De 133 gedachtenkronkels van de wonderlijke Boris Borowitsj

 


Kronkel  42  1947 "Het Achterhuis" - Anne Frank 

 


Amsterdam juni 1947

Prinsengracht, en het is er zomer

De lente voorgoed voorbij

En de winter nog ver weg

Maar de tijd staat er stil

En in de winkelruit van de boekwinkel

Weerspiegelt zonder enige gêne het verleden


 

Anne’s dagboek getuigt

Haar woorden vertellen over angst

En over verraad, over verdriet

Maar ook over vreugde en hoop

En over de klok op de Westertoren

Die de dag onverstoorbaar weg tikt

En onwetend en vastberaden de avond zoekt


 

Vanuit het achterhuis klinkt geen verwijt

Nee, het is er stil en er wordt gezwegen

Daar waar het geluid van spelende giechelende meisjes

Voor altijd is verankerd in de koude stenen muren

En waar de liefde is verstild door haat en nijd

Waar Anne de dagen heeft vastgelegd in een onbedoeld dagboek

Dat zonder schroom vertelt over hoe het daar is geweest

 

Maar hoe navrant, ik heb niet langer vragen

Want de antwoorden vind ik er niet

Anne Frank, Het Achterhuis, Amsterdam

Maar haar woorden helen mij niet

De wonden schrijnen en doen mij twijfelen

En ik vrees nog steeds de wrede oorlog

Die nooit meer voorbij lijkt te gaan


 
Alleen de klok op de Westertoren

Tikt onverstoorbaar en zonder mededogen

De uren en de dagen weg

Terwijl in de verte een hond blaft

En als de donkere avond naar de nacht kruipt

Staar ik roerloos in de oneindige duisternis

En hunker ik als nooit tevoren naar het opkomen van de zon
 

 

han meijs