WAS

 

Vakantieverhalen van de Elfjes 

De picknick (10)

 

‘Zo, zegt professor Knappebol. ‘Nou ga ik jullie het verhaal vertellen over een vreemde ontmoeting die ik een aantal jaren geleden heb gehad. Ik was op weg naar huis en toen ik bijna thuis was werd ik aangesproken door een klein vrouwtje. Ze droeg een grote hoed van stro en had een dik wollen vest aan. Een vest van schapenwol. Ook droeg ze klompen, houten klompen, waarvan ik nog net kon zien dat ze ooit geel gelakt moesten zijn geweest.
‘Weet u waar ik een koperen ketel kan kopen?’ vroeg ze.
Ik vertelde dat even verderop de winkel van karabouter Karawinkel was, maar dat ik zeker wist of Karawinkel ook koperen ketels verkocht.
‘Oh,’ zei ze. ‘Laten we maar hopen dat hij er eentje voor mij heeft. Het is niet van belang of hij groot of klein is, als hij maar van koper is.’
Ik wilde niet aan haar vragen waarvoor ze zo dringend een koperen ketel nodig had, hoewel ze mij natuurlijk wel nieuwsgierig had gemaakt.
‘Dank u wel meneer,’ zei het vrouwtje en ze liep weg in de richting van de winkel van Karawinkel.
Een half uur later zag ik haar weer voorbij komen. Ze had droeg een grote koperen ketel aan haar rechterarm. Ik kon het niet nalaten om naar buiten te gaan en ik begroette haar.
‘U heeft er eentje gevonden mevrouw?’ zei ik tegen haar.
‘Gelukkig wel meneer, ik had er niet aan moeten denken dat die karabouter er geen in zijn winkel had gehad.’
Toen kon ik mezelf niet meer beheersen en ik vroeg waarom ze zo dringend op zoek was naar een koperen ketel.
Ze haalde uit een tas een grote zak met plantjes en bladeren, bloemen en twijgjes.
‘Kijk meneer, ik heb de kruiden al in het bos gevonden, nu ik een koperen ketel heb kan ik hier een brouwsel van gaan maken. Het enige wat nu nog  ontbreekt is wat water en een vuurtje.’
‘Wat voor brouwsel gaat u daar dan van maken?’ vroeg ik en ik wees naar de zak met planten en kruiden.
‘Tja,’ zei ze. ‘U zult mij wel een raar mens vinden, maar ik ben het kruidenvrouwtje. Ik woon in het dorp hier even verderop. Vaak wandel ik door het bos op zoek naar planten en blaadjes die geneeskrachtige eigenschappen hebben.’
‘Zo dat klinkt ingewikkeld,’ antwoordde ik.
‘Dat valt wel mee. Ik heb van mijn moeder een boek gekregen toen ik tien was. Het was eigenlijk van mijn overgrootmoeder. Er staan allemaal recepten in. Recepten die zijn te bereiden met planten en kruiden uit de natuur. Nou was ik  vandaag ook weer onderweg. Toen zag ik bij het grote ven een jong hert dat gewond was aan zijn linker voorpoot. Het arme beest kon bijna niet meer lopen. Ik zag bij het pootje een diepe snee. Ik heb er met siergras enkele grote hoefbladeren omheen gebonden. Nu wil ik nog een brouwseltje maken en met dat papje ga ik de wond verzorgen. Dan is dat hertje binnen een paar dagen weer helemaal beter en kan het weer rennen zo hard als het wil. Maar ja, ik had geen koperen ketel bij me, daarom vroeg ik u er naar.’
‘Dus het enige wat u nu nog nodig heeft is een vuurtje om het water te koken zodat er een brouwsel ontstaat van planten, bloemen en kruiden, als ik het tenminste goed begrijp?’
‘Helemaal juist meneer.’
‘Nou komt u maar binnen,’ zei ik.
Even later kookte het water en stond het vrouwtje ijverig in de ketel te roeren. Na een kwartier was het klaar en ze vroeg of ik iets had om het brouwsel in te doen. Ik had nog een lege pot van de appelmoes staan en even later gingen we samen op weg naar het hertje.
Nou kunnen jullie mij geloven of niet, maar twee dagen later kwam ik het hertje weer tegen. Het leek of het mij herkende. Het kwam naar me toe en maakte een grote sprong of het wilde zeggen dat de wond weer helemaal genezen was. Het vrouwtje heb ik nooit meer gezien, maar het hertje kom ik soms nog wel tegen. En elke keer komt het nog even naar me toe om dan vervolgens weer heel hard weg te rennen.’
Professor Knappebol zucht. ‘En vonden jullie dit ook een mooi verhaal?’
‘Zeker,’ professor antwoorden alle elfjes en zelf de karabouters zijn er stil van.
‘Nou, nu nog één verhaaltje en dan gaan we naar huis’ zegt elfje Lief.
‘Het is nu jouw beurt elfje Lief,’ zegt Karabouwtje.
‘Ja, ja… goed hoor. Wat zal ik jullie eens voor een verhaal gaan vertellen?’ vraagt elfje Lief.
‘Een lekker spannend verhaal,’ stelt elfje Bloem voor. De andere elfjes zijn het met haar eens.
 
 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS