Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine

(77- slot)

 deel 3

 

 

Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine (77 slot) deel 3

 

 

Koning Botius zit zogenaamd vastgeketend aan zijn troon.

‘Aha…Botius, heb ik je dan eindelijk te grazen genomen…’ gniffelt Keizer Visalva vals.

‘Daar lijkt het wel op Visalva, maar misschien ook niet…’antwoordt de Koning kalm.

‘Hoezo? Wat is dat voor onzin. Ik weet niet of je het door hebt, maar je zit geketend aan die troon van je, en jouw soldaten zijn verslagen. Dus ik weet niet wat je nou allemaal zit te bazelen,’ reageert Keizer Visalva geïrriteerd, ‘maar het lijkt me verstandiger dat je je mond houdt.’

‘Nou, dat lijkt mij niet… en dat zal ik je haarfijn uitleggen,’ grinnikt Koning Botius. ‘Jij denkt dat je Bogonië hebt ingenomen, en dat dit mooie land nu van jou is, maar ik moet je teleurstellen. De soldaten die je hebt gezien, zijn niet jouw soldaten. Ze dragen weliswaar de uitrusting van de soldaten van Het Land der Platanen, maar het zijn mijn manschappen. En mocht je soms ook nog denken dat ik vastgeketend zit, maar ach… ook daarin moet ik jou teleurstellen. Het zijn niet meer dan een paar losse kettingen. Dus dat stelt niet al te veel voor.’

 

De Koning wacht een moment op de reactie van Keizer Visalva, wiens gezicht rood aanloopt. Visalva wordt razend en hij ploft bijna van woede uit elkaar.

‘Jullie… jullie ratten… stelletje verraders zijn jullie. Oorwormen… nog minder dan kakkerlakken. Wat denken jullie wel… Denk jij nou echt Botius, dat je mij kunt verslaan…’ briest hij.

‘Dat denk ik niet alleen, maar dat is nu de situatie. Visalva, je staat onder arrest. Je bent Bogonië binnengevallen met het doel mijn volk te overheersen en mij te verjagen. Maar gelukkig is dat plan van je volkomen mislukt. Mijn soldaten zullen je naar de kerkers van mijn paleis brengen. Daar heb je tijd genoeg om jouw zonden overdenken en daar ga je in eenzaamheid wachten op je berechting. De beschuldiging luidt; het onwettig binnenvallen van Bogonië en verraad aan mij, Koning Botius van Bogonië. Wachters… breng deze man naar de kerkers.’

Keizer Visalva wordt in de boeien geslagen en onder luid gevloek en getier wordt hij weggevoerd.

‘Zo,’ zegt Koning Botius met een zucht, ‘dat was dat.’

 

Kapitein Baraboes heeft alles met open mond gadegeslagen en hij weet niet hoe hij het ermee heeft.

‘Wat is dit hier… ik bedoel wat is hier in hemelsnaam gaande…’ stamelt hij ontdaan.

‘We vonden het niet zo’n goed idee dat Bogonië van Keizer Visalva zou worden en daarom hebben we de plannen een beetje bijgesteld,’ reageert Lieve met een lach. ‘Eigenlijk wel een beetje veel.’

‘En wat moet ik nu,’ vraagt Baraboes zich hardop af.

‘Je bent geen slechte kerel Baraboes,’ zegt Professor Knappebol. ‘Misschien moet jij maar gewoon teruggaan naar het Land der Platanen. Samen met de soldaten. We gaan ervoor zorgen dat Keizer Visalva een machtsoverdracht gaat tekenen en dat hij jou benoemt tot zijn wettige opvolger. Ik denk dat Koning Botius en jij er prima voor kunnen zorgen dat beide landen in vrede met elkaar verder kunnen leven. Wat vind je daarvan?’

Kapitein Baraboes is even de kluts kwijt en hij weet niet goed hoe hij moet reageren.

‘Nou Baraboes… zeg eens iets,’ dringt Lieve aan.

‘Uh, denken jullie… uh dat ik dat zou kunnen… regent van het Land Der Platanen, dat is een zware taak. Ik weet niet….’

‘Dat kan jij prima,’ stelt de Professor hem gerust. ‘Echt, we hebben daar het volste vertrouwen in. Het gaat jou zeker lukken om een eerlijk en rechtvaardig regent te zijn voor de mensen in jouw land.’

 

Kapitein Baraboes voelt zich door deze woorden zeker gevleid, al heeft hij nog steeds wel wat twijfels.

‘Willen jullie me daar dan wel bij helpen,’ vraagt hij aan de Koning en aan professor Knappebol. ‘En jullie ook,’ vraagt hij aan Lieve en de anderen.

Koning Botius schudt zijn hoofd.

‘Ik zal je zeker daarmee gaan helpen. En professor Knappebol, wat vind jij?’

‘Ik ook… waar ik ook maar mee kan helpen,’ antwoordt de professor met een brede lach. Voorlopig heb ik toch niets omhanden,’

‘En jullie Lieve,’ vraagt de Kapitein.

‘Je zult het zonder ons moeten doen mijn beste Baraboes. Wij gaan terug naar daar waar we thuishoren. Het is mooi geweest. Maar ik ben er ook zeker van dat het allemaal goed gaat komen. Daar hebben we het volste vertrouwen in,’ zegt ze, terwijl ze naar de anderen kijkt.

‘Zeker weten,’ antwoorden ze allemaal in koor.

‘Nou, dan wordt het tijd dat we afscheid gaan nemen van iedereen,’ zegt Lieve en ze loopt naar Koning Botius en naar Graaf Bertram en Gravin Ada.

Ze schudt hartelijk de hand van de Koning en daarna gaat ze naar Fantastico.

 

‘Dank je wel lieve Fantastico. Zonder jou was dit avontuur zeker niet zo goed afgelopen. Dank je wel voor je goede zorgen en alle steun.’

Fantastico bloost van top tot teen van zoveel mooie worden en stottert, ‘ik zal je wel gaan missen Lieve….’

‘Ik jou ook mijn lieve vriend…’ zegt ze en daarna gaat ze naar Kapitein Baraboes.

‘Volg gewoon je hart Baraboes, en dan gaat alles zoals je het graag wilt.’

Kapitein Baraboes knikt instemmend.

 

Als laatste gaat ze naar professor Knappebol.

‘Willem… Professor goh… ik weet nog hoe we aanbelden bij jouw kleine knusse huis in het Kronkelbos… Wat een avonturen hebben we daarna samen beleefd. Samen met de Karabouters. Tjonge, ik zal je nooit vergeten, wat hebben we samen een heerlijke tijd gehad. Maar nu is het moment daar om terug te gaan naar huis… al vind ik het wel heel moeilijk om afscheid van je te nemen.’

‘Lieve… elfje Lief… ik heb er ook van genoten, van jullie allemaal. Ik kan alleen dankbaar zijn dat jullie indertijd bij me hebben aangebeld. Ik had deze mooie jaren voor geen goud willen missen. En Juul, Luuk, John en Tommy… Iris en Roos… zorg alsjeblieft goed voor elkaar.’

‘Dat zullen we zeker,’ klinkt het in koor.

‘Maar…’ zegt Koning Botius, ‘jullie mogen pas gaan nadat we eerst samen feest hebben gevierd. Het is nu de hoogste tijd, dat we samen met alle Bogoniërs onze vrijheid gaan vieren, en jullie zijn alle zeven mijn eregasten. En uh… jullie natuurlijk ook Willem Knappebol en Kapitein Baraboes.’

 

De Professor en de Kapitein voelen zich zeer vereerd door de uitnodiging van Koning Botius.

Maar dan gaan de deuren van de troonzaal plotseling open en een stralend licht komt de troonzaal binnen. Er klinkt ook muziek en gezang.

Iedereen in de zaal is verbaasd, zeker als ze in het middelpunt van de stralen de Goede Fee zien staan.

‘Is er voor mij ook een plekje op jullie feest,’ vraagt ze met een brede glimlach.

‘Zeker weten,’ zegt Koning Botius. ‘Wees welkom Goede Fee.’

Professor Knappebol kijkt verbaasd naar de Goede Fee.

‘Goh, wat fijn om jou weer te zien…’ meer kan hij van verbazing niet uitbrengen.

 

‘Ik ben blij dat het allemaal goed is afgelopen,’ zegt de Goede Fee. ‘En nu eerst feest, en daarna ga ik ervoor zorgen dat Lieve, Iris en Roos en de jongens veilig en wel thuis komen. En… daarna keer ik terug naar Bogonië en ga ik jullie helpen.’

‘Goed plan Goede Fee,’ zegt de Koning goedkeurend. ‘Maar zoals jij ook al zei, nu eerst feest.’

 

‘Hieperdepiep, driemaal hoera voor Elfje Lief en de Elfjes uit Elfjesland,’ klinkt het uit alle monden. Het afscheidsfeest is in volle gang.

 

Einde 

 

Hiermee komt er na ruim 11 jaar definitief een einde aan de avonturen van Elfje Lief.

Het was een groot plezier om deze verhaaltjes te kunnen maken en ik hoop dat iedereen ze ook met plezier heeft gelezen. 

Tot ziens

Jos Heijmans