1.  

Henneman of Heijmans  

 

Jos  Heijmans     FATSOEN

 

Ik heb het gevolgd, weliswaar op enige afstand, maar ik heb het op de radar. Tjonge, wat een gedoe. Een of andere Duitse mongool vond het nodig de grote Turkse leider E. neer te zetten als een ordinaire geitenneuker. En jawel hoor, met als gevolg alom een heftige discussie. De Turken waren boos, de Duitsers ook, en ik zag bij Van Nieuwkerk, die de mening wilde polsen van intellectueel grappen-makend Nederland in de persoon van Freek de J. Ik zag Freek de J. worstelen met deze vorm van “vrijheid van meningsuiting”. Ik voelde dat hij ons eigenlijk openlijk wilde verklaren dat er grenzen zijn aan alles dus ook hieraan. Dat om zomaar alles te kunnen roepen en te beweren er een zekere mate van zelf-censurerend vermogen in een aantal gevallen niet zou misstaan. Hij sprak het niet als zodanig hardop uit, maar ik voelde dat het hem op de lippen brandde. Hij beheerste zich, al kostte hem dat wel de nodige moeite. Hij zei er wel ook nog bij, dat hij het misschien wel hardop uit zou willen spreken, maar dat hij vreesde om hiervoor vervolgens avondenlang te worden bedolven onder een lawine van misselijkmakende twitter berichten, waarin hij met gemak zou kunnen worden neergezet als een etterig kruiperig hoerig vriendje met jampotglazen voor de vensters van volgens de Duitse imbeciel geiten-neukende Turkse dictator. Toen hem werd gevraagd wat hij vond van een van zijn collega’s die het blijkbaar ook nodig vond om een ruime portie vuilspuiterij de wereld in te sturen om de heer E. te wijzen op zijn gedrag, hield de J. zich min of meer op de vlakte. Gewoon, omdat het “not done” is. En dat is ook zo. Het past niet om collega’s voor het hoofd te stoten en zeker niet onze nar uit het Zuiden. Maar goed, dat onze Zuidelijke grappenmaker zichzelf leuk vind, dan kan ik nog wel begrijpen ( een mens mag toch wel iets hebben), maar dat anderen zich daar ook nog mee kunnen amuseren, dat vind ik op zijn minst raar. Het moet toch niet moeilijk zijn, om je mening te geven, zonder die te larderen met platvloerse kwetsende satire en laag-bij-de-grondse onder-de-gordel-grappenmakerij. Dan ben je er toch alleen maar op uit om iemand te beschadigen en in het beste in elk geval diep te beledigen. Niets meer en niets minder. Bijtende teksten ingegeven door “kijk mij eens wat ik allemaal durf te zeggen”, of “kijk mij eens hoe leuk ik wel niet ben” zijn vaak niet leuk en schieten in de regel hun doel voorbij.

Nou valt het niet altijd mee om echt leuk uit de hoek te komen en dat is zonder meer een waarheid als een koe, en dat leuk zijn vaak ten koste gaat van anderen is dat ook. Leuk zijn, in dit geval satire zet zich (meestal) ergens tegen af en is als een voorgehouden spiegel, waarin wordt getoond dat het met jou zo slecht nog niet gesteld is. Tenminste alleen maar als je er om kunt lachten. Want lach je niet mee, dan begint de ellende pas goed. Voordat je het weet lacht men om jou, om je scheve voortanden, je foutieve kapsel en om jouw te gezette vrouw, waarmee je al twintig jaar dag in dag uit gelukkig bent. Hoe fout…! Je leeft met alles al jaren lang in volstrekte anonimiteit, maar door een keer niet mee te lachen met wat jou werd voorgehouden breng je jezelf onder de aandacht. Bingo, en nu moet je wel meelachen. Want anders… Soms heb je geluk… en is het de vrouw met het verkeerde jurkje of is het de man naast haar in het verkeerde shirt, op de eerste rij, links. Want dat is satire en humor. Lachen om een ander. Leuk? Nee, soms niet echt, maar we lachen mee. We willen tenslotte laten zien dat wij gelukkig niet zo zijn.

Maar goed, ik kan er nog heel veel over zeggen en schrijven, maar zoals ik al zei ik heb het allemaal gevolgd op afstand. Een ding mis ik wel in de hele discussie. Vroeger, ik weet het, het klinkt verschrikkelijk ouderwets en belegen, maar vroeger leerde ik thuis en op school iets over het woordje “fatsoen”. En daar werd meestal ook direct het woordje “respect” aan vast gekoppeld.

Het is zo gemakkelijk om een ander zo maar even neer te zetten, zie maar wat ik beweer in het begin van dit verhaaltje. Ik noemde Jan Böhmermann een Duitse mongool… en waarom? Ik weet zeker dat Jan geen mongool is, en als hij dat wel (een beetje) mocht zijn, dan resteert de vraag wat er mis is met mongolen? Turk E. een geitenneuker? Waarop is deze bewering gebaseerd, wie wil of kan het bewijs leveren dat hij zich samen met een geit regelmatig op donkere afgelegen bergweides vermaakt. En wie zegt als het dan toch waar blijkt te zijn, dat de geit niet de zelf de aanstichtster respectievelijk de verleidster is, en dat Turk E. slechts slachtoffer is.

Soms tikt satire bijna discriminatie aan. Waarom worden Marokkanen met grote regelmaat allemaal getypeerd als crimineeltjes? Waarop is dit gebaseerd, en wat vertellen ons de cijfers van het CBS hierover, hoe het er echt aan toe gaat. Zijn alle bananen krom? Volgens mij wel, maar mocht er onverhoopt een rechte tussen zitten, is dat dan ook meteen aanleiding om deze vrucht inclusief zijn medevruchten vervolgens te kwalificeren als gele mislukte apenlullen? Zijn alle negers zwart? Lijkt me wel, in elk geval donkerkleurig van huid. Zijn negers lui? Lijkt me niet, sommige misschien, maar dit komt ook met grote regelmaat voor bij blanken en anders getinte dan negers. Gezien het niveau dat afdruipt van de vuilspuiterij op twitter en op facebook neem ik zonder meer aan dat het te veel gevraagd was, om in elk geval de grammatica van de gebraakte tekst nog enigszins van enig gehalte te laten zijn.

Ik zag van de week ( ook bij Van Nieuwkerk) Maxim H. die een boekje had gemaakt en die druk doende was om een aantal vrouwen types nader te beschrijven. Maxim H. beledigde een vrouw in het publiek hartstochtelijk. Men gniffelde mee, gelukkig sommige vrouwen ( en mannen) niet van harte. De vrouw die het slachtoffer was lachte ook wat flauw mee. Ik weet zeker dat die mevrouw met liefde en plezier het boekje van H. door de strot van de “schrijver” had willen wurmen, maar ze hield zich in. Ze moest wel. Ze stond alleen. Het zou er alleen maar erger door kunnen worden. Heel verstandig… In deze moderne tijden mag je iemand beschimpen, hartstochtelijk beledigen, tot op het bot uitmaken voor alles wat niet waar is, maar iemand een boek door de strot wurmen is bijna de hoogste vorm van zinloos geweld en zonder meer een misdaad tegen het vrije woord, terwijl ik toch met wat fantasie het ook zou kunnen zien als de ultieme beleving van vrije meningsuiting. Men maakt een helder statement en bovendien lucht het op.

Ergo, al met al staat of valt het beste mensen, met dat kleine beetje meer fatsoen en respect voor elkaar. Als je ergens iets van vindt, dan moet je daar iets over kunnen zeggen natuurlijk. Overal en altijd. Maar dan niet op zo’n basale manier kwetsende manier, want dat leidt af van de boodschap en het draagt ook niet echt bij tot een positieve dialoog. Laten we weer eens normaal leuk doen en dat geldt voor Duitse Jan, voor Nederlandse Maxim en Brabantse Hans en natuurlijk ook voor Turkse E, al zal die laatste daar (waarschijnlijk…) wel anders over denken. En meer heb ik er niet over te zeggen.

 Jos Heijmans