Henneman of Heijmans  

 

Jacob Henneman   Bijzonder... (04)

Bijzonder (4)

Toen ik uit de supermarkt kwam zag ik haar bij de winkelwagentjes staan. Zij herkende me niet meteen, mevrouw van Dam.
‘Uh…ja…uh dag. Hoe maakt u het?’ was haar voorzichtige, maar vooral ingehouden reactie op mijn nogal joviale begroeting.
Even had ik spijt en twijfelde ik of dit de bij bekende mevrouw van Dam wel was. Het was alweer even geleden dat ik haar voor het laatst had gezien. Was dit eigenlijk wel de mevrouw van Dam, die regelmatig bij mijn buurvrouw op theevisite kwam. Dezelfde mevrouw van Dam, die een wolkje melk in haar thee op prijs stelde? Dezelfde mevrouw van Dam, die alleen maar Earl Grey thee wilde? Dezelfde mevrouw van Dam, die zich nog al eens kritisch wilde opstellen tegenover alles was er “tegenwoordig” zo al gebeurde?
‘U herkent me niet?’ vroeg ik voorzichtig.
Ze staarde me aan en ik zag hoe ze naarstig naar een naam zocht, die bij mijn gezicht hoorde.
‘Henneman…Jacob…van mevrouw Janssen, u weet wel…de buurman.’
Ze haalde voorzichtig haar schouders op.
‘Ach ja, natuurlijk meneer Henneman…’ hoorde ik haar aarzelend zeggen. ‘Ik had u even niet herkend meneer Henneman. Sorry hoor.’
‘Geeft helemaal niets mevrouw van Dam. Dan kan de beste overkomen. En bovendien… zo dikwijls hebt u mij ook weer niet gezien.’
Mevrouw van Dam keek me aan en ik zag haar twijfel.
‘Weet u meneer Henneman, ik kom ook niet zo vaak meer bij Marie. Het is allemaal wat minder. Zeker sinds ik Tommy heb.’
‘Tommy?’
‘Ja, Tommy het hondje van mijn zoon. Of eigenlijk van de vriendin van mijn zoon.’
‘U past op ‘m ?’
‘Ja, drie dagen per week. Soms wel vier.’
‘Zo, dat is nog al wat.’
‘Ja, soms is het wel eens lastig. Zeker als je bij iemand op bezoek gaat. Bijvoorbeeld bij Marie…ze moet er niet veel van hebben. Tommy is nogal druk ziet u, en niet iedereen is daar van gediend. Daarom kom ik er gewoon wat minder vaak. Uh… het is nu alweer zo’n drie maanden geleden. Misschien zelfs wel vier.’
‘Ach, dat is eigenlijk toch wel jammer…’
‘Nou ja, jammer… Weet u meneer, Marie heeft soms ook van die rare streken. Het is niet de eerste keer dat we elkaar zo’n lange tijd niet zien.’
‘Maar desalniettemin, toch jammer.’
‘Hebt u dan nooit problemen met haar?’ vroeg ze.
‘Nee, en eigenlijk ook nooit gehad. Ach, we respecteren elkaar en overlopen elkaar niet en dan blijft het lang goedgaan.’
‘Nou… zo vaak kwam ik er ook niet. En ondanks al haar nukken… ach nee, daar heb ik nooit aanstoot aan genomen.’
Mevrouw van Dam leek mijn opmerking wel erg persoonlijk op te vatten.
‘Maar een mens hoeft toch niet alles over zijn kant laten gaan. Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik kan veel hebben, maar genoeg is genoeg,’ klonk het geïrriteerd en ik begon spijt te krijgen van mijn woorden, en vooral van het feit dat ik het blijkbaar nodig had gevonden om haar te begroeten. Nee, ik had beter gewoon door kunnen lopen, want ik vreesde dat ons gesprek in een richting dreigde te gaan, waar ik absoluut niet op zat te wachten.
‘Weet u meneer Henneman, zo kan een mens zich toch mooi in iemand vergissen. Er zijn dingen gebeurd… tjonge als u dat allemaal zou weten… Nou, dan zou u wel begrip kunnen opbrengen waarom ik daar niet meer kom en dat ik boos op haar ben.’
‘Nou ja, dat is een zaak tussen u en Marie…’ probeerde ik het tij nog te keren.
‘Dan kan wel zijn, maar ik wil u toch even waarschuwen. Ze doet zich altijd wel heel poeslief voor, maar neem maar van mij aan dat het niet altijd hosanna met haar is. Nee, ze kan echt wel een feeks zijn hoor.’
‘Ik heb het nog niet meegemaakt,’ zei ik tegen mevrouw van Dam, die haar hoofd schudde.
‘Nee, natuurlijk niet, tegen mannen is ze altijd poeslief…’
‘Dat valt wel mee hoor,’ meende ik op te moeten merken.
‘En toch is het zo,’ reageerde ze met een snauw.
‘U zegt het,’ zei ik en ik keek tegelijkertijd op mijn horloge.
‘Oef, is het al zo laat… ik moet helaas gaan mevrouw, want ik zie dat ik mijn parkeertijd al heb overschreden. En voordat je het weet heb je een prent. Zonde van het geld.’
‘Bent u dan met de auto?’ en ze wees op mijn half gevulde boodschappentas. ‘Het is toch maar een klein stukje.’
‘Uh, klopt, maar ik heb nog een andere afspraak. Meestal ga ik wel te voet hoor,’ zei ik verontschuldigend en probeerde de leugen over de afspraak voor mezelf te vergoelijken. Want natuurlijk was ik niet met de auto en dat van dat parkeren was daarom grote onzin. Deze smoes was niet meer of minder dan een manier om te kunnen ontsnappen aan mevrouw van Dam.
‘Nou, meneer Henneman…dan ga maar vlug,’ zei ze op een manier vol argwaan en ongeloof.
‘Ja, nou tot ziens dan maar. En nog een fijne dag,’ huichelde ik.
‘U ook meneer. Misschien dat elkaar wel weer eens tegenkomen… maar voorlopig in elk geval niet meer bij Marie Janssen, dat kan ik u verzekeren.’
‘Nee, dat lijkt me ook niet…’ mompelde ik.
‘U zegt?’ vroeg ze kortaf.
‘Uh…dat dit inderdaad niet waarschijnlijk is. Nou nogmaals, tot ziens mevrouw.’
‘Ja, tot ziens dan maar meneer,’ en ze draaide zich om en duwde struis haar winkelwagentje in de richting van de ingang van de supermarkt. 
 
Jacob Henneman

 

 

 

 

 

 

 

 

                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

Jos Heijmans