dood, haar broer dood en ik moest haar vertellen dat ze weg moest uit het huis. En daarbij kwam ook nog eens mijn Eva die balanceerde op het randje. Ik voelde mijn tranen in mijn ogen branden. Mijn kop barste bijna.
‘Lieve Belle. Er is iets ernstigs met je moeder en je broertje… Ze hebben een ongeluk gehad. Het is echt heel ernstig. Ze zijn helaas… Ze zijn overleden lieve Belle.’
Ik was blij dat ik het had kunnen zeggen. Ik had geen idee of ik het ook nog een beetje subtiel had aangezet. In ieder geval besefte Belle maar al te goed wat ik had gezegd en wat het gevolg was van mijn woorden.
‘Dan kan ik ook net zo goed dood gaan… Ik kan niet zonder… dan is alles voor niets geweest,’ zei ze terneergeslagen.
‘Dat moet je niet zeggen. We gaan onze uiterste best doen…’
‘Voor wat… meneer Joe. Wie moet mij. Ik ben ziek en wordt nooit meer beter. Geloof me, ik kan ook beter dood zijn.’
Het deed me pijn om dit zo te moeten horen van  zo’n jong meisje. Rissa en Zara keken me aan. Ik zag hun tranen. Mijn mobiel ging. Het was Marie. Ze had Connie gesproken. Die had voorgesteld om Belle naar het ziekenhuis te halen. Dan kon ze haar tevens onderzoeken en daarna zouden we wel zien. Het grote probleem was echter dat er geen ambulance bereid was om naar die wijk te gaan. Marie zei dat we dat zelf moesten regelen. De rest zou Connie voor haar rekening nemen.
‘Marie heb je al geld gehaald…?’
Ze zei dat ze dat zo meteen ging doen en dat ze daarna naar huis ging. Ze zou proberen tegen half zes bij het appartement te zijn.
‘Lieverd wil je duizend euro extra mee brengen. Dus totaal twee duizend…?’
Ze hoopte dat ze zoveel kon krijgen anders zou ze wel even met André overleggen. Ik kon er van uit gaan dat het in orde kwam.
‘Belle, we hebben een plekje voor je in het ziekenhuis. Een vriendin van ons is daar dokter. Ze zal je onderzoeken en daarna kijken we wel wat het beste voor jou is. Vind je dat goed?’
Ze knikte en het viel me op dat ze nog geen traan had gelaten. Ik vertelde tegen Rissa en Zara wat mijn plan was. Ik wilde proberen de begrafenisondernemer zo ver te krijgen dat hij Belle naar la Renaissance zou brengen. Ik had er vertrouwen in dat hij dat voor geld wel zou willen doen. Rissa en Zara zochten wat spulletjes voor Belle bij elkaar. Het was niet veel wat ze had. In ieder geval moest de cd van Eva mee en de cd-speler. Het was haar rijkste bezit. En een foto met daarop Mocka en haar moeder en zijzelf. Ze stond tussen Mocka en haar moeder in. Het was een wat oudere foto. Ze leek toen nog gezond. Bertrand en Djouff waren op weg gegaan naar Marie om het geld op te halen. Na een uurtje waren ze terug. Het was inmiddels half zeven. Om exact zeven uur hoorde ik een auto stoppen. Ik maakte de deur open. Ze waren er weer allebei. De dikke en de kleine.
‘En heb je het geld…’ was de binnenkomer.
‘Zeker heb ik het geld. En ik ga jullie ook nog om een gunst vragen. Een betaalde gunst.’
‘En wat mag dat dan wel wezen. Ik hou anders niet van die flauwekul,’ reageerde de kleinste.
‘Er is hier een doodziek meisje. Dat moet naar het ziekenhuis. Naar La Renaissance. Mijn vraag aan jullie is wat mij dat gaat kosten… om dat voor elkaar te krijgen?’
‘Je bedoelt dat je aan ons wil vragen om haar weg te brengen? En wanneer zou dat moeten gebeuren?’
’Nu,’ zei ik droog.
‘Zo, dat is iets. Dat wordt niet goedkoop…’ zei de dikke man en wreef over zijn kin alsof ik hem met een ingewikkeld en daarmee een bijna onoplosbaar probleem had opgezadeld.
‘Noem je prijs…’
De dikke keek naar de kleine man.
‘Wat denk jij? Ik schat dat toch al gauw op een vijfhonderd. En jij…?’
‘Ja veel goedkoper kunnen we het niet doen, ik denk zelfs dat je nog aan de krappe kant zit.’
‘Heren, ik stel voor dat we het afmaken op zevenhonderd onder de voorwaarde dat ik mee kan rijden naar het ziekenhuis. Naar La Renaissance.’
Ze keken elkaar aan.
‘Nou, zevenhonderd… Eh nou vooruit dan maar. Maar we hebben niet veel tijd. Waar is dat meisje…?’
Ik vroeg de twee meiden en de twee jongens om mij te helpen. Met ons vijven lukte het om Belle van het bed te tillen en met vereende krachten slaagden we er in om haar naar de auto te brengen. Er ging een lichte huivering door me heen toen ik bedacht dat daar een paar uur geleden Mocka en zijn moeder als vee in waren gegooid. Ze zouden de lichamen er toch wel uitgehaald hebben? Tot mijn opluchting zag ik dat de ruimte leeg was.
‘Ze moet wel op de vloer liggen. Meer luxe kunnen we niet bieden.’
‘Pak even een deken en een kussen uit de slaapkamer Rissa. Dat ligt in ieder geval wat zachter.’
Ik nam afscheid van Rissa en Zara en de twee jongens. Ze bedankten me.
‘We spreken elkaar nog wel…’ zei ik terwijl ik naast Belle op de vloer ging zitten.
De beide mannen stapten in en de auto begon te rijden. Nu zag ik dat Belle huilde. Ik probeerde haar te troosten. Ik had geen idee waar we heen reden omdat er maar een klein raampje in de achterbak van de auto zat. Ik moest ze maar vertrouwen. In ieder geval was er veel licht van straatlantaarns, dus ik nam aan dat we richting het ziekenhuis gingen. Na een klein half uur klopte de kleine man tegen het tussenschot. Ik begreep dat we er waren. Ik had onderweg Marie gebeld en die had me verteld dat we naar de “eerste hulp” moesten gaan. Connie was in het ziekenhuis. Ik moest maar even naar haar vragen.
‘Naar de eerste hulp,’ riep ik naar de dikke man.
Hij stopte en reed een stukje achteruit. De kleine man draaide het tussenraam naar beneden.
‘Zullen we eerst even afrekenen. Anders komt het er misschien niet van. En dat zou je niet willen toch..?’
‘Nee hoor, hier heb je zeventienhonderd en vijftig. Voor de service.’
Ik gaf hem het geld en de kleine man telde het na.
‘Mooi,’ zei hij, ‘fijn om zaken met je te doen. Ik hoop oprecht dat alles naar wens was,’ voegde hij er op cynisch toon aan toe.
‘Wat kost het me om een mooie bos bloemen op het graf te krijgen?’
‘Het ligt er aan wat je zoekt…?’
‘Nou een flink boeket, niet van dat zuinige gedoe.’
‘Tja, de bloemen zijn duur. Maar je hebt al zoveel onkosten en we zijn de beroerdsten niet. We doen ze er wel bij. All in.’
‘Heren bedankt. Ik vertrouw er op dat alles netjes wordt afgehandeld. Oh ja. Hoe krijg ik die twee aktes van overlijden?’
‘Goed dat je dat zegt.’
De kleine man gaf me een enveloppe en zei zonder blikken of blozen. ‘Alles compleet…’
Ik maakte de enveloppe open en zag dat er twee documenten in zaten. Ik las de namen van Mocka en zijn moeder. Bresset, Mocka en Jeanne Bresset. Ook de geboortedatum en de geboorteplaats waren ingevuld. Of die correct waren wist ik niet, maar er stond in ieder geval iets. Ook de datum en de plaats van overlijden waren ingevuld. Er stond een stempel en een waarmerk op met een vage handtekening. Een A met een krul… Ik zag dat Mocka de week daarvoor achttien was geworden. Tenminste als de datum klopte. Ik moest me goed houden. Bij de oorzaak van overlijden stond dat er sprake was van een natuurlijke dood.
‘Nou, dat ziet er allemaal netjes uit…’
‘We doen niet anders…’
‘Ja, dat kun je wel zien,’ zei ik en gelukkig klonk het niet zo cynisch als dat het bedoeld was. De mannen stapten uit en ik haalde een rolstoel. Met wat moeite kregen we Belle erin. De dikke en de kleine man liepen naar hun auto. Zonder te groeten reden ze weg. Ik ging met Belle naar binnen en meldde me bij de balie.
‘We komen voor mevrouw Connie Boering…wilt u haar zeggen dat we er zijn.’
De man achter de balie keek ons vreemd aan maar vroeg verder niets en pakte de telefoon. Hij sloot het raampje van het loket en daarom kon ik niet horen wat hij zei. Ik zag hem knikken en drukke gebaren met zijn arm maken. Het leek wel of het allemaal niet goed zou komen. Hij legde zijn telefoon neer en maakte het raampje weer open.
‘Ze komen naar u toe. Wilt u ondertussen dit formulier even invullen.’
Het was een déjà vu-moment. Ik moest weer een formulier invullen voor iemand waarvan ik alleen de voornaam wist en verder niets. Nou ja, ik mocht aannemen dat ze Belle Bresset heette. Het deed me denken aan de opname van Eva. Alleen nu had ik geen enkel document. Het enige wat ik had waren de overlijdensaktes van haar broer en haar moeder, opgemaakt door een malafide begrafenisondernemer. Ik voelde me opgelaten. Ik kreeg het benauwd bij de gedachte dat zo meteen dezelfde verpleger de lijst kwam ophalen. Dezelfde verpleger die tot driemaal toe had gevraagd om een formulier in te vullen en tenslotte met een blanco formulier werd afgescheept. Meer had ik hem niet kunnen bieden. Hij zou wel denken dat ik een of andere gek was die er blijkbaar genoegen in schepte om mensen bij het ziekenhuis af te leveren zonder een identiteitsdocument of verzekeringspapieren. Laat staan dat ik een adres of de andere standaardgegevens kon aanleveren. Ik voelde het zweet op mijn voorhoofd en hoopte van harte dat het niet dezelfde man zou zijn. Ik zette de rolstoel aan de kant naast de bank in de zithoek. Ik vroeg aan Belle of ze wat wilde drinken of eten. Ze knikte en zei met zachte stem dat ze niets wilde. Ze had onderweg niet gesproken en ze was nu ook nauwelijks te verstaan. Ik liet haar maar. Na een minuut of tien zag ik Connie.
‘Goh, wat ben ik blij dat ik jou zie …’
‘Het gaat wel lekker met jou, geloof ik… Marie heeft mij al het een en ander verteld.’
‘Nou het fijne weet je nog niet… maar dat vertel ik je straks wel. Een prima scenario voor een hele slechte film.’
‘En jij bent Belle…? Connie richtte zich tot haar.
Ze knikte.
‘Ik ben Connie… Connie Boering. Ik ben kinderarts en mijn man Theo en ik zijn vrienden van Joe.’
‘En van Eva en madame Marie,’ voegde ik toe.
‘Ook van Eva…mevrouw?’ vroeg Belle met zachte stem en ik zag dat het haar goed deed om dit te horen.
‘Jazeker, Eva en ik zijn heel goed bevriend. Ik mag wel zeggen dat ze een van mijn beste vriendinnen is,’ reageerde Connie.
‘Eva kan zo mooi piano spelen,’ zei Belle
‘Dat kan ze zeker… ik kan daar ook zo van genieten. En jij ook, zo te horen,’ en ze keek me aan.
Belle knikte. Ik gaf Connie een seintje en ze begreep dat Belle niet op de hoogte was van de situatie met Eva. We lieten het er maar bij.
‘Nou we gaan eerst maar eens naar de opname en daarna breng ik je naar mijn afdeling. Vandaag zal er niet veel meer gebeuren, maar ik heb begrepen dat je vandaag je moeder en je broer hebt verloren en ik denk dat het goed is dat we daar straks nog even over praten. Samen met een andere mevrouw van het ziekenhuis, die je misschien kan helpen om je verdriet een plaatsje te geven.’
Belle knikte en tranen liepen over haar wangen. Connie troostte haar en dat ging haar goed af. Belle werd rustiger. Bij de opname was het weer een feest. Weer werd naar de ingevulde lijst gevraagd. En weer was ik er in geslaagd het formulier blanco te houden. Met de hulp van Connie en Belle kwam het uiteindelijk toch wel goed. Ik vroeg aan Connie of ze het goed vond dat ik ondertussen even Marie belde. Die zou zich onderhand wel afvragen hoe het met ons ging.

71


‘Met Joe…hallo Marie. Het is allemaal gelukt. Belle is in het ziekenhuis. Ik ben meegelift, zodat ik op een veilige manier weer uit de wijk ben gekomen. Het is allemaal wat…’
Marie vroeg nog maar eens of ik het allemaal wel aan kon.
‘Jawel hoor, maar dit moet je niet iedere dag meemaken. Tjonge, het was allemaal heftig. Maar goed, we hebben het overleefd. En eerlijk, ik heb echt even gedacht dat dat niet het geval zou zijn.’
Ze vroeg of ik nog aangifte ging doen.
‘Marie, ik denk dat er niets door zal veranderen, alleen dat ik mijn leven en het jouwe daarbij in gevaar breng. Het zijn geen kleine jongens als het om geweld gaat. Ik trek mijn lijn en die heb ik nu bereikt. Het is gebeurd en ik noch de politie kan daar nog iets aan veranderen. Dat is daar een heel andere wereld met andere normen. Dat is nou eenmaal zo en ik voel me niet geroepen om daar de missionaris uit te gaan hangen. Ik vind het erg voor de jongeren die daar op groeien en ik hoop echt van ganser harte dat ze ooit een betere toekomst zullen krijgen. Maar daarmee houdt het voor mij op.’
Marie zei dat ze me kon begrijpen en dat ze het er mee eens was en ik nam afscheid van haar.
‘Ik weet niet of ik nog naar huis kom, anders wordt het morgenvroeg. Is dat goed?’
Marie zei dat ze dat ze dit verstandig van me vond. Het was ondertussen dan ook tien uur.
Ik deed mijn mobiel in mijn zak en ging terug naar Connie en Belle.
‘Nou Joe het is allemaal in orde…ga je nog naar huis?’
‘Ik denk het niet… Ik wil eigenlijk nog even bij Theo kijken.’
Connie snapte wat ik bedoelde.
‘Dat is prima, dan zorg ik dat Belle een mooie kamer krijgt. Ik kom straks nog wel even naar Theo…’ zei ze met een knipoog en ik snapte wat ze bedoelde. Ik gaf Belle een hand en ze bedankte me, daarna liep ik naar de lift. Ik begon inmiddels aardig mijn weg te vinden in het ziekenhuis. Bijna moeiteloos slaagde ik er in de afdeling te bereiken waar Eva lag. Ik vroeg aan de verpleger of ik even bij haar mocht. Hij vroeg naar mijn naam en zei dat hij dat even moest vragen. Even later kwam hij zeggen dat dokter Boering toestemming had gegeven en hij ging me voor naar de kamer van Eva.
‘Een half uurtje maximaal… meneer Grey.’
‘Dank u wel. Ik zal er op letten.’

72


Daar lag ze. Alsof ze lag te slapen. Haar kaken waren ontspannen en haar ademhaling rustig. Ik zag dat een deel van haar haren was afgeschoren. Aan beide kanten zag ik een stukje van de kale hoofdhuid. Ik ging naast het bed zitten en pakte haar hand.
‘Dag lieve Eva… ik ben het. Ik ben er van overtuigd lieverd dat het allemaal goed komt. Het moet wel. Niemand kan jouw mooie muziek missen. Die zoete klanken die je vingers uit de piano toveren. Het beste dat me in mijn leven is overkomen is jou te ontmoeten en in je te geloven. Het heeft me van alles gebracht. Maar het belangrijkste is wel dat ik rust heb gekregen. Rust in mijn hoofd. Voor het eerst in mijn leven weet ik wat ik wil. En loop ik niet weg voor problemen, maar ik ga de strijd aan en probeer om tot oplossingen te komen. En dat allemaal dankzij jou Eva. Je moet echt beter worden, want we kunnen niet zonder jou.  Er is nog zoveel moois te beleven en er zijn nog zoveel mensen die jij gelukkig kunt maken met je muziek.’
Ik had even het gevoel of ze mij in mijn hand kneep, maar ik overtuigde mezelf dat het maar verbeelding van mij was. Na een klein half uur stond ik op en gaf haar een kus op het voorhoofd.
‘Dag lieverd, tot morgen… slaap zacht.’
Ik draaide me om en liep de kamer uit. De verpleger kwam naar me toe en vroeg me om nog even te wachten. Hij zei dat dokter Boering ieder moment op de afdeling kon zijn. Ik ging naar de zithoek en nipte aan de beker met koffie, die ik uit de automaat had meegebracht.
Het duurde nog even voordat ik Theo zich meldde. Hij zag er moe uit.
‘Hallo Joe, het is toch allemaal iets…Connie heeft me een en ander verteld. Zullen we naar mijn kamer gaan, dan kunnen we even rustig praten. Ik geloof dat ik toe ben aan een momentje van rust. Ik was vanmorgen om vier uur hier. En ik zie dat we weer aardig naar middernacht toe gaan.’
We liepen naar zijn kamer en de magneetstrip deed zijn werk.
‘Wil je koffie of iets anders. Alcohol heb ik niet, dat zou niet zo verstandig zijn. Maar wel cola of bitter lemon of water… Of wil je toch liever nog een kop koffie?’
‘Water is oké…’
‘Zo Joe, je hebt ook weer een dag achter de rug. Ja jongen, soms komt het allemaal in een keer. Of je het wilt of niet. Wat is er allemaal gebeurd?’
Ik vertelde mijn verhaal en ik zag dat Theo het allemaal vol ongeloof aanhoorde. Toen ik klaar was wreef hij zich door zijn gezicht.
‘Het is niet te geloven. Weet je wel dat je blij mag zijn dat je hier nog zit…’
‘Dat heb ik me later ook gerealiseerd… Het had inderdaad nog veel slechter af kunnen lopen.’
‘Wat ga je doen. Ga je aangifte doen?’
Ik vertelde mijn overwegingen en Theo kon zich daar wel in vinden.
‘Je hebt gelijk Joe. Ik vind dat je genoeg hebt gedaan. Je hebt het netjes opgelost. Het draagt inderdaad niets meer bij. Het is een vete, waar niemand iets aan veranderen. Een vete tussen twee bendes om de macht en daar gaat de politie zich echt niet mee bemoeien. Het is net als bij een uitslaande brand. Als de brandweer ziet dat het hopeloos is dan is het beter om het uit te laten branden. Alles wat je er aan energie in steekt heeft een verkeerde uitwerking. En daar wordt niemand beter van. Integendeel.’
‘Zo zie ik het ook Theo. Dus wat mij betreft is het voorbij en concentreer ik me liever op Belle. Ik vind het geweldig dat jullie zo met ons meeleven en ons zo helpen. Ik zou niet weten hoe we het anders hadden moeten doen.’
‘Joe, we doen dat met plezier.  En zeker voor vrienden. Want dat zijn we toch?’
‘Dat zijn we zeker…’
Ik liep naar hem toe en legde mijn hand op zijn schouder.
‘Zeker weten,’ zei Theo, ‘ik heb inmiddels ook bericht van mijn Amerikaanse vriend. Hij zit in het vliegtuig en is morgen rond de middag in Parijs. Hij logeert bij ons. Zo gauw de apparatuur er is, althans beschikbaar is, wil John opereren. Maar ik ben bang dat het niet veel eerder dan vrijdag zal zijn. We doen onze uiterste best om met de douane een regeling te treffen. Maar soms bereik je het tegenovergestelde wanneer je denkt even iets te kunnen regelen. In ieder geval is de toestand van Eva heel stabiel en dat helpt ons natuurlijk wel. Het geeft meer tijd en het voorkomt extra stress. Het is toch al lastig genoeg. O ja, ik heb ook nog contact gehad met mijn collega in Amsterdam. Hij wil via het medisch tuchtcollege uit laten zoeken hoe het in vredesnaam mogelijk is geweest dat Eva deze medicijnen voorgeschreven heeft gekregen. Het is in ieder geval niet normaal. Tenminste niet in de omstandigheden zoals we die nu kennen. Wat vind jij daarvan…?’
‘Daar kan ik moeilijk iets over zeggen Theo, ik ben geen ingewijde in deze materie. Ik heb wel het gevoel dat het niet allemaal even logisch en verklaarbaar is. Ik probeer voor mezelf ook een verklaring te vinden waarom Eva de naam van haar moeder in haar paspoort heeft staan, maar deze niet gebruikte. En ook niet die van haar stiefvader. Maar van de andere kant maakt het niets uit. Eva staat als het even tegen zit met beide benen in haar graf. Dus eigenlijk vind ik die dingen niet meer zo van belang. Het is wat mij betreft belangrijker dat we ons concentreren om haar alle kans te geven om verder te kunnen met haar leven, wat dat ook zal brengen. En dan is de rest maar bijzaak. Het verleden kun je proberen te begrijpen en in het beste geval kun je er iets van te leren. Veranderen kun je het niet meer. Wat gebeurd is, is gedaan. Hoe je er ook naar kijkt, wat je er ook van vindt. Ik dacht vanmiddag nog even dat ik stoer moest zijn, de held uit moest hangen. Al gauw kwam ik tot de conclusie dat dit niks bracht. Voor niemand. Achteraf ben ik mezelf dankbaar. Misschien dat ik daar later nog eens anders over ga denken, maar alleen vandaag telt, tenminste voorlopig.’
Theo keek me aan en ik zag de frons van zijn wenkbrauwen.
‘Ik begrijp je Joe. En misschien heb je ook wel gelijk. Maar je kunt je ogen niet voor alles sluiten.’
‘Dat is ook zo. En dat is wel het laatste wat ik wil. Alleen ik stop liever mijn energie in positieve zaken dan in gebeurtenissen die alleen maar pijn en verdriet hebben veroorzaakt. En die daarbij ook nog eens een groot risico vormen voor het veroorzaken van nog meer pijn en verdriet.’
‘Ja, daar heb je absoluut wel een punt, ’ zuchtte Theo. ‘Soms kom je het hier ook tegen. Je krijgt ze binnen, lapt ze weer op en als het tegen zit kom je ze binnen een korte tijd weer tegen. Soms in een body bag.’
‘Een mens is een raar ding,’ zei ik.
‘Maar wel fascinerend…’ mompelde Theo.
‘Dat wel, in al zijn extremen.’
‘Wat doe je?  Wil je vannacht gebruik maken van mijn kamer?’
‘Als dat zou kunnen, dat zou heel fijn zijn. Dan ga ik morgen wel naar mijn appartement. Wat is het morgen…? donderdag toch…?’
‘De hele dag…’
‘Een mens zou onderhand de tel kwijt raken…’
‘Nou probeer maar wat te slapen. Ik ga naar huis. Ik heb het ook  even gehad, geloof ik. Welterusten.’
Theo pakte zijn aktetas en liep de kamer uit. Ik liep naar het raam en zag dat het buiten rustig was. Er was nauwelijks nog verkeer. Ik drukte op de knop aan de zijkant van het bureau. Het rustbed kwam langzaam naar beneden. Ik liet een klein lampje branden. Ik kon maar moeilijk in slaap komen. Het was lastig om het beeld van Mocka en zijn moeder uit mijn hoofd te krijgen. Het gaf mij wel voldoening dat we in ieder geval iets voor Belle hadden kunnen doen. Toen ik aan Rissa, Zara, Bertrand en Djouff dacht werd ik droevig. Vier zo’n jonge mensen…en dan zo hard geconfronteerd worden met de uitwassen van deze maatschappij. Ik nam me voor om uit te zoeken of ik iets voor ze zou kunnen doen. Ik voelde me bevoorrecht dat ik de kans had gehad om te kunnen opgroeien in een normaal gezin, waar genoeg te eten en te drinken was. Maar het belangrijkste was wel dat er altijd warmte en genegenheid bij mij thuis was geweest. Ik probeerde voor mezelf te rechtvaardigen dat ik geen aangifte had gedaan. Het zou een hopeloze weg zijn geworden. Een verklaring van horen zeggen. De kans dat er getuigen waren, althans die daar voor uit wilden komen leek in mijn ogen nihil. Het zou in deze omgeving zelfmoord betekenen. Ook twee overlijdensaktes met daarop “natuurlijke dood” zouden me ook niet echt veel soelaas bieden.
Tenslotte viel ik in slaap. Het was morgen voordat ik het wist. Het verkeer kwam weer langzaam op gang. Ik had een klein raampje open laten staan. Het geluid van het ochtendverkeer klonk vrij hard door. Ik stond op en mijn rug was pijnlijk. De rustbank was niet zo geschikt om daar lange tijd op te blijven liggen. Althans niet voor mij. Ik dronk wat water en fatsoeneerde mijn kleding. Het was zeven uur. Nog voordat ik mijn schoenen aanhad, ging de deur open.  Theo was alweer terug in het ziekenhuis.
‘Jij hebt ook niet veel geslapen…’
‘Nee, maar voor mijn doen lang genoeg. Connie is er ook al. Ze wil vandaag Belle onderzoeken.’
‘Jullie zijn toch wel heel speciaal…’
‘Dank je Joe, maar we zijn echt geen supermensen hoor.’
‘Dat kan wel zijn, maar ik vind jullie van een bijzondere klasse. Super.’
‘Heb je al wat te gegeten…?’
‘Nee nog niet, maar ik ga zo meteen maar eens op rooftocht.’
‘Ik zal wel even wat voor je organiseren…moment.’
Hij pakte zijn telefoon en regelde een paar broodjes, een croissant en een glas sinaasappelsap. En een eitje.
‘Daar red ik het wel even mee.’
‘Wil je nog even bij Eva kijken?’
‘Prima, heel graag, dan neem ik zo meteen wel mijn ontbijt.’
We liepen door de gang naar de kamer van Eva. Er was niets veranderd. Ze lag nog steeds roerloos en het leek nog altijd of ze in een diepe slaap was. Ik vertelde Theo dat ik het gevoel had gehad, dat ze mij in mijn hand had geknepen. Ik vroeg hem of dat mogelijk zou kunnen zijn of dat ik me dat alleen maar had ingebeeld.
‘Het komt wel voor dat mensen reageren in hun onderbewustzijn. Als ze weer bij kennis is, zou het best eens kunnen zijn dat ze zich daar iets van herinnert. Dat hoeft niet feitelijk te zijn, maar gewoon het geluid of de strekking van wat je tegen haar hebt gezegd.’
‘Ik hoop dat we daar nog de kans voor krijgen…’
‘Zeker, maar ga nou maar ontbijten. En ik neem aan dat je daarna naar huis gaat. Marie zal je onderhand ook wel eens willen zien. Zeker na het avontuur van gisteren.’
‘Dat denk ik ook. Nou Theo bedankt. Als er wat nieuws te melden is dan hoor ik het wel.’
‘Hoe ga je naar huis…?’
‘Ik neem wel een taxi.’
‘Nou tot ziens en doe de groeten aan Marie.’
‘Een prettige werkdag en als je Connie ziet, doe haar dan ook de groeten van me. En nogmaals bedankt, jullie beiden.’
Ik liep terug naar de kamer van Theo, at de twee broodjes en de croissant op en nadat ik de kamer weer wat had opgeruimd ging ik naar de lift en zocht ik naar de juiste uitgang. Voor bij de ingang was een taxistandplaats. Er stonden er genoeg.

73


Het was niet druk. Binnen een half uur was de taxi bij het appartement. Ik keek naar de overkant van de straat. Er was niemand. Ik liep door de poort naar binnen en ik zag dat Marie al wakker was. Er brandde licht bij de balie.
‘Hallo lieverd, hier ben ik. Weer terug van weggeweest.’
Marie had me gehoord en kwam naar me toe.
‘Oh Joe, wat ben ik blij je weer te zien. Ik ben zo blij dat het allemaal goed afgelopen is.’
‘Nou ja, goed… Niet zo heel goed voor Mocka en zijn moeder.’
‘Maar het had voor jou ook slecht kunnen aflopen. Je moet daar gewoon weg blijven.’
‘Daar heb je helemaal gelijk in. Maar ik moet er even niet aan denken dat Belle daar alleen was achtergebleven.’
‘Nee, dat is ook zo…’
Marie haalde een kop koffie voor me en ik vertelde haar mijn verhaal. De ontzetting was af op haar gezicht af te lezen.  
‘Ik kan het niet bevatten Joe… echt niet.’
‘Het is een uit de hand gelopen ruzie Marie. In een jungle waar andere wetten gelden. Waar wraak
een onderdeel van het bestaan is. Mocka heeft iemand gedood, die de broer was van de leider van de andere bende. Hij heeft dat met zijn dood moeten bekopen en heeft zijn moeder daarin meegenomen. Oog om oog, tand om tand. Simpeler kan het niet. De schande is uitgewist. Het is wat dat betreft maar goed dat Mocka geen broers meer heeft . Het had allemaal nog veel erger kunnen worden.’
‘Is Belle wel veilig?’
‘Nu wel…ik had haar daar niet graag achter gelaten.’
‘En die andere jongeren?’
‘Ze zullen zich wel weer aansluiten bij een andere groep. In het slechtste geval als ik het zo mag zeggen vallen ze overal buiten. En moeten ze zelf maar zien te overleven. Triest maar waar.’
‘Kunnen we niets voor ze doen…?’
‘Ik weet het niet. Ik zou even niet weten wat…’
‘Het is echt om verdrietig van te worden. Ik vind je wel een kanjer, dat je het aangedurfd hebt om mee te gaan.’
‘Voor mezelf is dat het domste, maar ook het beste wat ik heb gedaan…in mijn hele leven. Tenminste zo voelt het.’
‘Ik begrijp je…’
‘Connie ging vandaag al met Belle aan de slag.’
‘Ik moet eerlijk bekennen dat mijn eerste indruk niet echt fijn was. Maar ik moet toegeven dat ik me enorm heb vergist. Connie is een schat van een vrouw. Ze maakte zich gisteren ook zo veel zorgen om jou en ze heeft me wel tien keer gevraagd of ik het wel aankon…’
‘Het zijn echt lieve mensen, Marie. Zo zorgzaam, ook voor Eva.’
Marie had net weer koffie ingeschonken toen Veronique binnen kwam.
‘Goede morgen mama…Joe… Er is hier van alles gebeurd heb ik gehoord.’
‘Dat kun je wel zeggen.’
Zonder in details te treden vertelde ik Veronique mijn verhaal. Ik vond het beter om haar niet alles te vertellen. Het was zo al erg genoeg.
‘En dat meisje, is ze nu in het ziekenhuis…?’
‘Ja, dankzij je moeder en Connie Boering. Je weet wel de vrouw van die dokter die Eva behandelt.’
‘Goh, het is wel allemaal heel heftig…Tjee redden jullie het wel? Als ik iets moet doen moeten jullie het maar zeggen hoor.’
‘Lief van je meisje, maar het lukt allemaal wel.’
Ze pakte mijn hand.
‘Nogmaals sorry Joe, dat ik ooit aan je getwijfeld heb. Je bent super.’
‘Liefje, het is goed zo. Dus zand er over.’
Ik vertelde haar over Eva en dat de operatie niet eerder dan op vrijdag zou zijn. Tenminste zoals het er nu voor stond.
‘Eva is rustig en stabiel, dus ze heeft die tijd ook wel,’ stelde ik haar gerust.
‘Mama, Henry is nog steeds bezig voor zaterdag. Hij heeft me gevraagd om toch mijn nummers te doen. Zonder Eva uiteraard… en als een soort hommage aan Eva zou ik dan een paar songs van haar moeten zingen…’
‘Wat vind je daar zelf van?’
‘Ik weet het niet mama, ik weet niet of ik dat wel kan. Het hangt er ook vanaf hoe het met Eefje is. En het voelt ook zo dubbel. Het is net of ik haar plaats inneem en dat wil ik echt niet. Het moet zuiver en eerlijk voelen.’
‘Veronique, je moet doen wat je hart je ingeeft. Ik zou het heel mooi vinden als je toch een beetje Eva kunt laten horen aan de mensen, maar het moet en kan ook alleen maar jouw beslissing zijn. Het is jouw gevoel.’
‘Dank je Joe, ik wil het ook wel, maar…’
‘Laat het even rusten meisje….wacht nou eerst maar eens af hoe het met Eva gaat.’
‘Ja, ik denk dat je gelijk hebt, maar het houdt me ook zo bezig…’
‘Uh, nou ophouden… Kom we gaan samen even naar Gaston. Die was helemaal in de zevende hemel dat Janine weer thuis was geweest. Met een beetje goede wil krijg ik hem ook nog wel zo gek dat hij een keer naar haar gaat kijken. Zeker met jouw hulp.’
Ze keek me aan en glimlachte.
‘Je hebt gelijk…ik ga met je mee.’
Marie  kwam naar me toe en gaf me een kus.
‘Bedankt…’
Veronique en ik wandelden op ons gemak naar Gaston. Er was niemand te bekennen. Het vertrouwde beeld van het groepje jongeren was weg. Gaston maakte voor ons open en vol enthousiasme zei hij tegen Veronique dat Janine in de huiskamer was. Ze moest maar even doorlopen. Gaston en ik bleven achter in de winkel.
‘Je hebt gisteren een heel groot risico genomen Joe…’
‘Dus je weet er van…?’
‘Ik heb een winkel. Er komen hier mensen, ook van uit de wijk. Het is wat dat betreft net een dorp.’
‘Heeft dat nog gevolgen voor Marie en mij?’
‘Nee, ik denk dat het hiermee klaar is. Gisterenavond is het huis van de familie Bresset in de hens gestoken. Meestal is het dan gedaan.’
Er liep een rilling over mijn rug. Stel dat Belle er nog was geweest.
‘Zo, ze houden niet van half werk Gaston.’
‘Wraak is het enige woord wat hier telt. De eer van de familie is heilig. Daar is geen maat op. Maar Joe, dit moet je nooit meer doen. Het had echt heel slecht met je af kunnen lopen. Je moet je niet met hun zaken bemoeien. Leven en laten leven. Je bent toch niet naar de politie gegaan…?’
‘Nee hoor, voor mij ligt daar de grens…’
‘Heel verstandig. Ook niet doen. En mochten ze langs komen. Net doen of je van niets weet. Want als het maar even mis gaat, dan is Frankrijk te klein voor je. Dan kun je het beste jezelf maar heel klein maken en onder een steen wegkruipen en maar hopen dat ze je niet zullen vinden.’
‘Het is allemaal wat…’
‘Dat kun je wel zeggen. Ik zal een extra lekkere fles wijn meegeven, dat heb je wel verdiend.’
‘Dank je Gaston…ik wilde nog een paar boodschappen en misschien dat je ondertussen Veronique voor me wilt roepen..’
‘Zeker, neem maar vast wat je nodig hebt. Ik ben zo terug.’

74


Toen we weer buiten kwamen scheen de zon volop. Het leek een mooie dag te worden.
Veronique vertelde me dat het weer helemaal goed was tussen Janine en haar vader.
‘Soms zijn er ook nog wel mooie dingen,’ reageerde ze.
‘Genoeg… Veronique, meer dan genoeg. Hoe is het eigenlijk met Luc…Ik hoor niet zo veel meer over hem.’
‘Nou, alles gaat best wel goed. Alleen ik wil het een beetje rustig aan doen. Hardlopers zijn doodlopers…toch?’
‘Daar heb je helemaal gelijk in. Echte liefde laat zich niet in uren en minuten stoppen…’
‘Dat zegt mijn moeder ook altijd…’
‘Dat heb ik ook van je moeder geleerd liefje… Dat had ik echt niet zelf kunnen bedenken.’
Toen we de straat in liepen schrok ik eigenlijk een beetje. Aan de overzijde stonden Rissa en Zara en  Djouff en Bertrand.
‘Meneer Joe, meneer Joe…’riep Rissa.
We liepen er naar toe en ik zag dat Zara in tranen was. Ook Rissa stond op het punt om in huilen uit te barsten. De beide jongens stonden er maar wat slungelachtig bij.
‘Meneer Joe… we zijn zo bang. We moeten lid worden van de gang van Kaplan. Zo niet dan zal het slecht met ons aflopen. De rest van onze groep is al overgelopen. Ze hebben vannacht het huis van Mocka in brand gestoken. Het is helemaal plat gebrand. Kunt u ons alsjeblieft helpen…?’
Veronique keek me aan.
‘Het is jouw keuze Joe, maar denk er aan, voor dat je het weet, ben je partij…’
‘Ik snap het…’
Ik zag de angst in de ogen van Rissa.
‘Is het echt zo erg…’
‘Kaplan heeft me al bijna een keer verkracht en ik weet zeker dat hij…’
‘Laat maar… ik weet voldoende.’
‘Blijf hier maar een beetje in de buurt. Hij zal hier niet zo gauw komen. Laat me even nadenken dan hoor je zo vlug mogelijk van me.’
Veronique en ik liepen verder. Ik keek om me heen, maar zag verder niemand.
‘Joe, je neemt een heel groot risico. Die Kaplan zal het niet waarderen dat jij je met zijn zaken bemoeit. Hij heeft het hier nu blijkbaar voor het zeggen.’
‘Moet ik die vier dan maar aan hun lot overlaten…?
‘Ik ben bang dat je geen keus hebt…’
‘Hoe oud denk je dat ze zijn.  Een jaar of zeventien, achttien misschien…Veronique, ik vind dit heel erg moeilijk.’
‘Dat is het ook Joe, maar je kunt niet de hele wereld redden. Ik kan je niet voorspellen wat je allemaal hierdoor zou kunnen verliezen.’
We liepen de poort binnen en toen we naar het appartement van Marie liepen voelde ik dat er iets niet in orde was. Ik zag dat ze in de keuken zat. Ze had bezoek. Ik liep naar binnen en ik zag twee jongens tegenover haar zitten. Het waren tamelijk ongure types.
‘Joe, ze komen voor jou…’
‘Bek houden…’
‘Rustig heren…wat kan ik voor jullie betekenen.’
‘Ga je naar de politie…?’
‘Dat was ik niet van plan…’
Ik probeerde zo rustig mogelijk te blijven. Veronique stond achter me.
‘Dat is maar goed ook, als je leven je lief is…en ook van die daar.’
Hij wees naar Marie en Veronique.
‘U bent neem ik aan meneer Kaplan…? ’
‘Je moet gewoon je bek houden kaaskop… Ik heb hier het woord.’
‘Nou goed dan, ik luister. Nogmaals wat kan ik voor jullie betekenen?’
‘Je moet je niet bemoeien met onze zaken. Want dan loopt het slecht met jou af en met deze dame en die daar ook…’en weer wees hij naar Veronique.
‘Dat was mij al duidelijk meneer Kaplan. Ik was het ook echt niet van plan. Dit is uw gebied. En ik heb daar verder niets te zoeken…’
‘Wat deed je er gisteren dan…’
‘Dat was het domste wat ik tot heden toe in mijn leven heb gedaan…’
‘Als je dat maar weet…’
‘Ik zal jullie echt niet meer lastig vallen. Daar hoef je niet bang voor te zijn.’
Kaplan stond op en kwam naar mij toe en pakte me bij mijn kraag.
‘Deze keer kom je er zo vanaf…volgende keer kun je naast je hoerenvriendje gaan liggen.’
‘Weet je meneer Kaplan, ik ga geen dank je wel tegen je zeggen, maar ik vraag me af of we zaken kunnen doen?’
Ik zag de angst in de ogen van Marie.
‘Wat moet jij van mij klootzak?’
‘Nou eerst wil ik een beetje respect… anders gaat het niet werken.’
Voordat ik was uitgesproken pakte hij me bij mijn keel.
‘Zo goed…?’
‘Nee meneer Kaplan, zo kan ik niet met u praten.’
Hij gaf me een por in mijn ribben maar liet in ieder geval wel mijn keel los.
‘Nou wat wil je van me…?’
‘Ik wil voor die vier die hier op het hoekje staan een vrijgeleide. Dat ze weg kunnen uit deze wijk en nooit meer terug komen…’
Ik schrok van mezelf. Kaplan lachte.
‘Wat moet jij nou met die vlooien…die kakkerlakken?’
‘Dat is mijn eer, ze hebben mij geholpen. Ik vind dat ik ze nu ook moet helpen. U heeft er toch niks aan. Ze zijn bang voor u.’
Kaplan lachte weer. Hij keek naar zijn metgezel en die lachte terug. Ze zeiden iets tegen elkaar, dat niet als Frans klonk, maar blijkbaar vonden ze het samen heel erg grappig. Het was niet handig van mij om mee te lachen, maar waarschijnlijk door mijn zenuwen ontschoot me een lach. Kaplan werd razend. Hij kwam naar me toe en deed zijn arm om mijn nek. Hij trok me naar achteren en zei iets tegen zijn metgezel. Marie en Veronique huilden. De metgezel kwam naar mij toe en trok een mes. Hij legde het snijvlak op mijn keel. Ik dacht echt dat het afgelopen was.
‘Wat zijn die kakkerlakken jou waard…?’ vroeg Kaplan. ‘Wat heb jij over voor dat vuilnis…?’
De andere man deed zijn mes weg en liep terug naar de tafel. Kaplan kwam voor me staan.
‘Wat wilt u er voor hebben…?’
‘Tienduizend…!’
‘Wanneer…?’
‘Vanavond om zes uur, hier…’
‘Eind van de straat, niet hier…’
‘Ik bepaal het hier kaaskop.’
‘Dat snap ik maar ik stel voor eind van de straat…’
‘Godverdomme… Ben je doof. Hier…!’
‘Meneer Kaplan wilt u de tienduizend of… of wilt u de hele Franse gendarmerie en Interpol op uw nek…?’
Dit was op het randje, maar ik moest me laten gelden. Wat het ook zou brengen.
‘Kijk meneer Kaplan, je kunt mij uitschakelen, maar er zijn een aantal mensen die weten wat er gebeurd is. Ik heb die in de hand. Maar als er ook maar iets met mij en met mijn familie gebeurt’ en ik wees op Marie en Veronique, ‘dan is het oorlog. U hebt geen enkel idee wie hier voor u staat en dat hoeft ook niet, maar ik kan u garanderen dat het zeer verstandig van u zou zijn als we dit zakelijk kunnen afhandelen en vervolgens alles maar vlug vergeten. ’
Kaplan was duidelijk even uit het veld geslagen. Hij keek naar zijn metgezel.
‘Nou dan eind van de straat. Zorg er wel voor dat het vuilnis zometeen weg is anders ruim ik het zelf op. Tienduizend, om zes uur en geen gedonder…want ik zal jullie vinden,’ en hij wees naar Marie en Veronique.
‘Komt in orde. En daarmee is wat mij betreft deze zaak afgehandeld.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘Dat ik er verder klaar mee ben. Ik weet nergens meer van na deze deal.’
Kaplan gromde en liep de deur uit. Zijn metgezel volgde.
Marie barstte in tranen uit. Veronique ging aan tafel zitten en bibberde van de zenuwen. Ik voelde mijn benen trillen, maar probeerde mezelf een houding te geven.
‘Nou het zijn me wel de dagen… Eerst maar even het vuilnis binnen halen anders komt het niet goed denk ik. Ben je het er wel mee eens Marie…?’
‘Jawel… Maar ik ben zo overstuur. Ik dacht echt dat ze jou zouden afmaken. Als een hond…’
Ik gaf Veronique een aai over haar hoofd en liep naar buiten. Ik wenkte de vier die nog steeds bij elkaar stonden op het hoekje van de straat.
‘Meneer Joe, Kaplan was hier…’
‘Ja…dat heb ik ondertussen gemerkt. Hebben jullie hier nog ouders of broers en zussen?’
Rissa en Zara bleken zusjes te zijn. Ik kon het bijna niet geloven. Bertand en Djouff waren dakloos en familieloos. Ze waren de laatste maanden meestal bij Mocka in huis geweest.
Rissa en Zara hadden nog wel ouders en een paar broertjes. Maar van een thuis was geen sprake, tenminste zo vertelden ze dat.
‘Nou, jullie moeten hier vandaag nog weg. Dat ga ik regelen. Op een voorwaarde. Na vandaag geen gerotzooi meer en ik verwacht van jullie dat je allemaal hard gaat werken aan een ander leven. Ik zal wel voor jullie uitzoeken wat er mogelijk is. Zijn jullie het daar mee eens…?’
Ze zeiden alle vier dat ze er achter stonden.
‘Loop nou maar met me mee dan zijn jullie in ieder geval van de straat.’
Ik nam ze mee naar het appartement van Marie.

75


‘Marie, hier zijn onze vier vriendjes. Ik ga geld regelen. Wil jij ze even bezig houden.’
Marie was weer was opgefleurd. Ze wist dat er geen weg terug was. En ook Veronique zei dat ze mij zou steunen. Ik nam mijn mobiel en belde met André.
‘André, ik heb een groot probleem. Misschien dat je me wilt helpen?’
Ik vertelde André over mijn afspraak met Kaplan.
André reageerde ontzet en vertelde me dat ik wel dood had kunnen zijn. Ik wist maar al te goed dat hij gelijk had.
‘Ja zeg dat wel… maar ik heb nog alle mogelijkheden om zo ver te komen, tenminste die kans is vrij groot als ik geen geld voor die Kaplan heb. Ik betaal je het echt terug, maar ik heb nu even cash nodig.’
André zei dat hij het voor me ging regelen. Hij zou het geld wel laten brengen en vroeg zich af wat ik met de vier jongeren ging doen.
‘Eerst mijn dank André, je bent geweldig… Uh ja… ik heb vier jongeren aan mijn broek hangen. Dat is zo…’
André vroeg naar hun leeftijden.
‘Ik loop even naar ze toe…’
Marie zat met de vier aan de keukentafel.
‘Jongens, hoe oud zijn jullie?’
Rissa zei dat ze negentien was, Zara zeventien, Bertrand en Djouff beiden achttien.
Ik gaf de leeftijden door aan André. Hij vroeg of ze allemaal een Frans paspoort hadden of in ieder geval de  Franse nationaliteit hadden. Ik stelde de vraag en ze bevestigden dat ze allemaal honderd procent Frans waren. André zei dat hij een chauffeur stuurde met het geld. De vier moesten maar met de chauffeur meegaan. Ze konden zolang in een hotel blijven. Hij zou wel twee kamers voor ze regelen. Zaterdagmorgen wilde hij ze spreken, op zijn kantoor en hij vroeg aan mij om samen met Marie daarbij aanwezig te zijn.
‘André je bent geweldig. Je hebt me gered. Ik sta bij je in het krijt.’
Hij zei dat mijn eerste zorg was dat het allemaal goed kwam en vroeg me of het niet verstandig was dat Marie en ik ook ergens anders gingen slapen. Ik overlegde met Marie en ook dankzij het aandringen van Veronique besloten we de nacht maar niet in het appartement door te brengen. André zou wel zorgen  voor hotelkamers. Ik bedankte hem nogmaals en verbrak de verbinding. Zo langzamerhand begon ik door te krijgen in wat voor een situatie ik mezelf, maar wat veel erger was, Marie en Veronique, had gebracht.
‘Marie, ik denk dat het verstandig is dat je alle waardevolle spullen meeneemt. Je weet maar nooit.’
De vier jongeren zaten nog steeds stil en beduusd aan de keukentafel. Veronique had een paar blikjes cola op tafel gezet en een stokbrood voor ze aangesneden.
‘Meneer Joe…?’
‘Wat is er Rissa…?’
‘Sorry, dat we jullie zo in de problemen brengen. Maar we wisten het echt niet meer…’
‘Het komt allemaal goed…’ Ik hoorde het mezelf zeggen. Mijn benen trilden bij het idee dat ik nog zo’n gezellig onderonsje in het vooruitzicht had met mijn grote vriend Kaplan.
‘Ja, u moet maar zeggen wat we moeten doen. Als we hier maar weg zijn.’
Zara huilde en ik probeerde haar te troosten.
‘Het komt allemaal goed, meisje. Nog eventjes geduld en dan ben je hier echt weg…’
Om half vier ging mijn mobiel. Het was de chauffeur. Hij vroeg waar hij moest zijn.
Ik riep Rissa en de anderen en we liepen naar de poort. De chauffeur gaf me een enveloppe en vroeg aan iedereen om in te stappen. Rissa kwam naar me toe.
‘Meneer Joe… bent u wel voorzichtig? Kaplan is echt niet te vertrouwen.’
Het was goed bedoeld, maar om eerlijk te zijn hielp haar opmerking niet echt om mijn rust te vinden.
‘Het is goed Rissa. Let jij op de Zara en de jongens…?. En geen gekke dingen doen. Dan komt het allemaal goed.’
Ze beloofde dat en zei dat ik me daarover echt geen zorgen hoefde te maken.
Toen de auto de straat uit was, zuchtte ik eens diep. Ik liep terug naar het appartement. Ik keek nog even rond, maar zag niemand.
Marie en Veronique hadden de belangrijkste spullen bij elkaar geraapt en ik zag dat ze drie koffertjes hadden.
‘De rest kan me niet zoveel schelen, Joe,’ zei Marie.
‘Heb je je fotoboeken?’
‘Dat zijn plaatjes uit het verleden… Ik leef vandaag en hoop morgen en de rest van mijn leven met jou te mogen beleven. Wees in vredesnaam voorzichtig.’
Ik glimlachte en Marie glimlachte terug. Ik zag angst en bezorgdheid in haar ogen.
‘Zorg jij goed voor je moeder…’ zei ik tegen Veronique.
‘Ja hoor, maar zorg jij dat je hier heelhuids wegkomt. Alsjeblieft, we kunnen je niet missen. Mama en ik en Eefje. We kunnen echt niet zonder jou Joe…’
Ze zei het op zo’n lieve toon dat ik er emotioneel van werd.
‘Ik kan ook niet zonder jullie….dus wees maar gerust. Het komt allemaal goed…’
Er zat een lichte trilling in mijn stem. Veronique nam haar moeder mee in de Alfa. Ik zou nakomen met de Peugeot. Zo was het afgesproken. Marie wilde eerst niet mee,  want ze wilde me niet alleen laten, maar op aandringen van Veronique besloot ze toch uiteindelijk maar om met haar dochter mee te gaan. We zouden elkaar treffen bij Chez André.
Ik liep mee naar buiten en zag even later de rode Alfa de straat uitrijden. Verder was het stil.
Ik voelde me niet op mijn gemak. De gedachte dat ik tienduizend euro op zak had en dat dan ook nog helemaal alleen in een buurt die niet echt fijn was. Elk geluid deed mijn hart sneller kloppen.
De tijd kroop voorbij. Tenslotte was het kwart voor zes geworden. Ik stond op, dronk nog een glas water en probeerde kalm te blijven. Joe Grey, een grijze handelsreiziger in stekkertjes en kabeltjes, nu in een hoofdrol in een slechte thriller. Ik dacht dat ik moest overgeven. Mijn maag draaide. Ratio en Emotio zaten weggedoken in mijn grijze massa. Het grote moment was bijna daar. Misschien wel mijn laatste moment. Ik liep naar buiten en sloot af. Ik reed de Peugeot naar buiten en parkeerde hem even verder op. Ik sloot de auto niet af. Er was niemand te zien. Niemand in de hele straat.  Tenslotte liep ik in de afgesproken richting. Mijn benen wilde niet meer, maar ik moest door. Er was geen terugweg meer. Waarom had hij mij vertrouwd? De vier jongeren waren weg en de mannen van Kaplan hadden ze zeker weg zien gaan. Daar was geen twijfel over mogelijk. We hadden er met zijn allen vandoor kunnen gaan. Maar hij zou ons zeker hebben gezocht en ook hebben gevonden. Dus hij vertrouwde er op dat ik me aan mijn woord zou houden. In ieder geval ging hij er van uit dat ik hem niet zou bedriegen. Dat was de enige conclusie die ik kon trekken. Mijn kop stond op barsten. Ik keek op mijn horloge. Zes uur. Stipt. Uit een zijsteegje kwam iemand aangelopen. Ik herkende hem niet. Hij kwam naar me toe.
‘Ben jij de kaaskop…?’
‘Ik … Ja…’
‘Heb je alles bij je…?’
‘Ja, hier in deze enveloppe.’
‘Geef maar hier, dan zal ik alles even controleren. Ik hoop voor jou dat het er allemaal in zit…’
Ik gaf hem de enveloppe en hij telde vluchtig het geld. Ik voelde dat mijn adem in mijn keel stokte.
‘Het lijkt er op dat het klopt…’ zei hij mompelend.
Ik keek hem aan en hij keek me recht in mijn ogen. Hij haalde zijn schouders op en draaide zich om. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik had het gevoel dat wanneer ik me om zou draaien en weg zou lopen, ik te grazen zou worden genomen. Dus ik bleef staan. Ik hoorde een auto starten. Uit het zijstraatje kwam een oude groenkleurige Chevrolet. Hij reed recht op me af. Ik stond aan de grond genageld en dacht dat ze mij omver zouden rijden. Ik kon mijn benen niet meer bewegen. Allerlei gedachten schoten door mijn hoofd. Ik sloot mijn ogen en wachtte op de klap die volgens mij onvermijdelijk was en ieder moment kon komen. Ik wist het zeker, dit was mijn einde… Ik spande al mijn spieren aan. De brullende motor van de auto klonk zo verschrikkelijk, angstaanjagend agressief. Het kon nu elk ogenblik gebeuren. Maar er gebeurde niets. De auto stopte met gierende banden naast me. Ik zag de optrekkende rook toen ik mijn ogen weer open durfde te doen. De stank van verschroeid rubber maakte me misselijk. Kaplan draaide het raampje naar beneden en keek mij recht in mijn ogen.
‘Voor een kaaskop heb je wel kloten… maar geen hersens. De volgende keer kom je hier zo niet mee weg.’
Hij draaide het raamde dicht en gaf vol gas. Ik bleef achter in een walm van uitlaatgassen. Ik draaide me om en mijn benen trilden. Het probeerde wat rustiger te worden en ik liep langzaam naar de Peugeot. Ik keek nog eens om me heen. Er was niemand. Ik stapte in en probeerde mijn benen stil te houden. Ik moest weg, maar het lukte me niet. Het duurde een minuut of vijf toen ik het weer eens probeerde. Het leken wel uren. Langzaam kreeg ik weer wat gevoel in mijn benen en ik startte de auto. Het lukte me tenslotte om de straat uit te rijden. Even verderop zette ik de auto aan de kant en stapte uit. Ik liep een paar keer op en neer en ademde diep in. Ik pakte mijn mobiel en hoorde Marie aan de andere kant.
‘Lieverd, alles is goed met me. Ik ben onderweg…’
Marie zei niets maar ik hoorde haar snikken.
‘Het is goed lieverd, alles is oké . Ik heb niks en…’
Ik kon mijn zin niet meer afmaken. Mijn kaken verstijfden en ik kon geen woord meer uitbrengen.
Ik hoorde Marie. Maar kon niks zeggen. Na een minuutje werd ik weer wat rustiger en kon haar, weliswaar met moeite toch geruststellen. Ik stapte weer in en  ging op weg naar de parkeerplaats, die vlakbij Chez André was. Daar parkeerde ik de auto en zuchtte nog eens diep. Dat was eens maar nooit meer.
Toen ik bij Chez André aankwam wachtte Marie mij bij de deur op. Ik sloot haar in mijn armen en
we kusten elkaar innig. Silvain die bij de deur stond gaf me een knipoog.
‘Oh… lieverd, wat ben ik blij dat ik je weer zie. Ik was toch zo bang,’ zei ze en ik voelde haar lichaam beven.
‘Ik ben vanavond vijf jaar ouder geworden Marie, ik ben je wat leeftijd betreft nu ruim voorbij.’
Ze lachte flauwtjes. Het was niet van harte.
‘Kom nou maar…’en we liepen naar binnen. André stond me op te wachten. Hoewel het normaal gesproken niet echt mijn gewoonte was, viel ik in zijn armen en ik kuste hem uit pure blijdschap op beide wangen. En hij mij.
‘Joe, je bent mijn held…’
‘Ja, maar wel bijna een dooie.’
‘Maar je bent er nog… en dat telt. Levend en wel.’
Veronique kwam aangestormd en vloog me om mijn nek. Ze huilde en ik troostte haar.
‘Joe… ik had zo’n slecht gevoel, ik ben zo blij dat je er bent. Nooit meer doen… hoor.’
Ik veegde haar tranen weg.
‘Ik denk ook niet dat ik dat nog een keer kan.’
André zei dat er wat te drinken voor me klaar stond. Ik had het wel even nodig. Op het tafeltje waar wij meestal zaten stond een mooie fles champagne. André vulde zelf de glazen.
‘Op onze held…’
Ik nam mijn glas en zei, ‘op jullie allemaal, op jullie vriendschap voor mij  en het vertrouwen… en op mijn mooie dappere Marie en haar stoere dochter Veronique.’
Marie keek mij aan en ik zag de twinkeling in haar ogen. Ik was blij dat die er in ieder geval weer was.
We probeerden ons te ontspannen en het lukte ons, al was het maar voor een deel.

76


André had een mooie luxe kamer voor ons geregeld in hotel La Gare. Veronique was het Luc meegegaan.
De volgende morgen zag ik op de lokale omroep dat er een appartementencomplex in vlammen was opgegaan. Het was een leegstaand complex volgens de brandweer. De brand was aangestoken.
Nu realiseerde ik me pas goed hoe ik door het oog van de naald was gekropen. Marie sliep nog en ik ging weer naast haar liggen. Ik sloeg mijn arm om haar heen. Ik liet mijn emotie de vrije loop. Ze merkte het niet. Toen ze wakker werd en ze zich omdraaide en met haar hoofd op mijn schouder lag vertelde ik over de brand. Ik voelde de rilling.
‘Maar goed dat we daar niet zijn gebleven Joe…’
‘Zeker…lieverd,’ meer kon ik even niet bedenken.
 

Het was bijna middag toen ik een berichtje kreeg van Theo Boering. Hij vroeg aan mij of Marie en ik zin hadden om in loop van de avond samen met John McKenzie en Connie een hapje te eten. Ik stuurde een berichtje terug dat het goed was. Even later kreeg ik een berichtje terug dat hij mij nog wel even zou bellen.
‘Dan gaat de operatie in ieder geval vandaag nog niet door…’zei ik tegen Marie.
‘Misschien zaterdag dan…op de dag het haar dag had moeten worden, hoe navrant…’antwoordde ze.
We hadden ons aangekleed en gebruik gemaakt van het ontbijtbuffet. Het was een prima hotel.
Toen ik af wilde rekenen zei de man achter de balie dat het al geregeld was. Hij keek me daarbij verbaasd aan.
‘U bent vanavond toch ook hier. Ik zie dat de komende veertien dagen deze kamer voor u beiden is gereserveerd…’
‘Oh,’ zei ik, ‘wanneer is dat dan gebeurd?’
‘Vanmorgen, door meneer Duval…tenminste zo staat het hier.’
‘Dan is het in orde. Sorry voor het misverstand…’
Ik belde André.
Hallo vriend, met Joe… heb je vanmorgen al aan ons gedacht?’
Ik zette de luidspreker van mijn mobiel  aan zodat Marie mee kon luisteren.
‘Ja, ik hoorde op het nieuws van de brand. Ik dacht dat zal jullie appartement wel zijn. Wat een situatie. Kan ik verder nog iets voor jullie doen… Heb je alles…? Heb je nog kleding en zo…? Goh Joe, ik krijg nog rillingen als ik er over nadenk… Als je geld nodig hebt moet je het maar laten weten. En Marie… is alles toch wel goed met haar?’
‘Ze luistert mee.’
‘Hallo André…tjonge wat ben ik blij dat we gisteren zijn vertrokken. Ik moet er even niet aan denken, wat er allemaal had kunnen gebeuren…’
‘Zeker Marie, zeg dat wel. Doe maar even rustig aan…’
Marie dankte André nog maar eens en daarna nam ik het gesprek weer over.
‘André heb je vanavond een tafel voor me. Die arts uit Amerika is aangekomen en we wilden vanavond even wat eten, samen met Connie en Theo Boering. Wel op mijn kosten. Daar sta ik op.’
‘Zeker kerel, ik zorg er voor.’
‘O ja André, ik zou het bijzonder fijn vinden als je er ook bij bent, samen met Etienne.’
‘Nou Joe, dank je wel voor de uitnodiging. Ik moet er een beetje van blozen geloof ik, maar we maken er graag gebruik van.’
‘Tot vanavond. Rond half negen…?’
‘Dat is prima.’
Ik belde Theo Boering. Ik kreeg de voicemail en daarom sprak ik maar een boodschap in.
“Lieve vrienden, ik heb vanavond gereserveerd bij Chez André. Jullie doen al genoeg voor ons. Marie en ik zouden het heel erg fijn vinden als jullie vanavond onze gasten zouden willen zijn. We hebben om half negen afgesproken. Tot vanavond”.
Marie knikte instemmend.
‘Zullen wij wat gaan drinken bij Charly?’ vroeg ik aan haar, ‘het is mooi weer en het lijkt me heerlijk om even door Parijs te wandelen.’
‘Helemaal mee eens.’
Ik kreeg een sms-bericht van Theo. Zij maakten graag gebruik van onze uitnodiging. Ze zouden er voor zorgen dat ze op tijd bij Chez André waren.
Marie en ik liepen hand in hand door het drukke Parijs. Het mooie weer had blijkbaar veel mensen op dezelfde gedachte gebracht . De terrassen waren overvol. Er was nauwelijks ergens plek om te zitten. Marie stelde voor eerst wat inkopen te doen. We hadden tenslotte niet veel meer en hadden ook geen idee wat er nog van de van onze spullen over was. We hadden ook absoluut geen behoefte om te gaan kijken. Met vier volle plastic tassen liepen we terug naar ons hotel. We hadden nog wat kleding en wat andere spulletjes gekocht. Zo konden we in ieder geval weer een paar dagen vooruit. Omdat we geen plekje hadden kunnen vinden om wat te drinken besloten we maar om in het hotel een drankje te bestellen. We waren er niet meer aan toe gekomen om naar Charly te gaan.
Aan de achterzijde van het hotel was een verwarmd terras.
‘Doe mij maar een lekker glas witte droge wijn…’ zei Marie tegen de juffrouw die aan ons vroeg wat we wilden drinken.   
‘Dat wordt dan tweemaal,’ voegde ik toe.
Ze zei op vriendelijke toon dat ze er voor ging zorgen.

77


Na een paar glazen wijn en een sandwich gingen we naar onze kamer. Marie had gelukkig een groot gedeelte van haar kleding meegenomen en ze had nog ’s middags nog wat make-up spullen gekocht.
Ze had zich licht opgemaakt en ze droeg een zwarte jurk. 
‘Je wordt met de dag mooier, geloof ik,’ zei ik en dat meende ik oprecht.
Ja, ja meneer Joe Grey, maar die avonturen van jou maken me ook met de dag ouder…’
‘Dat zal wel, maar het is je in ieder geval niet aan te zien…’
‘Dat zal wel… Ga jij jezelf ook even omkleden? Dan zijn we in ieder geval op tijd…’
Ik ging naar de badkamer en na een frisse douche voelde ik me weer een nieuw mens.
Ik had gelukkig nog een grijze broek en een zwart colbert. Ik had dit nog nooit gedragen. Het licht roze overhemd was eigenlijk net even te veel. Maar het moest maar. Het was even niet anders. Ook had ik nog steeds het zwarte vlinderstrikje van Henry. Blijkbaar miste hij het niet.
Toen ik klaar was en Marie me goedkeurend had aangekeken, werd het tijd om te gaan. Ik verheugde me op de avond. Het was goed om even mijn gedachten te verzetten. De impact van de laatste dagen was heftig en deed me meer dan ik had verwacht. Af en toe was ik onrustig en werd ik zweterig bij de gedachte aan Mocka en zijn moeder. Om maar te zwijgen over mijn ontmoeting met Kaplan.
We liepen op ons gemak naar Chez André. Silvain zag ons aankomen en kwam naar ons toe.
‘Gelukkig, jullie zijn nog helemaal in orde…’ zei hij. Ook hij had inmiddels gehoord van de brand en de gebeurtenissen er om heen.
‘Gelukkig wel Silvain, en dat moeten we zo dan ook maar houden.’
‘Dat lijkt me wel. Nog een prettige avond…’
‘Dat zal wel goed komen… dank je wel.’
We gingen naar binnen en we werden opgewacht door een meisje. Ze herkende ons en ze bracht ons naar onze tafel. Het was de tafel die we eerder ook hadden. Ik zag het bordje “reserveé”. Het meisje vroeg of we al wat wilden drinken. Ik zei dat het in orde was. Een paar minuten later zag ik Connie en Theo. De kleine rossige man die naast Theo liep moest ongetwijfeld John McKenzie zijn. Ik had een totaal andere voorstelling van hem gehad. Ze zagen ons en kwamen direct naar ons toe. De begroeting was uiterst hartelijk. Connie en Marie waren in korte tijd goede vriendinnen geworden. John McKenzie werd aan ons voorgesteld. Het leek me een aardige vent. Hij ging tussen Marie en Connie in zitten.
‘Zo dat heb ik mooi geregeld,’ zei hij, ‘om zo tussen deze twee mooie dames te mogen zitten.’
‘Ik maak me geen zorgen John…’ zei Theo.
‘Dat is ook het laatste wat ik zou willen… En jij Joe…?’
‘Het is je nu even gegund, maar wanneer ging je ook weer terug…?’
Hij snapte mijn humor.
‘Een extra vliegtuigstoel is gauw bijgeboekt…’
‘Hebben wij hierin ook nog een stem of zo…?’ klonk het gezusterlijk.
‘Hoorde ik iemand iets zeggen…?’ zei John.
‘Je speelt met vuur makker. Dit zijn niet zomaar vrouwen…’grinnikte Theo.
‘Nou, dan weet ik in ieder geval waar ik aan toe ben. Schenk me dan maar eerst eens een glas van dat lekkere bubbeltjessap in.’
Het meisje dat de champagne had gebracht kwam naar onze tafel en pakte de fles en vroeg of iedereen champagne dronk. Het antwoord was eensgezind.
‘Zoals het nu lijkt wordt Eva morgen rond elf uur geopereerd. De apparatuur is vrijgegeven en zal morgen vroeg worden aangeleverd. John wil nog even testen of alles in orde is en vooralsnog hebben we aan een paar uur voorbereiding genoeg. We doen de gehele operatie samen. Het gaat overigens goed met Eva. Ze is stabiel en hoewel het een zeer lastige operatie wordt geloof ik in een goede afloop. Maar lieve mensen onderschat het niet. Het kan ook zo maar mis gaan. Het is echt microchirurgie van de bovenste plank. Om eerlijk te zijn denk ik niet dat er iemand in de wereld is die dat beter zou kunnen dan John. Hij is absolute wereldtop. Laten we maar drinken op de goede afloop.’
We waren het hier samen helemaal over eens. Connie vertelde dat ze enkele testjes had gedaan met Belle. Ze had haar onderzocht en het was haar al met al meegevallen.
‘Jammer dat ik haar nu pas zie. Ze heeft inderdaad wat spieraandoeningen, maar volgens mij zijn die prima te behandelen. Het is een lieve meid. En zo dankbaar. Ze vertelde me over de cd van Eva. Ze had die van jullie gekregen vertelde ze. Samen met een cd-speler. Volgens mij heeft ze hem heel vaak afgespeeld. Ze kon me exact vertellen welke muziek er op stond. Nogmaals, ik ben zeer positief. Maar het zal nog wel een tijdje duren voordat ze weer echt goed kan lopen.’
‘Dus er is wel weer een kans dat ze zich zelfstandig kan bewegen?’ vroeg Marie opgewonden.
‘Ja hoor Marie, ik ben echt heel positief. Met een goede therapie en aangepaste medicatie heeft ze zeker een goed perspectief.’
‘Goh, Connie fijn om dat te horen. Zeker na al die negatieve gebeurtenissen van de laatste dagen.’
‘Zo is het…’
Ik wilde net weer champagne bestellen toen ik André en Etienne zag. Ze kwamen naar ons toe. Toen  John was voorgesteld nam André het woord.
‘John, er rust grote druk op je. Als je eens wist wat Eva voor ons allen betekent, dan kun jij je wel  voorstellen hoe blij we met je zijn. Ik wens je voor morgen alle succes toe. Santé.’
We konden ons allen vinden in de woorden van André. Het was een leuke avond en het deed me goed. Ook Marie genoot volop. Toen we weer in het hotel waren aangekomen vonden we het beiden verstandig om te gaan slapen. De volgende dag beloofde er weer een te worden vol met spanning en onzekerheid.

78


Ik was zaterdagmorgen vroeg in het ziekenhuis. Marie zou wat later komen. Eva was al gereed voor de operatie. Ik vroeg of ik haar nog even mocht zien. Dat was goed. Het verplegend personeel begon me al aardig te herkennen. Toen ik de kamer binnenging realiseerde ik me dat dit best eens de laatste keer zou kunnen zijn. Theo had me gisteren nog eens op het hart gedrukt dat ik er niet te licht over moest denken. John was de enige die dit aandurfde. Het is alles of niets had hij gezegd.
‘Dag liefje van me. Zul je je best doen? We kunnen niet zonder je.’
Ik hield haar hand vast. En weer had ik het gevoel dat ze reageerde. Of was het toch weer mijn verbeelding? Was het hopen tegen beter weten in. Ik kuste haar op haar voorhoofd en nam afscheid. Het werd me te veel. Alle gebeurtenissen van de laatste dagen misten hun uitwerking niet. Hoewel Emotio en Ratio voorbeeldig samenwerkten en elkaar zoveel mogelijk tot steun waren, had ik het heel erg moeilijk. Toen ik buiten de kamer van Eva was ging er een rilling door mij heen. Ik had een onbestemd gevoel.
Ik schrok van mijn mobiel.

Marie belde me en zei dat de recherche naar me op zoek was. Ze hadden haar gebeld. Of ik ze terug wilde bellen.
‘Vandaag niet… lieverd. Wil je het hun uitleggen. Ze zullen het toch wel snappen?’
Marie zei dat ze dat ook al zo had verteld aan de beambte. Maar hij had er druk op gezet.
‘Heb je het nummer… ? Stuur het maar even per sms door, dan zie ik wel. Nou tot straks.’
Even later volgde het nummer van de man van de recherche.
Ik belde hem en hij legde mij uit dat hij een aantal vragen had. Over de brand en over wat er gebeurd was in de wijk.
‘Ja meneer, maar vandaag is niet de goede dag. Vandaag wordt mijn vriendin geopereerd. Het is er op of er onder. U snapt wel dat mijn hoofd er nu niet naar staat om allerlei vragen te beantwoorden.’
Hij zei dat hij dat wel kon begrijpen, maar wel dat het dringend was. Of ik hem toch maar van dienst wilde zijn. Ik werd boos en hij kreeg toen wel door dat het een zinloze onderneming was om me vandaag te willen spreken.
‘Ik bel u morgen, is dat goed…?’ was de beste optie die ik hem kon geven.
Hij nam er genoegen mee.
Het was half elf en ik zag dat Eva van haar kamer werd weggereden. Er ging weer een huivering door me heen bij de gedachte dat dit misschien wel de laatste uren waren van mijn muze. Ik had haar vonnis getekend. Ik was ermee akkoord gegaan dat de operatie werd uitgevoerd. Ze ging op weg naar de operatiekamer en ik zag dat de twee verpleegsters het bed de lift inreden. Ik trilde van binnen. Mijn keel was droog.
Gelukkig zag ik Marie aankomen.
‘Is ze al weg…?’
Ik knikte.
‘Altijd dat stomme verkeer. Ik heb een half uur vastgestaan. Er was blijkbaar iets gebeurd. Joe, ik ben zo zenuwachtig en jij…?’
‘Ik niet minder. Het giert door mijn lijf.  Ik heb die gast van de recherche nog gebeld. Ik heb beloofd dat ik hem morgen zal bellen.’
‘Ben je wel voorzichtig? Je weet dat het geen kleine jongens zijn.’
‘Ik denk eerst aan mezelf en aan jou natuurlijk. Voor de rest zoeken ze het maar lekker uit.’
‘Als je dat maar doet…’
‘Kom we gaan een kop koffie regelen. We mogen de kamer van Theo gebruiken.’

Het leek er op dat het een lange dag zou gaan worden. De minuten kropen voorbij. Het was ondertussen half vier en we hadden niets meer gehoord. Blijkbaar was John nog steeds bezig met opereren. Ik had broodjes besteld,  maar we hadden ze nauwelijks aangeraakt. We hadden met Veronique afgesproken dat wij haar als eerste zouden bellen als er nieuws over Eva was. Zij zou de anderen informeren. We schrokken toen de deur open ging. Het was Connie.
‘Nou geen nieuws…?’ vroeg ze met zachte stem.
‘Nee nog niet …’ zei ik nauwelijks hoorbaar. Mijn keel was droog.
‘Nou… eh dan laat ik jullie maar even samen…’ zei Connie.
‘Wil je niet even blijven Connie…?’ vroeg Marie
‘Als je dat graag wilt… Ik heb overigens heel goed nieuws over Belle. Het ziet er naar uit dat het met haar weer helemaal in orde zal komen. Het zal wel even duren, maar echt… neem van me aan, het wordt weer een gezonde meid. Het is maar goed dat ze hier is gekomen. Ze mag jullie wel dankbaar zijn…’
‘Maar vooral jou Connie…’ zei Marie.
Ze zaten hand in hand naast elkaar. Het was een mooi en intiem moment.

Het was bijna vijf uur toen Theo  binnen kwam. Mijn adem stokte in mijn keel Ik keek naar Marie en zag de angst in haar ogen.
‘Jongens we hebben het gered….!’ lachte hij.
Marie en ik vielen elkaar in de armen. Theo en Connie volgden ons voorbeeld.
Even later kwam John de kamer binnen. Hij was onze grote held.
‘Ga allemaal eens rustig zitten, dan zal ik jullie bijpraten. Zoals Theo al had aangegeven, was het een lastig karwei. Heel erg lastig zelfs. Na vier pogingen is het me tenslotte toch gelukt om de splinter te verwijderen zonder noemenswaardige beschadigingen. Ik heb een klein deel van het littekenweefsel weg moeten halen, maar dat doet verder niets. Met veel geduld hebben we de splinter kunnen afzuigen. Gelukkig maakte Theo mij attent op nog een kleine splinter, die in het onderste deel van het hersenbeen zat. We hadden hem in eerste instantie niet waargenomen op de toch talrijke foto’s die we hadden. Maar goed, na een paar pogingen is ook dat prima gelukt. Zover ik nu kan overzien komt jullie mooie Eva er weer voor de volle honderd procent boven op. Theo, ik lust wel een brandy. Ik vind dat ik dat wel heb verdiend.’
‘Hoewel dat tegen mijn principes is, ga ik er toch voor zorgen John…en inderdaad, het was superieur vakmanschap wat ik van je heb gezien. Daar moeten we eigenlijk wel een borrel opdrinken.’
‘Ik had een goede assistent… volgens mij zou jij dat ook wel kunnen.’
‘Nou, dan moet ik nog wel een ander leren van de meester…’
‘Dank je voor het compliment…’
Theo had zijn secretaresse gevraagd om een fles brandy en twee flessen rode wijn voor ons te halen.
Hij legde haar uit wat hiervoor de reden was. Ik begreep uit zijn reactie dat ze hem feliciteerde met het succes. Marie belde met Veronique.
‘Hoi meisje. Alles is in orde. Het komt helemaal goed met Eva… o ja en met Belle ook. Wat een mooie dag is het vandaag…Wil jij de anderen voor me bellen… tot straks.’
De ogen van Marie fonkelden en ze straalde helemaal. Ook Connie was in de wolken.
Ze waren samen druk in gesprek. Ik had Marie nog niet zo opgewonden gezien. De secretaresse bracht de drankjes binnen en Theo bedankte haar. Nadat iedereen een glas had nam Theo het woord.
‘Vrienden dit is een bijzondere dag. Een dag die ons voor het leven aan elkaar heeft verbonden. Op ons, maar vooral op Eva en Belle. Twee jonge meiden die wij hier met zijn allen weer een toekomst hebben mogen gegeven. Santé. En op mijn goede vriend John, waarvoor ik al veel respect had, maar dat na vandaag alleen nog maar is toegenomen… Santé.  Op Marie en Joe die het allemaal maar moeten ondergaan, maar zich kranig hebben geweerd. Geweldig. Santé. En tenslotte op mijn lieve eigen Connie. Dank je lieverd, voor al het vertrouwen dat je mij geeft. Santé.’
Ik gaf aan dat ik ook iets wilde zeggen. Theo gaf mij het woord.
‘Lieve vrienden. Dit is inderdaad een ongelofelijke dag. Theo heeft al veel gezegd. Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. Het had vandaag de dag van Eva moeten worden en om eerlijk te zijn is het dat ook geworden, alleen even anders dan ze zich dat zal hebben voorgesteld. Wat ik verder nog wel wil toevoegen is dat de vriendschap en de betrokkenheid van Theo en Connie ons er doorheen heeft geholpen. Waar twijfel was heeft Theo ons gerust gesteld. Altijd op een eerlijke en openhartige manier. Theo en Connie jullie zijn kanjers… Santé.’
Theo had broodjes en hapjes besteld en Marie en Connie zorgden dat er  plaats was om alles neer te zetten. Ze maakten provisorisch een soort buffettafel van het bureau. Toen ze klaar waren nodigden zij ons uit. Het smaakte perfect. Nu wel.

Tegen zeven uur werd er op de deur geklopt. Het was het afdelingshoofd. Eva was weer terug op haar kamer. Alles was in orde.
‘Gaan jullie maar eerst Joe…’ en Theo knikte, ook naar Marie.
Hand in hand gingen we naar de kamer. Heel voorzichtig deed ik de deur open. Eva werd nu niet langer in coma gehouden. Alle apparatuur was afgekoppeld behalve een kleine monitor. We gingen naast het bed zitten. Marie en ik sloten de hand van Eva in onze handen.
‘Lieverd, ’ zei ik, ‘…we zijn zo blij. Je hebt zo goed je best gedaan… We zijn zo trots op jou.’
Ik keek naar Marie en ik kon me niet langer beheersen. Mijn tranen kregen ruim baan. Marie stootte me aan en we zagen een lichte glimlach om haar lippen. We voelden haar hand in de onze bewegen. Een volmaakt moment van geluk. De zuster kwam binnen en vroeg ons vriendelijk om afscheid te nemen. We stonden op en gaven Eva nog een kus. Toen we de kamer van Theo binnen liepen barstte Marie in tranen uit. Ze kon zich niet langer goed houden. Connie troostte haar. Het ontroerde mij. Theo en John waren zich gaan omkleden. Nadat beiden zich weer bij ons hadden gevoegd en nadat we samen nog wat hadden gedronken, leek het ons verstandig om naar huis te gaan. Het was een intensieve dag geweest.

79


Toen Marie en ik in het hotel waren aangekomen lag er een briefje bij de balie. Ik las het vluchtig. Het was een notitie van André.  Hij wilde me niet storen. Maar in alle opwinding van de dag waren we onze vier dissidentjes vergeten. Die hadden de hele dag waarschijnlijk op ons zitten wachten.
‘Marie, we hebben vandaag iets heel doms gedaan?’
‘En dat is…?’
‘Wat denk je van Rissa en Zara en de twee jongens…’
‘Oh, wat stom…’
‘Hoe laat is het?’
‘Bijna half elf…’
‘Weet jij in welk hotel ze zitten?’
‘Nee, dan moet je André even bellen.’
Ik toetste het nummer van André in.
‘Hallo kerel. Ik ben vandaag een beetje heel erg dom geweest… Ik ben mijn vier jonge dissidenten vergeten. Waar heb je mijn beschermelingen ergens geparkeerd?’
Hij zei dat ze vlakbij ons hotel zaten. In hotel Cosmo. Marie knikte dat ze wist waar dat was. Hij vroeg hoe het met ons ging en of er nog iets nieuws te melden was over Eva.
‘Nee, het is allemaal prima verlopen. Nu maar even afwachten. Volgens Theo is ze over een paar dagen wel weer aanspreekbaar. Ze zal blij zijn je weer te zien André. Ik ga nog even vlug naar Hotel Cosmo. Goh, wat dom van me.’
Hij zei dat ik het mezelf niet kwalijk moest nemen. Hij had er bovendien voor gezorgd dat ze niets te kort kwamen. Ik bedankte hem en verbrak de verbinding.
‘Loop je nog even mee Marie… of geloof je het wel voor vandaag?’
‘Nee hoor, ik laat je niet in de steek. Even wat buitenlucht zal me goed. Mijn kop barst uit elkaar.’
Het was inderdaad vlakbij. Nog geen tien minuten lopen. Ik meldde me bij de balie. De medewerker zei dat mijn vier protegés in de lounge waren. Hij wees ons de weg. Ik zag alleen Rissa en Bertrand. Djouff en Zara waren er niet.
‘Hallo jongens, beter laat dan nooit. Sorry… Om eerlijk te zijn waren we jullie vergeten. Het was vandaag allemaal wat anders dan normaal. Nogmaals sorry. Hebben jullie wat gegeten en zo…?’
‘Jawel meneer Joe, we worden echt heel erg verwend.’
‘Waar zijn de andere twee…?
‘Zara is even naar haar kamer, die zal zo wel hier zijn en Djouff is even een stukje wandelen. Die werd gek van het binnen zitten. Dat zijn we niet zo gewend. Maar dat zult u wel begrijpen.’
Een jongeman kwam vragen of we wat wilden drinken. Met een bestelling van drie cola en een glas witte en een glas rode wijn liep hij naar de bar. Zara had zich ondertussen ook gemeld. We misten Djouff nog.
‘Alles is afgefikt… tenminste waar jullie woonden,’ zei Bertrand.
‘Ja, het was maar goed dat we daar rekening mee hebben gehouden.’
‘Hoe was het donderdag afgelopen…?’ vroeg Rissa.
‘Nou meisje, ik ben de hemel dankbaar dat ik hier nog bij jullie kan zitten… Die Kaplan is een gek. Maar het is allemaal goed gekomen. Ik ben blij dat jullie hier veilig zijn en ik hoop dat we morgen wat meer tijd voor jullie hebben.’
‘Het is al fijn dat we zo ver zijn. Ik had het gevoel dat wij het ook niet zouden overleven…’ zei Zara, ‘ik was zo bang…’
We praatten wat over en weer en de beide meiden vertelden ons dat ze het liefst danseres of zangeres wilden worden. Bertrand wist het nog niet. Hij zocht liever iets in de horeca. Eten bereiden leek hem wel leuk. In een echt restaurant. Niet in een snackbar of zo. Ze waren alle drie tot hun vijftiende naar school gegaan. En al pratende viel het me op dat ze absoluut niet dom waren. In tegendeel. Marie luisterde en zei niet veel. Af en toe knikte ze en zei ze dat ze het snapte. Het was bijna half twaalf en ik begon me wat zorgen te maken over Djouff. Hij had zich nog steeds niet gemeld.
‘Waar zou hij kunnen zitten…? Hebben jullie een idee…? Hoe laat is hij weggegaan?’
‘Na het eten, wat zal het zijn geweest…. Tegen zeven uur,’ zei Rissa.
‘Kunnen we hem niet bereiken? Meestal hebben jullie toch allemaal wel een mobiel… of zoiets?’
‘Djouff niet. Die vindt dat niks…’
Ik keek naar Marie.
‘Ik weet het niet Joe, Parijs is een beetje te groot om hem te gaan zoeken.’
‘Ja, dat denk ik ook…’
‘Hij was de hele dag al zo stil…’ zei Zara.
Die opmerking maakte mij niet minder ongerust.
‘Hij zal toch geen gekke dingen van plan zijn…?’ en ik realiseerde me maar al te goed dat hij alles gezien had. Hij was getuige geweest van de moord op Mocka en zijn moeder.
‘Mocka en hij waren bloedbroeders,’ zei Bertrand. ‘Het doet hem zeer.’
Deze opmerking gaf mij een naar gevoel, maar ik liet niets merken.
‘Nou ja, hij zal zich zo wel melden. Ik denk dat we maar eens opstappen. Marie wat vind jij?’
Marie knikte. Ze zag aan mij dat ik het niet vertrouwde. Ze stond op en wenste iedereen een goede nacht.
‘Morgenvroeg meld ik me weer. En nu echt. Beloofd. Welterusten. Djouff zal zo wel komen. Laten jullie even weten als hij terug is…?’
Ze beloofden mij dat ze zouden bellen.
Toen ik buiten kwam keek Marie mij aan.
‘Ik heb het gevoel dat er ergens iets goed mis is,’ zei ik.
‘Je kunt daar niets aan doen Joe. Je moet jezelf niets kwalijk nemen. Je hebt dit niet in de hand.’
‘Ik weet dat maar al te goed… maar toch… het houdt me zo bezig.’
‘Waar ben je in hemelsnaam in terecht gekomen…?’
‘Ja, mijn rustige leventje is even uit beeld. Maar ik ben in ieder geval blij dat het met Eva en Belle goed lijkt te gaan komen.’
‘Dat kun je wel zeggen.’
Toen we in ons eigen hotel waren aangekomen, gingen we direct naar onze kamer. Het duurde niet lang of we vielen in slaap, dicht tegen elkaar aan.

80


De volgende dag begon weer voortreffelijk. Er leek maar geen eind te komen aan alle ellende. Ik zette de teevee aan en zag op het lokale nieuws dat er een jongen was gevonden. Neergestoken. Hij was onderweg naar het ziekenhuis overleden. Er stond geen naam bij maar ik voelde dat het om Djouff ging. Het was vlakbij een afgebrand appartementencomplex gebeurd. Ik zag op de beelden de appartementen, waar Marie en ik tot enkele dagen geleden hadden gewoond. Ik voelde de woede maar ook de machteloosheid. Ik dacht aan mijn afspraak met de man van de recherche. Ik was op wraak uit. Niet verstandig maar wel te begrijpen. Ik ging uit bed en nam een douche en probeerde mijn gedachten te verzetten. Het bericht bleef rondzeuren in mijn hoofd. Toen ik was aangekleed maakte ik Marie wakker. 
‘Lieverd, het wordt tijd…’
‘Ze hebben niet meer gebeld… toch?’
‘Eh nee…ik ga er zo meteen even heen.’
Ik zei niets over het bericht van de overleden jongen, want ik wist het tenslotte ook niet zeker.
‘Dat is goed. Het is de bedoeling dat André ook kennis met ze maakt.  Kom je dan met hen die kant op…?’
‘Prima…’ zei ik een beetje afwezig.
‘Is er iets…?’ vroeg Marie.
‘Nee hoor, ik ben een beetje moe geloof ik.’
‘Dan kan ook niet anders…’
Marie ging naar de badkamer. Ik had geen rust meer. Het was bijna acht uur.
‘Lieverd ik ga … vind je dat goed?’
‘Als ik nog een kus van je krijg.’
‘Mag ik de badkamer binnenkomen…?’
‘Ik heb geen geheimen hoor.’
‘Nou ja. Ik denk… Je stormt niet zo maar binnen bij een badende dame…toch?’
‘Kom op puber, geef me nou maar een zoen…’
Marie stond nog onder de douche. Om te voorkomen dat ik nat werd bleef ik ver genoeg uit de buurt. Het was een lange afstandkus.

Ik ging naar beneden en groette de man achter de balie.
Ik was snel bij hotel Cosmos. Ik vroeg aan het meisje achter de balie of mijn beschermelingen al wakker waren. Ze wist het niet en ze bood aan om naar de kamers te bellen.
‘Nee hoor dank u wel voor het aanbod, als het te lang duurt meld ik we wel weer. Ik ben in de lounge.’
Er lagen wat kranten en de teevee stond aan. Er volgden wat berichten. Een man vertelde over een nieuw cultureel programma dat van start zou gaan. Even later kwam er een politiebeambte in beeld. Hij vertelde over het toenemende geweld. In zijn algemeenheid en in het bijzonder in een van de buitenwijken. Ik herkende de straat waar de winkel van Gaston was. De politie was van plan hard op te treden. Het moest afgelopen zijn. Er was gisterenavond vlakbij die winkel weer iemand neergestoken. Waarschijnlijk een lid van een van de gangs, die de wijk terroriseerde. Het was dit jaar al weer de derde keer.
‘Volgens mij kunnen ze niet tellen… Ik zit nu al op vier en ik kan me niet voorstellen dat er het hele jaar nog niks gebeurd is….’ dacht ik bij mezelf.
Ik had niet gezien dat Rissa er aan kwam. Ze huilde.
‘Meneer Joe…’ ik drukte haar tegen me aan, ‘heeft u het gezien op de teevee… Het is Djouff …toch?’
‘Ik ben bang van wel meisje.’
Ik kon er eenvoudigweg niet om heen draaien.
‘Wanneer houdt het nou eens op…’snikte ze.
‘Ik kan het je niet zeggen… Als ik het wist… dan…’
Mijn mobiel ging. Ik zag op de display dat het Marie was.
‘Hallo Joe… je wist het … Van die jongen of niet soms?’
‘Ja Marie,’ zei ik nauwelijks hoorbaar. ‘Maar ik vond dat het geen manier was om jou met dit bericht wakker te laten worden…’
Het was even stil en toen hoorde ik een diepe zucht.
‘Denk je wel aan jezelf Joe. Ik maak me zo’n zorgen …’
‘Het gaat goed met mij …echt.’
Een paar minuten later kwamen er twee agenten en een man in burgerkleding het hotel binnen. Ze gingen naar de balie. De juffrouw wees mijn kant op. 
‘Knap speurwerk…’dacht ik.
‘Goedemorgen.’
‘Goedemorgen heren… wat kunnen we voor u doen?’
‘Er is gisterenavond of beter vroeg in de nacht een jongen neergestoken. Hij had een kaartje van dit hotel bij zich. Ik heb begrepen van de juffrouw achter de balie dat hij hier een paar dagen logeerde. Met drie andere leeftijdgenootjes.’
Hij richtte zich tot Rissa.
‘Was u samen met deze jongeman?’ en hij liet haar een foto zien. Het was Djouff.
Rissa barste in tranen uit. Ze kroop tegen me aan.
‘U kent deze jongeman ook…meneer…?’
‘Grey, Joe Grey…’
‘Heb ik u gisteren niet aan de telefoon gehad…?’
‘Ja, ik zou u vandaag bellen… maar blijkbaar kunt u niet wachten.’
Deze opmerking viel verkeerd.
‘Nee, meneer Grey, ik kan niet wachten, daar heeft u helemaal gelijk in. Maar als u gisteren tijd voor me had gemaakt, was dit misschien wel niet gebeurd.’
‘Ik vind dit een waardeloze lage opmerking meneer…?’
‘Dupont, moordzaken. Meneer, u mag vinden wat u goed dunkt. Ik trek alleen mijn conclusie.’
‘Misschien is dat te snel meneer Dupont…’
Hij reageerde niet.
‘Waar zijn de anderen? Jullie waren toch met zijn viertjes…?
Ik zei dat de andere twee nog boven waren. Hij vroeg aan me om er voor te zorgen dat hij ze kon spreken. Ik liep naar de balie en vroeg de juffrouw om toch maar naar de kamers te bellen. Toen ik terug liep ging mijn telefoon. Het was André. Hij wilde weten hoe laat ik bij hem zou zijn.
‘Dat wordt wat lastig. Er  loopt hier een Sherlock Holmes rond en die zal wel willen hebben dat we met hem mee naar het bureau gaan. Een van die jongens is gisterenavond teruggegaan en volgens het goede gebruik in die wijk, ook maar meteen doodgestoken.’
Het klonk cynisch. Maar ik was het ook helemaal zat. Ik was hier voor Eva.  En voor Marie. Ik wilde geen deel uit maken van dat gedoe met bendes, moorden en alle andere rotzooi.
‘Weet je André. Ik wil alleen maar bezig zijn met het leven van Eva en van Marie en Belle. Ik kan dit er allemaal even niet bij hebben…’
Hij zei dat hij het begreep. We moesten wachten in de Cosmo. Zijn advocaat kwam er aan. Binnen tien minuten zou hij er zijn.
‘André …als ik jou niet had…’
Hij zei dat ik rustig moest blijven en moest proberen wat tijd te rekken. Dupont was ondertussen gaan zitten en vroeg van alles aan Rissa. Het meisje wist niet meer hoe ze het had.
‘Ik vind eigenlijk meneer Dupont, dat dit niet het goede moment is om een verklaring los te peuteren van deze jongedame. Ze heeft net gehoord dat haar vriendje is vermoord…’
‘Hoe weet u dat hij is vermoord…? ’
‘Volgens mij heeft u ons dat net verteld…’
‘Neergestoken… heb ik gezegd.’
 ‘Neergestoken dan…met dodelijke afloop…dat is toch moord… ?’
‘Ja,’ zei hij nors.
Ik pakte mijn mobiel.
‘Wat gaat u doen?’ reageerde Dupont geïrriteerd.
‘Het ziekenhuis bellen. Vragen hoe het met mijn vriendin is… Ze heeft gisteren een zware operatie ondergaan…’
‘Kan dat niet later? We zitten midden in een onderzoek.’
‘Dat kan niet later meneer Dupont…’en ik drukte het nummer van Theo in.
De ergernis over mijn gedrag straalde van Dupont af. Zijn gezicht sprak boekdelen.
‘Hallo Theo. Hoe is het met Eva gegaan?’
Theo vertelde dat alles zeer bevredigend verliep. Als alles zo bleef was er voor John geen noodzaak om nog langer te blijven en zou hij zo snel mogelijk een vlucht proberen te boeken. Naar Houston. Hij vroeg hoe het met mij ging. Ik liet het maar even zo en zei dat alles verder goed was.
Ik bedankte Theo en verbrak de verbinding.
‘Meneer Grey, u bent nu klaar…?’
‘Zeker…’
‘Nou, mooi… Ik zou u graag een paar vragen willen stellen.’
Zonder op mijn antwoord te wachten ging Dupont verder.
‘Bij het uitgebrande appartementencomplex stond een volkswagenbus met een Nederlands kenteken. Was dat uw bus? Ik heb begrepen dat u Nederlander bent.’
‘Nee hoor…’
‘Bedoelt u nou dat u geen Nederlander bent of dat het niet uw auto is…’zei Dupont zichtbaar geprikkeld.
‘Ik bedoel dat het niet mijn bus is…’ antwoordde ik kalm.
Weet u van wie die bus is…’
‘Van het meisje dat nu nog in coma ligt en waarvan u het niet nodig achtte dat ik even informeerde naar haar toestand.’
‘Wat is haar naam… kunt u mij haar gegevens verstrekken?’
‘Dat moet u aan haar vragen…’
‘Dat zal moeilijk gaan als ze nog in coma ligt… denkt u ook niet.’
‘Dat moet u even geduld hebben…totdat ze uit het coma ontwaakt is.’
Hij zuchtte diep en sloot zijn aantekenboekje en stopte het in zijn binnenzak. Toen keek hij me aan.
‘Het is beter dat u met ons mee naar het bureau gaat…’
‘Wat is de aanklacht…?’
‘U werkt niet mee…’
‘Waar moet ik aan meewerken meneer Dupont?’
‘Dat weet u zelf beter dan ik…’
‘Nou, ik heb het even niet op mijn radar. Kom op meneer Dupont help me eens…’
‘Nou… is het niet duidelijk genoeg. Er is een jongeman vermoord…’
‘Neergestoken… Meneer Dupont. Neergestoken met dodelijke afloop. Maar mag ik u vragen bent u wel eens door die wijk gewandeld?’
‘Ik stel hier de vragen.’
‘Ik vraag het puur uit belangstelling. Bent u wel eens door die wijk gewandeld? Misschien met uw vrouw of met uw kinderen. Zomaar, op een mooie zondagmiddag.’
‘Ik ben niet getrouwd…’
‘Nou dan alleen…Kent u het gebied…?’
Hij zweeg.
‘Ik wel meneer Dupont. Samen met deze jongelui. Ik kan u zeggen dat het een hele ervaring is.
Ik vraag me af of u wel een flauw idee heeft wat zich daar allemaal afspeelt. Misschien moet u eens na laten zoeken hoe vaak de politie en de ambulance daar zijn geweest. Alleen maar over dit jaar. Het zal u verbazen. U zult zien dat het er voorbeeldig aan toe gaat. Nooit politie, nooit een ambulance. Een prima leefgebied.’ 
Rissa en Zara ondersteunden me.
‘Meneer Joe heeft gelijk, jullie komen nooit…  Altijd maar weer met een grote boog er om heen. Al rotten wij daar weg, het zal iedereen worst wezen.’
‘Daar kan ik niets aan doen, daar ga ik niet over…dan moet u bij het gemeentebestuur zijn of bij de burgemeester.’
‘Dat wordt inderdaad hoog tijd…’ zei ik nog.
Ondertussen had de advocaat van André zich gemeld. Hij stelde zich voor als Paul Dumas.
‘Joe Grey…’
‘Je naam en faam is mij al bekend Joe. Ik mag toch wel Joe zeggen…?’
‘Zeker.’
Paul informeerde Dupont op officiële wijze dat hij ons vertegenwoordigde.
Als er vragen waren moest dat via hem. Hij vroeg dan ook aan Dupont hem de vragen toe te zenden.
Hij zou er voor zorgen dat er zo snel mogelijk antwoorden kwamen. Dupont sputterde nog wat tegen, maar hij zag al gauw dat hij geen partij was voor Paul. Dumas gaf hem zijn kaartje en drukte hem nogmaals op het hart dat alles via zijn bureau liep. Dupont en de twee agenten gingen zonder ons te groeten naar buiten.
‘Kom Joe en jullie met zijn drietjes, we gaan naar het kantoor van meneer André. Jullie zullen me vast wel het een en ander te vertellen hebben,’ zei hij en hij was al bijna buiten.
Ik was het even helemaal zat. Het werd me allemaal te veel. Ik had sterk het gevoel dat ik in een situatie terecht was gekomen die absoluut niet aan kon, maar die mij meer en meer in haar greep kreeg. We gingen te voet naar Chez André . Paul vertelde onderweg dat hij het allemaal wel voor me zou regelen. Hij wist van de situatie met Eva.
‘Ik zal mijn uiterste best doen zodat je haar voldoende aandacht kunt geven. Je moet me wel zo meteen  even bijpraten. Ik ben reuze benieuwd naar jouw verhaal. Volgens mij mag je blij zijn dat je hier nog loopt.’
‘Dat kun je wel zeggen. Ik vraag me echt af of ik dit ook allemaal werkelijk mee maak. Het is allemaal zo vreemd en heftig. Maar goed, ik zal proberen je het hele verhaal zo volledig mogelijk te vertellen. Denk je dat we in een half uur klaar kunnen zijn? Ik wil eigenlijk nog even naar het ziekenhuis, naar Eva.’
‘Ik denk het wel. Maar het ligt aan jou. Ik weet niet wat je allemaal te vertellen hebt. Dus…’
Ik keek hem aan. Hij liep met grote passen in de richting van Chez André. Hij was nauwelijks bij te houden. Bertrand en de twee meiden hadden er ook moeite mee, maar deden hun uiterste best om te volgen. Paul had zijn kantoor op de tweede etage. Er was een gescheiden ingang, zodat we niet via de ingang van Chez André gingen.
‘We kwamen in een grote luxe kantoorkamer. Er stonden twee bureaus en drie kasten. Langs de rechter wand was een uitgebreide bibliotheek ingericht.
Toen Paul mij zag kijken zei hij met een lach, ‘Joe, het is hoofzakelijk droge materie, alleen voor advocaten. Er zal best wat tussen te vinden zijn, wat ons helpt niet al te veel in de zaak van die vermoorde jongen te worden betrokken.’
‘Ik wil het niet uit de weg gaan Paul, maar het gaat gewoon niets oplossen.’
‘Daar zou je best eens gelijk in kunnen hebben…’
Ik nam mijn mobiel en toetste het nummer in van Marie.
‘Hoi lieverd, ik ben inmiddels boven. Mijn drie beschermelingen zijn hier ook.’
Marie zei dat ze naar ons toe kwam. Ik vertelde dat tegen Paul en hij vroeg of het drietal nog een paar minuten tijd voor hem had. Hij wilde ook graag hun verhaal horen.
‘Geen probleem. Ze hebben verder toch niets om handen. Alleen de afspraak met André,’ zei ik.
Marie kwam even later de kamer van Paul binnen.
‘Dag jongens… Ik ben blij dat ik jullie weer zie. Het is allemaal wat…’
‘Dat kun je wel zeggen mevrouw Marie…’ zei Rissa. ‘We vinden het zo verschrikkelijk naar voor u en ook voor meneer Joe.’
‘Nou ja…het is nou eenmaal zo,’ zei ik, ‘het is ons echt niets te veel. Maar het is allemaal zo dreigend.  Zeker ook nu het zo spannend is met Eva.’
‘Ik hoop echt dat het allemaal goed komt. Met uw vriendin en met Belle. Het is voor haar ook allemaal zo heftig.’
‘Ja…’ Marie keek voor zich uit, ‘het  is zeker te hopen dat het allemaal goed komt…’
Paul had zijn vragen gesteld en had blijkbaar de antwoorden gekregen die hij wilde.
‘Neem ze maar mee Marie, dan ga ik even verder met Joe.’
Ik stond op en liep naar haar toe,
‘Liefje, als ik hier klaar ben dan ga ik naar Eva. Ik ben benieuwd hoe het gaat… Ik heb vanmorgen gebeld met het ziekenhuis, met Theo. Ze heeft een rustige nacht gehad.’
‘Gelukkig maar. Het is even genoeg.’
‘Zeker …’
Ik dacht aan de laatste paar dagen.
‘Het is zeker even helemaal genoeg. Ik kan het even niet meer hebben.’
‘Gaat het nog wel?’ vroeg ze bezorgd.
‘Ik hoop van wel. Ik heb even een off-moment, geloof ik.’
Ze liep naar me toe en gaf me een kus. Ik zag de bezorgde blik in haar ogen. Het deed me goed om te weten dat er iemand was die op me lette. Dat hielp wel. Toen Marie en de drie jongeren weg waren ging Paul achter zijn bureau zitten en wees op de stoel die voor zijn bureau stond.
‘Ga zitten Joe, ik luister…’
Ik vertelde hem mijn verhaal. Zo uitgebreid mogelijk. Ik had niet het idee dat ik iets was vergeten.
Over Mocka, de kaartjes voor het concert, waarmee ik de groep en Belle blij had gemaakt. Over de dood van Mocka en zijn moeder. De onfatsoenlijke begrafenisonderneming. De bedreiging in het huis van Marie door Kaplan en zijn vriend. De geldoverdracht en de Chevrolet die mij op een haar na gemist had. Al dan niet gepland. De vier jongeren die door de geldtransactie in veiligheid waren gebracht. Althans daar was ik vanuit gegaan.
‘Ons gesprek wordt vastgelegd op de recorder Joe, ben je het daar mee eens? Dan kan ik het nog eens terug luisteren zonder dat ik jou daar lastig mee moet vallen.’
‘Ik vind het prima… als het maar niet tegen me gebruikt wordt…’
Het klonk wat cynisch.
‘Ik zou niet weten waarom…?’ zei Paul met enige verbazing in zijn stem.
‘Sorry Paul, ik bedoelde het niet vervelend.’
‘Geen probleem Joe… Het is me allemaal duidelijk. Ik denk dat onze vriend Dupont maar al te graag Kaplan zou oppakken. Alleen je zei het zelf al. Alles wat belastend voor hem kan zijn, is van horen zeggen. Er zijn geen getuigen. En die er waren, die heeft hij ongetwijfeld bewerkt. De geldoverdracht is een deal die jij zelf hebt voorgesteld. Dat kun je hem moeilijk aanrekenen. Hij heeft je niet aangereden en verder ook niet echt meer bedreigd. Behalve dan dat je er de volgende keer niet zo vanaf zou komen. Maar wat hij dan zou doen is ook niet uitgesproken. Dus het is een flinterdun verhaal. Bovendien moet Dupont de wijk in om Kaplan te horen. Nou ik denk niet dat hij dat gaat doen. Zoals ik er nu tegen aan kijk moet ik maar zien te regelen dat deze zaak niet wordt doorgezet. Dupont zal ook wel begrijpen dat het geval vrij kansloos is, tenzij zich nog iemand meldt die bewijs heeft of getuige is geweest. Hij kan de lichamen van Mocka en zijn moeder laten onderzoeken, maar de vraag is wat dat oplevert. Een doorgesneden keel en een aantal kogels, zegt nog niets over de identiteit van de daders. Ik neem aan dat Kaplan handig genoeg is en dat het moeilijk zal zijn om hem iets aan te rekenen. Zeker zonder hard bewijs. Dus Joe, hoe vervelend het ook is, ik denk niet dat we Kaplan iets in zijn schoenen kunnen schuiven.’
‘Daarom haak ik af Paul. Ik wil niet laf zijn of zo, maar ik denk ook dat het tot niets gaat leiden… En natuurlijk zou ik maar al te graag zien dat Kaplan en zijn vriendjes verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van Mocka, zijn moeder en Djouff. Hoewel ik die jongen niet kan begrijpen. Waarom gaat zo’n joch nou terug terwijl hij had moeten weten dat het zijn laatste tocht kon worden.’
‘Hij was een bloedbroeder… Het gaat hierbij om de eer Joe… Zeker in dit geval… Neem maar van mij aan dat hij zich echt niet druk heeft gemaakt over de gevolgen en zeker niet over de gevolgen voor zichzelf.’
‘Het is allemaal zo verschrikkelijk triest…’
‘Dat is het zeker… maar het is nou eenmaal wel de realiteit, ’ en hij zei het op een manier die me deed rillen. Er zat iets berustend in zijn stem. Er zat voor mijn gevoel een ondertoon van onverschilligheid in.
‘Zal dat ooit anders worden?’ zei ik, ‘of vindt iedereen het wel goed zo?’
‘Ik hoor wat je zegt. Maar ik kan je het antwoord niet geven. Het zal de vraag zijn wie er iets aan wil doen. De politiek staat niet te trappelen. Justitie heeft nauwelijks harde bewijzen en de bewoners zelf zijn bang of doen ijverig mee…Dus het is vrij complex Joe. Als er iets met jou was gebeurd, hadden ze het misschien ook wel afgedaan met “hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.”
‘Ja,’ reageerde ik, ‘misschien wel, want wat had ik daar nou helemaal te zoeken. Ik zocht het allemaal zelf op. Hoe dom kan een mens zijn.’
‘Misschien was het niet slim. Maar voorlopig heb je vier, nou eigenlijk drie jonge mensen een nieuwe kans op een beter leven gegeven. In ieder geval zijn ze weg uit die kansloze omgeving. Het is nu aan hen.’
‘Dat is misschien ook het enige wat telt. Maar ik had ook Djouff er nog graag bij gehad. Maar ja, voorlopig zijn er nog drie, die geholpen moeten worden.’
‘Je hebt Belle ook nog….’
‘Zeker weten, dat maakt het ook allemaal de moeite waard om het zo te doen…’
‘Helemaal mee eens. Wat mij betreft kun je weg. Ik houd je wel op de hoogte en ik zal echt mijn uiterste best doen om Dupont van je weg te houden.’
‘Bedankt. Ik ga nu naar het ziekenhuis. Mocht er nog wat zijn…? Je kunt me via mijn mobiel bereiken.’
‘Ik hoop dat het niet nodig is.’
Ik stond op en gaf Paul een hand. Ik keek uit naar het bezoek aan Eva. Ik dacht na over wat er de laatste dagen allemaal was gebeurd. Eva had er geen weet van. Ze was bezig geweest om te overleven. Haar eigen strijd.

81


Toen ik in het ziekenhuis arriveerde ging mijn mobiel. Het was Connie. Ze vroeg me of ik nog naar het ziekenhuis kwam en ik zei dat ik op het punt stond om door de draaideur naar binnen te gaan. Ze klonk opgewonden. Ze vroeg me of ik vijf minuten voor haar had. We spraken af in de wachtruimte op de afdeling waar Eva lag. Ze was er al toen ik arriveerde.
‘Joe, ik ben blij dat je even voor me hebt. Ik heb de testresultaten van Belle. Het is echt geweldig. Ik ben helemaal opgewonden. Het komt allemaal goed. De aandoening die ze heeft, ik zal je de naam besparen, is prima te behandelen. We mogen zelfs rekenen op een volledige genezing. Het enige wat haar wel te wachten staat, is een zware therapie, zodat alle spierfuncties weer worden getraind en geactiveerd.
Maar dat zal ze zelf moeten doen en zoals ik haar inschat zal ze die kans met beide handen aangrijpen.’
‘Heb je het haar al verteld?’
‘Nee nog niet. Ik wilde je vragen of jij het leuk vindt om dat samen met mij te doen. Jij hebt haar tenslotte gered.’
‘Nou, dat zet je wel heel erg zwaar aan Connie…’
‘Kom op Joe, niet zo bescheiden. Zonder jou was ze kansloos geweest. Misschien had ze wel hetzelfde lot moeten ondergaan als haar broer en haar moeder.’
Ik realiseerde me dat Connie eigenlijk niet ver van de werkelijkheid af zat.
‘Nou, ik ga eerst even naar Eva en dan bel ik je… oké? Overigens wel lief van jou dat je me erbij wilt hebben. Ik ben wel even toe aan een goednieuwsgesprek.’
Ze keek me vragend aan en ik vertelde haar het verhaal van Djouff.
‘Joe, wat verschrikkelijk voor je… Kan ik nog iets voor je doen?’
‘Nee hoor, je doet al genoeg voor me. Theo en jij zijn echt fantastisch.’
‘Dank je wel. Als er wat is dan moet je het me echt laten weten hoor…’ zei ze, terwijl ze mijn arm beet pakte.
‘Afgesproken, maar ik ga nu eerst naar Eva…’
‘Gelijk heb je. Tot straks.’
Ik meldde me bij de balie en zei tegen de verpleegkundige dat ik voor Eva kwam. Ze herkende mij en vroeg me of ik dokter Boering ook nog wilde spreken. Ik zei dat het zo wel goed was en liep naar de kamer van Eva. Ze lag daar nog steeds even roerloos als tijdens mijn eerdere bezoeken. Alsof ze in een diepe slaap was. Ik ging naast haar zitten en pakte haar hand.
‘Dag lieverd, ik ben blij dat ik je weer zie. Lieve Eva… ik ben zo blij dat…’
Ik kon mijn zin niet meer afmaken. De emotie en de spanning waren me te veel geworden. Het zweet parelde op mijn voorhoofd. Mijn hart ging te keer. Ik probeerde weer rustig te worden. Ik praatte mezelf moed in,  maar ik bleef hangen in een aanval van hyperventilatie. Althans dat was mijn eigen diagnose. Ik herkende de verschijnselen. Ik probeerde mijn hand los te maken van die van Eva. Maar het lukte niet. Mijn hand werd stevig omklemd door die van haar. Ik realiseerde me plotseling dat het een signaal was. Ik voelde dat ze mij kon horen. In ieder geval dat ze reageerde op mijn woorden. Mijn hyperventilatieaanval sloeg om in blijdschap.
‘Lieverd, ik voel dat je mij kunt horen, dat ik je kan bereiken… Eva, liefje wat goed van je…’
Ik dacht dat ik haar lippen zag bewegen. Ik wreef over haar hand en het was nu duidelijk. Ze reageerde.
Ik durfde niet weg te gaan. Het was een bijzonder moment. Ik zag dat haar oogleden bewogen. Het lukte haar niet om haar ogen te openen. Ze zuchtte. Het was een hemels mooi geluid. Ik zag haar borst sneller op en neer gaan. En weer bewogen haar lippen. Ik wist dat ze wat wilde zeggen.
‘Joe….’
Nog nooit had het me zo ontroerd dat iemand mijn naam zei. Nu was het een regelrecht geschenk vanuit de hemel.
‘Ja liefje…wat is er….’
‘Ben…zo moe… Joe.’
‘Het komt allemaal goed liefje… Doe nou maar rustig.’
‘Joe…blijf…je…’
Ze zakte weer weg en ik streelde haar hand.
‘Natuurlijk blijf ik bij je…’
Ze sliep weer verder.
‘Eva, ik ga even naar Connie. We gaan samen naar Belle. Ze is ook in het ziekenhuis. Daarna kom ik weer naar jou. Is dat goed?’
Ze reageerde niet. Ik stond op en liep naar de deur. Ik zag dat Theo stond te praten met een collega. Toen hij me zag brak hij zijn gesprek af en kwam hij naar me toe.
‘Hallo Joe, ik hoorde van Connie dat je hier was. De verpleegkundige zei dat je al bij Eva was…’
Ik vertelde over de eerste woorden van Eva.
‘Man, dat is goed nieuws. Dat had ik nog niet verwacht. Ik doe even nog mijn rondje en dan gaan we samen naar haar toe. Tenminste ik neem aan dat je hier nu nog wel even blijft.’
Ik vertelde hem dat ik eerst samen met Connie naar Belle wilde gaan.
‘Dat moet je zeker doen… want dat is het mooiste wat een mens kan overkomen. Het brengen van het goede nieuws. Tenminste, daar kan ik zo intens van genieten. Maar al te vaak zijn we de boodschapper van het slechte bericht.’
Ik beloofde Theo dat ik zo spoedig mogelijk weer naar Eva zou komen.

Connie wachtte mij op bij de lift. Dit was haar afdeling. De kinderafdeling. En ondanks dat Belle bijna zeventien was, had Connie haar toch op deze afdeling laten opnemen. Daarmee bleef ze op de hoogte van alle  ontwikkelingen en de resultaten van de onderzoeken. Toen we de kamer binnenstapten waar Belle lag, moest ik even met mijn ogen knipperen. Ik vroeg me af of dat wel hetzelfde meisje was, dat ik een aantal dagen geleden naar la Renaissance had gebracht. Ze had haar haren opgestoken en ze was licht opgemaakt. Het gaf haar kleur.
‘Goh, Belle…meisje. Ik herkende je bijna niet…’
‘Dag meneer Joe, wat ben ik blij om u te zien. Ik wil u zo bedanken voor alles…’
Ze begon te huilen
‘Niet doen lieverd, dat is zonde van je mooie make-up.’
Ze lachte door haar tranen heen. Ik keek naar Connie. Ik zag dat haar ogen straalden.
‘Maar meneer Joe…’
‘Niks meneer, gewoon Joe…Belle. Ik voel mezelf met al dat gemeneer zo oud…’
Belle herpakte zich en Connie pakte haar hand.
‘Liefje, ik heb het ook al aan Joe verteld. Alles gaat helemaal goed komen. Je wordt weer helemaal beter.’
Belle barstte nu in tranen uit. Ik zei wijselijk maar niets meer over haar make up. Ik ging naar haar toe en legde mijn arm om haar schouder. Ik voelde door haar T-shirt heen hoe mager ze was. Connie probeerde haar weer tot rust te brengen.
‘Met een goede therapie komt het echt helemaal in orde. Ik durf je bijna te zeggen dat je over een klein half jaar net zo gezond bent als je leeftijdgenoten. De wereld ligt wat dat betreft voor je open.’
Ze keek naar Connie en toen naar mij.
‘Denken jullie dat ik dan ook piano zou kunnen leren spelen, net als Eva. Dat is mijn grootste wens…’
‘Zeker weten…’zei Connie. ‘Als jij zorgt dat je snel beter bent, dan zorg ik voor een mooie piano en een goede lerares.’
Belle kwam overeind en sloep haar armen om Connie heen.
‘Mevrouw… als ik dat zou mogen…dan… zijn mijn broertje en mama niet voor niets doodgegaan. Ik zal er alles aan doen… Echt. Dat beloof ik uit de grond van mijn hart.’
‘Liefje, wil je me Connie noemen en geen mevrouw…Wil je dat voor me doen…?’
‘Ja, natuurlijk als u dat liever heeft…’
‘Ja…dat heb ik liever,’ zei Connie met een glimlach.
‘Wist je dat Eva  ook hier is…? ’zei ik.
Belle keek me verbaasd aan.
‘Ja, Eva is heel erg ziek. Maar we denken dat het ook allemaal weer goed komt. Als ze wat beter is moet je maar eens naar haar toe gaan. Dan kunnen jullie kennismaken.’
‘En het concert dan…?’ vroeg ze.
‘Dat zal niet meer gaan lukken…dat was gisteren…’
‘Wat erg voor haar…’
‘Als ze maar weer beter wordt. Er komen nog concerten en kansen genoeg…’
‘Ja…ik had er ook niet naar toe gekund…’
‘Waarom niet Belle…’
‘Nou hoe had ik daar moeten komen… Mocka probeerde van alles te regelen, maar ik geloof niet dat het goed gekomen was.’
‘Nou, die broer van je had vast nog wel een oplossing gevonden.’
Ze keek mij aan en ze knikte.
‘Nou Connie en Belle, ik ga nou weer naar Eva. Ik beloof je dat ik morgen weer even bij je binnen loop. Ik ben zo blij om te zien dat het allemaal weer wat beter met je gaat meisje.’
Ik gaf haar een hand en nadat ik ook van Connie afscheid had genomen, ging ik terug naar de afdeling van Eva. De verpleegkundige vertelde mij Theo op zijn kamer was. Hij verwachtte me. Ik klopte op de deur en ging naar binnen.
‘Hallo Joe. Ik heb prima nieuws. Er zijn vanmorgen wat testen gedaan. Er is niets wat wijst op beschadigingen of op uitval of vermindering van functies. Het lijkt er op dat onze Eva over een maand of wat weer achter haar piano kan gaan zitten en ons weer kan vermaken met haar betoverende spel. Ik verheug me er nu al op.’
‘Anders ik wel…het is echt geweldig…’
‘Zullen we maar eens gaan kijken naar onze muze?’
Ik knikte en we liepen naar de kamer van Eva. Theo deed een paar kleine testjes. Ze reageerde niet.
‘Niks bijzonders hoor. Ik loop even wat vooruit. Ze is daar nog niet aan toe.’
Ik ging weer naast haar bed zitten en nam zoals gebruikelijk haar hand in die van mij. Ze reageerde meteen. Theo wees me op haar oogleden. Ze deed zo haar best om haar ogen te openen. Eva bewoog haar lippen.
‘Joe…’
‘Ja lieverd, ik ben bij je…doe maar rustig. Ik blijf bij je…’
‘Joe…altijd…’
‘Voor altijd…’
Theo keek naar mij en knikte goedkeurend.
‘Dat…is…lief…’
‘Ik ben best een beetje lief…soms,’ zei ik.
Ik zag de glimlach om haar mond.
‘Joe…is…het concert…geweest.’
‘Ja, liefje…maar er komen vast nog wel meer concerten, denk je ook niet?’
‘Ja…ik denk…het ook…’
Ik keek haar aan en ik zag een traan over haar wang rollen. Theo had het ook gezien en knikte goedkeurend. Hij wees naar haar ogen en maakte een gebaar dat ze elk moment haar ogen kon openen.
‘Joe…denk je dat ik nog… ooit…weer…’
Ik pakte haar hand steviger vast.
‘Lieve Eva, je wordt een ster…al weet ik dat ik je zo niet mag noemen… Maar ik weet zeker dat jij de mensen gelukkig gaat maken met je muziek.’
Nu rolden er tranen over beide wangen en ik zag dat ze probeerde haar ogen te openen.  Eerst was het nog het wit van haar ogen, maar langzaam zag ik haar pupillen. Het was een wonder en ik keek naar haar, als een vader naar zijn pas geboren kind. Ik was zo trots op haar en zo gelukkig. Ze keek me aan en mijn ogen liepen vol. Ze kneep me in mijn hand. Ik stond op en kuste haar op haar voorhoofd.
‘Joe…ik ben zo blij…’
‘Anders ik wel…tjonge mijn meisje, wat ben ik gelukkig dat ik weer in die mooie ogen van jou kan kijken.’
Theo stond er bij. Hij had zich stil gehouden. Toen hij iets voorover boog, zag Eva hem.
‘Theo…?
‘Ja Eva, je hebt Connie en mij verwend met je mooie muziek. Nu waren wij aan de beurt om voor jou te zorgen…Ik ben ook heel erg blij om je weer te horen en dat ik je weer in je ogen kan kijken. Maar doe wel even rustig aan. Niet te veel in een keer willen.’
‘Is goed…maar ik ga nu even rusten. Ik voel me zo moe…’
Ze sloot haar ogen en het leek of ze weer in slaap was gevallen. Theo maakte het gebaar dat we haar beter even konden laten rusten. Ik stond op en ik kuste Eva nogmaals op haar voorhoofd. Toen liepen we samen naar de kamer van Theo.
‘Wil je wat drinken? Ik heb nog een restje van gisteren.’
Ik realiseerde me dat het pas een dag geleden was, dat Eva was geopereerd. Er was ook zoveel gebeurd. Ik kon het nauwelijks allemaal bevatten.
‘Doe mij maar iets sterks…’
‘Geen probleem, maar ik doe wel niet met je mee Joe, ik ben tenslotte nog aan het werk.’
‘Dat  begrijp ik. Ik zal zo meteen Marie even bellen om te zeggen dat het met de onze twee meiden zo goed gaat. Ze zal er zeker blij van worden.’
‘Joe…mag ik je iets vragen…Als je niet wilt antwoorden dan is het ook goed.’
‘Vraag maar…wat wil je weten…?’
‘Nou …’ Theo vond het lastig, ‘Joe, niet dat ik er iets mee te maken heb, maar hoe zit het eigenlijk met Eva, Marie en jou. Ik kan het allemaal niet zo goed volgen…’
‘Ik kan me dat wel voorstellen. Dat is voor mij zelfs lastig. Maar ik zal het proberen uit te leggen…’
‘Als je niet wilt, dan moet je het niet doen…’ zei hij om me gerust te stellen.
‘Nee hoor, geen probleem Theo. Ik vind het fijn om het tegen je te kunnen vertellen. Dat helpt mij ook. Kijk, ik ben hier in Parijs dankzij Eva. Al vrij snel dat we hier waren werd het me duidelijk dat ik voor Eva een vangnet ben. Ze had dat o… zo nodig. Zonder mij was ze absoluut niet zo ver gekomen en zonder haar zat ik nou nog steeds gevangen in mijn grijze bestaan. We hebben dankzij elkaar en met elkaar ons opgetild naar een ander leven. Zij realiseerde zich dat maar al te goed. Waarschijnlijk al voordat we naar Parijs gingen. Voor mij ligt dat niet veel anders, hoewel ik me dat niet veel eerder realiseerde dan toen we hier al een week waren. We houden van elkaar, maar niet als geliefden. We horen bij elkaar, maar niet als man en vrouw. Ik zal er altijd voor haar zijn. Meer als een goede vriend. Ik durf niet te zeggen als een soort vader, want dat mag en dat wil ik me niet aanmatigen. Zij zal me nooit vergeten, dat weet ik zeker. En ik haar niet. Het is de samenloop van omstandigheden die ons bij elkaar heeft gebracht. Een bepaling van het lot, waar we beiden heel dankbaar voor moeten zijn. Eva heeft haar grote liefde gevonden en dat is haar muziek, niet ik en ook niet de blues, hoewel ze daar werkelijk een meesteres in is. Ik hoef je niet uit te leggen waar haar hart ligt. Je hebt het gehoord bij jouw thuis. Je bent ook deelgenoot geweest van de mystiek en de betovering van haar pianospel. Dat is Eva, mijn muze. Onze muze. Ze heeft me samengebracht met Marie. Mijn grote liefde. Marie is in mijn hart. Ik weet hoe moeilijk ze het hiermee heeft. Het voelt voor haar alsof ze mij gestolen heeft van Eva, dat ze gebruik heeft gemaakt van  Eva’s afwezigheid, haar ziekzijn. Maar Theo, het moet zo zijn.’
‘Denk je dat Eva het ook zo ziet…Weet ze van jullie, van jou en Marie?’
‘Ik weet het niet. Ik denk wel dat ze zich realiseert dat ze niet van me houdt zoals een vrouw van een man houdt. Ik denk dat ze heel goed weet wat onze relatie is, wat die voorstelt. Wat de band is tussen haar en mij. Ze is een slimme meid. Ik heb haar onvoorwaardelijk mijn vertrouwen gegeven hoewel dat soms wel eens moeilijk was. Ze heeft haar uiterste best gedaan om mijn vertrouwen in haar niet te beschamen. Daar is ze ver ingegaan. Ze heeft haar best gedaan om het mij zo goed mogelijk naar mijn zin te maken. Ze heeft er alles voor over gehad om mij een plezier te doen. Maar uit dankbaarheid en niet uit pure liefde.
‘Hoe ver? Sorry…Joe, dat had ik niet mogen zeggen.’
‘Nee Theo, ik wil eerlijk tegen je zijn. Ik beschouw je als een heel goede vriend. Je hebt het recht om te weten waar wij staan. Ik neem aan dat je bedoelt of we samen hebben geslapen. Of er een sprake is geweest van seks?’
‘Joe…alsjeblieft…’
‘Theo, we hebben samen in één bed gelegen, omdat we niet in een situatie zijn geweest waar we over twee bedden konden beschikken. We hebben elkaar gerespecteerd. Er is nooit sprake geweest van meer, als je voelt wat ik bedoel. Eva heeft het niet opgezocht en ik ook niet. Dat geeft exact aan waar we staan.’
‘Sorry Joe, ik had niet het recht, maar ben wel heel blij dat je zo open tegen me bent. Dat kan ik zeer waarderen. ‘
Hij kwam naar me toe en gaf me een hand.
‘Joe, je bent een bijzonder mens… ik ben blij dat ik je ontmoet heb.’
‘Met dank aan onze muze Theo, met dank aan Eva.’
‘Met dank aan Eva…inderdaad onze muze.’
Ik dronk mijn glas leeg en zag dat het ondertussen bijna half zeven was.
‘Ik ga nu eerst mijn liefje bellen. Die zal wel denken.’
‘En dan ga ik weer aan het werk. Even mijn rondje doen en dan naar huis. Het is weer mooi geweest.
Ben je morgen weer hier…?’
‘Ik dacht het wel… Ik wil het allemaal meemaken. Met Eva en met Belle.’
‘Je kunt altijd over mijn kamer beschikken…dat weet je. En Joe…nogmaals bedankt voor je vertrouwen en je openheid naar mij.’
‘Jij ook…Theo. Jij ook bedankt dat je mij de kans hebt gegeven om mijn of beter ons verhaal te vertellen.’
Hij liep de deur uit en ik toetste het nummer van Marie in. Ze was nog bij Chez André.
Ik vertelde alles over Eva en Belle. Ze luisterde geduldig en hoorde mijn opwinding. Ze zei dat ze zo blij voor me was. Toen ik mijn verhaal had gedaan zei ze dat het ook zo goed was gegaan met mijn andere drie jongelingen. Bertrand wilde graag in de keuken werken. André had hem beloofd dat hij zou worden opgeleid tot een goede kok. Bertrand had enthousiast gereageerd en had gevraagd wanneer hij kon beginnen. André was met hem naar de keuken gegaan en ze had hem niet meer gezien. De beide meisjes hadden haar verteld dat ze graag wilden dansen of zingen. Ze had ze beiden meegenomen naar het restaurant. Daar was nog niemand behalve een paar leden van het orkest die wat aan het oefenen waren. Het was werkelijk een openbaring geweest. Rissa en Zara hadden beiden een hele mooie stem en toen André hun optredentje had aangehoord had hij aan Marie gevraagd wat haar plannen met beiden waren. Ze had aan André gevraagd wat hij er zelf van vond.  Hij had haar geantwoord dat zij de castingdirecteur was en het haar verantwoordelijkheid was. Als Marie vond dat ze beiden een kans moesten krijgen, dan was dat aan haar. Hij had haar een beetje geholpen door te zeggen dat als hij het moest doen, hij het wel zou weten. Marie had beide meisjes op korte termijn een auditie toegezegd.
‘Het was zo schattig, Rissa en Zara waren zo gelukkig,’ vertelde ze mij vol enthousiasme.
‘Lieverd,’ zei ik, ‘ik kom zo meteen naar het hotel. Ik wil niets liever dan je in mijn armen sluiten.
Eindelijk jou even voor mezelf te hebben. Even een moment voor ons beiden.’
Ze verontschuldigde zich want Veronique had haar gebeld en ze hadden afgesproken dat haar dochter Marie op zou halen en dat ze daarna samen naar ons hotel zouden gaan. Om even bij te praten.‘Ons kind gaat voor…’reageerde ik spontaan.
Marie zei dat ze dit lief van mij vond. Dat ik haar dochter ook als mijn kind beschouwde. Ik zei dat het ook zo voelde en ik meende het uit de grond van mijn hart.

82


Marie en Veronique waren al in de lounge. Ik had nog even vlug een schoon shirt aangedaan, daarna was ik ook naar beneden gegaan.
‘Willen jullie eerst iets drinken en zullen we daarna samen een hapje eten? Dan kunnen we even bijkletsen. Ik geloof  dat we voldoende stof tot praten hebben…’ opperde ik.
De beide dames waren het helemaal met me eens.
‘Maar eerst een kus…’
‘Van ons alle twee…?’ klonk het in koor.
‘Van jullie alle twee… En een goede….want ik ben er zo aan toe.’
Marie kuste me intens terwijl haar dochter toekeek.
‘Schaamteloos, die moeder van mij… En nou ik…’  Veronique gaf me een klein zielig kusje op mijn wang.
‘Zie je mama, zo kan het ook…’
‘Maar ik hou van hem…’ zei Marie met een lach.
‘Nou… ik ook, maar dan hoef je toch niet zo uit te pakken,’ gniffelde haar dochter.
‘Nou…’ zei ik, ‘het is al mooi dat je ook van me houdt…ik ben er dik tevreden mee.’
‘Zie wel mama, Joe vindt het zo ook prima.’
‘Ja, maar dat geldt alleen maar voor jou. Voor je moeder ligt de lat wel een stukje hoger meisje…’
Marie schudde haar hoofd en ze keek naar de kaart.
‘Je moet anders maar eten wat er op wordt geschept…’
Ik keek haar aan en ze lachte.
‘Oh, ’zei ik, ‘en wat staat er vanavond op het menu…?’
‘Dat weet ik alleen… daar kom je vanzelf achter,’ en ik zag de ondeugende blik in haar sprankelende ogen.
Veronique keek naar haar moeder.
‘Mam…! Niet onder het eten?’
We hadden plezier en ik voelde mij voor het eerst sinds een aantal dagen weer een beetje ontspannen.
Dat deed me goed en het gezelschap van mijn Marie en haar dochter zorgden ervoor dat ik op het eind van de avond tamelijk uitgelaten was geworden. Ook de uitstekende wijnkeuze van Marie hielp daarbij.
‘Je wordt toch niet dronken Joe…? ’ zei Veronique lachend, ‘de vorige keer ben je bij mijn moeder in bed beland…’
‘En als ik dat nou wil, als ik daar op uit ben lieve Veronique…wat dan…?’
‘Dan… dan eh… moet je het zelf maar uitzoeken. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.’
‘Waartegen…?’ zei Marie
‘Mama, ik geef het op. Ik wil het niet weten… Zo goed…?’
‘Prima gegaan Marie…’ en ik schaterde het uit toen Veronique met gevoel voor veel drama haar hoofd schudde.
‘Dat dacht ik… Willen jullie eigenlijk nog een dessert?’
‘Ik neem nog een cognacje…’ antwoordde ik.
‘En jij…?’
Veronique wilde nog een kop koffie. Ze keek op haar horloge en ze zag dat het al tamelijk laat was.
Ze had beloofd nog even bij Henry langs te gaan.
‘Hij kon het wel begrijpen mama… Ik zag het niet zo zitten zonder Eva. Het was niet het goede moment en misschien was het ook wel te veel. Na alles wat er gebeurd is…?’
Marie knikte instemmend.
‘Ik vond het wel heel vervelend voor Henry. Hij heeft zo zijn best voor mij gedaan. Het lijkt zo ondankbaar.’
‘Henry zal het best begrijpen…’
‘Dat denk ik ook wel…maar tjeetje, het had zo mooi kunnen worden.’
‘Dat kan altijd nog.’ en ik probeerde haar gerust te stellen.
Nadat ze haar koffie op had gedronken stond ze op en gaf Marie en mij een kus.
‘Nou tot morgen. Ik ga nu, anders wordt het wel erg laat.’
Ze nam afscheid en ik schoof  mijn stoel naar de stoel van Marie. We zaten naast elkaar. Hand in hand.
‘Even een moment voor ons zelf …dat mag onderhand wel eens een keer.’
‘Zeg dat wel…lief.’
We bleven nog een half uur natafelen en ik had nog maar eens een cognacje besteld. Marie dronk rode wijn.
Toen we in bed stapten waren we moe, maar wel heel gelukkig.

83


De weken die volgden werden hoofdzakelijk beheerst door het herstel van Eva. Het ging heel goed met haar. Ze ontweek wel elk gesprek over onze relatie. Ze sprak alleen maar over haar  muziek en haar  plannen. Ik voelde dat de verhouding die ik met Marie had, voor haar geen probleem was. Het kon niet anders of ze wist het. Zeker omdat Marie en ik samen een paar keer op bezoek waren geweest. Het was maar al te duidelijk dat we iets hadden. Eva vond het blijkbaar normaal en het stoorde haar niet. Integendeel. Ze vroeg wat onze plannen waren. We gaven haar geen direct antwoord. Maar ze liet het erbij en vroeg niet verder door. Eva was lyrisch over Belle.  Ze vertelde over de bezoeken van Belle. Het ging steeds beter met haar. Ze konden samen urenlang over muziek praten.
‘Ze kent echt elke noot van mijn CD, je weet wel… die je haar hebt gegeven Joe, toen ze ziek was.
Ze moet hem wel honderd keer hebben beluisterd. Zo gauw als het kan gaan we samen eens wat proberen, ik ben zo benieuwd. O ja en Veronique was er de laatste keer ook bij. Misschien worden we wel een trio…’ zei ze vol enthousiasme. ‘Girls United…’
‘Jullie hebben al een naam…?’ zei ik verbaasd.
‘Geintje Joe. Zo maar een invalletje… Je kent me toch?’
‘Ja, dat kun je wel zeggen. Zorg nou maar eens eerst dat je helemaal beter wordt.’

Na twee weken in het hotel te hebben gelogeerd hadden Marie en ik een appartement aangeboden gekregen dat eigendom was van een vriend van Henry. We mochten er gebruik van maken omdat deze vriend voor lange tijd in China was. Hij werkte er aan een project en volgens Henry kon het nog wel een maand of zeven duren voordat hij weer terug was. Het was volledig ingericht en was niet ver van het appartement van Henry. Het kwam ons goed uit. Omdat er zes slaapkamers waren had Veronique ons gevraagd of ze bij ons mocht komen wonen. Ze beloofde dat wij geen last van haar zouden hebben. Ze was nog steeds op zoek naar een andere woonruimte en haar huisbaas had haar zo ongeveer op straat gezet. Wij, Marie en ik vonden het prima.
Toen Theo ons vertelde dat het niet lang meer zou duren voordat Eva uit het ziekenhuis zou worden ontslagen hadden Marie en ik elkaar aangekeken. Zonder iets te zeggen, zonder een woord te hebben gewisseld, waren we het eens. Als Eva het wilde, dan kon ze ook bij ons komen wonen. Zolang dat nodig was. Zolang ze maar wilde. Toen we dit samen aan haar vertelden was haar reactie vol met enthousiasme en had ze Marie en mij een dikke kus gegeven.
‘Als jullie me willen hebben dan ben ik er. Sinds lange tijd heb ik dan weer een thuis. Super. Ik kan niet wachten. Is er ook een piano in huis?’
Ik zei dat er een zwartgelakte vleugel stond. Voor zover ik wist was het een Steinway.
‘Daar doe ik het wel mee… oh ik ben zo opgewonden. Weten jullie al wanneer ik weg mag…?
We zeiden dat ze dat maar aan Theo moest vragen.
Het herstel van Belle was een wonder. Ze had nog wel even een depressie gehad toen ze zich realiseerde dat ze niemand meer had. Maar Connie, die ondertussen een hechte band met haar had opgebouwd, had haar gerust gesteld. Ze had me gebeld en mij gevraagd wat ik er van vond als zij Belle bij hun in huis zouden nemen. Connie zou er voor zorgen dat ze niet alleen was. Henry had zich voorgenomen dat hij bij de eerst volgende gelegenheid  Eva en Veronique een nieuwe kans wilde geven. Ik vertelde hem dat hij daar ook Belle aan toe moest voegen. Hij reageerde nogal verbaasd maar toen ik hem een en ander had verteld, sloeg hij helemaal door.
‘En dan die twee andere meiden er bij… Rissa en Zara, want die kunnen ook wel wat… En dan heb ik mijn eigen supermeidengroep. Dat wordt een sensatie Joe… geloof me,’ had hij gezegd.
En toen Marie ook nog eens haar tevredenheid over Rissa en Zara liet blijken had Henry voorgesteld om samen alvast samen een glas te drinken op de aanstaande successen. André had Henry op het hart gedrukt dat alles heel goed geregeld moest worden.
Paul Dumas had er voor gezorgd dat ik geen last meer had gehad van rechercheur Dupont. Het zat me wel een beetje dwars dat Kaplan niet werd afgerekend op zijn daden, maar ik wist ook maar al te goed dat het moeilijk was om iets tegen hem te beginnen. In ieder geval zou het mijn leven nog ingewikkelder hebben gemaakt, iets waar ik totaal geen behoefte aan had. Ik vond dat ik me beter kon concentreren op de drie jongelingen en Belle. Ik dacht nog dikwijls aan Mocka en Djouff. Ik had met Pierre afgesproken dat ik twee dagen in de week voor hem zou gaan werken. Ik had weliswaar niets zwart op wit, maar ik vertrouwde hem. Marie maakte lange dagen en de voorbereiding van het nieuwe programma van Chez André kostte veel tijd. Marie was er bijzonder enthousiast over en André deelde dat. Hij zei dat het er allemaal geweldig uitzag. Met trots vertelde hij me dat hij blij was dat hij Marie voor deze klus had gevraagd. Het was geweldig om moeder en dochter bezig te zien. Soms waren ze het helemaal met elkaar eens, maar ook werd er zo nu en dan stevig gekibbeld. Marie en Veronique wilden alleen het beste van het beste. Mijn leven leek in een rustiger vaarwater te zijn gekomen. Ratio en Emotio hadden het prima naar de zin. Ze leefden in perfecte harmonie met elkaar. En om eerlijk te zijn keek ik niet meer terug. Het verleden had afgedaan. Ik was gelukkig, samen met Marie en Veronique en Eva. Het plaatje dat ik indertijd zo mooi had gevonden toen we met ons allen wat hadden gedronken bij Antoine was werkelijkheid geworden. Marie en ik, samen met onze twee mooie muzikale dochters. Ik was zo trots en alles leek zo perfect.

84



Bob Harms heeft me een paar dagen geleden gebeld. Hij heeft aan mij gevraagd of ik nog een keer voor hem naar Duitsland wil gaan. Naar zijn twee grote klanten. Ik heb ja gezegd en ik ben nu bijna in het centrum van Hamburg, op weg naar mijn hotel. Bob heeft een nieuwe man aangetrokken. Een Duitser, Horst Kuhlmann. Bob heeft plannen in Polen en Oostenrijk. Hij heeft mij al eens eerder gevraagd of dit niet iets voor mij was, maar had al snel door dat ik daar geen ambitie meer voor heb. Ik heb aan het werk dat ik voor Pierre doe en aan mijn taak als huisman mijn handen meer dan vol. Marie is druk, net zoals Eva en Veronique. De nieuwe show is bijna klaar en iedereen is enorm enthousiast. André wordt met de dag nerveuzer, of beter steeds meer opgewonden over het resultaat.
Het is de bedoeling dat ik Kuhlmann ga introduceren bij de klanten van Bob. Ik zie dat ik nog een kleine vijf kilometer te gaan heb. Dan ben ik weer terug op de plek waar ik Eva voor het eerst heb ontmoet, Hotel Horschbach. Er wordt aan de weg gewerkt, maar ik weet gelukkig een andere route. Ik zie aan de overkant de bar waar ik Eva voor het eerst heb zien optreden. Het Rockcafé. De auto achter mij claxonneert. Het gaat hem niet snel genoeg.
‘Fuck off…’ zou Eva hebben geroepen… als ze erbij was geweest. Ze is vorige week voor de eerste keer weer mee gegaan naar Chez André. Marie had haar niet kunnen tegenhouden toen ze zei dat ze weer aan het podium toe was. Eva was achter de piano gaan zitten en Marie vertelde me dat ik wat gemist had. Het was weer als vanouds een subliem optreden geweest. André had haar gelukkig nog een beetje in toom gehouden. Ze had drie nummers mogen doen. Ik moet glimlachen als ik daar aan denk.
Even verder op zie ik de inrit naar de parkeerplaats achter het hotel. Ik geef richting aan en zoek een plekje voor mijn auto Nou ja mijn auto…een huurauto, die ik op kosten van Bob mocht regelen. Het is een tweejaar oude BMW uit de 3-serie. Ik pak mijn koffer en loop naar binnen. Er is niets veranderd.
Alles is nog hetzelfde. Zelfs de man achter de balie.
‘Guten Tag Herr Grey willkommen…’
‘Guten Tag Stefan…schon lange her…dass Ich hier war.’
‘Sicher Herr Grey…Sie haben Zimmer Funfzehn.’
Ik realiseer mij dat het de kamer is waar Eva en ik onze eerste nacht samen in hebben doorgebracht.
‘Ist Herr Kuhlmann schon hier Stefan?’
‘Nein herr Grey, er hat Sich noch keine Herr Kuhlmann gemeldet.’
Ik bedank hem en ga naar mijn kamer. Het is even vreemd. Ik leg mijn koffertje op het bed en het verbaast me. Het lijkt allemaal zo vertrouwd. Ik denk aan Marie, aan Eva. Ze zullen wel weer bij André zijn.
Plotseling parelt het zweet op mijn voorhoofd. Mijn hart gaat te keer. Ik heb dat de laatste weken wel vaker. Het is maar eventjes, maar toch… Ik loop naar de douche en was mijn gezicht met koud water. Het helpt. Ik herken het als een aanval van hyperventilatie. Maar ik kan er mee omgaan en ik kleed me om en ga weer naar beneden. Naar de bar.
Er is nog niemand behalve de barman en ik. De man achter de bar ken ik niet. Althans ik heb hem nog niet eerder bij Horschbach gezien. Ik bestel een biertje en in gedachten verzonken drink ik mijn glas leeg.
‘Noch einer Herr…?’
Ik schrik van de vraag van de man achter de bar. Ik was voor een moment in gedachten teruggekeerd naar mijn eerste ontmoeting met Eva. Daar zat ze toen, aan het andere eind van de bar.
‘Herr Grey…?’
Ik zie een blonde jongeman, keurig in het pak, naast me staan.
‘Kuhlmann. Horst Kuhlmann…’
Ik stel mezelf voor en nadat we samen nog een biertje hebben gedronken opper ik om in het centrum van Hamburg een hapje te gaan eten. Horst is een aardige vent. Het klikt tussen ons. Hij vertelt me, dat hij ook een beetje Nederlands spreekt. Zijn moeder was geboren in Arnhem.
‘Ik heb altijd in Duitsland gewoond, maar mijn moeder vond het fijn dat ik ook de Nederlandse taal leerde. Ze deed dat ook voor mijn opa en oma in Nederland. Die spraken geen woord Duits. Ik zeg niet dat ik jullie taal foutloos spreek, maar wel genoeg om me te kunnen redden. Meneer Harms vond dat ook belangrijk.’
‘Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen Horst…’
‘Weet u de planning voor morgen al?’
‘Allereerst moet je mij een plezier doen en “je” tegen me zeggen en wat de planning betreft, we hebben morgen twee afspraken. Een voor de middag en een na de middag. Daarna ga ik in ieder geval terug naar het hotel en ga ik de overmorgen naar Nederland. Ik heb daar nog een paar zaken die geregeld moeten worden.’
‘Je woont in Parijs…geloof ik, tenminste dat zei meneer Harms.’
‘Ja, Horst…ik woon in Parijs.’
‘Mag ik je vragen hoe je daar terecht bent gekomen…?’
‘Dat mag je, maar dat is een lang verhaal. Soms gaat dat zo in het leven. Het toeval kan het leven soms een
heel andere wending geven. Hou het daar maar op.’
Horst kijkt me aan en hij neemt blijkbaar genoegen met mijn antwoord.

We eten bij een Argentijns Steakhouse en drinken nog een paar glazen bier.
Hij vertelt over zijn studie en over zijn ambities en dat hij van reizen houdt. Hij heeft nog geen vriendin. Het is er nog niet van gekomen.
Het is frisjes maar een mooie heldere avond en we wandelen op ons gemak terug naar het hotel.
‘Wil je nog wat drinken…?’ vraag ik aan hem.
‘Nou, als je het niet erg vind ga ik liever naar mijn kamer. Ik wil morgen fit zijn.’
‘Verstandig…’ zeg ik.
Hij wenst mij een goede nacht en ik bestel nog een biertje. De bar is leeg en ik staar naar de lege kruk aan het andere einde van de bar. Ik probeer te begrijpen wat er sindsdien allemaal met mij is gebeurd.
Ik drink mijn glas leeg en groet de man achter de bar en ga ook naar mijn kamer.
Daar bel ik Marie.
‘Hallo liefje met mij. Alles goed met je…Ik mis je nou al.’
Marie zegt dat ze mij ook mist. Ze vertelt me dat Eva en Belle vandaag samen met Veronique en Rissa en Zara hebben geoefend. Het was geweldig geweest. Sensationeel. André was ontroerd en Henry had Marie omhelsd. Ik hoor de opwinding in haar stem.
‘Geweldig …jammer dat ik er niet bij kon zijn…’
Marie vraagt of alles goed met me is.
‘Jawel hoor…’
Ze vraagt door en ze raakt me door aan mij te vragen of het niet moeilijk voor me is om in Hamburg te zijn. Op dezelfde plek, in het zelfde hotel waar ik Eva heb ontmoet.
‘Het is wel een beetje vreemd. Ik heb toevalligerwijze ook nog dezelfde kamer…’
Ze zegt dat ze vanmorgen met Eva heeft gesproken. Over mij. Het was een goed en openhartig gesprek geweest. Marie zegt dat Eva nog steeds van mij houdt, maar dat ze mij eigenlijk beschouwd als haar trouwste en liefste vriend en niet als haar geliefde.’
‘Zie je wel, ik heb het je toch altijd gezegd. Het voelde ook zo. Begrijpt ze wel onze relatie Marie? Ik bedoel, heeft ze er geen moeite mee dat wij bij elkaar zijn?’
Marie zegt dat ze het aan Eva heeft gevraagd . Het antwoord dat ze heeft gekregen is helder.
‘Nee, ze neemt ons niets kwalijk. Integendeel. Ze vindt het wel heel fijn dat ze bij ons mag wonen. Dat ze bij ons terecht kan. En dat jij gelukkig bent met mij…en ze meent het echt Joe.’
Marie vertelt het met een trillende stem. Ik voel dat ze zich groot houdt maar dat ze het moeilijk heeft om haar emotie te onderdrukken.
‘Liefje…zonder Eva had ik jou nooit ontmoet…Ik zal ook altijd van haar blijven houden. Dat weet ze. Ik zal er altijd voor haar zijn, maar dat weet je wel…’
Marie zegt dat zij dat ook zo voelt.
‘Als ik hier klaar ben, ga ik naar Nederland. Ik ga bij Bob en Anna langs en blijf een nachtje in mijn appartement. Daarna kom ik naar jou…ik mis je.’
Ik neem afscheid. Ik berg mijn mobiel op, maar meteen gaat hij weer. Het is Bob. Hij wil graag weten hoe het is gegaan.
‘Ik denk dat je er een goede vent aan hebt. Tenminste zo komt hij op mij over.’
Ik bespeur opluchting in zijn stem. Hij zegt dat Anna er naar uitkijkt dat ze mij weer in haar armen kan sluiten.
‘Ze heeft je zo gemist,’ voegt hij er aan toe. 
‘Dat is wederzijds Bob, maar wees maar niet bang, ik heb jou ook gemist. Ik beschouw je nog steeds als mijn beste vriend, maar dat weet je wel… toch?’
Het blijft stil.
‘Ben je er nog…?’
Ik hoor hem zuchten en hij zegt dat hij dat ook zo voelt.
‘Ik ben overmorgen rond de middag bij jullie. Is dat goed…?’
Hij zegt dat dit oké is. Ik druk mijn mobiel uit en fris me nog even op. Ik kruip in bed en het voelt koud aan. Ik herinner me de warmte van het lichaam van Eva. Ik voel de twijfel bij me opkomen. Ik vraag mij af of ik toch nog andere gevoelens voor haar heb en het maakt me onrustig. Ik krijg haar niet uit mijn gedachten. Het mooie lichaam met de littekens. Ik denk terug aan het moment in mijn eigen appartement. Het moment dat ik haar in het hoekje van mijn douche had gevonden. Het is Eva die steeds maar weer mijn gedachten bepaalt. Ik wijt het aan de omgeving en aan de omstandigheden. Ik vraag me af hoe het kan dat Eva nu steeds Marie wegdrukt in mijn gedachten. Het kan niet. Het mag niet. Ik voel me benauwd. Mijn hele lichaam zweet. Ik probeer rustig te ademen. Het lukt me niet. Ik raak in paniek en probeer mezelf in de hand te krijgen. Ik zie op mijn horloge dat het half twee is. Half twee. Hamburg, geen plek en niet het juiste moment om dood te gaan.
Ik sta op en doe het licht aan. Ik zie mijn gezicht in de kleine spiegel die tegen de korte muur is geplakt. Ik zie niks bijzonders. Ik doe het licht weer uit en stoot mijn teen aan het bed. Net als de keer toen ik hier met Eva was. Ik probeer in slaap te komen. Ik schrik wakker als ik in mijn dromen Mocka zie, die zegt dat ik wraak moet nemen op Kaplan. Even later zie ik de dode lichamen van Veronique en Marie.  Eva staat erbij en als ik haar wil troosten duwt ze mij van haar af. Ze wilt niets meer met me te maken hebben. Op de achtergrond verschijnt Kaplan. Hij wenkt Eva en ze gaat naar hem toe en ze stapt in zijn groene Chevrolet. Ze rijden op me af en ik hoor de schrille lach van Eva. Ik wordt wakker van mijn eigen gegil.
‘Ik word gek…’ zeg ik hardop.
Ik probeer weer de knop van het licht te vinden, maar ik ben mijn oriëntatie helemaal kwijt. Ik ben in paniek, maar tenslotte vind ik de lichtschakelaar. Het is half vier. Ik ga naar de badkamer en laat het koude water over mijn polsen lopen. Ik heb me nog nooit zo alleen gevoeld. Niet dat ik mij kan herinneren. Ik laat het licht aan en probeer maar wat te slapen. Ik word om half zeven wakker en besluit dan maar om op te staan en te gaan douchen. Ik voel het gemis van de nachtrust, maar ik heb mijn afspraken, mijn verplichting ten opzichte van Bob en Horst. Het liefst was ik weggekropen als een worm onder een tegel. Weg van alles. Onvindbaar. Onzichtbaar.
‘Je hebt een probleem Joe Grey,’ zeg ik tegen mezelf. ‘Je moet dit eerst oplossen voordat je verder kunt. Met jezelf en met Marie. Dit mag je haar niet aandoen…’
Ik realiseer me maar al te goed dat ik de afgelopen drie maanden een totaal ander leven heb geleid dan  mijn ego aan kan. De gevechten tussen Ratio en Emotio hebben ondanks de schijnbare status-quo, diepe sporen achtergelaten. Ik heb mijzelf overvraagd. Nu krijg ik daarvan de rekening gepresenteerd. Niets is opeens meer zeker. Niet de liefde voor Marie, niet de liefde voor Eva. Het beeld van de lege barkruk beneden in de bar krijg ik niet uit mijn kop. Niets kan mijn gedachten verzetten. Niet de vriendschap van Theo en Connie en de wonderlijke genezing van Belle…niet de vriendschap van André en Henry. Niet mijn vaderlijke liefde voor Veronique. De gedachte aan mijn eerste ontmoeting met Eva bepaalt nu alles. 
‘Joe Grey…het moet het afgelopen zijn.’
Ik probeer mezelf weer in de hand te krijgen en kleed me aan. Het lukt om mijn probleem even te parkeren. Het maakt in ieder geval dat ik iets rustiger word. Ik adem nog een keer diep in voordat ik naar beneden ga. Ik doe de kamerdeur achter mij dicht.
Ik zie dat Horst al in het ontbijtzaaltje zit.
‘Goede morgen Joe…ik ben er net…’ zegt hij bijna verontschuldigend.
‘Geen probleem…en ook goede morgen.’ En ik schuif mijn stoel aan.
‘Goed geslapen?’ vraagt hij.
‘Goed genoeg….’ zeg ik tegen beter weten in, ‘en jij?’
‘’Nou prima. Ik vind het wel een beetje spannend, Hoe het vandaag allemaal zal gaan…’
‘Dat komt best goed. Horst. Het zijn aardige lui, ’ stel ik hem gerust.
‘Ja…het zal ook wel goed komen…’ en hij neemt nog een broodje uit het broodmandje.
‘Wil je nog koffie?’
‘Nee dank je wel. Ik ben niet zo’n koffiedrinker.’
‘Het wordt tijd om te gaan.’
‘Even mezelf opfrissen en dan ben ik er klaar voor.’
Terwijl Horst naar zijn kamer is, bel ik Marie.
Ik krijg haar voicemail. Het is pas kwart over acht. Het is nog vroeg. Zeker voor haar. Het duurt geen twee minuten of mijn mobiel gaat. Het is Marie.
‘Goede morgen lieverd, ik ben blij dat ik je weer hoor. Ik heb je zo gemist…’
Marie zegt dat ze mij ook heeft gemist en dat ze uitkijkt naar het moment dat ik weer terug zal zijn in Parijs. Bij haar.
Ik voel me onrustig en denk terug aan mijn moeilijke nacht. Ik wil het haar vertellen maar besluit uiteindelijk toch maar om mijn mond te houden. Ik zie Horst de trap afkomen en neem afscheid van Marie.
‘Ik bel je straks nog wel…ik kan niet zeggen hoe laat… Dag liefje.’
Ik doe mijn mobiel in de binnenzak van mijn colbert en we groeten de juffrouw achter de balie en lopen naar de BMW.
‘Dat zijn prima karretjes…’ zegt Horst als hij mijn auto ziet.
‘Wat heb jij…?
‘Volkswagen Passat…Diesel.’
‘Dat is ook niet verkeerd…toch.’
‘Nee hoor, meneer Harms zei dat ook al.’
Ik moet er om grinniken, maar Horst merkt het gelukkig niet. Ik denk aan mijn oude krakkemikkige auto, die als het goed is nog op de parkeerplaats staat bij mijn appartement in Nederland. Bob vond die goed genoeg voor mij.
De twee bezoeken zijn een succes. Beide klanten zijn tevreden en ze zijn enthousiast over het voorstel om samen met Horst een promotieplan uit te werken. Ze hebben er vertrouwen in. Horst maakt ook een goede indruk op beide inkopers. Net zoals op mij. Het is een kiene vent. Het is inmiddels laat in de middag en we rijden terug naar Hotel Horschbach
‘Ik heb het idee, dat het best goed ging…?’
‘Dat vind ik ook. Of beter ik vind dat je het prima hebt gedaan. Ik denk dat Bob nog veel plezier van je kan hebben,’ zeg ik terwijl ik mijn huurauto door het Hamburgse middagverkeer stuur.
‘Waar woon je eigenlijk?’ vraag ik aan hem
‘Net over de grens. In Krefeld.’
‘Op zich wel gunstig, als je naar Nederland gaat… Naar Polen is het weer wat anders.’
‘Nou ja, het valt wel mee…ik vind het niet erg om te reizen.’
‘Dat heb ik eigenlijk om eerlijk te zijn ook nooit een probleem gevonden. Maar het was voor mij wel gemakkelijk. Ik had niemand thuis zitten. Ik was vrijgezel.’
‘Was…?’ en Horst kijkt me aan.
‘Ja, nu ligt het even anders…’
‘Je hebt nu wel een relatie? Of ben je getrouwd…?’
‘Nee, ik heb mijn lieve Marie in Parijs. Ze werkt voor een revue. Je weet wel dansen en zingen en zo. Ze doet de casting…’
‘Jullie wonen samen…?’
‘Ja, we hebben een appartement, weliswaar in bruikleen… maar wel midden in Parijs.’
‘Dat lijkt me super.’
‘Dat is het ook Horst…dat is het zeker.’
We zijn bijna bij Hotel Horschbach.
‘Wat doe jij, ga je nu nog naar Krefeld.’
‘Ja hoor. Ik heb maar voor één nacht een kamer geboekt. Ik heb meneer Harms beloofd om morgen een paar mogelijke klanten te bezoeken. Twee in Dortmund en een in Bonn en als ze tijd voor me hebben nog een in Keulen.’
‘Zo jij bent goed bezig…’
Ik kijk op mijn horloge en ik zie dat het bijna vijf uur is. Als ik er vijf uur bij tel ben ik thuis in mijn eigen appartement. Ik heb geen behoefte meer aan nog zo’n nacht. Ik weet niet of het in mijn appartement beter zal gaan, maar om hier te blijven is eigenlijk geen optie voor mij. Alles hier herinnert alleen maar aan mijn eerste ontmoeting met Eva.
‘Ik denk dat ik ook maar terug ga,’ zeg ik tegen Horst.
‘Dat is nog best een eind…’
‘Jawel, maar voor jou niet veel minder…’
‘Nee, daar heb je wel gelijk in.’

Ik neem afscheid van Horst, wens hem alle succes en zeg hem dat indien hij nog iets wil weten, hij niet moet aarzelen en mij moet bellen. Mijn besluit staat vast. Ik ga vanavond terug. Naar mijn appartement in Nederland. Ik pak mijn spullen en betaal de rekening.
Ik loop naar mijn auto en leg mijn colbert achterin. Ik start de auto en rijdt langzaam de parkeerplaats af.
‘Dit is zeker weten de allerlaatste keer Hotel Horschbach…’ zeg ik in mezelf en ga richting autobaan.
Ik weet dat het nog een lange rit is.

 

84



Ik zie dat het bijna half tien is. Nog een paar honderd meter en dan ben ik in de straat van mijn appartement. Het is zo’n drie maanden geleden dat ik er voor het laatst ben geweest en ik vraag me af hoe het er allemaal bij zal staan. Ik ga met de lift naar boven en steek de sleutel in het deurslot. Het ruikt er een beetje muf. Dat kan ook niet anders. Ik heb bij een tankstation drie blikjes cola gekocht en een paar sandwiches. Twee repen chocolade en een zak chips.
‘Daar moet je het maar even mee doen Joe Grey…’
Ik kan niet zeggen dat het weerzien van mijn appartement mij meevalt. Het is er koud en het is maar al te duidelijk dat er maanden niet meer in geleefd is. Het lijkt wel of het mijn appartement niet meer is. Het doet allemaal zo vreemd aan.
‘Tjee. Hier word ik niet echt vrolijk van. Ik ga eerst maar eens een biertje pakken bij Hertog Jan,’ zeg ik hardop. Het geluid van mijn stem doet vreemd aan.
Nadat ik eerst mijn koffer heb uitgepakt, althans de meest noodzakelijke dingen er uit heb gehaald, loop ik naar café Hertog Jan.
‘Ik zal Marie straks wel even bellen om haar te vertellen dat ik inmiddels in Nederland ben…’ mompel ik voordat ik de kroeg binnenga. Ik realiseer me dat ik de laatste dagen steeds vaker in mezelf praat. John, de eigenaar ziet me
‘Hallo, kijk eens wie we daar hebben. De reiziger is weer thuis… En waar is je nichtje Joe…?’
‘Hi John. Nee, de reiziger is slechts op doorreis, maar ik dacht, kom ik ga even een biertje doen…anders denk je misschien dat ik dood ben…wat overigens best had gekund.’
John kijkt mij niet begrijpend  aan en schud zijn hoofd. Ik laat het er bij.
‘Nou, wat mag ik je aanbieden? De eerste is voor mij…’
‘Doe maar een biertje…’
‘En nou even serieus, waar is Eva…?’
‘In Parijs.’
‘En jij laat zo’n mooie meid helemaal alleen in Parijs…?’
‘Ja, hoezo…?’
‘Nou ja, je hebt er in ieder geval wel vertrouwen in…’
‘Zeker John…zeker heb ik er vertrouwen in.’
‘En vertel, hoe is het jullie vergaan…?’

Het is tegen half twee. Ik heb John in grote lijnen mijn verhaal verteld. Ik loop alleen door de verlaten straat. Ik heb Marie niet meer gebeld en zij mij ook niet. Ik voel me eenzaam en een beetje dronken. Een auto rijdt  voorbij. De man achter het stuur zwaait naar mij. Ik herken hem niet en zwaai maar terug, uit fatsoen. Ik voel me down. Ratio en Emotio laten me aan mijn lot over. Er komt niets zinnigs meer uit. Uit geen van beiden. Ik sta er helemaal alleen voor. Er groeit steeds meer twijfel in mij en ik vraag me af waar ik in hemelsnaam mee bezig ben. Heb ik wel een toekomst in Parijs?  Een toekomst met Marie, hoewel ik zielsveel om haar geef. En Eva. Mijn muze.
Ik denk aan Kaplan en ik huiver en ik voel oprechte haat, zoals ik die nog niet eerder heb gekend. Nog nooit in mijn hele leven. Ik schop tegen een leeg blikje en schrik van het geluid. Maar ook van mijn eigen agressie. Ik kijk schichtig om me heen en ik hoop dat ik niemand wakker heb gemaakt. Om het nog allemaal wat droeviger te maken begint het ook nog te regenen.
‘Goed sfeertje om een sterk bluesnummer te schrijven. Jammer dat Eva niet hier is,’ mompel ik op cynische wijze.
Ik loop door en zie mijn appartement. Nergens brandt er nog licht. Vlakbij het winkelcentrum staat een bankje. Ik besluit om daar maar even te gaan zitten. Het regent inmiddels tamelijk hard. Ik voel dat ik tot op mijn huid nat wordt. De regen slaat door mijn kleding heen. Het doet me niks. Het interesseert me niets. Ik denk aan Mocka en zie de het lichaam van Mocka’s moeder voor me. Ik schrik er van en ik ril. Een bliksemflits met de daarop volgende donderslag doet mijn hart overslaan. Ik wil dit niet meer.
Het is tegen half vier als ik mijn appartement binnen ga en ik besluit om een warme douche te nemen. Ik zie dat de batterij van mijn mobiel leeg is en dan realiseer ik me dat ik niet te bereiken ben geweest. Het zweet breekt me uit. Ik denk aan Marie. De oplader zit nog in mijn koffer. Als ik hem inplug in mijn mobiel en de stekker in het stopcontact steek duurt het nog een moment voordat ik kan zien of er nog gebeld is. Dan zie ik dat ik drie gemiste oproepen heb. De laatste was om half twaalf. Ik herken het nummer van Marie. Ze heeft mij tweemaal gebeld. De derde oproep is van Eva. Ik laat het voor wat het is en loop naar de douche. Er is geen warm water. Ik heb de boiler uitgezet toen we naar Parijs zijn vertrokken. Ik ben door en door nat en heb het ijskoud.
Ik neem een blikje cola en loopt naar mijn kledingkast. Er hangt nog een oude ochtendjas. Maar beter iets dan niets. Het wordt half vijf en ik ga er vanuit dat de boiler inmiddels wel opgewarmd zal zijn.
De warme douche doet me goed. Ik blijf zo lang mogelijk staan. Zo lang totdat ik voel dat het water weer kouder wordt. Het is vijf uur en ik hoor de eerste ochtendgeluiden. Ik besef dat ik een volle nacht heb gemist.
‘Maar ik heb in ieder geval geen nachtmerrie gehad…’ zeg ik in mezelf.
Ik zoek in mijn mobiel het nummer op van Dupont. De rechercheur van politie. Tegen half zeven bel ik hem.
‘Goede morgen Dupont, hier met Joe Grey. Ik ben rond de middag in Parijs. Kun je voor zorgen dat je
klaar staat om Kaplan op te pakken. Ik zal je naar hem toe brengen. We zien elkaar bij de winkel van Gaston…de kleine supermarkt. En Dupont, ik wil dit graag overleven. Wat je met Kaplan doet zal me een zorg zijn.’

85


Ik ben volgens plan rond de middag in Parijs. Ik heb Bob een smsje gestuurd dat ik helaas verhinderd ben omdat ik plotseling iets dringends heb en dat ik hem nog wel zal bellen en dat hij de groeten moet doen aan Anna.Ik zie de straat van het uitgebrande appartement en loop langs de winkel van Gaston. Ik zie dat er alleen een Renault geparkeerd staat, schuin tegenover de winkel. Ik heb vanmorgen mijn mobiel uitgezet maar ik heb Marie wel een sms-bericht gestuurd dat alles in orde is. Ik heb beloofd haar in de middag te bellen. Ik heb haar verteld dat ik onderweg ben. Maar niet waar naar toe. Ik parkeer mijn BMW achter de Renault en zie dat het linker voorportier open wordt gedaan. Dupont is alleen. Hij stapt uit en loopt langzaam in mijn richting.
‘Goede middag, je bent mooi op tijd Dupont.’
Hij geeft me een hand en vraagt op kalme toon of ik het door wil zetten.
‘We gaan hem pakken… zeker weten… Ik blijf bij mijn voornemen.’
Hij vraagt niet aan mij wat me van gedachten heeft doen veranderen.
‘We doen u een kogelvrij vest aan en er zit een microfoon en zender in. Als u het te gevaarlijk vindt worden moet u stoppen Grey… Ik heb geen behoefte aan weer een dooie. Zeker nu niet.’
‘Dan zijn we het daar in ieder geval over eens.’
‘We hebben vijf scherpschutters ingezet, die uw bewegingen op de voet zullen volgen. Het heeft geen zin om nog meer mensen in te zetten, want dat zal alleen maar opvallen. Er is een stand-by team, dat even verder op wacht op instructies. Als het te gevaarlijk wordt of als u denkt dat het uit de hand gaat lopen dan geeft u een sein. Als u zegt “ genoeg” wordt er ingegrepen en zullen we de verdachte uitschakelen. Maar probeer hem in ieder geval aan de praat te krijgen. Jullie gesprek wordt getaped.’ 
Ik knik dat ik het begrijp en het verbaast me dat ik totaal geen emotie voel. Het lijkt er op dat Ratio en Emotio mijn geest zijn ontvlucht. Weg van deze complete waanzin. Ik zie op mijn horloge dat het bijna half een is en Dupont zegt dat het tijd wordt om de wijk in te gaan. Hij wenst me nog succes en kijkt mij aan. Ik zie aan zijn blik dat hij bezorgd is maar ik voel ook zijn respect voor mij. Dat is meer dan ik voor mezelf op kan brengen. Ik realiseer me maar al te goed dat mijn beweegredenen worden ingegeven door pure wraak en de blinde haat die mijn gedachten de laatste dagen steeds meer zijn gaan bepalen. De haat die ik koester ten opzichte van Kaplan. Niks meer en niks minder. Ik heb er alles voor op zij gezet. Alles is totaal ondergeschikt. Zelfs mijn eigen leven. Niet Marie, noch Eva of wie dan ook kan mij hier nog vanaf brengen. Het moet gebeuren. Het zeurt al enkele dagen in mijn kop en ik weet dat het me op den duur compleet waanzinnig zal maken als ik hier geen eind aan maak. Als ik hier niet mee afreken.
Ik begin te lopen en ik ben al snel in de straat waar ik de laatste keer bijna werd doodgereden. Er is niemand te zien. Geen enkel geluid. Mijn oren suizen.
‘Kaplan… Klootzak waar zit je…?’ roep ik zo luid mogelijk.
Er gebeurt niets.
Ik ben nu dieper in de wijk dan ik ooit alleen ben geweest. Het lijkt wel of er niets is wat leeft. Geen enkel geluid, geen enkele beweging.
‘Kaplan…lafbek…durf je niet… ben je een mietje geworden…of zo…?’ schreeuw ik.
Ik schrik van mijn eigen agressie. Ik kijk om me heen. Even later hoor ik een auto en ik span mezelf en haal nog een keer diep adem.
Wat moet ik ook alweer zeggen. Ik herhaal nogmaals in mijn gedachten “genoeg…”.
Ik voel dat mijn mond droog wordt en ik merk dat angst zich van mij meester maakt. Maar ik moet door, er is geen weg terug. Ik weet dat maar al te goed. Ik denk aan Marie en Eva.
Ik zie de groene Chevrolet langzaam uit een van de straten komen. De auto stopt en het portieren aan de bestuurderskant worden open gedaan. Er stappen twee mannen uit. Jongens nog. Ik herken er een van. Het is de jongen die het geld heeft opgehaald. Ik zie geen Kaplan.
‘Waar is die grote leider van jullie…zit ie te poepen…?’
Het rechter voorportier wordt opengedaan en ik zie Kaplan, die met veel gebaar uitstapt en mijn kant op komt. Hij loopt de twee anderen voorbij en hij komt recht op mij af .
‘Wat moet je hier stomme kaaskop. Ik heb je gewaarschuwd….!’ Hij is laaiend.
‘Ik wil alleen maar graag weten waarom jij Djouff hebt vermoord ?’
‘Die stomme kakkerlak…daar maak jij je druk over…?’
Hij spuwt recht voor mij op de grond. De twee anderen staan achter hem.
‘Daar maak ik me druk over… ja…. Ik heb jou geld gegeven voor hun vrijheid… dat was de deal…’
‘Dan had je beter op die kakkerlak moeten letten. Hij vond het blijkbaar nodig om verhaal te komen halen…’
Hij pakt zijn mes en zwaait er gevaarlijk mee rond.
‘En iedereen weet dat het dan best eens slecht met je kan aflopen… Niemand komt daar mee weg.’
‘Blijkbaar beleef jij er plezier aan om mensen af te maken…Kaplan.’
‘Zeker als het debielen zijn, net zoals jij. Of ben je soms niet alleen? Vorige keer stond je in jou broek te pissen…’
‘Je moet je vergissen Kaplan… ik krijg niet te neiging om te pissen als ik jou zie. Te kotsen ja…’
‘Kaaskop, het is zo jammer. Ik vind je eigenlijk wel een dappere idioot. Jammer dat je geen hersenen hebt. Althans zometeen niet meer. Want die schieten we er uit… en met plezier. Wil je nog wat kwijt. Snel dan…want ik heb hier even geen zin meer in. Ik sta hier met een volkomen imbeciel mijn tijd te verdoen.’
Kaplan kijkt over zijn schouder en geeft een teken aan de twee die achter hem staan.
‘Kaplan… genoeg…!!’
Er klinken vijf knallen en het ploffende geluid van de inslag van de kogels maakt indruk op me. Kaplan valt met een doffe klap voor mijn voeten. De andere twee liggen vlak achter hem. Ik zie een schroeivlek op zijn slaap en hij heeft zijn ogen open. Het lijkt net of hij nog naar me kijkt. Ik huiver. Dan spuw ik op hem en wordt boos om mijn eigen gedrag. Ik zie het bloed uit zijn hoofd sijpelen en het wordt zwart voor mijn ogen. In de verte hoor ik sirenes. Ze komen snel dichterbij. De Renault van Dupont stopt achter  me.
‘Alles in orde Grey…?’
Ik knik. Ik voel me leeg maar heb ook een gevoel van opluchting over me. En niet alleen omdat het allemaal goed is afgelopen. In ieder geval voor mij.
‘We hebben alles op tape. Maar ja… Hij zal er wel geen last meer van hebben…’en hij wees naar Kaplan. ‘Het was beter geweest als hij nog zou leven…maar de schutters hadden opdracht om u te beschermen, ten koste van alles.’
‘Daar ben ik blij om, Dupont…’
Ondertussen zijn er twee ambulances aangekomen en ik zie tot mijn verbazing dat er wel degelijk mensen wonen. Ik zie enkele mannen en vrouwen, maar vooral ook kinderen op afstand toe kijken. Even later draaien drie lijkauto’s de straat in. Ze zijn in ieder geval niet van de begrafenisondernemer die Mocka en zijn moeder op zo’n grove manier heeft behandeld.
Dupont vraagt me nogmaals of alles goed met me gaat. Ik zie dat hij het oprecht meent. Ik knik nogmaals en doe mijn kogelvrije vest uit. Ook de zender wordt afgedaan, door een agente, een donker meisje van hooguit vijf en twintig. Ze kijkt me aan. Er wordt geen woord gewisseld. Ik zucht eens diep en loop naar Dupont.
‘Heb je mij nog nodig of kan ik weg…?’
‘Nee. Het is nu even klaar. Misschien dat ik u later nog even moet lastig vallen voor een verklaring. Ik doe mijn best om u met rust te laten.  Wel jammer dat we hem niet levend hebben kunnen pakken. Maar goed…’
‘Ja, jammer,’ zeg ik, terwijl ik weet dat ik alleen maar op de dood van Kaplan uit ben geweest. Oog om oog tand om tand. Ratio en Emotio zijn in geen velden of wegen te bekennen. Alles lijkt wel dood in me. De haat, de wraakgevoelens hebben zich meester van mij gemaakt. Ik ben oprecht blij dat Kaplan dood is. Ik huiver van mezelf en probeer aan Marie te denken. Het lukt me niet.
‘Nou dan ga ik maar…’
Dupont komt naar me toe en legt zijn hand op mijn schouder.
‘Bedankt…Grey u bent een moedig mens…ik had dat niet van u verwacht om eerlijk te zijn.’
‘Nee Dupont… ik ben niet moedig…dat ben ik zeker niet…’
Hij kijkt mij niet begrijpend aan. Ik draai me om en loop terug naar het begin van de straat. Naar mijn auto. Ik wil instappen maar dan zie ik Gaston. Hij kijkt naar mij en zegt niets. Zijn blik spreekt boekdelen. Ik zie de tranen in zijn ogen. Ik knik en ik groet hem. Daarna stap ik in en rijdt langzaam weg. Richting centrum Parijs.
Ik ben mezelf kwijt. Ik herken mijn eigen gedrag en gevoel niet meer. Dit ben ik niet. Niet Joe Grey, de handelsreiziger. Waarom wilde ik dit…Ik krijg geen antwoord.
Ik zet mijn mobiel weer aan en zie dat ik twee gemiste oproepen heb. Ik parkeer mijn BMW op een parkeerplaatsje even verder op en loop een cafeetje binnen en bestel een koffie en ondertussen kijk ik naar de teevee die in de hoek aan de muur hangt. Er is een extra nieuwsuitzending.
“De politie heeft een einde gemaakt aan het voortdurende geweld in een van de voorsteden van Parijs. Bij deze actie is een bendeleider tijdens een vuurgevecht met de politie om het leven gekomen. De bendeleider K. wordt verdacht van verschillende afrekeningen en moorden. Onder andere op de onlangs neergestoken Djouff Z. Ook wordt hij in verband gebracht met de moord op Mocka B. en de moeder van Mocka B. Bij de actie van vanmiddag zijn ook nog twee doden meer te betreuren. Aangenomen mag worden dat deze twee ook deel uitmaakten van de bende van K. De actie was een geplande actie en had de goedkeuring van de gemeenteraad en de burgemeester. Deze laat ook nog weten dat er voorlopig voldoende politiemensen in de wijk zullen blijven om de rust te bewaren. Er zal hard worden opgetreden tegen onruststokers. Later op de dag zal door het hoofd van de politie een persconferentie worden gegeven. Tot zover…’
Ik bestel nog een koffie. De man die me de koffie brengt zegt, ‘het werd ook eens een keer tijd. Dat gajes, dat doet maar. Er was tot nu toe niemand die er iets aan deed. Eindelijk hebben ze nou eens duidelijk laten zien wie de baas is.’
‘Ja…’ zeg ik met een zucht en betaal mijn koffie en ik sta op en loop naar mijn auto. Ik ga terug naar het uitgebrande appartement. De poort is gesloten, maar ik heb nog steeds de sleutel. Ik parkeer de BMW naast het vernielde VW-busje van Eva. De portieren van haar auto staan voor een deel open. Ik kijk naar binnen en ik zie op de vloer van de auto een bruin mapje liggen en raap het op. Er zitten documenten in. Ik vind onder andere een verzekeringsbewijs. Met verlopen datum. En een handgeschreven briefje. Het is gericht aan Silvia Hochtstetten von Imsberg. Ik vouw het zonder het te lezen dicht en kijk in de bus of er nog meer in ligt. Mijn oog valt op een blikken trommeltje. Half onder de voorbank geschoven. Ik maak het open en zie dat er een paar foto’s in zitten. Met een elastiekje bij elkaar gehouden. Ze zijn van Eva, althans ik neem aan dat het jonge meisje op de plaatjes Eva is. Ik meen haar te herkennen aan haar ogen. Het meisje op de foto’s heeft mooie lange haren en ze draagt een gebloemd jurkje met witte schoentjes. De foto’s zijn allemaal omstreeks hetzelfde tijdstip genomen, tenminste daar lijkt het op. Ik schat dat ze hier vijf, hooguit zeven moet zijn geweest. Op een van de andere foto’s staat een Mercedes met een Duits kenteken. Naast de auto staat een man in legeruniform. Het is een oudere man. Ik schat hem op een jaar of zestig en ik kijk op de achterzijde van de foto.
‘Fuer meiner schoene Tochter, das liebstens Madchen von ganz Ungarn.’
Ik snap er helemaal niets meer van. Ik kijk nog eens naar de foto met de Mercedes en bedenk dat het ook zo maar een Hongaars kenteken kan zijn. Ik zoek nog verder in de bus, maar er ligt niets meer. Verder is er alles uit. Alles, inclusief het matras en de geluidsboxen. Ik sluit de autoportieren en ik loop naar het appartementencomplex. Er hangt een bordje aan de muur dat het verboden is om naar binnen te gaan. Ik haal mijn schouders op en loop door. Het valt me niet tegen. De muren zijn welleswaar zwart en de brandlucht is nog tamelijk penetrant, maar alles lijkt nog redelijk intact. Ik loop langs de balie die er ook nog voor een grootste gedeelte staat. Het appartement van Marie is ook gespaard gebleven. Behalve de viezigheid van bluswater en roet is er eigenlijk niet veel beschadigd. Ik zie ons provisorische schaakbord op tafel liggen en ik vind in de kast de fotoboeken van Marie. Ik kijk om me heen of er iets is waar ik die in kan doen. Ik loop naar de slaapkamer en pak een van de kussenslopen van het bed. Het overige beddengoed is weg. Ik neem aan dat er geplunderd is. Ik gebruik de kussensloop om de fotoboeken in te doen. Verder zie ik niets meer wat de moeite waard is om mee te nemen. Op de keukentafel staan nog twee colablikjes. Ze zijn leeg. Ik kan het niet nalaten de schaakstukken en het schaakbord mee te nemen. Die zijn voor mij van grote waarde en doen me terugdenken aan de tijd dat mijn leven allemaal minder ingewikkeld was. Ik ga terug naar mijn auto en leg de spullen op de achterbank. Ik start en ik rijd langzaam de poort uit.

86



 
Ik zoek de parkeerplaats waar Marie altijd haar Peugeot parkeert. Ik sluit de BMW af en ik  wandel naar Chez André. Silvain groet me.
‘Hallo Joe…ben je weer terug …?’
‘Ja Silvain…ik ben gelukkig weer terug…Is meneer André er ook al ?’
‘Nog niet, maar hij er kan ieder moment zijn. Marie is er wel.’
‘Dank je Silvain. Mag ik doorlopen?’
‘Zeker Joe… Marie zal wel boven zijn.’
Ik loop naar boven en ik hoor haar stem. Ze legt aan een groepje meisjes uit was ze van hen verwacht.
‘Hallo Marie…’
Ze kijkt verschrikt naar mij.
‘Waar kom jij in godsnaam vandaan…? Weet je wel hoe vaak ik je gebeld heb Joe Grey…!?’
Ik zie dat ze boos is. Ze is laaiend. Ze maakt een gebaar dat ik met haar mee moet komen naar haar kantoortje. Ik volg Marie als een schaap dat naar de slachtbank wordt geleid.
‘Wat ben jij een klootzak Joe Grey… Weet je wel hoe ongerust ik ben geweest. Ik was helemaal overstuur…Ik…ik… Ik wil je niet meer zien. Snap je nou niet hoe diep je mij geraakt hebt. Ga alsjeblieft weg… Ik…ik, waarom doe je dit nou zo …? Ik ben zo ontzettend…’
Ze maakt haar zin niet af.
‘Je hebt gelijk Marie…ik kan begrijpen dat je boos bent…’
‘Boos…Joe Grey… Ik ben zo boos en zo bang geweest…wil je mij eigenlijk wel…geef je wel om mij?…Ga nou alsjeblieft weg. Ik kan je niet meer zien…’
Tranen rollen over haar wangen. Ik wil haar troosten, maar ze weert mijn arm af.
‘Laat nou maar …ik heb even geloofd dat je van me hield…’
Ik houd van je Marie…echt…met heel mijn hart…maar…’
‘Maar … ik werd gek toen ik je niet kon bereiken… snap je dat? Ik dacht dat je me in de steek had gelaten…zo voelde het… of dat er iets ergs gebeurd was…ik wist  echt niet meer wat ik moest denken.’
‘Ja hoor…ik snap het best…sorry.’
Ze schudt haar hoofd. Ze is radeloos en totaal over haar toeren.
‘Het is echt beter dat je gaat…’ zegt ze snikkend.
Ik voel me leeg en machteloos. Ik pak de kussensloop en leg die op tafel.
‘Hier zijn jouw albums Marie…met jouw foto´s.’
Ze kijkt mij niet begrijpend aan, maar ik kan het niet opbrengen om mijn verhaal te vertellen. Het is niet het juiste moment en bovendien zit ik er even helemaal doorheen.
‘Nou Marie dan ga ik maar… ik weet het ook niet… hoe het verder moet.’
Ik wil haar aanraken maar ze duwt mij weer van zich af. Ik draai me om en loop weg en ga naar beneden.
‘Heb je Marie gevonden ?’ vraagt Silvain.
‘Ja hoor…’
Hij ziet aan mij dat het niet goed gaat.
‘Joe, kan ik misschien iets voor je doen…?’
‘Nee hoor…het is in orde Silvain, maar in ieder geval bedankt.’
Ik loop naar ons tijdelijke appartement. Het appartement van de vriend van André. Ik hoop dat Eva er is  en bel aan, want ik heb geen sleutel. Het duurt even voordat de deur wordt opengedaan. Eva is verbaasd als ze mij ziet.
‘Waar kom jij vandaan? Marie is helemaal gek geworden omdat ze je niet kon bereiken Joe. Wat is er gebeurd?’
‘Dag Eva.. Mag ik eerst even binnenkomen…?’
‘Natuurlijk sorry… Ik was ook zo verbaasd.’
‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.’
Ik loop naar de zitkamer en zie dat Belle achter de piano zit.
‘Hallo meisje, hoe gaat het me jou…?’
‘Goed Joe, maar iedereen was zo verschrikkelijk ongerust…’
Ik ga zitten en Eva vraagt of ze een kopje koffie voor me moet halen.
‘Ik heb nog wat voor je, ’ zeg ik en geef haar het trommeltje en het mapje.
‘Ben je teruggegaan…?’
‘Ja en ik heb dit voor je meegenomen, ik wist ook niet of je er iets aan hebt…Dit was alles wat er nog was.’
Eva wordt stil.
‘Silvia Hochstetten von Imsberg…’ zegt ze met zachte stem
‘Ja Silvia Hochstetten von Imsberg…’ zeg ik, ‘maar voor mij altijd Eva Winters, mijn muze.’
‘Sorry Joe…’
‘Het is jouw leven lieverd…’
‘Ik had het je moeten vertellen…’
‘Misschien wel, het is vervelend dat ik er op een andere manier achter moest komen.’
‘Hoezo Joe op een andere manier…wist je het dan al langer…?’
‘Sinds jouw opname in het ziekenhuis liefje, zolang weet ik het…ik had gehoopt dat jij er zelf mee zou komen…maar goed…’
‘Waarom heb je mij niets gezegd…?
‘Je blijft voor mij Eva…Eva Winters…’
‘Maar ik heb je er in betrokken Joe…ik heb tegen je gelogen. Voel je jezelf gebruikt…?´
‘Nee, maar…’
‘Je wilt toch wel weten hoe het allemaal zit?’
‘Nee hoor… Ik vertrouw je nog steeds onvoorwaardelijk. Daar is niets in veranderd.’
‘Maar je hebt er recht op…’
Belle probeert het allemaal te volgen en ik zie de niet begrijpende blik in haar ogen.
‘Wat is recht hebben op… Eva? Of moet ik Silvia zeggen… ? Zeg het maar, het maakt nu niets meer uit.’
‘Joe alsjeblieft…toe nou.’
‘Maar goed als je vindt dat ik er recht op heb om te weten hoe het zit… Waarom…Eva… wat was je uiteindelijke plan?’
‘Ik had geen plan Joe. Ik voelde me zo veilig bij jou. Ik had je zo nodig …’
‘Waarvoor Eva…?’
‘Om een beetje gelukkig te worden…’
‘En is het je gelukt…?’
Ze zwijgt en ik zie haar tranen. Belle kijkt toe en ik zie dat ze het moeilijk heeft met de situatie. Eva kijkt mij bijna radeloos aan.
‘Voor het eerst in mijn leven heb ik een thuis. Kan ik genieten van mijn muziek. Mijn grote passie waarvoor ik alles op zij heb gezet. Voor het eerst in mijn leven heb ik mensen om me heen die om me geven. Dat alles dankzij jou Joe.’
‘Nou dan is dat in ieder geval gelukt… Gefeliciteerd.’
Ik schrik van mijn eigen woorden. Ze komen hard aan en ik voel mezelf een verschrikkelijke klojo. Ik heb er ook meteen oprechte spijt van.
‘Sorry lieverd, dat bedoelde ik niet zo…ik ben moe en ben mezelf niet…Ik neem dit terug. Nogmaals sorry…’
Belle loopt de kamer uit, want ze voelt aan dat ze hier niet bij moet zijn.
‘Joe waarom, waarom zeg je dit nu ? Toen ik ziek was, ben je zo lief voor me geweest. Ik heb echt wel gehoord hoe bezorgd je voor mij was. Echt…’
‘Meisje…ik houd echt van je… Zo waar ik hier sta.’
‘Wat is er dan met jou aan de hand Joe?’
‘Laat maar… Eva. Ik ga, want ik ben aan het einde van mijn droom gekomen.’
‘En Marie dan?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ze houdt van je, zo ontzettend veel…’
‘Ik ook van haar Eva, maar dat zul je ondertussen wel door hebben.’
‘Joe ik ben niet blind…’
‘En…’
‘Wat en…? Ik wil alleen maar dat jullie gelukkig worden. En als ik daar ook nog deel van uit mag maken is mijn leven helemaal perfect…’
‘Dus je vindt het wel oké… ik bedoel, je bent niet boos of zo…?’
´Joe, Marie is het beste wat jou kan overkomen. Ze is lief en zorgzaam. Ze wil alles voor je doen.
Ze houdt van je met heel haar hart…’
‘Het is kapot… ik heb het allemaal stuk gemaakt Eva.’
‘Alles wat kapot is kan worden gemaakt, als je er voor gaat…’
‘Jij zegt het…’
‘Ja, Joe… mijn leven was kapot en dankzij jou is het weer gemaakt. Ben ik weer een compleet mens.
Ik was toen ik jou ontmoette niet meer dan een bastaard. Die van hot naar haar is geschopt. Weggestopt, verbannen ontkend en beschadigd. Een dwalende ziel die voor een paar centen bluesnummers zong in kroegen en bars. Zich op deze manier in leven kon houden en wist dat als het niet zou veranderen ten dode was opgeschreven. Ik wist wat mij te wachten stond. Ze hadden het me verteld. En ze hebben mij pillen gegeven om het te kunnen verdragen. De muziek die ik in me voel is niet de blues Joe. Ik wil de muziek spelen die ik van mijn oma heb geleerd, al was zij dan niet mijn echte oma. Dankzij jou kan ik weer verder. Jij hebt me opgeraapt en mij een nieuwe kans op een beter leven gegeven. Dankzij jouw onvoorwaardelijke vertrouwen heb ik mezelf weer de goede kant opgeduwd. Ik houd van jou Joe Grey, niet als mijn geliefde maar als…hoe moet ik het zeggen… je bent in ieder geval het beste wat mij ooit is overkomen. Nooit meer Eva’s Blues Joe, ik heb het achter me gelaten. Dankzij jou.’
Ze opent het blikken trommeltje en pakt de foto van de man met de Mercedes.
‘Kijk Joe…dit is mijn echte vader… Tenminste dat is wat mijn moeder dacht. Ze was er niet zeker van. Een Hongaarse maarschalk die bij mijn Duitse aristocratische opa en oma regelmatig op bezoek kwam en waarvan mijn moeder vond dat zij met hem het bed in moest duiken. Voor haar een pleziertje, voor mij het begin van een ellendig leven. Nou ja leven. Ik moest er eigenlijk helemaal niet zijn. Maar ze was te laat voor een abortus…of misschien had ze het lef wel niet… Joe…je hebt mijn leven weer gelijmd. Geef jezelf en Marie alsjeblieft ook die kans…’
‘Ik weet het niet liefje. Ik weet niet meer wat ik wil en wat ik niet wil.’
Belle komt opgewonden de kamer in
‘Joe, Eva …  Kaplan is doodgeschoten…’
‘Ik weet het Belle…’ zeg ik met zachte stem.
Belle kijkt me aan en Eva fronst haar wenkbrauwen.
‘Joe…?’
Haar aanblik breekt me.
‘Jij…?’
‘Nee hoor…niet ik. Het waren schutters van de politie…’
Belle komt naar me toe en slaat haar armen om mij heen.
‘Het is niet goed Joe, maar om eerlijk te zijn lucht het me wel op.’
Eva komt bij ons staan en daar staan we dan, in een kring, de armen om elkaar heen geslagen.
Tranen lopen over mijn wangen.
We hebben de deur niet gehoord. Ik kijk op en zie Marie en Veronique.
‘Sorry… Joe… Duizendmaal sorry,’ zegt ze.
‘Nee Marie…ik moet sorry zeggen… Maar ik kon niet anders… Wil je dat van me aannemen alsjeblieft…? Ik had geen keuze.’
‘Ik heb het gehoord van Paul Dumas, die heeft Dupont gesproken. Hij heeft me alles verteld. Het is nu echt klaar… toch?´
‘Het is echt klaar Marie…helemaal klaar.’
Veronique, Eva en Belle zijn op de bank gaan zitten
‘Wil je mij vergeven Marie…?’
‘Wat denk jezelf Joe Grey…?’
‘Krijg ik dan nog een kansje van je…?’
Ze maakt zich van me los en pakt de kussensloop. Ze neemt het provisorische schaakbord er uit en ook het zakje met de pionnen.
‘Tot we honderd worden mijn lief en dan zien we wel weer verder…’
Ik kus haar met alles wat ik in me heb. Veronique, Eva en Belle komen naar ons toe en er volgt een samensmelting van vijf mensen die onvoorwaardelijk met elkaar verbonden zijn en van elkaar zijn gaan houden.
Emotio en Ratio zijn ook weer terug gekeerd. Nog nooit zijn ze het samen zo eens met elkaar geweest, zo in volmaakte harmonie.

87



Eva’s Blues

I was running towards the rainbow.
and I was captured by its magic spell
The rain was playing with the sun.
It was a game of a wonderfull delight
Nearly there, I reached out both my hands
and I tried to touch its colours, oh so fair
I could feel the warmth of the crystal shininess
But the flickering sunrays blinded my eyes
I screamed and I felt panic and fear inside.
I was confused and did not know what to do.


I stumbled and I was out of balance.
Empty eyes and angry faces were all around me
There was no way out and an infinete darkness was my fate.
I was left behind with a frozen heart and in terrible fears
I lost myself and I drowned in my bitter tears.
I tried to hide my face with my shaking hands
and I screamed for help but was not heard.
The words did stuck in my throat, I was out of breath
My heart was tightened with fear and I never felt so sad.  
Lord please have mercy, save my soul.
That’s all I ask, please do understand.

Then I broke the glass, I still hear that sound
The colour red filled up the deep blue sky
and I closed my eyes and it felt okay,
it was my escape, I had no choice, this was the only way.
A man did call desperately for a doctor and an ambulance.
and I heard him say that he was sure that I would die
For a moment the strangers were confused and they lay me down
in a big soft bed of white lilies, so pure and so fine.
I saw an amazing field of red roses and a bright white light
it was full of warmth and filled me with tenderness and love.

With little pills colored yellow, blue and grey,
they promised me a future but they blew up my brain
I heard far away voices in an empty room, they softly spoke
Poor little girl, too young to die, so pretty but so insane.
Father dear, I beg you please, why go away
and leave me behind in such an unbearable pain
Is it to much to ask, is it all in vain
another precious moment here with me to stay

Finally I went away without a last goodbye
Not a loving heart I did leave behind
It was my choice and it was my faith
It was my believe and my only hope
I am not afraid to follow the unknown road
Without regret I cherish the sun and the wind
I play my song and take the day to come
my sad wandering me, a doomed lost soul,
Without consolation and no place to go

But someday it could be any day now,
I will break my chains and this will set me free.
And behind the moutains far in a new found land
my dearest love is waiting and he will take my hand
and he will lead me and he will bring me home.
No longer the hurt and pain from the deep red scars
No longer this song is sung and no more my weeping guitar
No more the rememberance of my lost dammed life
Oh Lord than my eyes will see the colours, so pure so bright,
for which I am longing,  for such a long time

88 


Eva’s Blues

Ik rende naar de regenboog
en ik werd gevangen door zijn magische betovering.
De regen speelde met de zon,
het was een spel van een heerlijke uitbundigheid.
Bijna daar, stak ik mijn beide handen uit
en probeerde ik zijn kleuren aan te raken, oh zo mooi.
Ik kon de warmte voelen van zijn kristallen glans,
maar de schittering van de zonnestralen deed mijn ogen verblinden.
Ik schreeuwde en ik voelde paniek en angst van binnen.
Ik was verward en ik wist niet wat ik moest doen.

Ik struikelde en verloor mijn evenwicht.
Lege ogen en boze gezichten omringden mij.
Er was geen uitweg en een oneindige duisternis was mijn lot.
Ik werd achter gelaten met een bevroren hart en verschikkelijke angsten.
Ik probeerde mijn gezicht te verbergen met mijn bevende handen.
Ik schreeuwde om hulp maar werd niet gehoord.
De woorden stokten in mijn keel en ik was buiten adem.
Mijn hart kromp ineen van angst en ik was nog nooit zo verdrietig.
Heer, alstublieft heb medelijden, red mijn ziel.
Dat is alles wat ik vraag, heb toch begrip alstublieft.


Toen brak ik het glas, ik hoor nog steeds dat geluid
De kleur rood vulde de diepblauwe lucht,
Ik sloot mijn ogen en het voelde oké.
Het was mijn ontsnapping, ik had geen keuze, dit was de enige manier.
Een man riep wanhopig om een dokter en een ziekenauto
en ik hoorde hem zeggen dat hij er zeker van was dat ik dood zou gaan.
Een moment lang waren de vreemdelingen verward en ze legden mij neer
in een groot zacht bed van witte lelies, zo puur en zo mooi.
Ik zag een wonderlijk veld van rode rozen en een helder wit licht
Het was vol met warmte en vervulde mij met tederheid en liefde.

En met kleine gekleurde pillen , geel, blauw en grijs
beloofden ze mij een toekomst, maar ze bliezen mijn brein op.
Ik hoorde in de verte stemmen in een lege kamer, ze spraken zacht
Arm meisje, veel te jong om dood te gaan, zo mooi maar zo krankzinnig.
Lieve Vader, ik smeek U alstublieft, waarom weggaan
en mij achterlaten in zo’n ondragelijke pijn.
Is het te veel gevraagd, is het tevergeefs
om nog een kostbaar moment hier bij mij te blijven.

Ten slotte ging ik weg zonder een laatste vaarwel.
En geen enkel liefhebbend hart heb ik achtergelaten.
Het was mijn keuze en het was mijn vertrouwen,
het was mijn geloof en mijn enige hoop
Ik heb geen angst om de onbekende weg te volgen.
Zonder spijt koester ik de zon en de wind.
Ik speel mijn lied en neem de dag zoals hij komt.
Mijn droevige dwalende ik, een verdoemde verloren ziel,
Zonder troost en geen plek om naar toe te gaan.


Maar op een dag en het kan nu elke dag zijn
zal ik mijn ketenen verbreken en dit zal mij bevrijden.
En achter de verre bergen in een pas ontdekt land
wacht mijn liefste lief en hij zal mij bij mijn hand nemen.
Hij zal mij leiden en hij zal mij naar huis brengen.
Niet langer het schrijnen en de pijn van mijn diepe rode littekens
Niet langer wordt dit lied gezongen en geen huilende gitaar meer.
Geen herinneringen meer aan dit vervloekte verloren leven
Oh Heer, dan zullen mijn ogen de kleuren zien, zo helder en zuiver
waar ik al o zo lang naar verlangde, al zo’n lange tijd.