De 133 gedachtenkronkels van de wonderlijke Boris Borowitsj

 

Kronkel  117 2003  Het protest tegen de oorlog in Irak


 

Hoeveel stemmen wil je horen

Hoeveel woorden wil je lezen

Hoe kan je zo blind zijn

Waarom ben je voor alles zo doof

 

Wat is ware reden

Waarom sluit jij jouw ogen

Waarom sluit jij jouw oren

En komt er geen woord meer uit jouw mond

 

Wat is de ware oorzaak

Dat jouw hart zo is verkild

En jouw gevoel zo is verhard

Waarom laat jouw geweten je zo in de steek

 

Je zegt dat je vecht voor vrede

Dat is wat je ons wil doen geloven

Je moet doden om te kunnen leven

In vrijheid en in welvaart
 
Dat is wat jij ons steeds maar weer vertelt

En ondertussen was jij jouw handen schoon

En veegt het bloed weg van jouw wapens

 

Je stuurt gezonde jonge mensen

Naar verre vreemde landen

Daarna haal je ze weer terug

Vol onzekerheid en angst

Soms dood of zwaar beschadigd

Gewond en aangeslagen

Maakt het je wat uit?

Ach, het doel is immers heilig

En God staat immers aan jouw zijde

En terwijl moeders tranen huilen

Om hun verloren zonen

En hun verloren dochters

Roepen kinderen om hun vaders

En staan weduwen verslagen aan de kant

 

In een van de straten van Bagdad

Sterft een onschuldig kind

Een oude man knielt neer

En vergeet nooit meer

In Parijs, New York, Berlijn en Londen

Roepen mensen op tot protest

En dat de oorlog moet stoppen
 
Maar is hun stem wel sterk genoeg?

In een van de straten van Bagdad schreeuwt een vrouw

De naam van haar dode kind

Maar hoe hard ze ook schreeuwt

Er is niemand die haar heeft gehoord

Leiders zwijgen en drinken

Legen de bekers vol met bloed

Ze dromen van de zekere overwinning

En van de roem en eer

Maar in hun harten weten ze wel beter

Want geen enkele oorlog kent een zege

 

In een van de straten van Bagdad

Wordt een meisje geboren

En veel later zal ze horen

Over de oorlog en het geweld

Zal er haat groeien in haar hart?

En zal er liefde in haar zijn?

En als dit kind hoop zal kunnen vinden

Dan is de oorlog uiteindelijk zonder kans

En zal er vrede ontkiemen

Eerst broos en zo fragiel

Daarna zeker en vastberaden

Dit kind zal de regenboog vinden

In het felle licht van de zon

En dit kind zal de mensheid vieren

Ze zal geloven in een nieuwe dag

En als in donkere kille kelders

De haat en afgunst wegrotten

En als de drek zich verzamelt

In stinkende dampende goten

Dan verdrinkt tenslotte hebzucht en verraad

En dan kan het feest van vrede worden gevierd

 

En als de mislukte leiders

Met hun gemiste kansen

En hun gesloten ogen

En hun doofheid voor protest

De wonden goed willen praten
 
Die zij volkomen misplaatst

De prijs voor onze vrijheid noemen

Ten slotte op een dag zijn verjaagd

Dan kan er gedanst worden op het plein


 
Weet je mijn kind

De zon zal gaan schijnen

Al is dat misschien nog niet vandaag

Maar kijk naar de wolken

De lucht klaart op in de verte

Nu kan het nooit lang meer duren

Voordat ook jij de vrede vindt



 HanMeijs