WAS

 

Vakantieverhalen van de Elfjes 

De picknick (6)

 

‘Zo, dat was een mooi verhaal,’ zegt elfje Lief. ‘Dank je wel Karabouwtje. En wie wil nu zijn verhaal vertellen?’
‘Zal ik maar?’ stelt karabouter Karaboer voor.
‘Prima. Ga je gang Karaboer. Ik ben benieuwd wat je ons te vertellen hebt,’ antwoordt elfje Lief.

“Het was herfst. Het was buiten guur en koud. Het regende al dagenlang. Er leek geen eind aan te komen. Overal waren dan ook grote plassen met water. Op de wegen, in de tuinen en in de weilanden. Boer Harm had er gelukkig voor gezorgd dat alle schapen binnen in de grote schaapskooi waren.
‘Even tellen…’mompelde hij. ‘Volgens mij moeten ze er allemaal zijn.’
Hij begon de schapen te tellen.
‘Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf…’
Bij het elfde schaap was hij in slaap gevallen. Luid snurkend lag hij tussen zijn schapen. De schaapjes vonden het wel een raar gezicht, dat boer Harm daar zo maar pardoes tussen hen in lag te slapen.
Toen hij in een diepe slaap was begon de boer te dromen. Hij droomde over zijn schapen. Hij droomde dat hij met zijn kudde op de heide liep. Het was er mooi en vooral erg rustig. Hij hoorde alleen het geluid van fluitende vogels en van het ruisen van de wind in de bomen, die langs het heideveld stonden. Vlakbij grote dichtbegroeide bramenstruiken.
‘Ik zal ze maar weer eens tellen,’ zei hij tegen zijn hond Bobbie.
Die blafte en daarna rende de hond naar de kudde toe hij zag dat er een schaap achterbleef. Bobbie zorgde ervoor dat de kudde bij elkaar bleef.
Boer Harm telde de schapen, één voor één.
‘Negenennegentig… negenennegentig?’ Hij miste een schaap. Hij wist toch zeker dat hij er honderd had.
En weer begon de boer te tellen.
‘Negenennegentig… het zijn er toch echt negenennegentig Bobbie. We missen er eentje. Maar welk schaap missen we?’
Toen schrok boer Harm wakker.
‘Oef, Bobbie dat was een vervelende nare droom…’zei hij terwijl hij zijn hond een aai over zijn kop gaf. ‘Ik droomde dat we een schaap kwijt waren geraakt. Het zal toch niet…’
Boer Harm stond op en begon zijn schapen opnieuw te tellen. En inderdaad, het waren er maar negenennegentig. En geen honderd, zoals hij de laatste keer had geteld. Ondanks dat het nog heel hard regende ging hij samen met Bobbie op pad om het verloren schaap te zoeken.
‘Waar kan dat beest nou toch zijn?’ vroeg hij zich af.
Toen herinnerde hij zich dat hij in zijn droom dichtbegroeide bramenstruiken had gezien.
‘Het zal toch niet…’ mompelde hij.
Hij ging er samen met Bobbie naar toe. Ze waren beide kletsnat van de regen en gelukkig had boer Harm een lantaarn meegenomen, want het was ondertussen al aardig donker geworden. Toen ze bij de bramenstruiken waren aangekomen hoorden ze een luid gemekker. Tussen de bramenstruiken zagen ze een klein jong schaap, nog bijna een lammetje. Het kleine schaap zat met zijn vacht vast in de doornen van de bramenstruik. Met veel moeite kon boer Harm het arme schaapje bevrijden. Even later liepen ze met zijn drietjes terug naar de schaapskooi. Boer Harm, Bobbie en het kleine schaapje. Alle drie waren ze drijfnat maar oh… zo blij. Het was maar goed dat boer Harm nog wist wat hij had gedroomd.”

‘Zo elfjes, dat was mijn verhaal. Zo zie je maar dat dromen soms echt uit kunnen komen, maar meestal ben je ze al vergeten als je wakker wordt.
En misschien is dat soms ook maar het beste, maar voor het arme schaapje was het maar gelukkig dat boer Harm zich zijn droom nog zo goed kon herinneren,’ zucht Karaboer.
‘Dank je wel Karaboer. Het was een mooi verhaal. Zullen we eerst maar eens wat drinken?’ stelt elfje Lief voor. ‘Dan gaan we daarna weer verder met de verhaaltjes.’
Iedereen is het daar helemaal mee eens.
.’


 
 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS