WAS

 

Vakantieverhalen van de Elfjes 

De picknick (11) slot

 

‘Nou elfjes, dit wordt dan echt het laatste verhaaltje,’ zegt elfje Lief.’ Daarna is het bedtijd.’
‘En de karabouters?’vraagt elfje Bloem.
‘Karabouters hebben niet zoveel slaap nodig als kleine elfjes, maar zelfs de professor heb ik al zien geeuwen.’
‘Dat klopt elfje Lief, ik had even een momentje waarop mijn ogen zwaar werden en ik bijna niet wakker kon blijven. We zijn ook bijna al de hele dag in de buitenlucht en daar wordt een mens best een beetje slaperig van,’ antwoordt professor Knappebol.
‘Begin nou maar met je verhaal elfje Lief,’ zegt elfje Boefje ongeduldig.
‘Goed, nou daar gaan we dan.’ Elfje Lief zit in het midden van de kring die de karabouters en de elfjes hebben gemaakt. De professor zit naast elfje Zon.

“Er kwam op een mooie dag een groene libel aangevlogen, die vervolgens op een grote margriet ging zitten.
‘Dag mooie libel. Waar kom jij zo ineens vandaan?’ vroeg ik.
De libel keek mij aan en krabde met zijn linker voorpoot achter zijn vleugel.
‘Ik weet niet of ik dat wel van onze libellenkoningin mag vertellen?’ antwoordde hij.
‘Nou als je denkt dat het niet mag, dan moet je dat ook niet doen,’ zei ik. ‘Hoe heet je eigenlijk?’
‘Ik ben Gompidee,’zei de libel.
‘Pardon, hoe zei je dat je naam is?’ vroeg ik nog een keer.
‘Ben je doof of zo?’ mopperde de libel. Het klonk best een beetje onaardig.
‘Heb je een slechte dag of zo?’ vroeg ik.
‘Sorry, neem me niet kwalijk. Ik ben een beetje sikkeneurig. We zijn vanmorgen met z’n zessen op pad gegaan en nou ben ik ondertussen die andere vijf kwijt geraakt. Ik lette even niet op en foetsie… weg waren ze. Daarom ben ik een beetje boos. Ze hadden toch wel even op mij kunnen wachten of niet soms?’
‘Zeker,’ zei ik. ‘Dat hadden ze zeker kunnen doen. Maar goed het is niet anders. En nu weet je natuurlijk niet meer waar ze zijn?’
‘Nee en ik weet zelfs ook niet meer waar ik nu ben?’ zei de libel en hij klonk een beetje droevig.
‘Je bent in Elfjesland,’ zei ik.
‘Nou daar word ik blij van!’ mopperde de libel.  ‘Waar ligt in vredesnaam Elfjesland?’
‘Hier, je bent er nu. Dat heb ik je nou net verteld.’
‘Dat zal best, maar hoe kom ik eigenlijk naar huis?’
‘Ja, dat is een goede vraag, want dat wordt lastig als je niet mag vertellen waar je vandaan komt Gompidee,’ antwoordde ik.
‘Eh, en hoe heet jij eigenlijk?’ vroeg hij aan mij.
‘Oh wat dom van me. Ik ben elfje Lief en ik woon hier in Elfjesland.’
‘Zo, dus jij bent elfje Lief,’ zei Gompidee. Hij was duidelijk verrast.
‘Ja hoezo?’ vroeg ik.
‘Nou onze koningin had het laatst over jou. Ze vertelde dat jij in een ander land woonde en dat het daar heel fijn en leuk is. Koningin Anisoptera vertelde over elfjes en over zilverstof en over mooie geurige bloemen en over zoete honing en kleurige vlinders, maar ze heeft ons niet verteld dat het land Elfjesland heette. Tenminste… ik geloof niet dat ze dat heeft verteld.’
‘Misschien heb je wel niet goed opgelet, maar is Anisoptera de naam van jullie koningin?’ vroeg ik opgewonden.
‘Oef, dat had ik eigenlijk niet mogen vertellen,’ antwoordde de libel en zijn hoofd werd er helemaal rood van.
‘Nou het is maar goed dat je haar naam hebt genoemd. Anisoptera en ik zijn hele goede vriendinnen. We hebben samen heel veel tijd doorgebracht bij de grote vennen in het hoogvenermoeras. Onze elfjeskoningin had mij gevraagd om een tijd met de libellen door te brengen. Anisoptera en zij hadden dat zo besproken en het was de bedoeling dat ik van alles van jullie zou leren over veenplassen en moerassen.’
‘Dus jij kent onze koningin? Maar dan weet je natuurlijk ook waar wij wonen?’ vroeg hij en zijn humeur klaarde helemaal op.
‘Dat klopt Gompidee, dus als je wilt kan ik je wel de weg wijzen?’
‘Misschien is het nog beter als je met mij mee vliegt.  Koningin Anisoptera zal het zeker heel fijn vinden om je weer eens te zien.’
‘Dat is eigenlijk wel een heel goed idee,’ antwoordde ik.
Even later kwamen we bij het hoogvenermoeras aan en het duurde niet lang voordat de koningin van de libellen wist dat ik er was. Ze kwam opgewonden naar ons toe gevolgen en ze was heel blij dat ik weer een bezoekje kwam brengen aan de grote vennen en natuurlijk ook aan haar.   
Ik vertelde haar over mijn ontmoeting met Gompidee, maar zei niets over hoe hij in Elfjesland was beland. Even later kwamen de vijf andere libellen aangevlogen.
‘Oh, gelukkig heb je de weg terug kunnen vinden? Sorry hoor, dat we je kwijt zijn geraakt,’ zei een van de libellen.
Koningin Anisoptera keek mij vragend aan.
‘Gompidee en ik kwamen elkaar tegen en toen is het even misgegaan…’ zei ik vlug. ‘Maar er was verder niets aan de hand,’ voegde ik er vlug aan toe.
‘Oh gelukkig maar,’ zei de koningin. ‘Nou Gompidee, ik ben wel heel erg blij dat je elfje Lief voor mij hebt meegebracht, maar de volgende keer moeten jullie wel wat beter op elkaar letten. Is dat afgesproken?’
‘Ja koningin,’ zeiden alle libellen tegelijk.
‘Mooi dan drinken elfje Lief en ik nog een kopje bloementhee en voor jullie wordt het tijd om naar bed te gaan.  Jullie zullen vast wel moe zijn geworden van al die avonturen.’ De zes libellen waren het eens met hun koningin.
En zo was het toch nog allemaal goed afgelopen met Gompidee en de andere libellen.”

‘Nou, dat was mijn verhaal en ik denk dat wij ook maar eens naar ons huisje gaan. Het is de hoogste tijd,’ zegt elfje Lief.
Elfje Boefje geeuwt en elfje Zon is al in slaap gevallen. Ze ligt met haar hoofdje tegen de professor aan.
En zo komt er een eind aan een dag vol met verhalen. De professor loopt met de elfjes mee en elfje Zon zit half slaperig op zijn schouders. De karabouters ruimen ondertussen alles op. Het is al bijna donker in het bos.
 
 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS