Elfje Lief en de verdwaalde tijdmachine (4)

 

Het aftellen is begonnen.
‘Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, een… nou daar gaan we dan uiteindelijk…’ zegt elfje Lief opgewonden.
De andere elfjes wachten zwijgend af. De spanning is van hun gezichtjes te lezen.
Dan zet de tijdmachine zichzelf langzaam in beweging en komt los van de grond.
Karabouter Karabouwtje en de professor kijken geconcentreerd toe en zien tot hun blijdschap dat de start goed verloopt. Alles gaat exact volgens plan. De Roze Luchtpiraat maakt steeds meer vaart en even later is er in de blauwe lucht niet meer te zien dan een stip, die even later helemaal verdwenen is.
‘En nu maar hopen dat alles goed blijft gaan,’ mompelt karabouter Karabouwtje.
Professor Knappebol staart in de blauwe lucht en zegt dan met een diepe zucht, ‘ tja, beste Karabouw, dat hoop ik ook. Maar ja, we moeten er het volste vertrouwen in houden. We hebben in elk geval onze uiterste best gedaan om alles zo goed en veilig te laten verlopen.’
De professor ende karabouter hebben de tijdmachine zo ingesteld, dat de Roze Luchtpiraat dezelfde route gaat afleggen als de tijdmachine van de andere elfjes en karabouter Stroompje.
Achter de professor hebben baronesse Gertruida en Jacobus Roeptumaer  alles ook nauwlettend gevolgd.
‘Tjonge, ik zal ze gaan missen die elfjes,’ zet de baronesse tegen haar lakei. ‘Ik hoop maar dat ze snel terug zullen keren Jacobus.’
‘Zeker mevrouw de baronesse, het was zo gezellig op het kasteel met de elfjes erbij,’ antwoordt de lakei. ‘Het zal nu wel even stil worden op kasteel Okkervliet.’
‘Dat denk ik ook Jacobus,’ zegt baronesse Gertruida.
Net zoals de baronesse vindt Jacobus het hele plan maar niks. Maar omdat hij de baronesse niet ongerust wil maken zegt hij er verder niets over.
‘Zal ik de thee serveren in de theekamer mevrouw?’ vraagt hij vervolgens aan de baronesse.
‘Graag Jacobus, dat is een goed idee,’ zegt ze. ‘Het geeft in elk geval wat afleiding.
Terwijl Jacobus terugkeert naar kasteel Okkervliet, loopt baronesse Gertuida naar professor Knappebol.
‘Wat denk je Willem,’ zegt ze,’ hoelang denk je dat ze weg zullen blijven?’
‘Dat is moeilijk te zeggen Gertruida. Het zal er vooral vanaf hangen, hoe lastig het zal worden om de elfjes en karabouter Stroompje te vinden,’ is het antwoord van de professor.
‘Oh…’ zucht de baronesse. ‘Dus dan zit er niets anders op dan maar af te wachten.’
‘Ik ben bang van wel Gertruida. Ik kan het niet mooier maken dan het is.’ De professor kijkt strak voor zich uit om zodoende de baronesse niets te laten merken van zijn ongerustheid.
‘Zullen we maar naar het kasteel gaan. Jacobus serveert daar zo over een paar minuten de thee,’ stelt de baronesse voor
‘Dat is een goed idee Gertruida, dat geeft in elk geval even een beetje afleiding.’
‘Ja, dat zei ik ook al,’ mompelt de baronesse nauwelijks hoorbaar.
Even later zitten de baronesse, de professor en karabouter Karabouwtje in de theesalon. Jacobus heeft zijn uiterste best gedaan, maar ondanks dat blijft de stemming toch enigszins bedrukt.