IN HET LAND VAN ELFJE STOER

                                         nieuwe avonturen van elfje Lief en de elfjes uit Elfjesland           

In het land van elfje Stoer (60)

 
Met uiterste precisie stuurt karabouter Stroompje de tijdmachine naar de open plek in het woud.
‘Attentie iedereen, we gaan dalen,’ roept hij naar de elfjes en de Indianen.  ‘Nu even blijven zitten alsjeblieft.’
Tergend langzaam nadert de tijdmachine de grond en karabouter Stroompje heeft het zwaar om alles goed te laten verlopen.
‘Iets meer stuurboord elfjes… ja zo gaat hij goed.’
‘We zijn er bijna,’ roept elfje Boefje. ‘Nog een heel klein stukje.’
De oude Indianen met hun vrouwen kijken angstig om voor zich uit.  Hoewel ze alle vertrouwen in de karabouter en de elfjes hebben vinden ze het toch wel heel erg spannend.
‘Nog een paar meter Stroompje… ja prima. Juist…nu gaan we landen,’ roept elfje Stoer, terwijl hij het achterzeil snel laat zakken, zodat ze geen last meer hebben van de wind. Want hoewel het nauwelijks nog waait, vangt het grote achterzeil toch nog een beetje wind, waardoor de cabine wat heen en weer schommelt. Even later zijn ze veilig geland.
‘Prima gedaan elfjes…’ prijst karabouter Stroompje de drie elfjes die met wiebelende benen uit de cabine stappen.
‘We zijn geland, jullie mogen uitstappen,’ zegt de karabouter tegen de Indianen. ‘Jullie zijn aangekomen in de ondoordringbare wouden.‘
De indianen kijken om zich heen en één voor één lijken ze te beseffen dat dit hun nieuwe thuis is.  Ook de Indianenvrouwen zijn onder de indruk en staan op en pakken hun spullen en stappen uit  de cabine.
Na een aantal minuten staan alle Indianen buiten de cabine, behalve Grijze Panter. De oude Indiaan zit nog steeds op zijn plaats en prevelt ook nog steeds onverstaanbare woordjes.
‘Uh…wie gaat hem vertellen dat we er zijn?’ vraagt elfje Boefje.
‘Zal ik dat maar doen?’ stelt elfje Stoer voor.
‘Oké, misschien is dat wel het beste,’ zucht Stroompje, die zich een beetje zorgen maakt om het oude opperhoofd.
Elfje Stoer gaat de cabine weer in en loopt naar Grijze Panter.
‘Grijze Panter… eh gaat het wel goed met u?’ vraagt elfje Stoer voorzichtig. ‘We zijn er… we zijn geland.’
De oude Indiaan kijkt elfje Stoer aan en zegt, ‘fijn dat we er zijn elfje Stoer. Het was een lastige reis, maar het is gelukt. Onze voorvaderen hebben ons er doorheen geholpen en daarvoor heb ik ze net bedankt. Ze denken dat het hier het beste voor ons is en dat de ondoordringbare wouden ons zullen beschermen tegen alle kwaad. Tegen de oorlogen en ziektes die de blanke reizigers met zich meebrengen, en tegen de jagers en rovers die onze kuddes afschieten of stelen. We zullen hier dan wel opnieuw moeten beginnen, maar dat gaat ons lukken. Zo gauw Witte Panter hier is aangekomen, zullen we aan het werk gaan, maar eerst moet er worden gefeest.’
‘Dat is een goed idee Grijze Panter, er moet zeker gefeest worden op een veilige aankomst, en op een nieuwe toekomst.’
‘Zo is dat elfje Stoer, maar we zullen toch nog even moeten wachten totdat mijn zoon met de rest van onze stam is aangekomen.’



 

Heb je ook een idee ,stuur dan een email naar This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Kasteelvolverhalen

 

 

                                                       WAS