Het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek 

 

 

'het mysterie van de verdwenen gouden pannenkoek'

 HOOFDSTUK 21

Even later komt Dirk Stoot het kantoor binnen.
‘Goede morgen juffrouw Toos en…? Goed geslapen?’ vraagt hij aan de secretaresse die drie schone koffiekopjes klaar zet op het bureau van Slag.
‘Zeker meneer Dirk, als een roos. Al was de nacht aan de korte kant. Ik ben gisterenavond namelijk met een vriendin naar Nick en Simon geweest. Tjonge, wat was dat een mooi concert en wat kunnen die jongens zingen. Maar zoals ik al zei, het was laat voordat ik thuis was. Zodoende was de nacht wat kort.’
‘Het is niet zo mijn ding, die Nick en Simon, ik houd meer van iets steviger muziek,’ antwoordt Dirk Stoot, terwijl hij het kattenbelletje leest dat bij het antwoordapparaat ligt.
‘Ik heb panne…maar wat ik ook probeer, ik kan er geen koek van bakken. Ik voel me een beetje dom, een koek zonder staart. En laat ik die staart nou goed kunnen gebruiken…Wat moet ik me hierbij voorstellen juffrouw Toos?’ vraagt Stoot verbaasd.
‘Oh dat? Dat berichtje is ingesproken op het antwoordapparaat. Ik heb het maar even voor jullie opgeschreven, dat is wel net zo handig.’
‘Dank je wel juffrouw Toos, uh was er nog iets te bakken van de stem van degene die dit heeft ingesproken?’ vraagt Stoot aan de secretaresse, terwijl de deur opengaat en Bernard E. Slag het kantoor binnenkomt.
‘Wie gaat er wat bakken?’ vraagt hij nieuwsgierig.
‘Niemand Bernard, niemand gaat iets bakken,’ antwoordt Stoot.
‘Vreemd, ik meende toch echt dat ik je net hoorde vragen of er nog iets te bakken was…’
‘Oh dat... nee, ik vroeg net aan juffrouw Toos of ze misschien de stem op het antwoordapparaat heeft herkend?’
‘Op het antwoordapparaat? Uh welke stem…?’ vraagt  Slag. ‘Is er weer een nieuw bericht van onze vriend meneer Iks?’
‘Wacht Bernard, hier lees maar,’ zegt Dirk Stoot en hij geeft het kattenbelletje aan zijn baas.
‘Ik heb panne…maar wat ik ook probeer, ik kan er geen koek van bakken. Ik voel me een beetje dom, een koek zonder staart. En laat ik die staart nou goed kunnen gebruiken…’ leest ook Slag.
‘Nou, blijkbaar wordt daar ook al niks gebakken…’grinnikt Slag.
‘Wat ben je eigenlijk goed gehumeurd Bernard?’ vraagt Dirk Stoot.
‘Dat ben ik zeker beste Stoot, dat heb je goed opgemerkt. Ik heb tot diep in de nacht zitten puzzelen met alle letters die we tot op dit moment hebben verzameld. En weet je…we zijn er bijna.’
Slag haalt een velletje papier uit de binnenzak van zijn jas.
‘De pannenkoek ligt bij de …’ leest hij hardop.
‘Waar?’
‘Nog een keer. De pannenkoek ligt bij de… puntje… puntje… puntje…’ zo ver ben ik gekomen.
Er ontbreekt dus alleen nog de aanwijzing waar de pannenkoek ligt. Deze laatste aanwijzing is het laatste stukje van de puzzel.
‘Maar als jij puntje, puntje, puntje  zegt… bedoel je dan ook echt puntje, puntje, puntje of …?
‘Heel goed Dirk, in bedoel inderdaad puntje, puntje, puntje. Dus we moeten een plek vinden die drie letters heeft…’
‘Pot…’ zegt Juffrouw Toos, die ondertussen de koffie heeft ingeschonken.
‘Of zak…’ stelt Dirk Stoot.
‘Dat lijkt met raar… ligt bij de zak. Nee Dirk, dat is in elk geval niet goed.’
‘Uh bij de… bij de…bij de kar. Nee dat zal ook wel niet. Waar kan die pannenkoek nou toch liggen,’ vraagt Dirk Stoot zich af.
‘Denk nou eens goed na Dirk…’ zegt Slag.
‘Ja, dat doe ik al…’
‘Misschien bij de hal?’ stelt juffrouw Toos voor.
‘Bij welke hal bedoel je juffrouw Toos?’ vraagt Bernard E. Slag aan zijn secretaresse.
‘Bij de speelhal, bij de Oude Maas. Dat zou toch zomaar het geval kunnen zijn.’
‘Waarom denk je eigenlijk dat het drie letters zijn Bernard,’ vraagt Stoot.
‘Kijk maar eens Dirk naar dit berichtje,’ en Slag haalt zijn mobiele telefoon uit zijn broekzak.
‘Hoera, we zijn er bijna. Dus hiep, hiep en nog eens hiep. Dat zijn er drie, nu even de puntjes op de i zetten en deze puntjes inwisselen voor drie letters… en dan weten jullie waar de pannenkoek is. Jammer, dat het daarna voorbij is, want ik heb er echt van genoten. De groeten en tot een volgend keer maar weer. Meneer Iks,’ leest Dirk Stoot hardop.
‘Dus we zijn er…?’ vraagt hij verbaasd aan Slag.
‘Bijna Dirk, maar nog niet helemaal.’
‘Put…!’roept juffrouw Toos uitgelaten.
‘Hoezo put…?’ vragen beide speurders tegelijkertijd.
‘Nou, dat zou het woord zomaar kunnen zijn,’ antwoordt juffrouw Toos.
‘Wat…? Welk woord?’
‘Het woord dat jullie zoeken.’
‘Put? Welke put? En waar?’ vraagt Dirk Stoot.
‘Geen idee, maar ik denk dat we maar eens naar de Oude Maas moeten gaan, om het goede nieuws te gaan vertellen.’
‘Welk goed nieuws?’ vraagt Dirk Stoot zich af.
‘Nou, dat we weten waar de gouden pannenkoek is.’
‘Waar dan?’
‘Nou, daar…dat snap je toch wel Dirk?’ antwoordt  Slag en even later zijn ze onderweg naar het pannenkoekhuis.
Stoot begrijpt er helemaal niets meer van.

  

terug naar “overzicht”klik hier.