WAS

 

Elfje Knutsel en het mezenkooitje (10)

 

‘Bel nog maar een keertje Elfje Boefje,’ zegt de professor. ‘Misschien hebben ze het niet gehoord.’
Elfje Boefje trekt nogmaals aan de bel. Dit keer harder dan de eerste keer.
‘Nu zullen ze het toch wel hebben gehoord. Dat moet wel,’ zegt Elfje Bloem.
‘Ja, dat denk ik ook wel. Het klinkt nog na in mij oren,’ antwoordt Elfje Lief lachend.
Even later horen de professor en de elfjes iemand aan de andere kant van de poort. Ze horen het gerammel van een sleutelbos en  het schuifelen van voeten. Dan komt er heel langzaam beweging. De poort gaat onder een luid gepiep open.
‘Zo die mogen ze ook wel eens een keer smeren,’ merkt elfje Knutsel op.
‘Daar heb je gelijk in elfje Knutsel. Een beetje smeervet zou hier wonderen doen. Ik denk dat wel een paar jaartjes geleden is,’ zegt professor Knappebol met een lach.
De professor is toch nog wel een beetje zenuwachtig. Hij vraagt zich af of men hem nog wel zal herkennen.
‘Professor Knappebol…warempel Willem Knappebol,’ is de verbaasde reactie van het statige mannetje dat de poort heeft opengedaan.
‘Jacobus…Jacobus Roeptumaer. Je weet dus nog wie ik ben. Je bent me dus niet vergeten.’
‘Beste professor, jou vergeten? Kom nou toch. De baronesse en ik hebben ons vaak afgevraagd wat er met je aan de hand kon zijn. Waarom we niets meer van je hebben gehoord.’
‘Ik zal je dat wel een keer vertellen Jacobus, maar nu niet. Kijk beste Jacobus, dit zijn de elfjes uit Elfjesland. Ik zal ze even aan je voorstellen.’
De professor noemt alle namen van de elfjes en vertelt hoe de elfjes bij hem zijn gekomen.
Jacobus luistert aandachtig naar het verhaal van de professor.
‘Zo, zo. Dat is een nog al een avontuur. Tjonge, wat zal de baronesse blij zijn jou weer te zien en natuurlijk zal ze heel verrast zijn als mevrouw de baronesse kennis maakt met de elfjes. Ik denk wel dat dit mevrouw weer wat vrolijker zal maken. Ze voelt zich soms wel eens eenzaam. Sinds het overlijden van de baron gaat mevrouw de baronesse bijna nooit meer uit en zit ze meestal een boek te lezen.’
Het was te merken aan Jacobus dat hij met de baronesse te doen had.
‘Maar goed, ik ben echt heel erg blij dat je ons weer op komt zoeken Willem.En ik niet alleen. Daar ben ik zeker van.’ 
‘Ja, ja. Het is wel goed zo Jacobus.’ De professor wordt er een beetje verlegen van. Maar hij is ook wel opgelucht dat Jacobus zo fijn reageert.
‘Als jullie mij willen volgen…’ vraagt Jacobus Roeptumaer aan de professor en aan de elfjes. ‘Dan zal ik jullie bezoek aankondigen bij mevrouw de baronesse.’
‘Graag,’ zeggen de elfjes bijna tegelijk. ‘Zeker, vult professor Knappebol aan.
‘Nou dan gaan we.’
Jacobus loopt voorop en de professor en de elfjes lopen achter hem aan, op weg naar mevrouw de baronesse 
.
 

 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS