Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine (72)

 deel 3

 

 

Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine (72) deel 3

 

Even later staan Professor Knappebol, Luuk, Juul, John, en Tom bij Lieve en Fantastico.

‘Waar komen jullie vandaan?’ zegt Lieve beduusd. ‘Maar… wat ben ik blij om jullie te zien. En jongens… wat zijn jullie nu groot.’

 

De professor vertelt Lieve in het kort over de reis en over wat er onderweg met de Goede Fee is gebeurd. En hoe de Goede Fee het luchtschip heeft gered van de storm. Ook vertelt hij over de Karabouters en over wat er allemaal in het Kronkelbos is gebeurd.

 

‘Tjonge, dat is nogal iets. Dus de Karabouters zijn teruggekeerd naar hun geboortedorp. Ik hoop wel dat ze daar welkom zullen zijn,’ vraagt Lieve zich hardop af.

‘Ik heb daar het volste vertrouwen in. Ik denk dat de Kabouters het vakmanschap van de Karabouters prima kunnen gebruiken. Dus… zoals Karabouwtje het zo mooi zei “beter een Kabouter dan geen Karabouter. En bovendien is het in elk geval niet meer zo ingewikkeld.”

Maar goed, daar hebben we het later nog wel over, eerst hier maar eens orde op zaken stellen. Hoe kunnen we jullie helpen en wat is je plan Lieve?’

‘Mijn plan…  ja, uh dat zal ik in een paar zinnen proberen uit teleggen. Als straks de soldaten wakker worden is het de bedoeling dat we ze zoveel mogelijk verspreiden. Drie groepen gaan naar de rand van het bos, waar de Bogoniërs en de anderen zich verborgen houden. En de rest  zo’n vijftig man gaan we in de Stier van Bogonië lokken.’

‘De Stier van Bogonië…? Wat is dat dan,’ vraagt de professor verbaasd.

‘Dat… mijn beste professor Knappebol, dat is dat bouwwerk daar,’ grinnikt Lieve, terwijl ze in de richting van het houten gevaarte wijst.

‘Tjonge, wat uh… een… een ding.’

‘Je mag best zeggen dat je het maar een lelijk ding vindt,’ grinnikt Lieve. ‘Want mooi is anders. Maar daar gaat het nu niet om. Als we de soldaten naar binnen hebben gelokt en ze daar hun plaatsen hebben ingenomen, dan sluiten we de deuren van de Stier van Bogonië hermetisch af en dan hebben alvast een deel van de soldaten van Keizer Visalva onschadelijk gemaakt.’

‘En wat doen we met de andere soldaten,’ vraagt Luuk.

‘Uh… misschien dat we de rest van het plan ietwat moeten aanpassen. Zeker nu jullie er zijn. Kapitein Baraboes was nogal onder de indruk van mijn postuur en dat zal hij zeker ook zijn als hij jullie ziet. Ik zal hem uitleggen dat ik jullie hulp heb ingeroepen om en zeker van te zijn dat het een groot succes wordt, maar hij zal dan wel de leiding over de soldaten aan jullie moeten overdragen.’

‘En jij denkt dat hij dat zomaar eventjes gaat doen,’ zegt Luuk.

‘Hij zal wel moeten, want anders heeft hij geen deal.’

‘We gaan het zien,’ mompelt Luuk, die er nog niet van overtuigd is dat Kapitein Baraboes de leiding zomaar uit handen zal geven.

‘En u Professor Knappebol…’ gaat Lieve onverstoorbaar verder, ‘ik ga Baraboes vertellen dat u een wijze tovenaar bent en dat u ervoor gaat zorgen dat Keizer Visalva hier in een gespreid bedje komt. U kunt al zijn wensen vervullen met uw toverkracht. Met deze boodschap stuur ik hem straks naar de Keizer. Kapitein Baraboes zal maar wat trots zijn, dat hij degene is deze de boodschap aan Keizer Visalva gaat overbrengen.

‘Tot zover snap ik je plan Lieve, maar wat doen wij met de soldaten?’

‘Ja Luuk, nu komt het spannende deel van mijn plan. Ieder van jullie gaat met één groep naar de rand van het bos. Roos, Iris en Graaf Bertram wachten daar in de struiken op jullie. Daarna gaan jullie met de groep verder het bos in. En daar moet het dan gebeuren. De Bogoniërs zullen samen met jullie hulp de soldaten van Visalva onschadelijk moeten maken. Daarna zullen jullie de kleding van de soldaten van Visalva aandoen. Ik bedoel de Bogoniërs dan… bij jullie zal het niet gaan passen…’ grinnikt Lieve. ‘En daarna komen jullie met jullie groep soldaten hier naar het plein.‘

Denk je dat de soldaten zich zomaar laten overvallen?’

‘Nee, dat denk ik niet Tom, maar na een nacht van overmatig drinken en eten, zullen ze ook niet echt in staat zijn om zich te verweren. Daar gok ik op en zo moet het ook maar gebeuren. Meer mogelijkheden hebben we niet.’

‘En wat doen we met de gevangen soldaten?’

‘Die laten we maar even in het bos. De Bogoniërs hebben daar een grote houten kooi gebouwd, en daar zullen ze voorlopig wel even kunnen blijven. We hebben voldoende bewakers en bovendien hebben we hier genoeg manschappen.’

‘Zo… je lijkt wel een echte veldheer Lieve, je hebt er goed over nagedacht.’

Ze bloost en ze knikt naar de professor.

‘Ik hoop vooral dat het allemaal gaat lukken en dat we Keizer Visalva te grazen kunnen nemen.

‘En hoe ga je dat doen,’ vraagt professor Knappebol.

‘We gaan hem wijsmaken dat hij vanaf nu de heerser is, althans dat gaat Koning Botius hem persoonlijk vertellen.’

‘Aha, uh en waar is mijn goede vriend Botius eigenlijk,’ vraagt de professor.

‘Nu nog in het bos. Straks, als de soldaten van Visalva zijn uitgeschakeld, komt hij hier naar toe. Geboeid en wel.’

‘Geboeid…?’

‘Ja… het moet wel echt lijken als Keizer Visalva aankomt in Bogonië. Het wordt een warme ontvangst, dat kan ik hem wel beloven,’ zegt Lieve met een grote knipoog.

‘Ja, dat kan je wel aan jou overlaten, grinnikt Fantastico. ‘Kan ik nu naar de anderen om te iedereen te informeren over wat er staat te gebeuren.’

‘Zeker. Ga maar vlug en wees alsjeblieft voorzichtig,’ zegt Lieve bezorgd. ‘Het zal niet meer lang duren voordat Baraboes en de eerste soldaten wakker zullen worden.’

 

wordt vervolgd