WAS

 

Vakantieverhalen van de Elfjes

 

De picknick (3)

 

Daar zitten ze dan. Allemaal samen onder de grote oude eik. In het gras. De elfjes, de professor en de vier karabouters.
‘Moeten we echt wachten op Karabouwtje?’ vraagt elfje Knutsel, die vlakbij de puddingbroodjes zit.
‘Hij zal er zo wel zijn,’ zegt karabouter Karaboer. ‘Hij heeft beloofd om zo snel mogelijk te komen. Reken er maar op dat hij z’n best doet, want wat Karabouwtje beloofd, dat doet hij ook. Daar kun je van op aan.’
Professor Knappebol neemt vlug een kers en hij hoopt dat niemand het heeft gezien.
‘Professor…!’ roept elfje Lief. ‘Wat hadden we nou afgesproken?’
‘Uh, nou…’stamelt de professor. ‘Ik lette even niet op en toen zat er plotseling een kers in mijn hand.’
‘Oh, dat heb ik ook,’ zegt elfje Boefje lachend, terwijl hij vliegensvlug een kers in zijn mond stopt. ‘Wat vervelend nou.’
‘Professor en elfje Boefje, ik denk dat ik jullie maar eens op pad stuur om bramen te gaan zoeken. Ik weet dat er verderop heerlijke rijpe wilde bramen staan.’
‘Waar moeten we die dan in doen?’ vraagt elfje Boefje.
‘Neem de zak maar waar de kersen in zitten of beter in zaten,’ antwoordt elfje Lief. Ze heeft gezien dat er nog maar een handjevol kersen in zit.
‘Die paar die er over zijn lusten wij wel. Jij en de professor hebben jullie deel wel gehad, lijkt me.’
‘Uh, ja ’zegt professor Knappebol. ‘Misschien heb je daar wel gelijk in elfje Lief. Maar ze waren ook zó lekker.’
‘Ja, dat kan wel zijn, maar nu hebben wij bijna niets meer,’ moppert elfje Bloem.
‘Ik had er al rekening mee gehouden,’ zegt karabouter Karaboontje. ‘Kijk, ik heb nog een extra grote zak met kersen.’
Karaboontje haalt uit zijn rugzak een grote zak met kersen.
‘Zo, en deze kersen zijn voor ons,’ voegt hij er aan toe.
‘Dan is het niet nodig dat wij bramen gaan plukken, nu er weer volop kersen zijn.’ Het gezicht van elfje Boefje straalt als hij de nieuwe zak met kersen ziet.
‘Dat had je gedacht. Nee hoor elfje Boefje, jij gaat samen met de professor bramen voor ons plukken. Voor wat hoort wat.’
‘Maar jullie hebben nu toch kersen elfje Lief, dan is het toch niet nodig…’
‘Elfje Boefje, nu voor de laatste keer, jij gaat samen met de professor bramen voor ons plukken. Wie niet luistert die moet maar voelen.’
‘Geldt dat ook voor mij?’ vraagt de professor voorzichtig.
‘Dat geldt ook voor u professor,’ antwoordt elfje Lief.
‘Nou, dan zullen we maar eens gaan elfje Boefje. Ik denk niet dat we er onderuit komen,’ zegt professor Knappebol met een lach.
‘Dat denk ik ook niet,’ is de strenge reactie van elfje Lief.
De andere elfjes en de karabouters kunnen hun lach bijna niet inhouden als ze de beteuterde gezichten zien van elfje Boefje en de professor.
‘En deze zak moet vol, dus niet na een paar bramen denken dat jullie al klaar zijn.’
Elfje Lief probeert haar lach in te houden als ze de professor de lege zak geeft.
Maar als de professor en elfje Boefje weg zijn, barst ze in lachen uit.
‘Zo…die hebben hun lesje wel geleerd… Die zullen… en die gezichten. Als een oorworm…’ snikt ze.
De anderen lachen vrolijk met haar mee.
 
 

Heb je ook een idee voor ELFJE LIEF,stuur een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ( een mooie tekening vinden we ook leuk en de mooiste zetten we op de website van Elfje Lief.)

 

WAS