IN HET LAND VAN ELFJE STOER

                                         nieuwe avonturen van elfje Lief en de elfjes uit Elfjesland           

In het land van elfje Stoer (62)

 
Het was een lange donkere nacht geweest. Uit de ondoordringbare wouden waren allerlei geluiden gekomen en elfje Boefje en elfje Knutsel moesten terug denken aan hun eerste nacht in het Kronkelbos. Ze waren al die rare geluiden niet zo gewend. In elfjesland was het in de nacht altijd muisstil.
‘Goede morgen allemaal,’ zegt karabouter Stroompje opgewekt. ‘Wakker worden de zon staat alweer stralend aan de blauwe hemel.’
‘Ja, ja, jij bent altijd zo vroeg wakker,’ mompelt elfje Boefje terwijl hij de slaap uit zijn ogen wrijft.
‘De morgenstond heeft goud in de mond elfje Boefje. Als je vroeg wakker bent, dan heb je nog een hele dag voor je. Een dag waarin van alles kan gebeuren en waar je zelf ook een hoop kunt doen.’
‘Het zal wel als jij het zegt,’ antwoordt elfje Boefje, die zich nog maar eens een keertje uitrekt.
Elfje Stoer is ook al een hele tijd wakker en is al op bezoek bij het oude opperhoofd.
Grijze Panter vertelt over het Indianenleven en over zijn blijdschap dat ze nu veilig en wel zijn aangekomen bij de ondoordringbare wouden. Hij heeft elfje Stoer een mooie ketting gegeven, een glimmende ketting met wolventanden.
‘Deze ketting zal je beschermen elfje Stoer en een dappere Indiaan van je maken… uh… elfje bedoel ik.’
‘Ik ben en blijf een Indiaan,’ zegt elfje Stoer tegen Grijze Panter, ‘al ben ik nu dan een elfje.’
De oude Indiaan zucht diep. ‘Tja, je hebt gelijk, je hebt voor altijd Indianenbloed in je aderen elfje Stoer, waar je ook gaat of staat.’
‘Dank je wel Grijze Panter. Ik hoop dat Zwarte Panter ons hier kan vinden,’ zegt elfje Stoer.
‘Maak je maar geen zorgen elfje Stoer. Zwarte Panter zal ons vinden hoe dan ook. Ik heb het gevoel dat hij zeer binnenkort hier zal aankomen. We moeten ons gaan voorbereiden op zijn komst.’
‘Goed idee Grijze Panter, maar hoe?’’ vraagt elfje Stoer.
‘We moeten een geschikte plek zoeken. Een plek waar we niet kunnen worden gevonden… door niemand, en zeker niet door de Reizigers. Ik ga met de andere oude Indianen en onze vrouwen het ondoordringbare bos in en jullie moeten hier wachten tot Zwarte Panter er is. Dan kunnen jullie hem vertellen waar wij zijn.’
‘Maar hoe kan hij jullie dan nog vinden. De ondoordringbare wouden worden niet voor niks zo genoemd.’
‘Elfje Stoer… we zullen een spoor achterlaten. We zullen de weg aangeven met lintjes witte stof. Als Zwarte Panter die volgt, zal hij ons uiteindelijk kunnen vinden. Om hier te blijven is te gevaarlijk en we zullen misschien worden gezien. Dan is alles voor niets geweest. Ik vertrouw er op dat alles goed komt en dat Zwarte Panter en de andere jonge Indianen met hun vrouwen en kinderen hier in vrede en veiligheid verder kunnen leven. Een leven zonder angst en gevaar.’
Dan blijft het even stil en elfje Stoer weet niet zo goed wat hij moet zeggen.
‘Tijd om afscheid te nemen elfje Stoer…’ zegt de oude Indiaan. ‘Het valt mij zwaar, en ik zal je nooit vergeten kleine dappere vriend. En ook elfje Boefje en elfje Knutsel en natuurlijk ook karabouter Stroompje. Zonder jullie hadden we het echt niet gered. 

 

Heb je ook een idee ,stuur dan een email naar This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Kasteelvolverhalen

 

 

                                                       WAS